INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Evaluatie supportersproject Groningen
  • Auteurs: Bert Bieleman, Annemieke de Jong, Harm Naayer en Jan Nijboer
Jan Nijboer is universitair hoofddocent bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Reeds meerdere jaren is er in Groningen sprake van supportersgeweld. Hiervoor zijn de afgelopen jaren diverse maatregelen getroffen. Deze, vooral repressieve maatregelen, zijn niet alleen kostbaar, maar ook onvoldoende gebleken om een veilige situatie te realiseren. Daarom is in 2002 het 'supportersproject Groningen' tot stand gekomen. Dit project bestaat uit maatregelen die erop gericht zijn het geweld en de criminaliteit bij (potentiële) harde kern supporters terug te dringen en de sfeer en veiligheid rondom wedstrijden te verbeteren. De inzet van oud-hooligans bij deze maatregelen vormt een essentieel onderdeel.
Het supportersproject kent twee onderdelen. a. Voorkomen van supportersgeweld door de harde kern. Het inschakelen van oud-hooligans moet leiden tot een betere relatie met deze supporters en tot minder agressief groepsgedrag. b. Verkleinen van risico's voor verstoring van de openbare orde door het organiseren van activiteiten voor supporters met een stadionverbod op ruime afstand van het stadion. Deze activiteiten worden georganiseerd door de supporterscoördinatoren en -begeleiders. Dit moet leiden tot het verkleinen van risico's voor verstoring van de openbare orde.
Evaluatie
In opdracht van de gemeente Groningen heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL in samenwerking met de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen het eerste jaar van het project geëvalueerd. In de evaluatie is gebruik gemaakt van verschillende methoden en technieken en diverse bronnen. Om een zuivere vergelijking te kunnen maken, zijn de competitiethuiswedstrijden van de eerste helft van het huidige seizoen 2003-2004 vergeleken met die van de eerste seizoenshelften van de (drie) voorafgaande jaren.
Met alle betrokkenen bij het project zijn (groeps-)interviews gehouden: medewerkers van politie, gemeente, Openbaar Ministerie (OM) en FC Groningen; coördinatoren en supporterbegeleiders; deelnemers aan het project; en de exploitant van de locatie waar supporters met een stadionverbod zich moeten melden. Daarnaast heeft het onderzoeksteam rondom de wedstrijden observaties uitgevoerd. Verder zijn registraties van politie, OM en het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) over meerdere jaren verzameld en geanalyseerd. Tevens zijn verslagen en overige relevante stukken over het project en lokaal, nationaal en internationaal voetbalgeweld bestudeerd. Ten slotte is door studenten sociologie van de RuG een schriftelijke enquête gehouden onder seizoenkaarthouders.
Supportersgeweld
Supportersgeweld is altijd in meer of mindere mate aanwezig rondom een club als FC Groningen. Betrokkenen zien echter de laatste jaren veranderingen optreden in de samenstelling van de doelgroep (veel meer jongeren), de achtergronden van de doelgroep (onder meer het drugsgebruik) en de mate van organisatiegraad (toenemend). De recente afwezigheid van enkele kopstukken uit de harde kern heeft volgens de politie, stewards en supportersbegeleiders een positieve invloed op het supportersgeweld rondom het stadion.
In de eerste seizoenshelft 2003-2004 is geen sprake geweest van ongeregeldheden. Incidenten op grote schaal hebben tijdens thuiswedstrijden in tegenstelling tot de jaren daarvoor niet meer plaatsgevonden. Volgens de meeste sleutelinformanten heeft dat deels te maken met het supportersproject, maar ook met de positie op de ranglijst, de prestaties in het veld en de onderlinge verhoudingen tussen supportersgroepen. Hoewel een duidelijk causaal verband met het supportersproject niet rechtstreeks is aan te tonen, geven alle sleutelinformanten aan dat er wel van een duidelijke verbetering van het supportersgedrag in en rond het stadion kan worden gesproken.
Politie-inzet
Landelijk gezien blijkt de jaarlijkse politie-inzet, het aantal aanhoudingen en stadionverboden nog steeds toe te nemen. De registraties van de politie Groningen en het CIV laten voor Groningen echter, sinds het moment van de invoering van het supporterproject, een tegengestelde, afnemende ontwikkeling zien.
De registraties van de politie-inzet geven aan dat er bij de inzet van de voornaamste drie politietaken (ME, AE en Algemene dienst) sprake is van een dalende trend in de afgelopen eerste vier seizoenshelften, die zich in het huidige seizoen sterker doorzet dan in de drie seizoenen ervoor. Ten opzichte van de vorige eerste seizoenshelft is er sprake van een totale afname in ME uren van 26% en een afname van 37% in AE uren. Gemiddeld per wedstrijd betekent dit een daling van 93 uur ME- en 27 uur AE-inzet.
Figuur 1
Gemiddelde politie-inzet per wedstrijd in uren eerste seizoenshelft 2000-2004
grafiek
 
De mate waarin deze dalende tendens wordt veroorzaakt door de inzet van de supporterscoördinatoren en -begeleiders is niet exact vast te stellen. De sleutelinformanten zijn ervan overtuigd dat de inzet van de supporterscoördinatoren en -begeleiders hierbij wel degelijk een rol speelt. Andere, reeds genoemde factoren zijn echter mede bepalend. Wel kan worden vastgesteld dat de politie-inzet met name bij de minder risicovolle wedstrijden structureel afneemt.
Aanhoudingen en stadionverboden
Ook bij de aanhoudingen en stadionverboden kan een dalende tendens worden geconstateerd. In totaal zijn bij thuiswedstrijden in de eerste helft van het huidige seizoen zeven aanhoudingen verricht. Daarmee is de stijgende lijn van de voorgaande jaren in het aantal aanhoudingen in positieve zin teruggebogen. Het aantal aanhoudingen is in het huidige seizoen gedaald met circa 50% ten opzichte van het seizoen daarvoor. Ten opzichte van de voorgaande seizoenen is er sprake van een duidelijke trendbreuk. Ook bij de stadionverboden kan een dalende tendens worden geconstateerd. In de eerste seizoenshelft 2003-2004 zijn bij thuiswedstrijden zes stadionverboden opgelegd. Dat is circa drie kwart minder ten opzichte van voorgaande jaren.
Doelgroep
Volgens sleutelinformanten is er zeker sprake van een positieve invloed van de supporterbegeleiders op het overgrote deel van de doelgroep. De acceptatie van de begeleiders en coördinatoren onder de doelgroep is volgens de sleutelinformanten momenteel ruimschoots aanwezig, terwijl dit in de beginfase (de tweede seizoenshelft van 2002-2003) nog niet het geval was. Het contact met de doelgroep heeft in de ogen van zowel projectmedewerkers als overige betrokkenen (politie, FC Groningen) door het project een sterk positieve impuls gekregen.
De deelnemers aan het project zijn - na een aanvankelijk scepticisme - op het tijdstip van de evaluatie, eind 2003, uitgesproken positief over het project. Zij zien er vooral een mogelijkheid in om een stadionverbod "terug te kunnen verdienen". Omdat het bijwonen van voetbalwedstrijden van FC Groningen zowel in sportief als in sociaal opzicht voor hen een zeer belangrijke plaats inneemt, hebben ze er veel voor over om weer in het stadion te mogen. Zij waarderen de aanpak van de projectmedewerkers positief en verwachten ook gunstige effecten van het project. Het aantal deelnemers is mede door de goede ervaringen van de eerste lichting in november 2003 toegenomen tot 18, terwijl in januari 2004 22 deelnemers staan geregistreerd.
Veiligheid en sfeer
Door de verandering van het supportersgedrag, de afnemende aanwezigheid van politie, maar ook door de sportieve prestaties van de club, is de sfeer in en rondom het stadion volgens sleutelinformanten sterk verbeterd. Volgens de betrokkenen bij het project is het momenteel rustiger in en rond het stadion, omdat de supporters met een meldingsplicht tijdens thuiswedstrijden door het project worden opgevangen. Deze personen zijn daardoor niet meer in staat de openbare orde te verstoren. Daarnaast hebben de supportersbegeleiders een positieve invloed, doordat zij in staat zijn deëscalerend op te treden. Observaties van de onderzoekers en de resultaten van de enquête onder seizoenkaarthouders bevestigen dit beeld.
De meeste seizoenkaarthouders constateren geen verandering in het aantal incidenten in het FC Groningen stadion. Bij degenen die wel een verandering zien, is dat in de meeste gevallen een afname. Ook de veiligheidsgevoelens in en rondom het stadion zijn bij de meerderheid onveranderd gebleven. De sfeer in en rondom het FC Groningen stadion is volgens de meeste seizoenkaarthouders wel verbeterd. Over de invloed van het project zijn ze minder uitgesproken. De meerderheid heeft geen oordeel over de al dan niet positieve invloed van het project op de sfeer in en rond het FC Groningen stadion of op de sfeer en het gedrag van de FC Groningen hooligans tijdens uitwedstrijden. Van degenen die wèl een mening hebben, geeft overigens de grote meerderheid aan een positieve invloed van het project waar te nemen.
Conclusie
Uit de gesprekken met betrokkenen en de registratiegegevens blijkt dat er sprake is van een dalende tendens in het supportersgeweld, de politie-inzet, ongeregeldheden en aanhoudingen, terwijl de sfeer in en rond het stadion lijkt te zijn verbeterd. Volgens de betrokkenen levert het supportersproject hieraan zeker een bijdrage. Hierbij speelt echter ook een groot aantal andere factoren een rol, zodat niet exact is vast te stellen in hoeverre deze resultaten rechtstreeks en alleen aan het project kunnen worden toegerekend.
Vrijwel alle betrokkenen geven aan dat een periode van één jaar te kort is om maximale resultaten te kunnen verwachten van het project. Zij merken op dat er een langere projectperiode vereist is om tot een volledige invulling en afstemming te kunnen komen om zo maximale resultaten te kunnen bereiken. In de eerste maanden van het project zijn er nog aanloopmoeilijkheden geweest op het vlak van communicatie en acceptatie. In feite begint het project vooral in de laatste maanden van 2003 pas echt goed te functioneren en pas vanaf dat moment kan worden verwacht dat dit zich vertaalt in goede resultaten.
Om het supportersproject Groningen ook in de toekomst geolied te laten verlopen, dient aan een aantal aspecten extra aandacht te worden besteed. Hierbij moet worden gedacht aan de organisatorische inbedding van het project, de taakomschrijving van de supporterscoördinatoren en -begeleiders, de vergoeding voor de begeleiders en duidelijke afspraken met de deelnemers over de afloop van de stadionverboden. Daarbij is regelmatig en systematisch monitoren van de veiligheidssituatie rond voetbalwedstrijden raadzaam. Hiervoor kunnen kerncijfers van de politie dienen, aangevuld met kwalitatieve gegevens, zoals ook voor deze evaluatie heeft plaatsgevonden. De opzet van het project leent zich voor toepassing bij andere BVO's met een voornamelijk regionaal gebonden aanhang.
De resultaten van de evaluatie zijn gepubliceerd in het rapport 'Evaluatie supportersproject Groningen. Invoering en resultaten eerste jaar 2003.' Voor meer informatie: INTRAVAL, Postbus 1781, 9701 BT Groningen, telefoon 050-3134052, e-mail info@intraval.nl
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.