Naar de Homepage PublicatiesJeugd
 
DOEL-bewust
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (12 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Samenvatting
Sinds eind 1997 voert de Stichting Reclassering Nederland (SRN) een experiment uit om jonge justitiabelen door middel van een alternatief traject te begeleiden. Het betreft het project Door Ondernemen Ervarend Leren, kortweg het DOEL-project genoemd. Het traject wordt begonnen met een individuele survivaltocht en afgesloten met een groepssurvival. Tussen deze twee survivaltochten zijn de jongeren 170 dagen werkzaam op een boerenbedrijf in de omgeving van 's-Hertogenbosch.
In november 2001 heeft de Stichting Reclassering Nederland, ressort 's-Hertogenbosch, onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven dit project te evalueren. Het al dan niet behalen van een van de belangrijkste doelstellingen van het project - het daadwerkelijk plaatsvinden van de beoogde gedragsveranderingen bij de deelnemers aan het DOEL-project - is hierbij nader onderzocht.
Opzet
Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende (reeds vastgelegde) gegevens, waaronder de vragenlijsten die zijn afgenomen door de medewerkers van het project, de voortgangsverslagen en gegevens van politie en justitie over het aantal contacten en/of begane overtredingen. Tevens hebben uitgebreide gesprekken plaatsgevonden met 28 van de 39 deelnemers die tot 1 juli 2001 zijn ingestroomd en het gehele project hebben afgerond. In de gesprekken is aandacht besteed aan de ervaringen met het project en de invloed die het project heeft gehad op het criminele en maatschappelijke gedrag (resocialisatie). Daarnaast zijn gegevens van politie (Herkenningsysteem: HKS) en justitie (penitentiaire dossiers) verzameld en geanalyseerd van de 39 deelnemers die tot 1 juli 2001 zijn ingestroomd en het gehele project hebben afgerond en een vergelijkbare groep (controlegroep) van 40 jongeren die wel zijn aangemeld voor DOEL, maar nooit hebben deelgenomen.
Resultaten
Bijna alle geïnterviewde deelnemers (26) omschrijven DOEL als zinvol en/of leerzaam. De meest genoemde argumenten hiervoor zijn: verkregen zelfinzicht/zelfreflectie en de opstap naar werk/opleiding. De deelnemers zijn vooral enthousiast over het contact met de boer en/of de survivaltrainer. De grootste tegenvallers betreffen met name de afzondering en (het ontbreken van) de nabegeleiding.
Onderwerpen die inzicht geven in eventuele veranderingen in de omgang met de omgeving en de maatschappelijke zelfhandhaving van de deelnemers zijn: woonsituatie; werk/opleiding; relaties; middelengebruik; en zelfgerapporteerde delicten. Verder laten gegevens van politie (HKS) en justitie (penitentiaire dossiers) zien in hoeverre deelnemers na deelname aan DOEL recidiveren.
Omgang omgeving/maatschappelijke zelfhandhaving
Het blijkt dat de deelnemers aan DOEL na deelname zelfstandiger zijn geworden op het gebied van wonen. Alle deelnemers beschikken over woonruimte, waarvan een groot deel een eigen woonruimte heeft. Verder is het aantal deelnemers met werk en/of een opleiding aanzienlijk toegenomen na deelname aan DOEL. Ook het aantal deelnemers dat zichzelf financieel onderhoudt met behulp van regulier loon is toegenomen. Bovendien hebben de deelnemers na deelname duidelijk een betere relatie met de mensen in hun directe omgeving dan de in periode voorafgaande aan DOEL. Daarnaast is het gebruik van soft- en harddrugs aanzienlijk afgenomen na deelname aan DOEL en is de beweegreden om alcohol te drinken nu gezelligheid in plaats van het effect van de alcohol. Tot slot geven de deelnemers zelf aan na deelname minder crimineel te zijn dan in de periode voorafgaande aan DOEL.
Recidive
Deelnemers blijken na deelname veel minder dagen in detentie te hebben doorgebracht dan in de periode voorafgaande aan DOEL. Verder plegen de deelnemers na DOEL veel minder delicten dan daarvoor en is het aantal door de deelnemers gepleegde geregistreerde delicten ook blijvend laag na hun deelname aan DOEL. Een uitzondering hierop vormt een lichte stijging van de geregistreerde vermogensdelicten in de periode van een half jaar tot een jaar na uitstroom. Van de deelnemers die al drie jaren uit het DOEL-project zijn heeft ruim de helft geen enkel delict meer gepleegd. De controlegroep laat een geringere daling zien in het aantal gepleegde delicten, waarbij een kwart van hen na drie jaar geen enkel delict heeft gepleegd.
Geconcludeerd kan worden dat deelnemers aan het DOEL-project na hun deelname minder crimineel zijn dan voor die tijd. Overigens kan niet worden uitgesloten dat ook andere factoren, zoals het krijgen van een relatie of het ouder worden, een rol spelen bij de positieve ontwikkeling van de deelnemers.
Conclusies
Allereerst kan worden vastgesteld dat de deelnemers na deelname efficiënter omgaan met de omgeving dan in de periode voorafgaande aan DOEL. Ook heeft deelname aan DOEL over het algemeen geresulteerd in een grotere maatschappelijke zelfhandhaving van de deelnemers. Daarnaast kan worden geconcludeerd dat de DOEL-deelnemers een half jaar, één jaar en drie jaren na deelname in veel mindere mate delictgedrag vertonen dan in de periode voorafgaande aan DOEL. Ten slotte lijken de verbeterde omgang met de omgeving en de maatschappelijk zelfhandhaving van de deelnemers aan DOEL stabiel te zijn over langere tijd.
Al met al kan worden geconcludeerd dat de belangrijkste doelstelling van het DOEL-project voor het grootste deel wordt gehaald. De beoogde gedragsveranderingen hebben bij het merendeel van de uitgestroomde DOEL-deelnemers daadwerkelijk plaatsgevonden.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.