INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Alcoholverstrekking aan jongeren
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (21 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 4    Samenvatting
Om inzicht te krijgen in de naleving van de leeftijdsgrenzen van 16 en 18 jaar uit de Drank- en Horecawet heeft de Keuringsdienst van Waren onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven hiernaar onderzoek te doen. Het onderzoek is op dezelfde wijze uitgevoerd als in 1999 om vergelijkingen tussen beide metingen mogelijk te maken. Hierdoor is een begin gemaakt met het periodiek meten, monitoren, van de handhaving van de leeftijdsgrenzen.
4.1 Onderzoeksopzet
In 2001 is de groep onderzochte jongeren in vergelijking met 1999 uitgebreid met 13-jarigen. Er is in 2001 een telefonische enquête afgenomen onder meer dan 3.000 jongeren van 13 tot en met 17 jaar in ruim 25 gemeenten verspreid over Nederland. In 1999 is dit gebeurd bij ruim 2.000 jongeren van 14 tot en met 17 jaar. In een kort gesprek (5 - 10 minuten) is hen gevraagd naar feitelijk gedrag en de reacties daarop bij het verkrijgen van alcohol in horecagelegenheden, slijterijen en levensmiddelenzaken.
Daarnaast zijn in 2001 in de betreffende 25 gemeenten bij twee cafés/discotheken, twee snackbars, twee sportkantines of instellingen voor sociaal-cultureel werk (tezamen de horeca vormend), twee slijters en twee levensmiddelenzaken zowel een leidinggevende als een uitvoerende medewerker face-to-face geënquêteerd. In totaal is in 2001 bij 504 medewerkers een enquête afgenomen: 103 cafés/discotheken; 93 snackbars; 93 sportkantines/instellingen voor sociaal-cultureel werk; 105 slijterijen; en 110 levensmiddelenzaken. In 1999 zijn per gemeente telefonische enquêtes afgenomen bij twee horecazaken, twee slijters en twee levensmiddelenzaken, in totaal respectievelijk 49, 55 en 54 respondenten, tezamen 158 respondenten. Onderwerpen van gesprek zijn, zowel in 2001 als in 1999: het verkoopgedrag aan jongeren beneden de 16 en 18 jaar; controlemaatregelen; en knelpunten bij handhaving van de leeftijdsgrenzen.
4.2 Jongeren
In 2001 is het percentage 14- en 15-jarige jongeren dat alcoholhoudende dranken drinkt tijdens het uitgaan gestegen in vergelijking met 1999; van 67% in 1999 naar 74% in 2001. Hetzelfde geldt voor de 16- en 17-jarigen; hier is het alcoholgebruik gestegen van 87% in 1999 naar 91% in 2001. In 2001 drinken over het algemeen meer jongeren zwak-alcoholhoudende dranken (1999: 72% 14- en 15-jarigen, 72% 16-en 17-jarigen; 2001: 87% 14- en 15-jarigen, 82% 16- en 17-jarigen), terwijl het aantal sterke drank drinkende jongeren lijkt af te nemen (1999: 12% 14- en 15-jarigen, 18% 16- en 17-jarigen; 2001: 4% 14- en 15-jarigen, 6% 16- en 17-jarigen).
Er wordt jongeren in het algemeen weinig in de weg gelegd bij het kopen van alcoholhoudende dranken. Dit geldt zowel voor 1999 als voor 2001. Bijna alle jongeren die aangeven alcohol te drinken, en ook wel eens hebben geprobeerd alcoholische dranken te bestellen of te kopen, zeggen deze alcoholische drank ook te hebben gekregen.
13-jarigen
In horecagelegenheden heeft 98% van de 13-jarigen die zwak-alcoholhoudende dranken heeft besteld (4% van alle ondervraagden) deze ook verkregen. Bij een kwart van deze jongeren is een opmerking gemaakt. Ook de drie 13-jarigen die sterke drank hebben besteld in horecagelegenheden hebben deze gekregen. Twee van de drie hebben de sterke drank ondanks opmerkingen meegekregen.
Voor slijterijen geldt dat alle 13-jarigen die er zwak-alcoholhoudende drank wilden kopen (2% van alle ondervraagden) en alle 13-jarigen die er sterke drank wilden kopen (1% van alle ondervraagden) deze ook daadwerkelijk hebben kunnen meenemen. Bij 14% respectievelijk 40% van deze jongeren is een opmerking gemaakt, terwijl ze zwak-alcoholhoudende respectievelijk sterke drank wilden kopen.
Van de 13-jarigen die zwak-alcoholhoudende drank in een levensmiddelenzaak wilden kopen (6% van alle ondervraagden) heeft 94% deze kunnen meenemen. In 28% van de gevallen hebben deze jongeren de drank mee kunnen nemen ondanks opmerkingen. Verder blijkt dat aan alcoholhoudende dranken kopende of bestellende 13-jarigen in horecagelegenheden, slijterijen en levensmiddelenzaken slechts sporadisch is gevraagd naar een identiteitsbewijs.
   
14- en 15-jarigen
Van de in horecagelegenheden zwak-alcoholhoudende drank bestellende 14- en 15-jarigen hebben respectievelijk 96% in 1999 en 98% in 2001 deze ook verkregen (respectievelijk 19% en 24% van alle ondervraagden). Het percentage van deze jongeren dat de zwak-alcoholhoudende drank zonder opmerkingen heeft gekregen is gedaald van 94% in 1999 naar 79% in 2001. Bijna alle 14- en 15-jarigen die sterke drank hebben besteld in horecagelegenheden (respectievelijk 6% en 4% van alle ondervraagden) hebben deze ook gekregen. Het merendeel van deze jongeren (respectievelijk 94% en 86%) heeft de sterke drank zonder opmerkingen gekregen.
Voor slijterijen geldt dat, zowel in 1999 als in 2001, drie kwart van alle 14- en 15-jarigen die er zwak-alcoholhoudende drank wilden kopen deze ook daadwerkelijk heeft kunnen meenemen. In 2001 is bij ongeveer een kwart van deze jongeren een opmerking gemaakt. Bij de 14- en 15-jarigen die sterke drank wilden kopen in een slijterij (respectievelijk 4% en 2% van alle ondervraagden) is een lichte daling te zien in het percentage jongeren dat de sterke drank ook echt heeft kunnen meenemen (van 86% in 1999 naar 73% in 2001). Ook hier is in 2001 bij ongeveer een kwart van deze jongeren een opmerking gemaakt.
Van de 14- en 15-jarigen die zwak-alcoholhoudende drank in een levensmiddelenzaak wilden kopen heeft 79% deze in 2001 kunnen meenemen, een daling van 10% ten opzichte van 1999. In 2001 is bij ongeveer een vijfde van deze jongeren een opmerking gemaakt. Ook hier blijkt dat aan alcoholhoudende dranken kopende of bestellende 14- en 15-jarigen in horecagelegenheden, slijterijen en levensmiddelenzaken weinig wordt gevraagd naar een identiteitsbewijs. Het minst vaak gebeurt dit in horecagelegenheden.
16- en 17-jarigen
In horecagelegenheden hebben bijna alle sterke drank bestellende 16- en 17-jarige jongeren, zowel in 1999 als in 2001, de sterke drank ook daadwerkelijk gekregen. Hiervan heeft respectievelijk 96% en 98% de sterke drank zonder opmerkingen gekregen. In slijterijen heeft in 2001 85% van de sterke drank bestellende 16- en 17-jarigen deze drank ook daadwerkelijk gekregen. Dit is een lichte daling ten opzichte van 1999 toen nog 94% de sterke drank heeft meegekregen. In 2001 is bij 15% van deze jongeren een opmerking gemaakt. Zowel in horecagelegenheden als in slijterijen is slechts een enkele keer gevraagd naar een identiteitsbewijs.
4.3 Ondernemingen
Een minderheid van de medewerkers van ondernemingen is op de hoogte van het verschil tussen zwak-alcoholhoudende en sterke drank. Van de respondenten weet ongeveer 43% in 1999 en 34% in 2001 het juiste alcoholpercentage te noemen dat de grens bepaalt. Zowel in 1999 als in 2001 zijn de slijters het best op de hoogte van het grenspercentage van 15% voor zwak-alcoholhoudende en sterke drank (respectievelijk 70% en 60%). De medewerkers zijn over het algemeen bekend met de verschillende minimumleeftijden voor het schenken of verkopen van zwak-alcoholhoudende dranken en sterke drank. In beide jaren zegt ongeveer twee derde van de respondenten zich hieraan te houden.
Leeftijdscontrole
De leeftijdscontrole vindt volgens ongeveer een kwart van de horeca-ondervraagden in 1999 reeds aan de deur plaats, terwijl dit in 2001 in 6% van de horecaondernemingen wordt gedaan. Terwijl de controle in 1999 in twee vijfde van de horecagelegenheden wordt gedaan door aan de bar de leeftijd te vragen, vindt deze controle in 2001 voornamelijk plaats doordat het personeel een leeftijdsinschatting van de klanten maakt (52%). In beide jaren wordt volgens een derde van de horecarespondenten aan de bar de leeftijd gecontroleerd door naar een identiteitsbewijs te vragen. In slijterijen en levensmiddelenzaken wordt vrijwel uitsluitend aan de kassa op leeftijd gecontroleerd. Dit gebeurt door het inschatten van de leeftijd van een klant, door naar de leeftijd van de klant te vragen of door het laten tonen van een identiteitsbewijs.
Redenen leeftijdscontrole
Het merendeel van de ondervraagden vindt de leeftijdscontrole bij de verkoop van alcohol belangrijk, met name de horeca-ondervraagden en slijters. Zowel in 1999 als in 2001 zegt het merendeel (88% in 1999 en 89% in 2001 van de horecagelegenheden; respectievelijk 91% en 98% van de slijters; en 84% respectievelijk 91% van de levensmiddelenzaken) van de ondervraagden (die personeel in dienst heeft dat alcohol verkoopt en/of schenkt) dat zij het personeel instrueren over de wijze waarop zij dienen om te gaan met de leeftijdsgrenzen uit de Drank- en Horecawet. Volgens deze leidinggevenden is, zowel in 1999 als in 2001, de belangrijkste reden voor het personeel om de instructies met betrekking tot de leeftijdsgrenzen op te volgen het feit dat dit nu eenmaal de regel van de zaak is. Verder denken de leidinggevenden, in 2001 meer dan in 1999, dat hun personeel zich aan de leeftijdscontrole houdt vanuit hun maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel: in 2001 29% van de horecarespondenten, 43% van de slijters en 34% van de respondenten van levensmiddelenzaken tegenover 3%, 20% respectievelijk 13% in 1999.
In vergelijking met 1999, is in 2001 een vaker genoemde reden voor het personeel om zich niet te houden aan de instructies met betrekking tot de leeftijdsgrenzen dat jongeren zelf wel kunnen bepalen wat goed voor ze is. In 2001 noemt 10% van de horecaondernemingen deze reden, tegenover 5% in 1999. Door 11% van de slijterijen wordt deze reden in 2001 genoemd tegenover 2% in 1999. Van de levensmiddelenzaken geeft 25% in 2001 en 10% in 1999 deze reden. Met name de respondenten van levensmiddelenzaken geven aan dat het zich houden aan de leeftijdsgrenzen bij de verkoop van alcohol moeilijk is. Dit geldt zowel voor 1999 (57%) als voor 2001 (68%). In 1999 worden als belangrijkste knelpunten genoemd dat de leeftijd van jongeren moeilijk is in te schatten en dat jongeren de grenzen niet accepteren. Ook in 2001 vinden de respondenten dat de leeftijd moeilijk is in te schatten. Verder is de angst voor agressie van jongeren een veelgenoemde reden die handhaving van de leeftijdsgrenzen bemoeilijkt.
Subcategorieën horeca
Terwijl in 1999 uitsluitend medewerkers van cafés en discotheken zijn geënquêteerd, zijn in 2001 medewerkers van drie subcategorieën horecagelegenheden geënquêteerd: cafés/discotheken; snackbars/cafetaria's; en instellingen voor sociaal-cultureel werk/sportkantines. Er zijn enkele verschillen tussen de drie subcategorieën geconstateerd.
In vergelijking met respondenten die werkzaam zijn in cafés/discotheken (16%) en instellingen voor sociaal-cultureel werk/sportkantines (19%), weten minder ondervraagden van snackbars/cafetaria's (5%) de exacte grens tussen zwak-alcoholhoudende en sterke drank te noemen. Hoewel de meerderheid van de ondervraagde medewerkers zegt zich aan de gestelde leeftijdsgrenzen te houden, wordt dit door minder medewerkers van cafés/discotheken (60%) gezegd dan door medewerkers van snackbars/cafetaria's (78%) en instellingen voor sociaal-cultureel werk/sportkantines (83%). Tenslotte zeggen met name de ondervraagden van cafés/discotheken (44%) bij het schenken of verkopen van alcohol problemen te ondervinden met de handhaving van de leeftijdsgrenzen tegenover 26% van de snackbars/cafetaria's en 21% van de instellingen voor sociaal-cultureel werk/sportkantines.
Uitvoerenden-leidinggevenden
In de meting van 2001 zijn zowel leidinggevenden als uitvoerenden van ondernemingen ondervraagd. De resultaten laten geen noemenswaardige verschillen tussen leidinggevenden en uitvoerenden zien.
4.4 Jongeren versus ondernemingen
In deze paragraaf wordt per categorie onderneming een vergelijking gemaakt tussen de antwoorden van de jongeren en de ondernemingen in 2001.
Horeca
Uit de resultaten van 2001 blijkt dat van de uitgaande 13-jarigen 39% wel eens alcohol drinkt. Van de uitgaande 14- en 15-jarigen drinkt 74%, en van de uitgaande 16- en 17-jarigen 91% wel eens alcohol. Het merendeel van deze 16- en 17-jarigen drinkt zwak-alcoholhoudende dranken. Ongeveer 18% van hen drinkt wel eens sterke drank. Van de horecaondernemingen zegt 60% zich altijd aan de leeftijdsgrenzen van 16 en 18 jaar te houden bij de verkoop van drank. Dit betekent dat in de overige ondernemingen de jongeren wel aan alcoholhoudende dranken kunnen komen. Een andere reden voor het feit dat jongeren aan alcoholhoudende dranken kunnen komen zou de manier van leeftijdscontrole kunnen zijn. In de horeca wordt nog veelvuldig gebruik gemaakt van het inschatten van de leeftijd (52%) en het vragen van de leeftijd (32%). Hierdoor is het voor jongeren mogelijk om ondanks opmerkingen van het horecapersoneel toch alcoholhoudende dranken te verkrijgen. Verder komt naar voren dat horecaondernemingen die aangeven problemen te hebben met het handhaven van de leeftijdsgrenzen, het vooral moeilijk vinden om de leeftijd te schatten (59%) en door drukte vaak geen tijd hebben voor controle (50%). Ook hierdoor kunnen jongeren verhoudingsgewijs gemakkelijk alcoholhoudende dranken verkrijgen.
Het blijkt dat jongeren over het algemeen de alcoholhoudende dranken die ze bestellen of proberen te kopen ook krijgen. Volgens de jongeren worden er soms opmerkingen gemaakt als ze alcoholhoudende dranken bestellen of proberen te kopen. In enkele gevallen wordt er volgens hen naar een identiteitsbewijs gevraagd. Volgens 31% van de horecaondernemingen wordt er echter gevraagd naar een identiteitsbewijs bij de bar en 21% zegt dat dit bij de kassa is gebeurd.
Slijterijen
Van de 13-jarigen zegt 3% dat ze wel eens alcoholhoudende dranken hebben geprobeerd te kopen bij een slijterij. Bij de 14- en 15-jarigen, en de 16- en 17-jarigen is dit 7% respectievelijk 20%. Van de 20% 16- en 17-jarigen die hebben geprobeerd alcoholhoudende dranken bij een slijterij te kopen, heeft 39% wel eens sterke drank geprobeerd te kopen. Drie kwart (76%) van de slijters zegt echter zich altijd aan de leeftijdsgrenzen te houden.
Het lijkt voor jongeren moeilijker te zijn om aan alcohol te komen bij een slijter dan in een horecagelegenheid. Dit kan te maken hebben met het feit dat 79% van de slijters aangeeft op leeftijd te controleren door te vragen naar een identiteitsbewijs en in mindere mate door het vragen aan de kassa (37%) en het inschatten van de leeftijd (28%). Toch blijkt dat het merendeel van de jongeren die alcoholhoudende dranken heeft kunnen kopen bij een slijter hierbij geen opmerkingen heeft gekregen. Als er echter een opmerking is gemaakt dan werd redelijk vaak naar een identiteitsbewijs gevraagd. Het vragen naar een identiteitsbewijs wil overigens niet zeggen dat de drank dan niet werd meegegeven.
Het lijkt er op dat het ook voor de slijters niet makkelijk is om de leeftijdsgrenzen consequent te handhaven. Het blijkt dan ook dat ongeveer de helft (53%) van de slijters problemen heeft met de leeftijdshandhaving. Van hen geeft 40% aan moeite te hebben met het schatten van de leeftijd. Een andere belangrijke reden (40% van de slijters) is de angst voor agressie van jongeren. Blijkbaar zijn veel slijters bang dat jongeren zich agressief gaan gedragen als hen wordt gevraagd naar een identiteitsbewijs of wanneer hen het kopen van alcoholhoudende dranken wordt geweigerd.
Levensmiddelenzaken
Uit de resultaten blijkt dat in 2001 6% van de 13-jarigen wel eens heeft geprobeerd om zwak-alcoholhoudende dranken bij een levensmiddelenzaak te kopen. Hiervan heeft 94% de drank kunnen meenemen.Van de 14- en 15-jarigen heeft 18% dit wel eens geprobeerd en heeft 79% de drank ook kunnen meenemen. Van de levensmiddelenzaken geeft echter 59% aan zich altijd aan de leeftijdsgrenzen te houden. Van de levensmiddelenzaken geeft 70% aan dat er wordt gecontroleerd door te vragen naar een identiteitsbewijs. Ook het inschatten van de leeftijd (48%) wordt vaak genoemd. Daar staat tegenover dat 68% van de levensmiddelenzaken zegt problemen te hebben met het handhaven van de leeftijdsgrenzen. Van hen vindt 56% dat de leeftijd moeilijk is in te schatten en 20% dat de leeftijd moeilijk is te controleren. Een ander bijkomend probleem is dat 44% van de leidinggevenden van levensmiddelenzaken aangeeft dat het personeel het niet belangrijk vindt om te letten op de leeftijdsgrenzen. Een mogelijk reden hiervoor kan de relatief jonge leeftijd van het personeel in levensmiddelenzaken zijn.
4.5 Tenslotte
Uit het onderzoek komt naar voren dat in 2001 het percentage 14-15 jarige jongeren dat alcoholhoudende dranken drinkt tijdens het uitgaan is gestegen in vergelijking met 1999; van 67% in 1999 naar 74% in 2001. Hetzelfde geldt voor de 16-17 jarigen; hier is het alcoholgebruik gestegen van 87% in 1999 naar 91% in 2001. In 2001 drinken over het algemeen meer jongeren zwak-alcoholhoudende dranken dan sterke drank. Dit hangt samen met de sterk toegenomen populariteit van pre-mixen (onder andere Breezers).
Verder blijken jongeren in 2001 nog steeds gemakkelijk alcoholhoudende dranken te kunnen krijgen. Over het algemeen is de verkrijgbaarheid in de horeca het grootst. In horecagelegenheden wordt ook het vaakst door jongeren een poging gedaan om alcoholhoudende dranken te kopen. Bij levensmiddelenzaken en slijterijen is de verkrijgbaarheid lager. De 14- en 15-jarigen hebben in 2001 minder vaak alcoholhoudende drank kunnen krijgen bij levensmiddelenzaken, terwijl de 16- en 17-jarigen minder vaak sterke drank hebben kunnen krijgen bij een slijterij.
De respondenten van de ondernemingen zeggen bijna allemaal de leeftijdsgrenzen voor verkoop van alcoholhoudende dranken te kennen. Ongeveer twee derde van hen zegt zich hier ook aan te houden.
In de horeca is de meest gebruikte manier van leeftijdscontrole in 1999 het vragen aan de bar, terwijl dit in 2001 gebeurt door het inschatten van de leeftijd. In slijterijen en levensmiddelenzaken wordt, zowel in 1999 als in 2001, de leeftijd voornamelijk bij de kassa gecontroleerd. Dit gebeurt door het inschatten van de leeftijd, door de leeftijd te vragen of door te vragen naar een identiteitsbewijs. In 2001 geven meer slijterijen en levensmiddelenzaken aan op leeftijd te controleren door naar een identiteitsbewijs te vragen als in 1999. Ondanks dat meer ondernemingen naar een identiteitsbewijs vragen, worden er niet minder vaak alcoholhoudende dranken verstrekt. Ook blijkt uit de antwoorden van de jongeren dat de leeftijdscontrole door de ondernemingen, over het algemeen niet intensief is.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.