Naar de Homepage PublicatiesJeugd
 
Tabaksverstrekking aan jongeren
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 7,95 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 4    Samenvatting
In het voorjaar van 1999 is door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bij de Tweede Kamer een voorstel tot wijziging van de Tabakswet ingediend. Eén van de voorstellen heeft betrekking op het instellen van een wettelijke leeftijdsgrens van 18 jaar voor de verkoop van tabaksproducten. Als reactie hierop is de detailhandel die zich met de verkoop van tabak bezighoudt met een alternatief plan gekomen. Vier branche-organisaties, samenwerkend in het Platform Verkooppunten Tabak, hebben een convenant ondertekend om per 1 december 1998 op vrijwillige basis de verkoop van tabaksproducten aan jongeren tot 16 jaar tegen te gaan. De vier organisaties, waarbij het merendeel van de verkooppunten van tabaksproducten zijn aangesloten, zijn: de tabaksspeciaalzaken (NSO); de levensmiddelenhandel (CBL); de exploitanten van sigarettenautomaten (LBT-Nederland); en de zelfstandige pompstationhouders (BETA). Om inzicht te krijgen in de naleving van de leeftijdsgrens van 16 jaar uit het Convenant Verkooppunten Tabak heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven hiernaar onderzoek te verrichten.
4.1    Opzet onderzoek
Er is een telefonische enquête afgenomen onder 3.867 jongeren van 13 tot en met 15 jaar. In een kort gesprek is hen gevraagd of zij roken en of zij zelf wel eens sigaretten of andere tabaksproducten (proberen te) kopen. De 987 jongeren die wel eens tabak voor zichzelf of voor anderen kopen, is gevraagd naar de reacties van ondernemers bij het kopen van tabaksproducten in levensmiddelenzaken, tabaksspeciaalzaken, pompstations en horecagelegenheden. Daarnaast zijn in 25 gemeenten vertegenwoordigers van 200 ondernemingen, evenredig verdeeld over de bovengenoemde categorieën, genquêteerd. In de gesprekken zijn de volgende onderwerpen aan de orde geweest: verkoopgedrag aan jongeren onder de 16 jaar; bekendheid met het Convenant Verkooppunten Tabak; knelpunten bij het handhaven van de leeftijdsgrens; informatiemateriaal en stickers in de onderneming. Er is eveneens geobserveerd in deze ondernemingen, waarbij gelet is op de aanwezigheid van stickers en informatiemateriaal inzake het convenant. Tevens is nagegaan of dit materiaal duidelijk zichtbaar in de onderneming is opgesteld.
4.2    Jongeren
Van de 3.867 ondervraagde jongeren rookt een vijfde deel. Het feit dat deze jongeren roken betekent niet dat zij allen zelf tabak kopen. Een derde (35%) van de rokers koopt geen tabak. Tevens zijn er jongeren die niet roken, maar wel tabak voor anderen kopen. De ervaringen met het kopen van tabak zijn gemeten onder alle jongeren die wel eens tabak kopen voor zichzelf of voor anderen (N=987).
Bij de ervaringen met het kopen van tabak wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende verkooppunten, te weten tabaksspeciaalzaken, levensmiddelenzaken, pompstations en automaten. De jongeren kunnen in één van deze verkooppunten tabak hebben gekocht, maar ook in meerdere. Van de 987 jongeren koopt 59% wel eens tabak in levensmiddelenzaken, 42% in pompstations, 40% uit automaten en 37% in tabaksspeciaalzaken. Het blijkt dat zes jongeren (1%) die tabak hebben geprobeerd te kopen, de gewenste tabaksproducten in geen van deze ondernemingen hebben gekregen. Daarnaast geeft een tiende (10%) van de jongeren aan in ieder geval in één van deze ondernemingen de tabak niet te hebben gekregen, terwijl dit in de overige ondernemingen wel het geval is geweest.
Een vergelijking in de verkrijgbaarheid van tabak tussen de verschillende verkooppunten laat zien dat jongeren het vaakst de tabak hebben gekregen in levensmiddelenzaken (91%), terwijl uit automaten het minst vaak de tabak kan worden gekocht (86%). In tabaksspeciaalzaken en pompstations is dit respectievelijk 89% en 88%. Bij het kopen van de tabak uit automaten is het minst vaak een opmerking gemaakt door de ondernemer (11%). Bij de tabaksspeciaalzaken, levensmiddelenzaken en pompstations is dit nagenoeg gelijk (respectievelijk 29%, 30% en 28%). Tussen jongens en meisjes zijn geen verschillen in het al dan niet kunnen kopen van de tabak. Bij jongens worden wel vaker opmerkingen gemaakt door de ondernemer. De verkrijgbaarheid van tabak naar leeftijd laat enkele verschillen zien. Jongeren van 13 jaar kunnen in vergelijking met 14- en 15-jarigen in tabaksspeciaalzaken, levensmiddelenzaken en pompstations het vaakst de tabak kopen. Uit automaten kunnen zowel 13- als 15-jarigen het vaakst tabak kopen. Bij het kopen van de tabak krijgen 13-jarigen wel vaker opmerkingen van de verkoper dan 14- en 15-jarigen.
   
4.3    Ondernemers
Het blijkt dat bij 87% van de 200 ondervraagde ondernemers jongeren onder de 16 jaar wel eens sigaretten of andere tabaksproducten proberen te kopen. Bijna de helft van de ondernemers (48%) zegt 'nooit' tabaksproducten aan jongeren te verkopen, terwijl 15% aangeeft de tabaksproducten 'altijd' aan jongeren te verkopen.
Rond 30% van de ondernemers zegt niet op de hoogte te zijn van het Convenant Verkooppunten Tabak; met name vertegenwoordigers van cafetaria's (35%) en cafés (46%) zijn minder vaak van het convenant op de hoogte. Alle ondernemers die naar eigen zeggen op de hoogte zijn van het convenant, zeggen bekend te zijn met de leeftijdsgrens die in het convenant is afgesproken. Vier procent van deze ondernemers is niet in staat de juiste leeftijdsgrens weer te geven.
Leden branche-organisaties
Van de ondervraagde ondernemers zijn 143 (72%) bij een branche-organisatie aangesloten. Tabaksspeciaalzaken zijn het vaakst bij een branche-organisatie aangesloten (82%). Drie kwart van de ondernemers (76%) vindt dat hun branche-organisatie een duidelijk standpunt inneemt bij de verkoop van tabaksproducten aan jongeren onder de 16 jaar. Daarnaast is 60% van mening dat de branche-organisatie duidelijke aanwijzingen geeft over hoe om te gaan met de leeftijdsgrens.
Verkoop van tabaksproducten aan jongeren
De verkoop van sigaretten, shag of andere tabaksproducten vindt vooral plaats bij de kassa of van achter de bar (78%); 17% van de ondernemers heeft een sigarettenautomaat. Enkele ondernemers verkopen de tabaksproducten zowel bij de kassa als per automaat.
Van de 143 ondernemers zegt 40% zich aan de afgesproken leeftijdsgrens van 16 jaar te houden, terwijl 10% aangeeft zich hieraan niet te houden. De overige 50% zegt zich 'voor zover mogelijk' aan de leeftijdsgrens te houden. Met name pomphouders (19%) zeggen zich niet aan de leeftijdsgrens te houden.
Controle
Leeftijdscontrole door middel van vragen komt het meest voor (47%). In een derde van de gevallen (29%) vraagt de ondernemer om een identiteitsbewijs. Veel ondernemers geven aan dat zij de leeftijd van jongeren schatten bij de verkoop van tabaksproducten.
Het verifiëren van de leeftijd van jongeren die tabaksproducten willen kopen wordt door ruim de helft (55%) van de ondernemers 'belangrijk' gevonden. Een tiende van de ondernemers vindt leeftijdscontrole belangrijk, omdat het convenant nageleefd moet worden. Anderen geven aan dat het belangrijk is voor de gezondheid van jongeren. Enkele ondernemers zijn van mening dat leeftijdscontrole onbelangrijk is, omdat zij denken dat jongeren toch wel aan de gewenste sigaretten, shag of andere tabaksproducten kunnen komen.
Een groot aantal ondernemers (79%) zegt hun personeel te hebben geïnstrueerd over de leeftijdsgrens voor het verkopen van tabak. Meer dan de helft (53%) van de ondernemers controleert het personeel op het naleven van de leeftijdsgrens. Meer dan een derde (37%) van de ondernemers geeft aan dat hun personeel zich aan de leeftijdsgrens houdt omdat het een regel van de zaak is, terwijl een tiende denkt dat het personeel zich aan de leeftijdsgrens houdt omdat het convenant nageleefd moet worden.
Met name de vertegenwoordigers van tabaksspeciaalzaken geven aan dat er zaken zijn die het moeilijk maken zich te houden aan de leeftijdsgrens uit het convenant. Als belangrijkste knelpunten worden genoemd dat de leeftijd van jongeren moeilijk is in te schatten en dat leeftijd moeilijk te controleren is.
Observaties
Er is geobserveerd bij alle 200 ondernemers. De meerderheid (83%) van de ondernemers verkoopt sigaretten, shag of andere tabaksproducten bij de kassa of van achter de bar. Automaat verkoop vindt plaats bij 20% van de ondernemers.
Van alle ondernemers heeft 39% stickers in de onderneming hangen. Bij ondernemers van tabaksspeciaalzaken zijn het vaakst (60%) stickers in de zaak aanwezig. Bij drie kwart van de ondernemers met een sticker, is deze duidelijk zichtbaar in de zaak opgeplakt. Informatiemateriaal omtrent het Convenant Verkooppunten Tabak (flyer, schapstrip) is bij 34% van de tabaksspeciaalzaken aanwezig, terwijl pomphouders en horeca-gelegenheden in 4% van de gevallen dergelijk materiaal in hun onderneming hebben. Bij 42% van de ondernemers is het informatiemateriaal goed zichtbaar opgesteld in de onderneming.
Bij 20% van de geobserveerde ondernemingen worden de sigaretten door middel van een sigarettenautomaat verkocht. De sigarettenautomaten staan voornamelijk binnen (90%). Een kwart van de automaten is van een sticker voorzien. Overigens zegt in de enquête meer dan een derde (38%) van de ondernemers de automaat van een sticker te hebben voorzien. Tot slot is bij twee vijfde (40%) van de ondernemingen geconstateerd dat het personeel in de onderneming geen goed zicht op de automaat heeft.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.