Naar de Homepage PublicatiesJeugd
 
Risicojeugd in Stad
PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 5    Conclusies onderzoek
In dit hoofdstuk worden de conclusies van het onderzoek gepresenteerd. Achtereenvolgens worden de definitie van het begrip risicojongeren, de profielen en de registraties besproken.
5.1 Definitie
Zowel uit de literatuur als uit de gesprekken met sleutelinformanten blijkt dat er geen eenduidige definitie van risicojongeren bestaat. Wel zijn er overeenkomsten tussen bevindingen uit de literatuur en de genoemde omschrijvingen door de sleutelinformanten. Zo wordt zowel in de literatuur als door de sleutelinformanten aangegeven dat het gaat om jongeren die problemen hebben of disfunctioneren op het gebied van school en werk, (veelvuldig) middelen gebruiken, overlast veroorzaken, op straat rondhangen en/of in aanraking komen met de politie.
Door de informatie uit de literatuur en de gesprekken met de sleutelinformanten te combineren is in overleg met de klankbordgroep de volgende definitie van risicojongeren van 12 tot 25 jaar vastgesteld:
Risicojongeren zijn jongeren die problemen hebben op tenminste twee van de vier onderdelen betreffende de leefgebieden school/werk, gezin en vrije tijd enerzijds en gedragstoornissen anderzijds, en daarmee samenhangend risicogedrag vertonen, maar waarvan verondersteld wordt dat zij door middel van interventie het risicogedrag kunnen beheersen en weer een positief toekomstperspectief hebben.
5.2 Profielen
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek zijn de gesprekken met de risicojongeren zelf. Bij de selectie van de respondenten is de hiervoor genoemde definitie gehanteerd. Dit heeft geresulteerd in 51 interviews met jongeren behorend tot de risicocategorie. Dit zijn jongeren die het risico lopen dat hun situatie verergert, waardoor zij in een later stadium onderdeel kunnen gaan uitmaken van de categorie probleemjongeren. Lang niet alle risicojongeren zullen echter gaan behoren tot deze zwaardere categorie. Tijdens het veldwerk is gebleken dat het leggen van contact met jongeren uit de Antilliaanse en Arubaanse gemeenschap zeer moeilijk is, zeker binnen de beschikbare tijd en middelen. Dit is echter wel een groep die speciale aandacht behoeft. Hetzelfde geldt voor de Harde Kern, welke buiten de doelgroep van dit project valt.
De gegevens uit de interviews leiden tot een beschrijving van veel voorkomende risicofactoren. Daarnaast zijn op basis van samenhang tussen de variabelen in de vragenlijst profielen geconstrueerd.
Veel voorkomende risicofactoren
Uit de interviews met risicojongeren is naar voren gekomen dat een aantal risicofactoren veelvuldig voorkomt. Deze worden hieronder beschreven.
School en werk
Bij het onderdeel school en werk blijkt dat een aanzienlijk aantal risicojongeren geen opleiding volgt en ook geen werk heeft. Van degenen die wel een opleiding volgen vertoont een groot aantal regelmatig spijbelgedrag.
Gezin en psychosociale problematiek
Binnen het thema gezin valt op dat veel jongeren uit het ouderlijk huis zijn weggegaan wegens een problematische thuissituatie. Verder komen bij een aantal ouders met name problemen door het gebruik van middelen dan wel gokken voor, maar ook financiële en relationele problemen zijn aanwezig. Een groot deel van de jongeren heeft te kampen met gedragsstoornissen. De meest voorkomende variant is ADHD, terwijl ook sprake is van onder meer PDDNOS, depressie of verwerkingsproblematiek.
Vrije tijd
Het blijkt dat veel jongeren in hun vrije tijd regelmatig tot vaak rondhangen op straat. Tevens geeft een groot aantal aan zich geregeld te vervelen. Overigens hebben heel weinig jongeren problemen om financieel rond te komen.
Middelengebruik
Er is een groot aantal jongeren dat veelvuldig of zelfs dagelijks softdrugs gebruikt. Enigszins lager is het aantal dat veelvuldig alcohol gebruikt, maar van degenen die drinken neemt ruim een derde per keer meer dan tien glazen. Een aanzienlijk deel heeft last van problemen ten gevolge van dit intensieve gebruik van middelen.
Criminaliteit
Vrijwel alle risicojongeren hebben vrienden die regelmatig met de politie in aanraking komen. Een behoorlijk aantal maakt zich daarnaast zelf ook schuldig aan criminaliteit. De meest voorkomende delicten zijn vermogensdelicten. Deelname aan vechtpartijen en het plegen van vandalisme komen minder vaak voor.
Risicofactoren per profiel
Binnen elk profiel zijn specifieke risicofactoren prominent. Hieronder wordt per profiel ingegaan op deze risicofactoren.
Inactieve blowers
Het veelvuldig gebruik van softdrugs is voor de Inactieve blowers een belangrijke risicofactor. Overigens hebben zij naar eigen zeggen relatief weinig last van problemen ten gevolge van het blowen. Het ontplooien van activiteiten raakt binnen dit profiel echter wel degelijk op de achtergrond, hetgeen kan samenhangen met het veelvuldig gebruik van cannabis. Zo volgen deze jongeren geen opleiding en hebben eveneens geen betaalde baan. Ook in hun vrije tijd ondernemen zij weinig.
Jongeren met probleemouders
Bij de Jongeren met probleemouders zorgen andere factoren voor risico's. De gezinssituatie is bij hen ongunstig te noemen. Zo spelen bij de ouders meerdere problemen een rol, met name problemen ten gevolge van het gebruik van alcohol en/of drugs. Een andere risicofactor is de psychosociale problematiek waaraan deze jongeren lijden. Verder is het middelengebruik aanzienlijk, komt spijbelgedrag veel voor en heeft een relatief groot deel zich schuldig gemaakt aan ernstige mishandeling.
Geïsoleerden met psychische problemen
De Geïsoleerden met psychische problemen hebben evenals de Jongeren met probleemouders als risicofactor dat zij lijden aan psychosociale problematiek. In combinatie met een gebrek aan vrienden maakt dit hen kwetsbaar. Ook de situatie thuis is relatief slecht; een relatief groot deel heeft regelmatig onenigheid met de ouders.
Speciaal onderwijsleerlingen uit gebroken gezinnen
De Speciaal onderwijsleerlingen uit gebroken gezinnen volgen speciaal onderwijs, met name voor gedrags- dan wel leerproblemen. In combinatie met de gebroken gezinssituatie waaruit zij afkomstig zijn, kan dat bij een aantal probleemgedrag tot gevolg hebben. Verder maakt ruim de helft zich schuldig aan criminaliteit. Het merendeel is bovendien nog vrij jong.
Criminele vechtersbazen
Tenslotte is een belangrijke risicofactor binnen het meest omvangrijke profiel, de Criminele vechtersbazen, de criminaliteit. Met name vermogensdelicten worden veel gepleegd. Verder hangt het merendeel regelmatig rond op straat en allen zijn betrokken geweest bij vechtpartijen.
5.3 Registraties
Om meer inzicht te krijgen in de omvang van het aantal risicojongeren in de stad Groningen is de betrokken instanties gevraagd gegevens uit hun registraties te leveren. Naast zogenoemde idents, een combinatie van de geboortedatum en de eerste twee letters van de achternaam, waaraan de onderzoekers individuele jongeren kunnen herkennen zonder dat volledige personalia nodig zijn (en de privacy niet wordt aangetast), zijn achtergrondkenmerken (geslacht, leeftijd etniciteit) en de postcode van het woonadres opgevraagd. Tevens is verzocht een korte aanduiding van de hulpvraag of problematiek te verstrekken.
Van geen enkele instelling zijn alle gevraagde gegevens ontvangen. Het meest ontbreken de etniciteit en de postcode. Veel instanties blijken grote moeite te hebben de gevraagde gegevens volledig en op juiste wijze uit hun registraties te halen. Alle instellingen werken met registraties die zijn ontworpen om gegevens van een individuele cliënt vast te leggen en weer op te vragen bij een volgende afspraak. Het opvragen van een groot aantal gegevens over meerdere cliënten, in dit geval alle jongeren tussen 12 en 25 jaar, is voor eindgebruikers vaak niet mogelijk. Bij diverse instellingen is een beroep gedaan op de systeembeheerder. Zij zijn weliswaar niet bekend met de cliënten en diens problematiek, maar zijn wel beter in staat om uit de database waarin de gegevens van alle bij de instelling geregistreerde cliënten in code zijn opgeslagen, (een deel van) de gewenste gegevens te halen.
De gegevens van alle instellingen zijn samengevoegd in een nieuw databestand, waarin alle jongeren slechts eenmaal voorkomen. Uit dit databestand zijn vervolgens de idents, die alleen voor het koppelen van de bestanden zijn gebruikt, verwijderd. Ondanks eerder genoemde registratieproblemen zijn van bijna 5.000 jongeren zodanige persoonsgegevens ontvangen dat is aan te geven bij welke instanties(s) hij of zij bekend is. De instellingen zijn ingedeeld naar de onderdelen van de leefgebieden vrije tijd, school/werk en gezinssituatie enerzijds, en gedragsstoornissen anderzijds. Binnen het onderdeel gedragsstoornissen is slechts van één instantie gegevens ontvangen. De GGZ Groningen en de afdeling Volwassenpsychiatrie van het AZG willen geen gegevens leveren, omdat volgens hen daarmee de privacy van hun cliënten zou worden geschonden.
Volgens de in dit onderzoek gehanteerde definitie is sprake van een risicojongere als deze problemen heeft op twee of meer onderdelen. Van de bijna 5.000 geregistreerde jongeren blijken 698 te kunnen worden beschouwd als risicojongeren, waarvan 95 (14%) op drie of vier onderdelen scoren.
Daarnaast is met behulp van de capture-recapture methode een eerste schatting gemaakt van het aantal risicojongeren in de stad Groningen. Bij meer dan twee registraties wordt hiervoor gebruik gemaakt van een loglineair model. Hiermee wordt het aantal risicojongeren dat niet is geregistreerd, geschat op 3.302. Opgeteld bij de wel geregistreerde jongeren geeft dit een schatting van het totale aantal risicojongeren. Voor de stad Groningen is dit 4.000 (= 3.302 niet-geregistreerde + 698 geregistreerde risicojongeren). Dit is 9,8% van het totale aantal in Groningen woonachtige jongeren van 12 tot 25 jaar.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.