Naar de Homepage PublicatiesJeugd
 
Jong contact
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 9,10 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 4    Conclusies
Tot slot worden in dit hoofdstuk de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek besproken. Allereerst wordt ingegaan op de achtergrond van de Jeugd- en jongerenteams (JJT's) en het Stedelijk straathoekteam (SST). Vervolgens worden de onderzoeksvragen weergegeven. De kern van het hoofdstuk bestaat uit het beantwoorden van deze onderzoeksvragen.
4.1    Achtergrond
In het voorjaar van 1999 heeft de gemeenteraad van Groningen besloten vier jeugd- en jongerenteams (JJT's) in de verschillende stadsdelen in te voeren. Voor de binnenstad is een stedelijk straathoekteam (SST) gevormd. De wijze waarop deze teams gaan werken komt voort uit een tweetal experimenten, namelijk een jongerenpreventieteam (JPT) en twee jeugd- en jongerenteams onder begeleiding van een stedelijke werkgroep jongerenoverlast. Naast de reguliere functies van het sociaal-cultureel werk hebben de JJT's en het SST tevens tot doel:
1. ontwikkelingsbedreigende situaties en gedragingen vroegtijdig te signaleren en deze, wanneer ze zelf niet de aangewezen instantie zijn, naar de juiste instelling door te verwijzen;
2. zo vroeg mogelijk met (overlastveroorzakende) jongeren en hun omgeving (ouders, buurt) in contact te treden om gezamenlijke oplossingen te zoeken;
3. de keten te versterken door verdere samenwerking tussen de verschillende organisaties.
In het raadsbesluit van maart 1999 is vastgelegd waarvoor de JJT's en het SST inzetbaar zijn:
1. het uitvoerende jeugd- en jongerenwerk in sociaal-culturele accommodaties in de buurt;
2. de begeleiding van jongeren in overige accommodaties (particuliere horecavoorzieningen, sportaccommodaties en dergelijke);
3. het opzoeken en begeleiden van jongeren in de openbare ruimte, inclusief de toeleiding naar accommodatiegebonden werk (outreachende werkwijze);
4. contactlegging met en begeleiding van ouders en buurtbewoners (relatie-interventie);
5. jeugd- en jongerenwerk op of in samenwerking met scholen (onder meer via het CLIP-project).
4.2    Onderzoeksvragen
De gemeente Groningen heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven de vier JJT's en het SST, over de periode juli tot en met december 1999, te evalueren. De evaluatie beoogt inzicht te verschaffen in de werkwijze en de eerste resultaten van de JJT's en het SST. De onderzoeksvragen luiden als volgt:
1. Bereiken de JJT's en het SST hun doelen en beoogde resultaten (outputmeting); zijn er ongewenste/gewenste neveneffecten?
2. Hoe is de stand van zaken met betrekking tot de vorming van de netwerken; is de samenwerking met de overige partners daadwerkelijk verbeterd (politie, MJD, accommodatiebesturen en dergelijke)?
3. Hoe denken jongeren over het JJT en het SST, met name de gestelde prioriteiten, de werkwijze en effecten/resultaten?
4. Hoe is de stand van zaken op organisatorisch gebied (aansturing teams, plaats teams binnen het sociaal-cultureel werk en kwaliteitsontwikkeling)?
5. Welke knelpunten zijn er met betrekking tot de werkwijze en uitvoering?
   
4.3    Beantwoording onderzoeksvragen
In deze paragraaf komt de beantwoording van de onderzoeksvragen aan bod. Achtereenvolgens wordt ingegaan op doelen versus resultaten, samenwerking, jongeren, organisatie en knelpunten. Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn meerdere activiteiten verricht, zoals de analyse van werkplannen en de voortgangsrapportages, analyse van registraties, interviews met JJT's, SST, betrokken instellingen en jongeren. Daarnaast zijn schriftelijke vragenlijsten afgenomen onder accommodaties en coffeeshops.
1. Doelen versus resultaten
Voor het uitvoeren van een outputmeting zijn de werkplannen vergeleken met de voortgangsrapportages van de JJT's en het SST. Hierbij kunnen zowel procesmatige als inhoudelijke conclusies worden geformuleerd.
De werkplannen zijn opgebouwd aan de hand van de taakgebieden zoals beschreven in het raadsbesluit over de JJT's en het SST. De vergelijking van de werkplannen en de voortgangsrapportages laat zien dat de stadsdelen onderling verschillen in de gestelde output en de gerealiseerde activiteiten. Hierbij is sprake van zowel verschillen in formuleringen als van inhoudelijk verschillen. In de tweede helft van 1999 is het SST vooral bezig geweest met straathoekwerk en minder met de overige taakgebieden, zoals het organiseren en toeleiden van jongeren naar activiteiten in sociaal-culturele accommodaties en overige accommodaties. Verder is door het SST weinig inzet gepleegd in de relatie met ouders, buurtbewoners en scholen. De JJT's hebben zich in de evaluatieperiode vooral gericht op het accommodatiegebonden werk en verder op de contactlegging met jongeren in de openbare ruimte. De overige taakgebieden, zoals de contacten met ouders en buurtbewoners en de samenwerking met scholen, zijn in mindere mate aan bod gekomen. De reden voor deze prioritering is de beginperiode waarin de teams moesten worden opgezet. Dit heeft veel tijd gekost waardoor minder tijd overbleef voor overige werkzaamheden. Daarnaast is het voor het jeugd- en jongerenwerk belangrijk om vertrouwen onder jongeren te verkrijgen, hetgeen veel tijd kost.
Naast de geformuleerde output in de werkplannen hebben de teams ook andere activiteiten verricht. In de gesprekken met de teams wordt aangegeven dat de reden voor het afwijken van de werkplannen grotendeels ligt in de gewijzigde situatie in het stadsdeel. Dit betekent dat tussentijds wijzigingen in en aanvullingen op het werkplan plaatsvinden. Het jeugd- en jongerenwerk vraagt volgens de betrokkenen namelijk een zekere flexibiliteit, omdat vooraf moeilijk is te bepalen hoe de jongeren zich gedragen en welke veranderingen zich daarin voordoen. Het is raadzaam in de toekomst in de werkplannen voor dergelijke aanpassingen ruimte te creëren. In de voortgangsrapportages dient dan te worden aangegeven welke redenen ten grondslag liggen aan wijzigingen in de geformuleerde output.
Over het proces rond het opstellen van de werkplannen en de voortgangsrapportages kan het volgende worden opgemerkt. Volgens de teams waren de doelen van het jeugd- en jongerenwerk ten tijde van het opstellen van de werkplannen niet helder. De teams hebben met name het gezamenlijk vaststellen van de doelen van het jeugd- en jongerenwerk gemist. Verder sluit volgens hen de gehanteerde indeling in taakgebieden niet aan op de praktijk. Dit betekent dat de afspraken tussen de opdrachtgever en de instellingen op directieniveau onvoldoende zijn vertaald naar en afgestemd op uitvoerend niveau. Hierdoor ontstaan verschillen in de uitvoering, hetgeen onder meer is terug te vinden in de verschillen tussen de werkplannen. Een ander procesmatig aspect is de aanlevering van de werkplannen en de voortgangsrapportages. In de evaluatieperiode zijn de voortgangsrapportages volgens de opdrachtgever laat aangeleverd en bestaat de indruk dat weinig tijd is besteed aan het opstellen van de werkplannen voor 2000.
Naast de outputmeting op grond van de werkplannen en de voortgangsrapportages is aan de geïnterviewden zoals gemeente, politie en scholen tevens gevraagd welke resultaten de JJT's en het SST hebben geboekt. Door het merendeel wordt als belangrijkste resultaat genoemd dat de contacten met jongeren zijn geïntensiveerd. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om problemen onder jongeren op te lossen of te voorkomen. Als voorbeeld van het voorkomen van problemen kan het Oud &Nieuw project worden genoemd, waarbij de jongerenwerkers de schakel vormden tussen de instellingen en de jongeren. De contacten met de jongeren komen tot stand door het outreachende werk en de georganiseerde activiteiten.
2. Samenwerking
Een belangrijke voorwaarde bij een goede uitvoering van het jeugd- en jongerenwerk is de ontwikkeling van een netwerk waarin relevante instellingen zijn vertegenwoordigd. De verantwoordelijkheid voor de vorming van een dergelijk netwerk ligt primair bij de dienst OCSW. Het netwerk heeft in de evaluatieperiode (nog) onvoldoende vorm gekregen. Vooral in stadsdelen waar geen voorloper van het JJT/SST aanwezig was, is het netwerk nog in ontwikkeling. De samenwerking van de teams bestaat tot dusverre vooral uit nieuw opgebouwde contacten met instellingen in de buurten en aanhaking bij bestaande netwerken. In alle stadsdelen wordt gebruik gemaakt van het netwerk rond de Meldpunten Overlast. De samenwerking is nog niet optimaal, enerzijds omdat in dit netwerk niet alle relevante partners voor het jeugd- en jongerenwerk zijn vertegenwoordigd en anderzijds omdat de jongerenwerkers afwachtend zijn in het geven van informatie over jongeren. Doordat de samenwerking met hulpverleningsinstanties nog niet voldoende tot stand is gebracht, is het moeilijker jongeren door te verwijzen. De afstand tussen het jongerenwerk en de hulpverlening is te groot, waardoor het doorverwijzen afhankelijk is van de persoonlijk inzet van een werker. De afstand tot de hulpverlening ligt zowel in de beperkte netwerkvorming als in de manier van werken binnen de JJT's en het SST.
3. Jongeren
Om de derde onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden zijn 45 jongeren in accommodaties en coffeeshops in de JJT/SST gebieden geïnterviewd. Gezien het beperkte aantal kunnen de gesprekken slechts een indicatie geven van de mening van de jongeren in het algemeen. Bovendien zijn geen jongeren geïnterviewd die niet in accommodaties komen. Hiervoor is andersoortig onderzoek nodig.
Het blijkt dat de geïnterviewde jongeren over het algemeen onbekend zijn met de termen JJT en SST. Wel zijn de jongerenwerkers bekend als begeleiders binnen de accommodaties, bij overige activiteiten en als werker op straat. Over dit werk van de jongerenwerkers zijn de geïnterviewde jongeren redelijk tevreden.
De jongeren vinden de activiteiten in de accommodaties die op ontmoeting zijn gericht over het algemeen leuk. Ze zouden echter graag willen dat er meer activiteiten buiten de accommodaties worden georganiseerd. Daarnaast willen jongeren graag een eigen plek in de wijk, in plaats van een ruimte binnen een sociaal-culturele accommodatie.
De meeste ondervraagde jongeren denken niet dat jongeren minder op straat gaan rondhangen als gevolg van het jongerenwerk. Vooral in de zomer vinden jongeren het nu eenmaal leuk om elkaar op straat te ontmoeten. Wanneer de accommodatie open is, zien ze het bezoeken daarvan wel als een alternatief voor het op straat rondhangen.
4. Organisatie
Op organisatorisch gebied kunnen verschillende onderwerpen worden onderscheiden. Achtereenvolgens gaat het hierbij om de aansturing, de positionering en de kwaliteitsontwikkeling.
Aansturing
Binnen de aansturing is sprake van de aansturing door de gemeente als opdrachtgever enerzijds en de aansturing binnen de uitvoerende instanties anderzijds. De afspraak tussen opdrachtgever en uitvoerder is vastgelegd in officiële documenten zoals het raadsbesluit en de offertes van de uitvoerders. Daarnaast is er gedurende het jaar veelvuldig contact tussen de opdrachtgever en de instellingen. Deze contacten vinden binnen de gemeente op verschillende niveaus en door verschillende afdelingen en diensten plaats. Tussen de verschillende diensten en afdelingen binnen de diensten wordt door overleg afstemming gezocht. In de evaluatieperiode heeft dit volgens de geïnterviewden onvoldoende plaatsgevonden. Hierdoor treedt bij de teams verwarring op over de opdracht.
Daarnaast bestaan verschillende beelden over de mate en kwaliteit van de interne aansturing van de JJT's en het SST. De aansturing van de JJT's vindt in hiërarchische volgorde plaats door de directie, de stadsdeelmanagers en de coördinator. Bij de gemeente bestaat de indruk dat afspraken op directieniveau onvoldoende op uitvoerend niveau terechtkomen. Zowel intern als voor de gemeente is de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de stadsdeelmanager en de coördinator niet op alle aspecten duidelijk. Dit betekent dat dit in de opdracht onvoldoende is uitgewerkt of dat hierover onvoldoende is gecommuniceerd.
Positionering
De JJT's maken deel uit van de stadsdeelteams van Wing. De verbinding van de JJT's en het SST binnen het sociaal-cultureel werk vindt plaats door overleg met de overige werkverbanden. Door de JJT's wordt dit voornamelijk door de stadsdeelmanagers vervuld. Daarnaast bestaat in een stadsdeel een werkersoverleg waarin alle agogische medewerkers van Wing participeren. De verbinding tussen het SST met de overige werkgebieden binnen Giska wordt gelegd door de coördinator van het SST, die tevens coördinator van het straatteam is. De SST-ers hebben verder een periodieke vergadering met de overige werkers van hun instelling. De verbinding tussen het SST en het sociaal-cultureel werk is in de evaluatieperiode beperkt gebleven.
Kwaliteitsontwikkeling
De JJT's en het SST zijn samengesteld uit zowel gediplomeerde jongerenwerkers als assistent-jongerenwerkers die in het kader van een WIW-regeling zijn aangesteld. De kwaliteitsontwikkeling bestaat in de tweede helft van 1999 uit het volgen van cursussen en individuele MBO- of HBO-opleidingen. Daarnaast vindt ondersteuning en begeleiding plaats door de coördinator en door collega's onderling. De kwaliteit van het jeugd- en jongerenwerk wordt mede bepaald door de samenstelling van het team. De assistentfuncties vragen veel begeleiding en ondersteuning van de coördinator en overige teamleden, waardoor minder tijd overblijft voor overige werkzaamheden.
5. Knelpunten
In het tweede half jaar van 1999 hebben zich enkele knelpunten voorgedaan bij de uitvoering van het jeugd- en jongerenwerk. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt in knelpunten in de werkwijze, de samenwerking en de organisatie.
Werkwijze
Bij de werkwijze doen zich allereerst knelpunten voor bij het aanbieden van activiteiten. Een probleem is de afhankelijkheid van geschikte ruimtes voor jongeren. Voor het aanbieden van activiteiten in sociaal-culturele accommodaties is het noodzakelijk dat ruimtes aanwezig zijn in een stadsdeel, dat ze beschikbaar worden gesteld en dat het aansluit op de behoeften van jongeren. In meerdere stadsdelen blijkt dat beperkt ruimtes beschikbaar zijn voor jongeren, waardoor het aanbieden van activiteiten in sociaal-culturele accommodaties wordt bemoeilijkt. Hetzelfde geldt voor het aanbieden van activiteiten in sportaccommodaties. Hierbij speelt tevens mee dat de JJT's en het SST geen gebruik kunnen maken van een gereduceerd tarief, waardoor sportactiviteiten relatief veel geld kosten. Volgens de teams zijn de beperkte financiële middelen dan ook een belangrijk knelpunt voor het organiseren van activiteiten. Aan de behoefte van jongeren aan activiteiten zoals lasergamen, karten of een zomerkamp kan mede hierdoor niet altijd worden voldaan. Daarnaast heeft men weinig tijd voor het ontwikkelen van nieuwe activiteiten. Een ander knelpunt bij de werkwijze van de JJT's en het SST zijn de leeftijdsgrenzen van 10 tot 23 jaar. Met name kinderen onder tien jaar hebben belangstelling voor diverse activiteiten.
Samenwerking
Een knelpunt bij de samenwerking met overige instellingen is dat het netwerk nog onvoldoende vorm heeft gekregen. De samenwerking met instellingen, die in de evaluatieperiode is opgebouwd, wordt in enkele gevallen bemoeilijkt door de gebiedsindeling van de JJT's en het SST. Deze wijkt af van de gebiedsindeling die door stadsdeelcoördinatie (RO/EZ) en de basiseenheden van de politie wordt gehanteerd. Verder is de onderlinge samenwerking tussen de JJT's en het SST nog onvoldoende tot stand gebracht. Hierdoor zijn de teams niet goed op de hoogte van elkaars werkzaamheden en contacten met jongeren. Daarnaast is hierdoor in de evaluatieperiode weinig sprake geweest van inhoudelijke discussies en afstemming van werkzaamheden.
Organisatie
Organisatorische knelpunten doen zich met name voor bij de interne organisatie van de teams. Zo zijn de teams pas laat volledig. Daarnaast is er sprake geweest van ziekte in enkele teams. Met de huidige capaciteit is het bovendien moeilijk zowel voldoende activiteiten als ambulant werk uit te voeren. Dit heeft te maken met zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve samenstelling van de teams. Uit de interviews met jongeren is gebleken dat jongeren het belangrijk vinden dat ze de jongerenwerkers kunnen vertrouwen. Hiervoor is het van belang dat de continuïteit van de werkers wordt gewaarborgd. Door de huidige samenstelling van het team met additionele banen komt dit in gevaar.
Overige organisatorische knelpunten hebben te maken met de aansturing van de teams. Bij de gemeente als opdrachtgever heeft onvoldoende afstemming plaatsgevonden binnen de verschillende afdelingen en diensten. Knelpunt bij de interne aansturing van de JJT's is de onduidelijkheid over de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de stadsdeelmanager en de coördinator. Daarnaast komen volgens de opdrachtgever de gemaakte afspraken op directieniveau op uitvoerend niveau onvoldoende uit de verf.
Als afsluiting kan worden opgemerkt dat in de tweede helft van 1999 het jeugd- en jongerenwerk in Groningen door de JJT's en het SST een nieuwe vorm heeft gekregen. In deze nieuwe situatie zijn zowel de rol van de opdrachtgever en de uitvoerders als de communicatie nog volop in ontwikkeling. Voor het bieden van goed jeugd- en jongerenwerk in Groningen is het belangrijk dat aan deze ontwikkeling in de nabije toekomst voldoende aandacht wordt besteed.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.