INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Een goed DOEL voor criminele jongeren
De auteurs zijn werkzaam bij INTRAVAL, bureau voor Onderzoek en Advies, te Groningen en Rotterdam. Bert Bieleman is socioloog en directeur, Sasja Biesma is sociaal-psycholoog en senior-onderzoeker, Annelies Kruize is socioloog en onderzoeker.
Inleiding
De Stichting Reclassering Nederland (SRN) voert sinds eind 1997 het DOEL-project uit. DOEL staat voor Door Ondernemen Ervarend Leren. Het is een experiment om jonge justitiabelen door middel van een alternatief traject te begeleiden. DOEL bestaat uit een 180 dagen durend traject, grotendeels doorgebracht op een boerenbedrijf in de omgeving van 's-Hertogenbosch. Om een verantwoord besluit te kunnen nemen over de status van dit project en de positionering in het programma-aanbod, heeft de SRN opdracht gegeven tot een externe, onafhankelijke evaluatie.
Het DOEL-project
Het DOEL-project is een alternatieve straf-vorm voor criminele jongeren. De doelgroep wordt gevormd door harde kern criminele jongeren in de leeftijd van 16 tot 25 jaar. Ze hebben een delict of delicten begaan, waarvoor de Officier van Justitie een straf eist tussen 12 en 27 maanden. De vaste reclasseringsmedewerker kan in een dergelijk geval aangeven dat deelname aan DOEL als alternatief kan worden gebruikt. De eerste randvoorwaarde is overigens wel dat de jongere in kwestie gemotiveerd is om deel te nemen.
De jongere krijgt vervolgens een intake door de orthopedagoog die verbonden is aan DOEL. Wanneer de jongere geschikt is voor deelname en de rechter gaat akkoord, dan kan direct na de uitspraak worden overgegaan tot deelname aan DOEL. Als contra-indicatie geldt overigens wel dat de jongere geen overheersende verslavingsproblematiek heeft. Bovendien mag hij niet gewelddadig zijn, in die zin dat hij snel geneigd is tot het opzettelijk gebruik van wapens/messen of lichamelijk geweld. Ook brandstichters worden uitgesloten van deelname in verband met de risico's voor het boerenbedrijf.
Doelstelling
De doelstelling van het DOEL-project is de deelnemers door middel van werken en leren zodanig in hun gedrag te veranderen dat nieuw delictgedrag wordt verminderd of uitblijft. De gedragsverandering wordt tot stand gebracht door survivaltochten, het uitvoeren van werk op een boerenbedrijf, het (daarmee) leren van basistaken (luisteren, accepteren van hiërarchie, discipline, gestructureerde dagindeling en dergelijke), trainingen, gesprekken en het trachten te voorkomen van (toekomstige) sociale en maatschappelijke knelpunten.
De hierbij gehanteerde uitgangstheorieën zijn ervaringsleren, gezinssystemische theorieën en sociale leertheorieën. Gedurende het gehele traject worden de deelnemers begeleid door medewerkers van het DOEL-project, die de jongeren gedurende de deelname regelmatig bezoeken en anderszins contact onderhouden.
Traject
Het gehele traject duurt precies een half jaar en bestaat uit een aantal onderdelen. Er wordt gestart met een individuele survival. De jongere brengt met een begeleider van een gespecialiseerde survivalorganisatie vijf dagen door in de Ardennen. Direct aansluitend op de individuele survival wordt de deelnemer naar het boerenbedrijf (meestal veeteelt) gebracht om hier 170 dagen door te brengen. De deelnemer werkt fulltime mee op het boerenbedrijf. Hij verblijft in een woonunit op het erf (dat hij niet mag verlaten) en deelt de maaltijden met het boerengezin in de boerderij.
Tijdens het traject wordt de deelnemer twee maal per week bezocht door zijn begeleider van DOEL. Deze bezoekt de deelnemer twee keer per week. Daarnaast volgt de jongere een training, meestal een training sociale vaardigheden. Het traject wordt afgesloten met een groepssurvival. Dit betekent meestal dat twee of drie deelnemende jongeren met een survivaltrainer gezamenlijk een survivaltocht maken. Gedurende de gehele deelname werkt de jongere aan zijn persoonlijke leervragen of verbeterpunten. Wanneer een jongere vroegtijdig stopt (wegloopt uit het traject), dan wordt hij zo snel mogelijk opgespoord door de politie. Hij zal dan vervolgens alsnog zijn gehele straf moeten uitzitten.
Evaluatie
In de evaluatie gaat het met name om de vraag in hoeverre bij de deelnemers aan het DOEL-project de beoogde gedragsveranderingen daadwerkelijk plaatsvinden. De benodigde informatie voor het beantwoorden van deze vraag is verzameld met behulp van gesprekken met sleutelinformanten, interviews met deelnemers en analyses van reeds vastgelegde gegevens.
Onder de reeds vastgelegde gegevens vallen een viertal vragenlijsten die door het project zelf worden afgenomen bij aanvang van deelname, direct na afloop, een half jaar, een jaar en drie jaar na deelname. Het gaat om de YASR (Young Adult Self Report), de UCL (Utrechtse Coping lijst) en twee door DOEL zelf bewerkte vragenlijsten over de locus of control en de zelfwaardering. Daarnaast zijn gegevens van politie (Herkenningssysteem; HKS) en justitie (penitentiaire dossiers) verzameld. Dit laatste is onder andere nodig om de criminele activiteiten van de jongeren te corrigeren voor perioden dat zij in detentie hebben gezeten.
Ervaringen deelnemers
Van de 56 jongeren die tussen 1998 en 2001 hebben deelgenomen, hebben 44 het project succesvol afgerond, dat wil zeggen dat zij van begin tot eind hebben meegedaan. Dit is 78%. De deelnemers geven in de interviews duidelijk aan dat zij het DOEL-project positief waarderen, met name de onderdelen survival en verblijf bij de boer. Ook de begeleiding door de medewerkers wordt over het algemeen gewaardeerd. Er is een toename te zien van het aantal deelnemers, dat na het project zelfstandig woont in een eigen woning of officieel gehuurde kamer.
Daarnaast is voor de helft van de deelnemers de werk/opleidingssituatie verbeterd en is er een toename van het aantal werkenden en het aantal dat de inkomsten uit loon heeft. Ook de relaties met familie, vrienden, collega's en schoolgenoten zijn verbeterd. Verder is het middelengebruik afgenomen. Er is met name sprake van een afname in het soft- en harddrugsgebruik. Bovendien zijn de beweegredenen om alcohol te gebruiken veranderd: de jongeren drinken nu meer voor de gezelligheid, terwijl het voor DOEL meer ging om het effect van alcohol.
Psychosociale ontwikkeling
De psychosociale ontwikkeling is gemeten met behulp van de instrumenten die DOEL zelf heeft gebruikt, de eerder genoemde vier vragenlijsten die regelmatig zijn afgenomen bij de deelnemers. De mate waarin de deelnemers problemen ervaren op diverse leefgebieden wordt gemeten met de YASR. De onderdelen of schalen waarop de jongeren een significante verbetering laten zien, zijn: bezorgd/depressief, teruggetrokken, agressief gedrag en delinquent gedrag.
Bij het onderdeel sociale competentie van de YASR, welke ingaat op de omgang met vrienden, opleiding en werk, is op het onderdeel werk een significante verandering zichtbaar. De deelnemers staan op de lange termijn steeds zekerder in hun werksituatie, zijn minder geneigd te verzuimen en kunnen steeds beter met collega's en leiding omgaan. De UCL meet de wijze waarop de deelnemers omgaan met problemen en gebeurtenissen. De significante veranderingen bij dit meetinstrument zijn te zien op de schalen actief aanpakken (toename) en passief reactiepatroon (afname).
Wat betreft de zelfwaardering blijkt dat de deelnemers direct na deelname een hogere zelfwaardering hebben dan voor DOEL. Zij behouden deze hogere zelfwaardering ook na langere tijd. De mate waarin de jongeren aangeven controle te hebben over het eigen handelen verandert eveneens. Direct na deelname zijn deelnemers sterker geneigd gebeurtenissen aan zichzelf toe te schrijven dan voor deelname, terwijl zij op langere termijn minder geneigd zijn gebeurtenissen in hun leven toe te schrijven aan anderen.
Recidive
De recidive is beoordeeld met behulp van HKS-gegevens en penitentiaire dossiers. Wanneer de perioden voor en na deelname worden vergeleken, is te zien, dat 81% een half jaar na deelname niet heeft gerecidiveerd. Na een jaar is dat 62% en na drie jaar is dat 56%. Verder zijn de deelnemers na deelname minder vaak en lang gedetineerd dan voor deelname.
Er is tevens gebruik gemaakt van een alternatieve controlegroep om het verschil tussen deelname aan DOEL en een reguliere gevangenisstraf te beoordelen. Gebleken is dat een controlegroep enige beperkingen met zich meebrengt. Er kon immers pas achteraf een vergelijkbare groep jongeren (leeftijd, soort delicten en straffen) worden geselecteerd.
Dit is gebeurd door jongeren te selecteren die zich aanvankelijk wel hebben aangemeld voor DOEL, maar niet hebben deelgenomen: enerzijds omdat de rechter het niet akkoord heeft bevonden; anderzijds omdat ze zich zelf hebben teruggetrokken. Deze groep blijkt na het ijkpunt (de aanmelding en daarop gevolgde gevangenisstraf) vaker gedetineerd te zijn geweest dan de deelnemers. In het delictgedrag van de controlegroep zijn weinig verschillen te zien in vergelijking met de deelnemersgroep.
Stabiliteit veranderingen
De metingen voor de psychosociale ontwikkelingen zijn meerdere keren verricht en tot drie jaar na deelname uitgevoerd, terwijl ook de interviews met de jongeren zelf geruime tijd na hun deelname hebben plaatsgevonden. De registratiegegevens hebben eveneens betrekking op een lange periode, zowel voor als na detentie c.q deelname aan DOEL. Daardoor is een goed beeld ontstaan van de stabiliteit van de veranderingen. Direct na deelname zijn grote positieve veranderingen te constateren, die ook na langere tijd behouden blijven. Ze vertonen minder delictgedrag, ze staan steviger in de maatschappij en de zelfwaardering is toegenomen.
Mening over DOEL
Zowel de deelnemers als de overige betrokkenen bij het project zijn zonder meer positief over het project. Betrokkenen hebben de deelnemers zien veranderen in de loop van de tijd. De individuele aanpak blijkt dan ook lonend te zijn. Wel wordt juist deze individualiteit en afzondering op het boerenbedrijf door sommige deelnemers als zwaar beschouwd.
Ook de terugkomst in het 'normale leven' is daarmee soms moeilijk. Hier komt tevens een duidelijk knelpunt in de gang van zaken naar boven: er is behoefte aan een meer intensieve nabegeleiding. De vaste reclasseringsmedewerker is hiervoor verantwoordelijk, maar in de praktijk is te zien dat deze over het algemeen te weinig betrokken is bij de deelnemer en het hem/haar aan tijd ontbreekt om voldoende aandacht aan de deelnemer te besteden.
Toekomst
Ondanks de goede resultaten, is op dit moment alleen nog voor 2003 geld beschikbaar om een beperkt aantal jongeren te laten deelnemen. De reclassering is bezig met een plan van aanpak voor de financiering in de toekomst.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het rapport ''DOEL-bewust. Evaluatie van het DOEL-project van de Stichting Reclassering Nederland."
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.