Naar de Homepage Actuele projecten
 
 

 

 

 

 

 
 
Werkterrein: verslaving
Werkterrein: leefbaarheid
Werkterrein: welzijn
Werkterrein: jeugd
  foto



   
Evaluatie campagne drugs in het verkeer euregio Scheldemond
Opdrachtgever:
Euregionaal Veiligheids Overleg Scheldemond waarin de Provincie Oost-Vlaanderen, de provincie Zeeland, het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV), het Regionaal Orgaan verkeersveiligheid Zeeland (ROVZ) en de gemeente Terneuzen zijn vertegenwoordigd. Het onderzoek wordt gefinancierd door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Vraag- en doelstelling:
In 2009 wordt gestart met het project 'Drugs en verkeer". Dit project speelt in op het (gevaarlijke) verkeersgedrag van autobestuurders die in Terneuzen drugs hebben gekocht en onder invloed van drugs (en alcohol) terugrijden. Om inzicht te krijgen in de invloed van de campagne en de risicoperceptie, de houding en het gedrag van coffeeshopbezoekers heeft het Euregionaal Veiligheids Overleg Scheldemond onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven de campagne te evalueren. Erdient hiervoor eerst een nulmeting te worden uitgevoerd, gevolgd door een tussenmeting zes maanden na aanvang van de campagne en een eindmeting 18 maanden na aanvang van de campagne.
Opzet onderzoek:
Gestart wordt met een literatuur- en documentenstudie. Daarna worden enquêtes afgenomen onder bezoekers van de coffeeshop in Terneuzen. De enquête wordt zowel in het Nederlands als in het Frans aangeboden. De vragenlijsten worden afgenomen door afgestudeerde criminologen van de vakgroep Criminologie van de Universiteit van Gent.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. R. Nijkamp
naar boven
Monitor verslaafden en daklozen Enschede
Opdrachtgever:
Gemeente Enschede
Vraag- en doelstelling:
In opdracht van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van de gemeente Enschede voert INTRAVAL een monitor uit naar de verslaafden en dak- en thuislozen in Enschede. Het doel van de monitor is het jaarlijks in kaart brengen van de aard en omvang van de verslaafden en dak- en thuislozen, zodat ontwikkelingen van deze groepen kunnen worden gevolgd. De volgende onderzoeksvragen kunnen worden onderscheiden: Wat is de aard en omvang van de zichtbare harddrugsverslaafden in Enschede? Wat is de aard en omvang van de dak- en thuislozen in Enschede? Wat is de aard en omvang van de zichtbare alcoholisten in Enschede? In hoeverre maken de doelgroepen gebruik van de voor­zieningen?
Opzet onderzoek:
Bij elke meting worden gegevens verzameld uit de registraties van politie, verslavingszorg, maatschappelijke opvang, geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg. Op basis hiervan worden beschrijvingen gegeven van de personen waarmee deze instellingen contact hebben. Daarnaast worden omvangschattingen gemaakt. Bovendien worden de ontwikkelingen over de jaren weergegeven.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize
naar boven
Monitor coffeeshopbeleid Rotterdam
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
Op 1 oktober 2007 is 'Het Rotterdamse coffeeshopbeleid 2007' in werking getreden. Centraal in het nieuwe coffeeshopbeleid staat de ontmoediging van het softdrugsgebruik. Een belangrijke beleidswijziging van het Rotterdamse coffeeshopbeleid 2007 betreft de invoering van een afstandcriterium voor bestaande coffeeshops ten opzichte van instellingen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. De gemeente Rotterdam wil inzicht krijgen in de resultaten van het nieuwe coffeeshopbeleid. Zij heeft onderzoeks- en adviesbureau intraval opdracht gegeven het Rotterdamse coffeeshopbeleid te monitoren. Er dient hiervoor eerst een nulmeting te worden uitgevoerd, gevolgd door een jaarlijkse vervolgmeting.
Opzet onderzoek:
Er zijn drie hoofdonderwerpen waarvan de behaalde resultaten worden onderzocht: softdrugsgebruik onder jongeren; aanbod softdrugs; en (drugs)overlast. 1. Voor het meten van de prevalentie van softdrugsgebruik onder jongeren en de verkrijgbaarheid van softdrugs wordt gebruik gemaakt van een enquête onder een representatieve steekproef van schoolgaande jongeren in Rotterdam en een enquête onder kwetsbare niet-schoolgaande jongeren, zoals zwerfjongeren, jongeren met spijbelgedrag en vroegtijdige schoolverlaters. 2. Bronnen die gebruikt worden voor informatie over het aanbod van softdrugs in Rotterdam zijn: een inventarisatie van de coffeeshops in Rotterdam; registratiegegevens van de politie over het illegale aanbod van softdrugs; en een enquête onder (schoolgaande en niet-schoolgaande) jongeren. 3. Bronnen voor informatie over (drugs)overlast in Rotterdam zijn: een enquête onder bewoners rondom coffeeshops; een enquête onder passanten in de omgeving van coffeeshops; en registratiegegevens van de politie.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. R. Nijkamp, drs. F. Schaap, drs. J. Snippe
naar boven
Evaluatie gebruikersruimte Enschede
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
Medio 2005 wordt in Enschede een gebruikersruimte voor drugsverslaafden geopend aan de Ripperdastraat. Daarnaast is een voorziening voor alcoholisten naar deze locatie verplaatst. Verder is het de bedoeling de medische verstrekking van heroïne hier te vestigen wanneer de financiering daarvoor wordt gerealiseerd. Met de instelling van de gebruikersruimte en de andere voorzieningen trachten gemeente en hulpverlening alle relevante belangen te beschermen. In de eerste plaats is dat het zoveel mogelijk tegengaan en verminderen van de overlast voor de bewoners c.q. omwonenden van de locatie aan de Ripperdastraat en de overige locaties waar de doelgroep zich regelmatig ophoudt. Daarnaast moet door het instellen van de gebruikersruimte de gezondheidssituatie van de harddrugsverslaafden (pashouders) worden bevorderd, evenals het doorverwijzen van de harddrugsverslaafden naar de hulpverlening. Tevens moet hierdoor de door hen veroorzaakte overlast en criminaliteit teruggedrongen worden. De gemeente wil door middel van een evaluatie-onderzoek weten of de verwachte effecten zich ook daadwerkelijk voordoen. Uit de doelstellingen vallen de volgende onderzoeksvragen af te leiden:
  • Wat is de aard en omvang van de criminaliteit en overlast voorafgaande aan en na instelling van de gebruikersruimte?
  • Hoe is de gezondheids- en leefsituatie van de pashouders voorafgaande aan en na instelling van de gebruikersruimte?
  • Welke veranderingen doen zich voor in de overlast en criminaliteit van de pashouders voorafgaande aan en na instelling van de gebruikersruimte?
  • In hoeverre vindt er bij de pashouders doorverwijzing plaats naar de hulpverlening?
Opzet onderzoek:
Voor een goede evaluatie is het van belang dat gegevens worden verkregen over de situatie voorafgaande aan de opening (nulmeting c.q. voormeting) en na de opening (nameting). Voorafgaande aan beide metingen zal een gesprek plaatsvinden met vertegenwoordigers van de Federatie Centrumondernemers en de belangenvereniging Binnenstadsbewoners. Naast het ondervragen van de verslaafden die gebruik maken van de gebruikersruimte (de pashouders) worden tevens medewerkers van betrokken instellingen geïnterviewd. Verder worden registratiegegevens van Tactus, politie en gemeente verzameld.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. S. Biesma, drs. J. Snippe, drs. A. Kruize, drs. C. Ogier
naar boven
Monitor drugsverslaafden en dak- en thuislozen Apeldoorn
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
De monitor is onderdeel In het kader van het Programma Vermaatschappelijking, waarbij het 'verminderen van dak- en thuislozen' prioriteit heeft gekregen. Het doel van de monitor is het gedurende meerdere jaren (vanaf 2004) in kaart brengen van de aard en omvang van de dak- en thuislozen in Apeldoorn, zodat ontwikkelingen (onder andere in aantallen) van deze groep in kaart worden gebracht. Gezien de overlap tussen de dak- en thuislozen en de harddrugsverslaafden wordt ook deze laatste groep in beeld gebracht en gevolgd.
Opzet onderzoek:
Om meer inzicht te krijgen in het aantal dak- en thuislozen en harddrugsverslaafden in Apeldoorn is, in het kader van een doelgroepenanalyse in 2000, verschillende instanties om gegevens uit hun registraties gevraagd. Bureau INTRAVAL heeft destijds op basis van registraties van politie, verslavingszorg en maatschappelijke opvang omvangschattingen en algemene beschrijvingen van deze doelgroepen voor de jaren 1997-1999 gemaakt. De opzet van de monitor is vergelijkbaar met de eerste aanzet uit de doelgroepenanalyse. Wel kunnen aan de instanties waarbij gegevens worden verzameld nog bronnen toegevoegd, zoals de sociale dienst in verband met het al dan niet verstrekken van een uitkering. Bovendien worden meer gegevens verzameld, met name over kenmerken en hulpvraag van de leden van de doelgroepen, dan in 2000. Ook kunnen gegevens van de politie inzicht geven in overlastlocaties en aard van de delicten.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. S. Biesma, drs. A. Kruize, drs. M. Boendermaker, drs. R. Nijkamp
naar boven
Monitor dak- en thuislozen, drugsverslaafden en alcoholisten in Almelo
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
In opdracht van de gemeente Almelo heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL in 2005 een inventarisatie uitgevoerd naar de aard en omvang van harddrugsverslaafden, zichtbare alcoholisten en dak- en thuislozen. In het kader van deze doelgroepenanalyse zijn in 2005 verschillende instanties gevraagd om gegevens uit hun registraties over 2004. De gemeente Almelo heeft INTRAVAL vervolgens in 2007 gevraagd deze gegevens te verzamelen over 2005 en 2006. Aan de hand van deze nieuwe gegevens kunnen de ontwikkelingen in de doelgroep in de afgelopen jaren in beeld worden gebracht.
Opzet onderzoek:
Opzet onderzoek: De opzet van deze monitor is vergelijkbaar met de eerste aanzet uit de doelgroepenanalyse. Wel hebben in de afgelopen twee jaar enkele verschuivingen plaatsgevonden in hulpverlening aan de doelgroep.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. A. Kruize, drs. M. van Zwieten, drs. M. Boendermaker, drs. M. Hofman
naar boven
Monitor dak- en thuislozen, drugsverslaafden en alcoholisten Hengelo
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
In opdracht van de gemeente Hengelo heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL in 2005 een inventarisatie uitgevoerd naar de aard en omvang van harddrugsverslaafden, zichtbare alcoholisten en dak- en thuislozen. In het kader van deze doelgroepenanalyse zijn in 2005 verschillende instanties gevraagd om gegevens uit hun registraties over 2004. De gemeente Hengelo heeft INTRAVAL vervolgens in 2007 gevraagd deze gegevens te verzamelen over 2005 en 2006. Aan de hand van deze nieuwe gegevens kunnen de ontwikkelingen in de doelgroep in de afgelopen jaren in beeld worden gebracht.
Opzet onderzoek:
Opzet onderzoek: De opzet van deze monitor is vergelijkbaar met de eerste aanzet uit de doelgroepenanalyse. Wel hebben in de afgelopen twee jaar enkele verschuivingen plaatsgevonden in hulpverlening aan de doelgroep.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. A. Kruize, drs. M. van Zwieten, drs. M. Boendermaker, drs. M. Hofman
naar boven
Preventieve doorlichting woningcorporaties
Opdrachtgever:
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)
Vraag- en doelstelling:
Het ministerie van VROM heeft bureau intraval gevraagd de woningcorporatiesector in Nederland preventief door te lichten. Het doel van het onderzoek naar de woningcorporaties is tweeledig. Enerzijds gaat het om een doorlichting van de sector om kwetsbare plekken en risico’s in kaart te brengen die het infiltreren van de georganiseerde misdaad in die sector zouden kunnen faciliteren. Anderzijds gaat het om een analyse van de strategische en tactische mogelijkheden de illegale activiteiten binnen de sector te bestrijden met de daarbij behorende juridische aspecten.
Opzet onderzoek:
Het onderzoek is onderverdeeld in twee delen. Het eerste deel van het onderzoek is gericht op een inventarisatie van de sector en van de problematiek waar de woningcorporatiesector mee te maken heeft. Het tweede gedeelte van het onderzoek bestaat uit de feitelijke doorlichting van de sector op (kwetsbaarheden voor) criminele infiltratie en een verkenning van de effectiviteit en mogelijkheden van controle en handhaving.
Onderzoekers:
Drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, mr. N. Tromp, G. Wolters BSc
naar boven
Pilot nazorg detentie Enschede
Opdrachtgever:
Gemeente Enschede
Looptijd: maart 2009 – juli 2009
Vraag- en doelstelling:
Jaarlijks verlaat ongeveer 600 tot 700 keer een inwoner van Enschede een penitentiaire inrichting. De gemeente Enschede wil dat er voor deze ex-gedetineerden sluitende zorg (te beginnen met onderdak) wordt geregeld. De gemeente wil graag meer inzicht in de nazorg na detentie die momenteel in Enschede al dan niet wordt uitgevoerd. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) biedt gemeenten de mogelijkheid digitaal informatie te ontvangen over onder andere de datum waarop een gedetineerde die afkomstig is uit de eigen gemeente in vrijheid wordt gesteld. Om deze digitale informatie te kunnen ontvangen heeft de gemeente een protocol te ondertekenen, het Protocol Digitaal Platform Aansluiting Nazorg. Dit is een webportaal bestaande uit een deel met achtergrondinformatie, een netwerkdatabank, publicaties, richtlijnen en discussiefora.

De pilot dient in ieder geval op de volgende vragen antwoord te geven: Kloppen de gegevens die via het digitale platform worden aangeleverd? Was de gedetineerde voor zijn/haar detentie al bekend bij de gemeente en/of hulpverlenende instellingen in Enschede? Hoe was de situatie van de gedetineerde voor detentie wat betreft woonsituatie, leefsituatie, financiële situatie, werk en hulpverlening? Heeft de gedetineerde tijdens detentie bepaalde programma's gevolgd of in bepaalde trajecten gezeten? Wat is de situatie van de gedetineerde tijdens detentie volgens de medewerkers maatschappelijke dienstverlening (MMD-ers)? Hoe is de situatie van de gedetineerde direct na detentie en een half jaar na detentie wat betreft woonsituatie, leefsituatie, financiële situatie, werk, identiteitspapieren en hulpverlening? Hoe verloopt de koppeling van melding detentie en het verstrekken van een uitkering?
Opzet onderzoek:
Het onderzoek betreft een pilot van drie maanden en zal betrekking hebben op ongeveer 150 personen die in het derde kwartaal van 2008 zijn vrij gekomen. Hierdoor kan ook gekeken worden hoe de situatie een half jaar na invrijheidstelling is. Van deze personen zal worden nagegaan hoe hun situatie voorafgaande aan, tijdens en na de detentie is. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van registratiegegevens (MMD, hulpverlenende instanties, politie). Om de bevindingen op grond van de registratiegegevens te duiden en te controleren worden gesprekken gevoerd met medewerkers van instellingen die betrokken zijn bij de nazorg detentie zoals reclasseringsmedewerkers, betrokken medewerkers van gemeentelijke diensten zoals de sociale dienst en medewerkers van hulpverlenende instellingen. In deze gesprekken wordt onder andere ingegaan op het verloop van de nazorg, de ontwikkelingen hierin, de eventuele knelpunten die zich voordoen en het verloop van de samenwerking.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. S. Biesma, drs. A. Kruize, drs. M. van Zwieten
naar boven
Literatuurstudie drugsoverlast
Opdrachtgever:
WODC, ministerie van Justitie
Looptijd: januari 2009 – maart 2009
Vraag- en doelstelling:
Op 6 maart 2008 heeft in de Tweede Kamer een plenair debat plaatsgevonden over het Nederlandse drugsbeleid. De ministers van VWS, Justitie en BZK hebben tijdens dit debat aan de Kamer toegezegd een nieuwe nota over het drugsbeleid op te stellen. Deze zal in 2009 aan de Kamer worden toegezonden. Als voorbereiding op deze nieuwe drugsnota is door de ministers aan het Trimbos-instituut en het WODC gevraagd een evaluatie uit te voeren. Onderdeel van de evaluatie is het beschrijven van de ontwikkelingen in de drugsoverlast sinds 1995. Dit onderdeel, een literatuurstudie, wordt in opdracht van het WODC door Intraval uitgevoerd.

De centrale probleemstelling van de literatuurstudie luidt als volgt: Welke drugsoverlast komt voor in Nederlandse gemeenten, hoe pakken gemeenten deze overlast aan en in hoeverre zijn de doelstellingen bereikt? De daarbij onderscheiden onderzoeksvragen zijn onder andere de volgende: Wat is bekend over de aard van drugsoverlast in Nederland? Wat zijn volgens voorhanden onderzoek kenmerken van de veroorzakers van de overlast? Welke maatschappelijke of economische gevolgen zijn bekend van drugsoverlast? Hoe is de drugsoverlast aangepakt? Welke doelstellingen werden gesteld bij de aanpak van drugsoverlast? Wat is bekend over de aard en de aanpak van de drugsoverlast in andere landen?
Opzet onderzoek:
Het verzamelen en analyseren van de beschikbare (wetenschappelijke) literatuur vormen de centrale activiteiten van het onderzoek. Naast (inter)nationale publicaties worden ook lokale documenten verzameld, onder andere via landelijke en internationale databases en zoekmachines. Voor het beschrijven van de landelijke situatie ten aanzien van ontwikkelingen in drugsoverlast wordt onder andere gebruik gemaakt van de monitor drugsoverlast (1996-2002) en van de Politiemonitor en de Veiligheidsmonitor. Specifiek voor coffeeshops wordt informatie gehaald uit de (twee)jaarlijkse coffeeshopmonitor. Waar effectstudies voorhanden zijn wordt een causale conclusie getrokken over de effectiviteit van de gevolgde aanpak. Er worden evenwel weinig effectstudies verwacht op dit terrein. Er zal vaak alleen een uitspraak gedaan kunnen worden over de vraag of de situatie conform doelstelling is.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. S. Biesma, drs. J. Snippe, A. Beelen MSc
naar boven
Preventieve criminaliteitsdoorlichting gemeente X
Opdrachtgever:
Directie Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding
Vraag- en doelstelling:
De Directie Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding heeft intraval opdracht gegeven een gemeente in Nederland door te lichten om de risico’s of kwetsbaarheden voor het doordringen van georganiseerde criminaliteit in kaart te brengen. In overleg met het betrokken lokale bestuur wordt vervolgens aan de hand van de uitkomsten van die doorlichting besproken hoe die risico’s (of kwetsbaarheden) voor georganiseerde criminaliteit in het geselecteerde gebied kunnen worden verkleind door midden van een bestuurlijke en preventieve aanpak.
Opzet onderzoek:
Het onderzoek is onderverdeeld in twee delen. Het eerste deel van het onderzoek is gericht op de inventarisatie van de kennis en ervaring in de gemeente X wat betreft de georganiseerde criminaliteit in deze gemeente. In het tweede gedeelte van het onderzoek vindt de daadwerkelijke doorlichting plaats: een analyse van de beschikbare informatie met betrekking tot (kwetsbaarheden voor) georganiseerde criminaliteit. Voor de beantwoording van de onderzoeksvragen vinden diverse onderzoeksactiviteiten plaats, waaronder een documentstudie, interviews met sleutelinformanten en een analyse van dossiers en gegevensbestanden.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, mr. N. Tromp, drs. M. van Zwieten
naar boven
Preventieve maatregelen horizontale fraude
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
In het Actieplan Veilig Ondernemen 3 van het Nationaal Platvorm is onder andere het project financieel-economische criminaliteit opgezet. Met dit project wordt beoogd om burgers en bedrijven weerbaarder en bewuster van hun eigen mogelijkheden te maken om te voorkomen dat ze slachtoffer worden van oplichting (horizontale fraude). Het WODC heeft intraval opdracht gegeven om onder meer te onderzoeken: welke soorten horizontale fraude een gevaar vormen voor het Nederlandse bedrijfsleven; welke preventieve maatregelen hiertegen kunnen worden genomen; en wat bedrijven zelf kunnen doen om horizontale fraude te voorkomen.
Opzet onderzoek:
Begonnen wordt met een definitiestudie. De definitie(s) worden met behulp van de Delphi methode voorgelegd aan deskundigen. Daarnaast zal een uitgebreidere literatuurstudie plaatsvinden om meer inzicht te krijgen in de aard en omvang van horizontale fraude. De inventarisatie van preventieve maatregelen vindt plaats aan de hand van de literatuurstudie en gesprekken met sleutelinformanten. Tot slot zal een praktijktoets van de opgestelde maatregelen plaatsvinden door middel van focusgroepen met stakeholders.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, mr. N. Tromp, drs. M. van Zwieten (INTRAVAL),
E. de Bie (De Bie Onderzoek en Advies)
naar boven
Advies Overlast Groningen
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
Door een gezamenlijke inzet van politie, gemeente, corporaties, instellingen voor verslavingszorg, maatschappelijke opvang en jeugd- en jongerenwerk zal de onveiligheid en overlast in de Oude Wijken van Groningen moeten worden teruggebracht. Om deze verbeterslag te maken wil de gemeente met betrokken partijen duidelijke afspraken maken over het aanpakken van de onveiligheid en de overlastsituaties. In opdracht van de gemeente Groningen wordt door INTRAVAL allereerst een probleemanalyse uitgevoerd. Vervolgens worden aandachtspunten geformuleerd voor het opstellen van een concreet maatregelenpakket voor het succesvol aanpakken van de onveiligheids- en overlastproblematiek in de Oude Wijken in Groningen.
Opzet onderzoek:
Allereerst vindt een probleemanalyse plaats waarin wordt nagegaan waar sprake is van onveiligheid en overlast en hoe en door wie dit wordt veroorzaakt. Hiervoor zullen diverse bestaande documenten en beschikbare gegevens van gemeente, politie en overige betrokken organisaties worden verzameld en geanalyseerd. Tevens worden (groeps)gesprekken met medewerkers en vertegenwoordigers van de betrokken partijen gevoerd. In de tweede fase van het onderzoek worden werksessies gehouden met vertegenwoordigers van de verschillende betrokken partijen. Tijdens de werksessies wordt aan de hand van de notitie over de probleemanalyse gesproken over de huidige situatie, de activiteiten met goede (en minder goede) resultaten in de afgelopen jaren en de aandachtspunten voor het opstellen van concrete maatregelen. Het geheel wordt afgerond met een concreet maatregelenpakket.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. A. Kruize, drs. M. van Zwieten, A. Beelen MSc
naar boven
Thermometer Binnenstad Groningen
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
De gemeente Groningen wil meer inzicht in de effecten van het inzetten van het Beheerteam Binnenstad (BTB). Periodiek wordt voor alle taken van het BTB gemeten wat de gebruikers van de binnenstad (bewoners, bezoekers en ondernemers) vinden van de inzet van het BTB. Hiervoor heeft onderzoeksbureau INTRAVAL in opdracht van de Dienst RO/EZ in 1998 een Thermometer Binnenstad ontwikkeld, die in september 1998 voor de eerste keer is afgenomen en als nulmeting kan worden beschouwd. Vanaf 1998 wordt de Thermometer jaarlijks afgenomen, waardoor ontwikkelingen kunnen worden vastgesteld.
Opzet onderzoek:
Per meting worden 750 gebruikers van de binnenstad geënquêteerd: 150 bewoners; 150 dagbezoekers; 150 winkeliers; 150 avondbezoekers; en 150 horeca-ondernemers. Het meetinstrument bestaat uit een vragenlijst waarin vragen zijn opgenomen die uiteenlopende informatie geven over een aantal onderwerpen, zoals verkeer, parkeren, onderhoud, toezicht, sfeer en veiligheid. De antwoorden van de respondenten op samenhangende vragen worden omgezet naar indicatorscores waardoor in één oogopslag kan worden gezien of een significant verschil is opgetreden in vergelijking met de voorgaande metingen. Tevens worden trendanalyses uitgevoerd.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize
naar boven
Monitor Veelplegers Twente 2008
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
Bij diverse organisaties is het thema veelplegers een van de speerpunten van beleid. Ook in het kader van het Grote Steden Beleid (GSB) is er aandacht voor veelplegers. Voor een goede beleidsvorming en -uitvoering van deze doelgroep is een goed inzicht in de veelplegers in Twente essentieel. De regiegroep veelplegers/het Arrondissementaal Juridisch Beraad (AJB) wil een tactische c.q. strategische analyse van de aard en omvang van de door veelplegers gepleegde criminaliteit, hun detentieverleden en achtergrond (verslaafd, dak- of thuisloos), uitgesplitst naar vier doelgroepen: zeer actieve meerderjarige veelplegers; actieve meerderjarige veelplegers; jeugdige meerplegers; en jeugdige veelplegers. De regiegroep veelplegers/het AJB heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven voor het monitoren van de (zeer actieve) veelplegers en de jeugdige meer- en veelplegers in Twente. De monitor bestaat uit een basis- c.q. nulmeting (2004) en jaarlijkse vervolgmetingen van de (zeer) actieve veelplegers in de regio Twente, met name de gemeenten Enschede, Almelo en Hengelo. Door de jaarlijkse herhaling kunnen de ontwikkelingen worden vastgesteld. Tevens worden jaarlijkse cohorten gevolgd.
Opzet onderzoek:
Om de onderzoeksvragen te beantwoorden is begonnen met het bestuderen van relevante literatuur en reeds aanwezige gegevens over (zeer actieve) veelplegers. De kern wordt gevormd door de verzamelde registratie­gegevens van (zeer actieve) veelplegers over: gepleegde misdrijven bekend bij de politie; gemaakte overtredingen bekend bij justitie; het strafblad bij JustID; het detentieverleden bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI); de (reclasserings)contacten bij Tactus Verslavingszorg, Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering Nederland (RN), Raad voor de Kinderbescherming; en de dak- of thuisloosheid bij SHODT. Daarnaast zijn voor 2005, 2006 en 2007 gegevens opgevraagd bij Mediant (geestelijke gezondheidszorg).
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. A. Kruize, drs. M. van Zwieten
naar boven
Evaluatie Cameratoezicht Utrecht
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
Het College van B&W in Utrecht wil doorgaan met cameratoezicht op plekken waar dit echt nodig is, maar stoppen met cameratoezicht op plekken waar toezicht niet meer nodig is. Zij wil antwoord op de vraag of door het cameratoezicht de openbare orde problematiek in het cameragebied in Utrecht is verminderd en in hoeverre het cameratoezicht daarvoor een doeltreffend (effectief) en efficiënt (doelmatig) instrument is.
Opzet onderzoek:
In interviews met beleidsmakers wordt nagegaan met welk doel de camera’s destijds zijn geplaatst, welke verwachtingen zij hiervan hadden en in hoeverre deze verwachtingen zijn waargemaakt. Verder wordt voor een procesevaluatie gesproken met personen die bij de uitvoering van het cameratoezicht zijn betrokken over de nut en noodzaak van cameratoezicht: onder welke omstandigheden cameratoezicht werkt en wanneer niet; de rol van de verschillende gebruikers van het systeem; de problemen of incidenten die met cameratoezicht zijn opgelost; en welke problemen zich voor zullen doen als er geen cameratoezicht meer is. Verder worden enquêtes afgenomen onder bewoners, ondernemers en bezoekers van het cameragebeid in de binnenstad. Voor het ontwikkelen van de vragenlijst worden focusgroepen gehouden.
Onderzoekers:
drs. J. Snippe, drs. F. Schaap, drs. B. Bieleman
naar boven
Voorstudie evaluatie ISD
Opdrachtgever:
WODC, ministerie van justitie
Looptijd: september 2008 - januari 2009
Vraag- en doelstelling:
Het ministerie van Justitie wil de effectiviteit van de Inrichting voor Stelselmatige Daders laten onderzoeken. Het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum (WODC) van het ministerie van Justitie zal deze effectevaluatie begeleiden. Het WODC onderzoekt momenteel de mogelijkheden van een onderzoeksdesign op minimaal quasi-experimenteel niveau. Voor een dergelijk onderzoek is een of meerdere controlegroep(en) noodzakelijk. In het geval van de ISD zou deze moeten bestaan uit personen die wel in aanmerking komen voor de ISD-maatregel, maar deze niet opgelegd hebben gekregen.

Het WODC heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven een vooronderzoek uit te voeren ten behoeve van de effectevaluatie. Het vooronderzoek dient uit te zoeken waar personen die als controlegroep kunnen fungeren te vinden zijn, hoeveel het er zijn, en hoe ze benaderd kunnen worden.
Opzet onderzoek:
Het gaat in dit onderzoek om het in kaart brengen van potentiële controlepersonen voor de effectevaluatie van de ISD in een quasi-experimenteel design. De controlepersonen dienen binnen bepaalde marges op relevante initiële kenmerken overeen te komen met de interventiegroep, in dit geval de personen met een ISD-maatregel. Daartoe worden allereerst reeds uitgevoerde studies naar de doelgroep van de ISD en mogelijke controlegroepen geanalyseerd. Tevens wordt zo veel mogelijk schriftelijke informatie verzameld over potentiële controlegroepen.

Om meer zicht te krijgen op de via de deskresearch onderscheiden potentiële controlegroepen worden gesprekken (telefonisch en mondeling) gevoerd met diverse betrokkenen bij deze doelgroepen. Het gaat hierbij om medewerkers van het Openbaar Ministerie (OM, veelplegersofficieren), reclasserings­werkers, procesmanagers en andere relevante betrokken actoren. Beloftevolle potentiële controlegroepen worden zo mogelijk op locatie bezocht. Betrokken medewerkers van deze locaties worden ter plekke geïnterviewd. Van alle potentiële controlegroepen worden zo veel mogelijk registratiegegevens verzameld. Hierbij moet worden gedacht aan lokale veelplegerbestanden en bestanden van voorzieningen waar potentiële controlegroepen verblijven. Met de verzamelde gegevens wordt getracht te beoordelen in hoeverre van een daadwerkelijke controlegroep sprake is, door een vergelijking te maken met de kenmerken van ISD-ers.
Onderzoekers:
drs. S. Biesma, drs. B. Bieleman
naar boven
Monitor veelplegers Twente verdiepingsonderzoek
Opdrachtgever:
Regiegroep veelplegers/AJB
Vraag- en doelstelling:
De regiegroep veelplegers heeft aangegeven graag meer inzicht te willen krijgen in de effecten van de veelplegeraanpak. Daarnaast wil de regiegroep graag onderzocht hebben of de groep volwassen veelplegers uitgesplitst kan worden in verschillende subgroepen, aangezien het nu om een vrij grote en diffuse groep gaat.
Opzet onderzoek:
De verdieping zal zich richten op de zeer actieve veelplegers, terwijl het onderdeel waarin een onderscheid wordt gemaakt naar subgroepen zich zal richten op veelplegers. Om beter zicht te krijgen op de effectiviteit van de veelplegeraanpak wordt (meer) informatie verzameld over de door de zeer actieve veelplegers gevolgde trajecten en de afspraken die over hen worden gemaakt in het casusoverleg. Naast het verzamelen van informatie uit registratiesystemen van de betrokken instellingen, worden tevens enkele gesprekken gevoerd met de bij de aanpak betrokken instellingen. Aan de hand van verdere analyses en in overleg met de opdrachtgever wordt bepaald welke subgroepen veelplegers er zullen worden onderscheiden en nader worden beschreven.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. M. van Zwieten, drs. A. Kruize, drs. J. Snippe
naar boven
Evaluatie cameratoezicht Heerlen Centrum
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
Eind 2003 wordt in Heerlen-Centrum cameratoezicht ingevoerd. INTRAVAL heeft in opdracht van de gemeente Heerlen voor en na de invoering van het cameratoezicht onderzoek gedaan om te bepalen of de leefbaarheid en de veiligheid in het cameragebied is toegenomen. Vervolgens heeft de gemeente Heerlen INTRAVAL gevraagd vier jaar na invoering van het cameratoezicht opnieuw een meting te verrichten.
Opzet onderzoek:
De opzet van deze meting is gelijk aan de nul- en éénmeting. De kern van het onderzoek bestaat uit een enquête onder bewoners, bezoekers en ondernemers in het cameragebied. De metingen onder de direct betrokkenen worden aange­vuld met registratiegegevens van politie en het meldpunt overlast. Daarnaast worden om inzicht te krijgen in de praktische uitvoering van het cameratoezicht (groeps)interviews gehouden met medewerkers van politie, gemeente en Openbaar Ministerie.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. A. Kruize, drs. R. Nijkamp
naar boven
Voorstudie drugshandel Venlo
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
De bestrijding van de (zware) criminaliteit is één van de ambities van het College van B&W van de gemeente Venlo bij de start van Hektor. Zware vormen van criminaliteit zijn aangepakt, maar doordat het rechercheteam zich conform het projectplan heeft gericht op de middencriminaliteit valt de bestrijding van grootschalige handel in softdrugs deels buiten de aanpak en mogelijkheden van Hektor. Bovendien bestaat de indruk dat in en rond Venlo in toenemende mate een vermenging optreedt met de handel in harddrugs. De gemeente Venlo heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven een verkenning uit te voeren naar de handel in softdrugs in Venlo. Het doel van dit onderzoek is het inzichtelijk maken van de aard, omvang en ontwikkeling van de softdrugshandel in en rond Venlo en een bijdrage te leveren aan het zo effectief mogelijk optreden tegen deze illegale handel.
Opzet onderzoek:
Allereerst wordt een verkenning uitgevoerd van beschikbaar onderzoeksmateriaal waarmee de vraag naar de ontwikkelingen in de handel in softdrugs in en rond Venlo zich de afgelopen jaren (sinds 2001) heeft ontwikkeld. Vervolgens worden zaakdossiers geselecteerd en bestudeerd en interviews gehouden met experts.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. M. van Zwieten
naar boven
Metingen overlast De Cocon Hilversum
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
Aan de Hilversumse Neuweg wordt de huisvesting van sociaal pension Cocon gerealiseerd. De komst van een sociaal pension met een passantenverblijf (nachtopvang) en ongeveer 30 woningen voor begeleid wonen, waarin personen op gang worden geholpen naar een reguliere wooncarrière, leidt bij omwonenden tot grote ongerustheid over de toekomstige leefbaarheid en veiligheid van de buurt. Binnen een straal van ongeveer 300 meter rond de Neuweg zijn in de buurt reeds diverse sociaal maatschappelijke instellingen gevestigd die zich op specifieke doelgroepen richten, zoals een crisisopvang, een jongerencentrum en een psychiatrisch centrum voor de geestelijke gezondheidszorg. Door deze aanvullende voorziening vrezen de bewoners voor een toename van de overlast, criminaliteit en verloedering van de buurt. De gemeente wil door het laten uitvoeren van extern onderzoek inzicht in de ontwikkelingen van overlast en veiligheid in de buurt na vestiging van De Cocon.
Opzet onderzoek:
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek bestaat uit een herhaalde enquête onder de bewoners in de omliggende straten van De Cocon. Zij zullen in de maand voorafgaande aan de opening en enige tijd later worden ondervraagd. Dit wordt aangevuld met informatie uit registraties van de politie en gesprekken met sleutelinformanten.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. R. Nijkamp, drs. M. Haayer, drs. F. Schaap
naar boven
Voorstudie recidivemonitor Nederland
Opdrachtgever:
Vraag- en doelstelling:
Om een goed beeld te verkrijgen van de criminele carrières van natuurlijke personen en de effecten van strafrechtelijke interventies, heeft het WODC van het ministerie van Justitie de Recidivemonitor ontwikkeld. De tevredenheid over de toepassingsmogelijkheden van de gegevens in de Recidivemonitor voor natuurlijke personen, in combinatie met de vaststelling dat in Nederland in een aanzienlijk aantal zaken rechtspersonen zijn betrokken bij criminele handelingen, heeft ertoe geleid dat het WODC ook wil kunnen beschikken over een Recidivemonitor voor rechtspersonen. Het WODC heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven een verkenning uit te voeren vanuit het strafrecht inzake de recidive van bedrijven en instellingen. Het doel van deze verkenning is te komen tot een overzicht van beschikbare bronnen die van dienst kunnen zijn in het vullen van de - nog te ontwikkelen - Recidivemonitor Bedrijven en Instellingen (RBI). Deze verkenning moet duidelijk maken in hoeverre het systematisch en geautomatiseerd verzamelen en koppelen van data ten behoeve van de RBI tot de mogelijkheden behoort.
Opzet onderzoek:
Bij aanvang van dit onderzoek levert het WODC 50 zaken aan van bedrijven en instellingen die strafrechtelijk zijn vervolgd. Van deze bedrijven en instellingen moeten kenmerken worden vastgelegd die van nut zijn voor de te ontwikkelen recidivemonitor.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, mr. N. Tromp, drs. M. Haaijer
naar boven
   
Monitor veelplegers Twente verdiepingsonderzoek
Opdrachtgever:
Regiegroep veelplegers/AJB
Vraag- en doelstelling:
De regiegroep veelplegers heeft aangegeven graag meer inzicht te willen krijgen in de effecten van de veelplegeraanpak. Daarnaast wil de regiegroep graag onderzocht hebben of de groep volwassen veelplegers uitgesplitst kan worden in verschillende subgroepen, aangezien het nu om een vrij grote en diffuse groep gaat.
Opzet onderzoek:
De verdieping zal zich richten op de zeer actieve veelplegers, terwijl het onderdeel waarin een onderscheid wordt gemaakt naar subgroepen zich zal richten op veelplegers. Om beter zicht te krijgen op de effectiviteit van de veelplegeraanpak wordt (meer) informatie verzameld over de door de zeer actieve veelplegers gevolgde trajecten en de afspraken die over hen worden gemaakt in het casusoverleg. Naast het verzamelen van informatie uit registratiesystemen van de betrokken instellingen, worden tevens enkele gesprekken gevoerd met de bij de aanpak betrokken instellingen. Aan de hand van verdere analyses en in overleg met de opdrachtgever wordt bepaald welke subgroepen veelplegers er zullen worden onderscheiden en nader worden beschreven.
Onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. M. van Zwieten, drs. A. Kruize, drs. J. Snippe
naar boven
Onderzoek cameratoezicht Binnenstad Utrecht
opdrachtgever:
vraag en doelstelling:
Om te kunnen bepalen of cameratoezicht in de Utrechtse binnenstad nodig blijft, voert INTRAVAL een onderzoek uit naar het cameratoezicht. Dit onderzoek heeft de volgende doelstellingen: het bieden van inzicht voor het driehoeksoverleg en de gemeenteraad over waar het cameratoezicht in de binnenstad van Utrecht staat en het leveren van indicaties voor het nemen van een besluit over de verlenging; het leveren van een bijdrag aan het instrumentarium ten behoeve van beoordeling van nut en noodzaak van cameratoezicht, ook elders in de stad.
opzet onderzoek:
Allereerst wordt gereconstrueerd welke beleidsveronderstellingen ten grondslag liggen aan de invoering van het cameratoezicht. Vervolgens vindt er een procesevaluatie plaats met als doel te onderzoeken hoe de camera's in de praktijk worden gebruikt en of zij geschikt zijn voor het doel waarvoor zij worden ingezet. Daatnaa worden gebruikers van het cameragebied ondervraagd over de situatie in het cameragebied en hun verwachtingen van het cameratoezicht. Ten slotte zullen gegevens uit registraties worden verzameld en geanalyseerd.
onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. A. Kruize, drs. M. Hoorn
naar boven
Onderzoek achtergronden bij aangiften van bedreiging
opdrachtgever:
vraag en doelstelling:
De centrale vraag luidt: wat is de werkelijkheid achter de aangiften van bedreiging en op welke wijze wordt deze werkelijkheid weergegeven in de processen-verbaal van bedreiging? Het doel van het onderzoek is om door middel van fenomeenanalyse hierin inzicht te krijgen. Met het onderzoek wordt een bijdrage geleverd aan de vermeerdering van kennis over het fenomeen bedreiging van burgers. Tevens zal het onderzoek direct bijdragen aan een verhoging van het rendement van verbalisering en strafvervolging terzake van bedreiging van burgers en indirect aan een toename van het vertrouwen van slachtoffers in de afdoening van aangiften van bedreiging.
opzet onderzoek:
Begonnen wordt met het bestuderen van relevante literatuur en overige documenten, aangevuld met een cijfermatige inventarisatie en een aantal interviews met professionals. Vervolgens wordt in twee politieregio's een analyse gemaakt van een steekproef van aangiften van bedreiging. Dan volgen interviews met slachtoffers om de aard en achtergronden van bedreigingen te analyseren. De daarmee verkregen informatie wordt vergeleken met de weergave van de aard en achtergronden in de processen-verbaal. Tot slot worden de resultaten ter validatie voorgelegd aan een panel van professionals.
onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. M. van Zwieten, drs. R. van der Stoep, mr. N. Tromp (INTRAVAL), Prof. dr. W. de Haan, Dr. J. Nijboer (Vakgroep Strafrecht en Criminologie, RuG)
naar boven
Evaluatie cameratoezicht Hoensbroek-Centrum en Heerlerheide in Heerlen
opdrachtgever:
vraag en doelstelling:
In navolging van het cameratoezicht in Heerlen-Centrum heeft de gemeente Heerlen besloten cameratoezicht in te voeren in de beide winkelcentra Hoensbroek-Centrum en Heerlerheide, terwijl tevens enkele camera's worden geplaatst in de straten Heisterberg en Akerstraat-Noord in Hoensbroek. De gemeente Heerlen heeft INTRAVAL opdracht gegeven de evaluatie van het cameratoezicht een nul- en een éénmeting uit te voeren. De onderzoeksvraag voor de resultaatmeting van het cameratoezicht in Hoensbroek en Heerlerheide is: Zijn na de invoering van het cameratoezicht de leefbaarheid en de veiligheid in de cameragebieden in Hoensbroek verbeterd?
opzet onderzoek:
Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen dienen periodiek en op systematische wijze de ontwikkelingen in de veiligheidsbeleving en de criminaliteit en leefbaarheid in de onmiddellijke omgeving van het cameragebied te worden gevolgd. Tijdens de nul- en éénmetingen worden enquêtes afgenomen onder omwonenden, winkeliers en bezoekers in de cameragebieden. Tevens worden tijdens de éénmeting interviews gehouden met medewerkers van betrokkenen organisaties. Daarnaast worden registratiegegevens van de politie en het meldpunt opgevraagd.
onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. A. Kruize, drs. C. Ogier
naar boven
Inventarisatie naleefniveau rookvrije horeca
opdrachtgever:
vraag en doelstelling:
De Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) wil graag meer inzicht in het naleefniveau van de regels voor de rookvrije horeca die per 1 juli 2008 van kracht zijn.
opzet onderzoek:
Om inzicht te krijgen in het naleefniveau van de regels voor de rookvrije horeca zijn eind 2008 – begin 2009 in 25 gemeenten ruim 600 horecagelegenheden (cafés en discotheken; restaurants; cafetaria’s en snackbars; sportkantines; kunst en cultuur; en hotels en recreatie) bezocht. Het gaat om een representatieve steekproef waarbij rekening is gehouden met: de spreiding over Nederland; het aantal inwoners per provincie; en de gemeentegrootte. Tijdens het bezoek is geobserveerd of er aanwijzingen zijn dat er wordt gerookt en of er een aparte rookruimte is ingericht.
onderzoekers:
drs. A. Kruize, A. Beelen MSc, drs. M. Haaijer, drs. B. Bieleman
naar boven
Evaluatie Advies en Steunpunt Huiselijk Geweld Fryslân
opdrachtgever:
Gemeente Leeuwarden
Looptijd: augustus 2008 - januari 2009
vraag en doelstelling:

Medio 2007, anderhalf jaar na de start van het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld Fryslân, heeft de Gemeente Leeuwarden INTRAVAL opdracht gegeven een evaluatie van het Advies- en Steunpunt uit te voeren. Medio 2008 heeft de gemeente behoefte aan een herhalings­onderzoek. De gemeente wil graag eenzelfde evaluatie van het Advies- en Steunpunt als in 2007 heeft plaatsgevonden, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de knelpunten die in 2007 naar voren zijn gekomen.

De centrale vraagsteling van de evaluatie luidt als volgt: Zijn de in de beleidsnotitie huiselijk geweld genoemde punten ten aanzien van het functioneren van het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld Fryslân gerealiseerd? Indien dit niet het geval is: wat zijn de knelpunten en hoe kunnen deze worden opgelost?

opzet onderzoek:
De onderzoeksvraag betreft voornamelijk een procesevaluatie. De onderzoeksopzet daarbij bestaat uit drie onderdelen. Begonnen wordt met deskresearch, waarbij relevante literatuur, nota’s, verslagen en overige documenten en openbare bronnen met betrekking tot het functioneren van het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld worden bestudeerd. Vervolgens worden registratiegegevens van het Advies- en Steunpunt opgevraagd en geanalyseerd. Tevens worden (telefonische) interviews gehouden met medewerkers van zowel de frontoffice als de backoffice. Het gaat hierbij om medewerkers van het Kernpartnersoverleg en de Stuurgroep Ketenaanpak Huiselijk Geweld, de coördinator van het Advies- en Steunpunt, vertegenwoordigers en/of begeleiders van de zes werkgroepen van het project Eerste hulp bij huiselijk geweld, de coördinatoren van de sociale teams en gemeentelijke beleidsmedewerkers. Aan de orde komen de aard en omvang van de ketenpartners, de verwachtingen van de keten­partners, de frequentie en wijze waarop er contact plaatsvindt, de beoordeling van het contact tussen de frontoffice en de backoffice, knelpunten in de samenwerking en eventuele mogelijkheden tot verbetering.
onderzoekers:
drs. S. Biesma, drs. M. van Zwieten, mr. N. Tromp, drs. B. Bieleman
naar boven
Nalevingsmonitor rookvrije werkplek
opdrachtgever:
vraag en doelstelling:
In opdracht van de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) voert INTRAVAL de Nalevingsmonitor rookvrije werkplek uit. Het doel van deze monitor is om tweejaarlijks het naleefniveau en de naleefmotieven (betreffende de rookvrije werkplek) binnen verschillende bedrijfstakken vast te stellen. Het naleefniveau wordt bepaald aan de hand van de bedrijfsbezoeken (uitgevoerd door de VWA), terwijl de naleefmotieven aan de hand van telefonische enquêtes (uitgevoerd door INTRAVAL) worden bepaald. De onderzoeksvragen van de monitor zijn: Wat is het naleefniveau voor de genoemde wetgeving van bedrijven binnen verschillende bedrijfstakken en bedrijfsgrootten? Wat zijn de naleefmotieven voor de genoemde wetgeving van de bedrijven binnen verschillende bedrijfstakken en bedrijfsgrootten? Welke naleefmotieven zijn van invloed op het naleefniveau?
opzet onderzoek:
Er worden ruim 2.000 bedrijven verdeeld over 14 sectoren en drie bedrijfsgrootten (5 t/m 9 werknemers, 10 t/m 99 werknemers en 100 of meer werknemers) telefonisch geënquêteerd. In de vragenlijst wordt onder andere ingegaan op de invoering en handhaving van het rookbeleid.
onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize, drs. M. Haaijer, A. Beelen MSc
naar boven
Ondersteunende activiteiten gemeente Apeldoorn
opdrachtgever:
vraag en doelstelling:
De gemeente Apeldoorn heeft INTRAVAL gevraagd gedurende meerdere jaren de gemeente te ondersteunen bij meerdere werkzaamheden. De werkzaamheden sluiten aan bij de (inhoudelijke) expertise van INTRAVAL en betreffen bijvoorbeeld diverse aspecten omtrent Omnizorg, Preventieve Woonbegeleiding, de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz), de verslavingszorg, maatschappelijke opvang en de jeugdzorg.
onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. S. Biesma, drs. A. Kruize
naar boven
Monitor huiselijk geweld Twente
opdrachtgever:
vraag en doelstelling:
De dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van de gemeente Enschede heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven een monitor op te zetten voor huiselijk geweld in de regio Twente. In het kader van het Grote Steden Beleid 2005-2009 is onder meer aandacht voor huiselijk geweld, met name voor de geregistreerde daders en slachtoffers hiervan. Voor een goede beleidsvorming, -uitvoering en evaluatie van de aanpak is een goed inzicht in de daders van huiselijk geweld in de gemeenten in Twente essentieel. Zij willen periodiek inzicht in aantallen daders en slachtoffers, in hun achtergrondkenmerken (leeftijd, geslacht, verslaving, woonsituatie) en eerste meldingen (first offenders) en recidive.
opzet onderzoek:
Eerst wordt begonnen met desk-research. Vervolgens worden contacten gelegd met de kernisntellingen in Twente die met huiselijk geweld te maken hebben. Met deze instellingen worden gesprekken gevoerd en registratiegegevens verzameld, zodat de aard en omvang van het geregistreerde huiselijk geweld in Twente kan worden nagegaan, evenals de afhandeling van de aangemelde gevallen van huiselijk geweld.
onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. S. Biesma, drs. J. Snippe, drs. A. Kruize, drs. C. Ogier
naar boven
Inventarisatie hokken en keten in de regio Gelderse Vallei
opdrachtgever:
Gemeente Scherpenzeel
Looptijd: september 2008 - januari 2009
vraag- en doelstelling:
Op basis van een regionale verkenning van sociale vraagstukken die spelen in de regio De Vallei, is een aantal speerpunten benoemd. Eén daarvan is de alcoholproblematiek onder jongeren. De regio is dan ook bezig met het ontwikkelen van een integraal alcoholbeleidsplan voor de periode 2008-2011. Bij dit plan zijn de zogenoemde Valleigemeenten (gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen), Woudenberg en Renswoude betrokken. Om tot een goed onderbouwd beleidsplan te komen is onder andere voorgesteld een onderzoek naar hokken en keten in de regio uit te voeren. Aangezien een dergelijk onderzoek onlangs al in Barneveld en Ede heeft plaatsgevonden, hoeven de hokken en keten daar niet meer te worden geïnventariseerd.

De hoofdvraag luidt: Wat is de aard en omvang van de hokken en keten in de gemeenten Nijkerk, Renswoude, Scherpenzeel, Wageningen en Woudenberg? Aspecten die daarbij aan de orde komen zijn het aantal hokken en keten, de kenmerken van deze keten, de kenmerken van de bezoekers en de activiteiten die in en rond de keten plaatsvinden.
opzet onderzoek:
Om de aard en omvang van de hokken en keten in de gemeenten vast te stellen, worden gesprekken gevoerd met betrokkenen en worden de hokken en keten zelf opgezocht. Zo mogelijk zullen ter plaatse gesprekken met bezoekers en/of beheerders van de hokken en keten plaatsvinden. In de vijf betrokken gemeenten worden medewerkers van de gemeente, het jeugd- en jongerenwerk en de politie geïnterviewd. Naast de locaties van de hokken en keten wordt gevraagd naar kenmerken als vorm (caravan, schuur, aanbouw), grootte, bezoekers (aantal, leeftijd, geslacht), alcoholgebruik, overlast, vrijetijdsbesteding, mogelijke alternatieven voor hokken- en ketenbezoek en dergelijke. Op basis van de door de betrokkenen genoemde locaties van hokken en keten en het raadplegen van internetsites, worden deze hokken en keten bezocht. Er wordt van zoveel mogelijk hokken en keten via observaties in kaart gebracht hoe en waar ze gevestigd zijn. Tevens wordt geprobeerd contact te leggen en gesprekken te voeren met de eventuele bewoners van het erf waarop de hokken en keten geplaatst zijn of de beheerders van de hokken en keten. Naast observaties en gesprekken met bewoners c.q. beheerders van de hokken en keten worden ook de bezoekers van de hokken en keten benaderd.
onderzoekers:
A. Beelen MSc, drs. B. Bieleman, drs. S. Biesma, drs. M. Haaijer, drs. A. Kruize
naar boven
Onderzoek Pilotprojecten campussen
opdrachtgever:
vraag- en doelstelling:
Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten vormen in Nederland een belangrijk probleem. Van de niet schoolgaande en niet werkende jongeren worden 12.000 tot 14.000 als een probleemgroep gezien. Zij gaan niet naar school, hebben geen baan of startkwalificatie, ontvangen geen uitkering en zijn ook niet op zoek naar werk of scholing. Een aantal ministeries (Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Justitie; en Volksgezondheid, Welzijn en Sport) heeft gezamenlijk een bedrag van tien miljoen euro vrijgemaakt om te investeren in praktijk­initiatieven van gemeenten en andere lokale/regionale project­uitvoerders voor deze jongeren. In opdracht van het ministerie van Jeugd en Gezin evalueert onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL de pilotprojecten campussen, die zijn gestart in de gemeenten Amsterdam, Deventer, Rotterdam en Tilburg. Daarnaast is in 2008 een pilotproject in Friesland gestart en is besloten het defensieproject De Uitdaging te continueren. Alle negen projecten zijn gericht op het afronden van een (reguliere) opleiding en het toeleiden naar (regulier) werk.
opzet onderzoek:
Het onderzoek omvat drie onderdelen, namelijk het achterhalen van de beleidsveronderstellingen, een effectevaluatie en een procesevaluatie. De beleidsveronderstellingen vormen het analysekader van de evaluatie en worden achterhaald aan de hand van een literatuurstudie en interviews met beleidsmakers van de verschillende betrokken ministeries. De effectevaluatie bestaat uit een quasi-experimentele onderzoeksopzet. Dit betekent dat onderscheid gemaakt wordt in een experimentele groep en een controlegroep, waarbij meerdere metingen worden gehouden. Ten behoeve van de effectevaluatie houden de pilotprojecten bovendien registratie­gegevens van de jongeren bij. Naast de effectevaluatie wordt tevens een procesevaluatie uitgevoerd om informatie te verzamelen over de voorbereiding, de werkprocessen en de feitelijke uitvoering van de pilotprojecten. Hiervoor zijn en worden op verschillende momenten gesprekken gevoerd met de projectleiders, medewerkers en partner­instellingen. Om vast te stellen in hoeverre de deelnemers en de opzet van de pilotprojecten afwijken van bestaande projecten, is voor een vergelijking tevens de doelgroep en de inhoud van bestaande projecten voor niet-participerende jongeren in kaart gebracht.
onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. M. Boendermaker, drs. M. Hofman, drs. J. Snippe
naar boven
Inventarisatie gemeentelijk beleid ten aanzien van hokken en keten
opdrachtgever:
vraag- en doelstelling:
De Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) wil graag meer inzicht in de manier waarop gemeenten met het fenomeen hokken en keten omgaan. Weten gemeenten of in hun gemeente hokken en keten aanwezig zijn en hebben zij een beleid ten aanzien van hokken en keten?
opzet onderzoek:
Om inzicht te krijgen in het gemeentelijk beleid ten aanzien van hokken en keten zullen van alle 443 gemeenten in Nederland de betrokken ambtenaren worden benaderd voor het afnemen van een korte telefonische enquête, bestaande uit een beperkt aantal vragen. In de enquête zal worden gevraagd of de gemeente een beleid heeft opgesteld ten aanzien van hokken en keten en zo ja wat dit beleid inhoudt. Tevens zal worden gevraagd of volgens de ambtenaar hokken en keten in de gemeente aanwezig zijn.
onderzoekers:
drs. A. Kruize, drs. B. Bieleman
naar boven
Dataverzameling Huis voor de Sport Groningen
opdrachtgever:
Huis voor de Sport Groningen
vraag- en doelstelling:
Huis voor de Sport Groningen wil graag, in het kader van het project Bslim, meer inzicht in de sportdeelname, sportbehoefte en sportmogelijkheden in de wijken: Selwerd/Paddepoel/Tuinwijk; Vinkhuizen; Hoogkerk; Corpus den Hoorn Noord; en Wijert Noord.
opzet onderzoek:
Huis voor de sport heeft zelf de vragenlijsten opgesteld en uitgezet. INTRAVAL heeft vervolgens de vragenlijsten verwerkt en de resultaten per wijk weergegeven in een beknopte notitie.
onderzoekers:
drs. A. Kruize, drs. M. Haaijer
naar boven
Jongeren met zware meervoudige problematiek Enschede 2007
opdrachtgever:
Gemeente Enschede, DMO
vraag- en doelstelling:
De gemeente Enschede is bezig om in samenspraak met de betrokken partners integrale begeleiding en hulpverlening voor jongeren met meervoudige problematiek te realiseren. Voor een goede aanpak van c.q. hulpverlening aan deze jongeren is inzicht in de aard en omvang van deze doelgroep noodzakelijk. De Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Enschede heeft INTRAVAL opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren naar aantallen en algemene kenmerken van de doelgroep jongeren met zware meervoudige problematiek in Enschede. Jongeren met zware meervoudige problematiek zijn jongeren die problemen hebben op ten minste drie van de volgende negen leefgebieden: wonen; werk; onderwijs/scholing; financiën/schulden; gezondheid/welzijn; relaties; recreatie/vrije tijd; zorg/hulpverlening; en politie/justitie/gedwongen kader.
opzet onderzoek:
Om meer inzicht te krijgen in het aantal geregistreerde jongeren met zware meervoudige problematiek in Enschede is verschillende instanties gevraagd om gegevens uit hun registraties. De gegevens hebben betrekking op jongeren tussen de 12 en 23 jaar, woonachtig in Enschede, die in 2007 op enig moment bij de instellingen ingeschreven hebben gestaan. De registratiebeheerders van de instanties is gevraagd om de idents (de eerste twee letters van de achternaam en de geboortedatum), de achtergrond­kenmerken, de problematiek, de hulpvraag en de verleende hulp aan jongeren.
onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. M. van Zwieten
naar boven
Effectstudie VMBO Carrousel Noord-Nederland
opdrachtgever:
vraag- en doelstelling:
Vmbo-scholen en instellingen in onder meer de sectoren Zorg en Welzijn bieden vmbo-leerlingen een beroepsoriëntatie onder de titel vmbo Carrousel. Leerlingen bezoeken de instellingen om zich te oriënteren op de sector, de beroepen en de opleidingsmogelijkheden. Hierdoor zouden ze een realistischer beeld moeten krijgen van de sectoren, de sfeer kunnen proeven en vervolgens een gemotiveerde keuze kunnen maken voor beroep en opleiding. De probleemstelling van deze effectstudie luidt als volgt: heeft de vmbo Carrousel effect op de keuze van vmbo-leerlingen voor het volgen van een opleiding in het mbo en op de uitval en het switchgedrag?
opzet onderzoek:
Om een betrouwbaar beeld te verkrijgen van de effecten van de vmbo Carrousel, is er sprake van een experimentele opzet met een voor- en nameting en een experimentele - en een controle groep. De experimentele groep bestaat uit deelnemers aan het Carrousel tijdens schooljaar 2006-2007 en tijdens schooljaar 2007-2008. Alle geënquêteerde leerlingen worden in het kader van de evaluatie de komende jaren gevolgd op het mbo. Daarnaast zal een controlegroep worden geselecteerd van mbo-leerlingen die niet aan een Carrousel hebben deelgenomen.
onderzoekers:
drs. J. Snippe, drs. M. Hofman, drs. B. Bieleman
naar boven
Monitor tabaksverstrekking jongeren
opdrachtgever:
vraag- en doelstelling:
Om inzicht te krijgen in de naleving van de leeftijdsgrens van 16 jaar uit de Tabakswet voert INTRAVAL in opdracht van de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) een monitor uit. Hiervoor vinden periodiek (tweejaarlijks) metingen plaats onder jongeren en tabaks­verstrekkers. Tot dusverre hebben metingen plaatsgevonden in 1999, 2001, 2003 en 2005. In het najaar van 2007 wordt een nieuwe meting uitgevoerd. De onderzoeksvragen van de monitor luiden als volgt: in hoeverre kunnen jongeren beneden de 16 jaar tabaksproducten verkrijgen in horecagelegenheden, tabaksspeciaalzaken, pompstations en levens­middelen­zaken? Op welke wijze en in welke mate wordt de leeftijdsgrens van 16 jaar gehandhaafd door horecagelegenheden, tabaksspeciaalzaken, pompstations en levens­middelenzaken? In hoeverre zijn er veranderingen opgetreden tussen de verschillende jaren?
opzet onderzoek:
Per meting wordt onder minimaal 1.000 jongeren van 13 tot en met 15 jaar een telefonische enquête afgenomen. In de telefonische enquête wordt gevraagd naar hun rookgedrag, hun feitelijk koopgedrag en reacties daarop bij het (proberen te) verkrijgen van tabaksproducten in de verschillende soorten ondernemingen. Daarnaast worden 400 leidinggevenden geïnterviewd van tabaksspeciaalzaken, pompstations, levensmiddelenzaken, cafés en discotheken. In het interview met de leidinggevenden wordt ingegaan op het verkoopgedrag en de controlemaatregelen.
onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize
naar boven
Onderzoek gezinscoachingsprojecten Rotterdam
opdrachtgever:
vraag- en doelstelling:
De gemeente Rotterdam wil inzicht in de resultaten van intensieve gezinscoachingsprojecten (IBAG, VIG, GAAF en Gezinskracht). Het doel van het onderzoek is in kaart te brengen wat de meetbare veranderingen in risico- en beschermende factoren binnen problematische opvoedingssituaties zijn. Het gaat hierbij om resultaten van de interventie gericht op ouders en kinderen.
opzet onderzoek:
Het is een retrospectief onderzoek. Er wordt aan de hand van dossiers gekeken naar de interventie van de gezinscoaches en de resultaten die zijn behaald tijdens het interventietraject. Voorafgaand aan het onderzoek is steekproefsgewijs nagegaan of de dossiers beschikbaar zijn en volledig. Nagegaan wordt hoe de situatie van de gezinnen is minimaal een jaar na beëindiging van het traject. Hiervoor wordt bij de gezinnen, meestal de moeder, een korte vragenlijst afgenomen.
onderzoekers:
drs. J. Snippe, drs. A. Kruize, drs. F. Schaap, drs. M. Haaijer, drs. B. Bieleman
naar boven
Evaluatieonderzoek intensief casemanagement Marokkaanse jongeren Rotterdam
opdrachtgever:
vraag- en doelstelling:
De gemeente Rotterdam wil door het laten uitvoeren van een evaluatieonderzoek inzicht krijgen in de effectiviteit van het Intensief Casemanagement voor Marokkaanse jongeren. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van informatie over de effectiviteit van de aanpak en het aanslaan ervan bij de doelgroep. Daarnaast dient het onderzoek inzicht te geven in de gehanteerde methodieken, gevolgd door aanbevelingen voor de toekomst.
opzet onderzoek:
In interviews met beleidsmakers wordt nagegaan welke - vaak impliciete - aannames zijn gemaakt bij het formuleren van beleid over de aanpak van Marokkaanse jongeren en het opstellen van de projectplannen. Naast het expliciteren van de beleidstheorie wordt voor een procesevaluatie gesproken met personen (onder meer DOSA-regisseurs en casemanagers) die bij de uitvoering van het Intensief casemanagement zijn betrokken. De effectevaluatie kent een experimenteel design met de Marokkaanse jongeren die het Intensief Casemanagement volgen als experimentele groep en vergelijkbare Marokkaanse jongeren die de controlegroep vormen. Onder beide groepen vinden metingen plaats (nulmeting en uitstroommeting). Na de uitstroom wordt aan de hand van registraties nagegaan of jongeren al dan niet terugvallen.
onderzoekers:
drs. J. Snippe, drs. M. Boendermaker, drs. F. Schaap, drs. M. Haaijer, A. Beelen MSc, drs. B. Bieleman
naar boven
Meten veiligheid rondom VO-scholen Emmen
opdrachtgever:
vraag- en doelstelling:
In het kader van het Grotestedenbeleid wil de gemeente Emmen graag weten op welke wijze de veiligheid rondom scholen voor voortgezet onderwijs kan worden gemeeten voor de periode 2005-2009.
opzet onderzoek:
Vastgesteld moet worden wat onder veiligheid rondom scholen moet worden verstaan en welke indicatoren de veiligheid rondom scholen kan worden gemeten. Hiervoor worden naast het uitvoeren van deskresearch tevens enkele interviews gehouden met medewerkers van gemeenten en politie. Voor het meten van indicatoren wordt gebruik gemaakt van registratiegegevens van de politie. Deze worden aangevuld met observaties door concierges en toezichthouders en een enquête onder leerlingen.
onderzoekers:
drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. M. van Zwieten
naar boven
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.