Naar de Homepage PublicatiesJeugd
 
Evaluatie Groninger Vensterscholen
PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Prijs op aanvraag: telefoon: 050 - 313 40 52
Conclusies en aanbevelingen
In een tweede samenvatting van haar proefschrift stelt Kruiter dat de vensterscholen al een heel eind op weg zijn. "Er wordt volop samengewerkt en er wordt een behoorlijk aantal activiteiten georganiseerd. Dit vindt alleen nog niet altijd zijn weerslag in meetbare resultaten, en er kan natuurlijk altijd nog wel wat verbeterd worden" (Kruiter 2002b). Alhoewel het proefschrift voornamelijk de invloed van Vensterscholen op gedragsproblemen van kinderen beschrijft, lijkt dit een adequate omschrijving van vijf jaar organiseren en evalueren.
Naarmate de Vensterschool zich ontwikkelt worden doelstellingen veranderd. Elke school past jaarlijks haar programma aan bij de ontwikkelingen, wensen en mogelijkheden van de school en haar doelgroep. Het unieke van het Vensterschoolproject is dat de scholen zelf hun invulling geven aan de ontwikkeling van de school en het opstellen van een programma.
Er zijn volop materiaal en aanknopingspunten voor evaluatieonderzoek aanwezig. In de afgelopen jaren zijn echter slechts een aantal vensterscholen op diverse terreinen en aspecten geëvalueerd. Bij de ene school is meer onderzoek gedaan dan bij de andere, met name de vensterscholen Vinkhuizen en Oosterpark zijn veelvuldig onderwerp van onderzoek geweest. Een overkoepelend evaluatieonderzoek ontbreekt vooralsnog, waardoor een gefragmenteerd en onvolledig beeld ontstaat.
Desondanks laat de literatuur een vooruitgang zien in het realiseren van enkele doelstellingen (succes experimenten, toename deelname aan activiteiten). Indirect heeft dit tot gevolg dat ook een aantal minder succesvolle (of beter: onvoldoende geëvalueerde) aspecten zichtbaar zijn geworden. Het gefragmenteerde beeld van de succes- en faalfactoren die in de voorafgaande hoofdstukken is gepresenteerd leidt tot de volgende conclusies en aanbevelingen:
  • Er bestaat nog steeds enigszins onduidelijkheid over de invullingen van de doelstellingen, de prioriteit van de doelstellingen en de (gewenste) resultaten van die doelstellingen. Voor een adequate evaluatie van het project vensterscholen en haar doelstellingen ontbreekt verder op diverse vlakken nog essentiële informatie. In deze notitie is aangegeven hoe die informatie gefaseerd kan worden verkregen. Verwacht wordt dat daarnaast onder beroepskrachten, ouders en instellingen verschillende visies over die doelstellingen en de evaluatie daarvan bestaan.
  • Prioriteit op korte termijn zijn gesprekken met sleutelinformanten. Hierdoor zal duidelijk worden wat de betrokkenen zelf onder de doelstellingen verstaan en waar de knelpunten in de praktijk liggen. Op deze manier kunnen concrete aandachtspunten en oplossingen voor verder evaluatieonderzoek beter in kaart worden gebracht. Verder moet de samenwerking een belangrijk aandachtspunt in de gesprekken zijn. In de gesprekken moet bovendien het projectplan 2002-2003 en de mogelijkheden van een evaluatie daarvan aan bod komen. Verder kunnen uit de gesprekken concretiseringen voor middenlange en lange termijnonderzoek worden gedistilleerd.
  • Verder kunnen op korte termijn zowel een aanbodanalyse als een behoeftenonderzoek van de Vensterschoolactiviteiten worden uitgevoerd.
  • Op middenlange termijn zijn vooral de resultaten van lopende projecten, zoals de projecten O&O (2001, 2002) en het 'project opvoeden en opgroeien' van belang.
  • Voor een adequaat beeld van doorverwijzing en hulpverlening zijn registraties van hulpverleningsinstellingen nodig. Deze zijn eenvoudig met de leerlingenadministratie van de Vensterscholen te vergelijken. Dit onderzoek zal jaarlijks moeten worden uitgevoerd.
  • Op lange termijn kunnen resultaten van onderwijs- en opvoedingslijnen en gedragsproblematiek worden gemeten. Het is raadzaam daarbij gebruik te maken van bestaande volg- en registratiesystemen. Een voorbeeld van een dergelijk systeem is dat van de Evaluatiegroep voor Onderwijs in Groningen. Deze beschikt jaarlijks over gegevens van zowel leerlingen in groep 4 (LVS-gegevens) als in groep 8 (Cito-eindtoetsgegevens). Een andere manier om onderwijsresultaten te meten is door aan te sluiten bij de Jeugd Onderwijsmonitor van het ministerie van OC&W. Dit is een landelijke monitor die jaarlijks gegevens registreert over prestaties, verzuim en beleving van alle leerlingen uit het basis- en voorgezet onderwijs in Nederland.
  • Door aan te sluiten bij het project Trails worden ook de effecten op sociaal-emotioneel vlak zichtbaar. Trails is een onderzoek dat gestart is in 2001 bij 10-jarigen in Groningen, Leeuwarden en Assen. Deze kinderen worden tot en met hun 24e jaar gevolgd. Kinderen worden onderzocht op hun gezondheid, sociaal-emotionele aspecten, maar ook hun IQ wordt getest. Doordat de kinderen zo lang worden gevolgd, kunnen de effecten van de Vensterschool ook op lange termijn worden vastgesteld.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.