Naar de Homepage PublicatiesJeugd
 
Drokte um draank & drugs
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen bij het CAD Drenthe, 0592-312434.
Samenvatting en conclusies
Er zijn diverse signalen dat het (hard)drugsgebruik onder Drentse jongeren de afgelopen jaren is toegenomen. Uit politie-onderzoek is duidelijk geworden dat een aanzienlijk aantal jongeren drugs gebruikt en/of in drugs handelt. Bovendien bestaat het idee dat de jeugd op steeds jongere leeftijd gaat gebruiken. Het zou hierbij gaan om jongeren van 13 tot 16 jaar.
Ondanks de signalen is onvoldoende duidelijk hoe omvangrijk het fenomeen is, zowel wat betreft groepen als absolute aantallen gebruikers. Hierdoor is weinig bekend over mogelijke succesvolle interventies. Met het doel meer inzicht te krijgen in de aard en omvang van het drugs- en alcoholgebruik onder Drentse jongeren heeft het CAD-Drenthe onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL gevraagd gezamenlijk onderzoek te doen naar deze problematiek. INTRAVAL heeft met name zorg gedragen voor de sociaal-wetenschappelijke activiteiten, terwijl het CAD-Drenthe de mogelijkheden voor preventie en interventie heeft ontwikkeld. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de gemeenten Roden, Westerbork, Smilde en Dwingeloo/Diever.
7.1 Onderzoeksopzet
De centrale vraag van het onderzoek naar drugs- en alcoholgebruik onder plattelandsjongeren in Drenthe luidt als volgt:
Wat is de aard en omvang van het drugs- en alcoholgebruik onder jongeren in Drentse plattelandsgemeenten?
De opzet van het onderzoek is drieledig. Allereerst zijn interviews gehouden met sleutelinformanten, waaronder medewerkers van de politie en het sociaal-cultureel werk, horeca-exploitanten en ervaringsdeskundigen. In totaal is met 14 sleutelinformanten gesproken. Naast de gesprekken met de sleutelinformanten zijn de jongeren zelf ondervraagd. Er zijn uitgebreide interviews gehouden met 30 (hard)drugsgebruikende jongeren in de verschillende gemeenten. Daarnaast zijn enquêtes afgenomen onder jongeren in de middelbare schoolleeftijd van 12-18 jaar. Per gemeente is hiervoor een steekproef getrokken uit het bevolkingsregister. In totaal zijn 359 jongeren geënquêteerd.
7.2 Belangrijkste bevindingen
In deze paragraaf worden de belangrijkste bevindingen beschreven van de enquêtes met de jongeren en de uitgebreide interviews met sleutelinformanten en drugsgebruikende jongeren. Het is van belang hierbij op te merken dat de jongeren in de steekproef tussen de 12 en 18 jaar zijn. De drugsgebruikende jongeren met wie is gesproken zijn veelal ouder, namelijk tussen de 16 en 24 jaar.
Achtergrondgegevens
De jongeren uit de steekproef wonen over het algemeen bij beide ouders thuis (86%). De jongeren geven aan dat de relatie tussen hen en hun ouders goed is (94%). Tevens vindt het grootste deel (87%) het leuk tot heel leuk thuis. Slechts 2% vindt het vervelend thuis.
De drugsgebruikende jongeren die zijn geïnterviewd zijn over het algemeen minder te spreken over hun thuissituatie. De meesten wonen bij hun ouders/verzorgers. Overigens zijn bij de helft van deze jongeren de ouders gescheiden. Een klein deel van hen woont inmiddels op kamers of heeft een eigen woning. Bij een groot deel van deze jongeren is er sprake van een instabiele thuissituatie. Een aantal jongeren geeft aan dat de ouders veel van huis zijn of dat ze weinig contact hebben met hun ouders. Er zijn tevens jongeren die vanwege de problemen thuis uit huis zijn geplaatst. De jongeren die deel uit maken van een groep die over is gegaan tot extreem gebruik vertellen dat ze elkaar mede opzoeken om over hun problemen te praten. De problemen geven een gevoel van verbondenheid.
Wat betreft de kenmerken van de groepen die overgaan tot extreem gebruik is het van belang op te merken dat deze groepen over het algemeen uit jongens bestaan. Er wordt door een aantal van deze jongeren opgemerkt dat meiden vaak niks te maken willen hebben met harddrugs.
School en werk
De jongeren die aan de enquête hebben meegewerkt zitten op één na allemaal nog op school. De meeste jongeren gaan naar de MAVO (18%), de HAVO (19%) of het VWO (19%). Van de drugsgebruikende jongeren die zijn geïnterviewd gaat het grootste deel ook naar school. De meesten van hen volgen een opleiding op VBO- of MBO-niveau of hebben deze inmiddels voortijdig verlaten of afgerond. De jongeren die deel uitmaken van een groep die intensief gebruikt, gaan op den duur niet meer naar school of zijn werkloos.
Uit de enquêtes blijkt dat bijna de helft van de jongeren een bijbaantje heeft. Van de drugsgebruikende jongeren hebben degenen die voornamelijk in het weekend gebruiken soms een bijbaantje. De jongeren die tot een groep behoren die intensief gebruikt, hebben geen bijbaantjes. Zij financieren hun gebruik van hun zakgeld en van geld dat ze verkrijgen uit het doorverkopen van drugs.
Vrije tijdsbesteding
De jongeren uit de steekproef besteden hun vrije tijd voornamelijk aan sporten, het bezoeken van vrienden en televisie kijken. De drugsgebruikende jongeren geven aan dat ze zich vaak vervelen. Ze doen veelal niet aan sport. Wel brengen ze een belangrijk deel van hun vrije tijd door met vrienden. Ze zitten vaak bij iemand thuis te kletsen en drugs te gebruiken of hangen rond op straat. Sommige jongeren vertellen dat een sfeer ontstaat waarbij niemand meer iets onderneemt. Hun leven draait voor een belangrijk deel om drugs. Een aantal jongeren vertelt dat ze na het ingrijpen van de politie weer oog hebben gekregen voor andere dingen, zoals hobby's.
Uitgaan
Bijna drie kwart van de jongeren die aan de enquête hebben meegewerkt zegt dat zij wel eens uitgaan. De meesten bezoeken bij het uitgaan een discotheek, daarnaast gaan de jongeren naar een bar of café en naar de plaatselijke soos.
Uit de interviews blijkt dat de drugsgebruikende jongeren in eerste instantie wel naar discotheken en houseparty's gaan. Een aantal jongeren die op jongere leeftijd vaak naar houseparty's gingen, geeft aan dit nu niet meer te doen omdat de toegangsprijzen te hoog zijn en het er te druk en te warm is. Naarmate het gebruik toeneemt blijven de groepen meer thuis zitten om rustig te kunnen gebruiken. Tevens wordt door jongeren verteld dat ze niet meer naar cafés en discotheken in het dorp gaan, omdat ze de sfeer niet prettig vinden. Er is regelmatig sprake van agressie en als je er anders uitziet word je volgens hen niet geaccepteerd.
Jeugdstijlen
Er zijn allerlei verschillende jeugdgroepen met namen als 'gabbers', 'alto's' en 'boeren'. Van de jongeren die aan de enquête hebben meegewerkt zegt twee derde niet bij een groep te horen. Opvallend daarbij is dat bijna de helft van de respondenten zegt door anderen tot een jeugdgroep te worden gerekend, terwijl slechts een derde zelf zegt bij een jeugdgroep te horen.
Uit de diepte-interviews wordt duidelijk dat het met name de 'gabbers' zijn die experimenteren met XTC en speed. Daarnaast zijn er gebruikende jongeren die door anderen 'alto's worden genoemd. Zij beperken zich in een aantal gevallen tot blowen, maar er zijn tevens 'alto's' die vervolgens overgaan tot het experimenteren met andere drugs. De 'boeren' worden met name genoemd in het kader van overmatig alcoholgebruik. Bij het bovenstaande moet overigens wel worden opgemerkt dat de drugsgebruikende jongeren uit deze groepen zichzelf niet altijd tot de 'gabbers', alto's' of 'boeren' rekenen.
Overtredingen
   
Aan de geënquêteerde jongeren is gevraagd in hoeverre ze zich in het afgelopen jaar schuldig hebben gemaakt aan overtredingen. Het meest voorkomende delict is het plegen van vernielingen op straat. Dit delict wordt door een zesde van de jongeren gepleegd. Het zijn met name jongens die zich hieraan schuldig maken. Dit geldt overigens ook voor delicten als winkeldiefstal, diefstal van een fiets, stelen van een bekende en stelen van een onbekende.
De sleutelinformanten uit de verschillende gemeenten zijn van mening dat de toename van het drugsgebruik niet leidt tot een toename van het crimineel gedrag. Vernieling en ruzies op straat en in uitgaansgelegenheden worden meestal toegeschreven aan overmatig alcoholgebruik. In sommige groepen waar drugs worden gebruikt wordt wel overgegaan tot het plegen van strafbare feiten. Dit komt met name voor in groepen waar grote hoeveelheden drugs worden gebruikt. Deze jongeren gaan bijvoorbeeld over tot het op kleine schaal handelen in pillen. Er zijn ook jongeren die vertellen dat ze onder invloed van drugs makkelijker overgaan tot het plegen van inbraken en vernielingen. De invloed van de groep en een eventuele leider is daarbij groot.
Alcohol- en drugsgebruik
Het alcoholgebruik onder 12-18 jarigen is in de vier gemeenten met 89% hoger dan het landelijke percentage van 78%. Er wordt voornamelijk bier gedronken. Het gaat voor een belangrijk deel om weekend-gebruik. Slechts een enkeling drinkt regelmatig door de week. Het gebruik van softdrugs is ongeveer gelijk aan het landelijke percentage. In de betreffende gemeenten bedraagt het percentage jongeren dat ooit softdrugs heeft gebruikt 23% en landelijk 20%. Van de jongeren onder de 14 jaar heeft 5% ooit geblowd. Het is opvallend dat van de jongeren die softdrugs bij een coffeeshop kopen, bijna de helft 15-16 jaar is, terwijl de coffeeshops alleen aan jongeren van 18 jaar en ouder mogen verkopen.
Het gebruik van XTC is in de vier gemeenten aanzienlijk lager dan in Nederland, namelijk 3% tegenover 6%. Hetzelfde geldt voor het gebruik van overige drugs als heroïne, cocaïne en LSD. Van de Drentse jongeren heeft nog geen procent (0,8%) ooit met deze middelen geëxperimenteerd. Landelijk heeft 3% ooit cocaïne gebruikt en 1% ooit heroïne.
Er is echter in de gemeenten Roden, Smilde en Dwingeloo/Diever een beperkt aantal groepen jongeren die met harddrugs experimenteren. Uit gesprekken met deze jongeren wordt duidelijk dat de jongeren over het algemeen vrij vroeg beginnen met drugsgebruik, namelijk tussen de 12 en 14 jaar. In het begin blowen ze af en toe. In een groot aantal gevallen neemt het gebruik steeds verder toe. Als ze wat ouder zijn gaan ze naar houseparty's en discotheken. Daar komen de meesten in aanraking met harddrugs.
De jongeren vertellen dat de verleiding om meer te gaan gebruiken groot is. Het gevoel dat de eerste pil oproept wil men opnieuw beleven. Vervolgens is de verleiding groot andere middelen te proberen. Zo wordt geëxperimenteerd met LSD, cocaïne en paddo's. De meeste jongeren gebruiken geen heroïne, omdat ze bang zijn hieraan verslaafd te raken. Binnen sommige groepen neemt het gebruik steeds verder toe en worden steeds meer middelen door elkaar heen gebruikt. Er ontstaan binnen deze groepen eigen regels. Ze zitten zo vaak mogelijk bij elkaar te gebruiken en voelen zich sterk met elkaar verbonden. Buiten de ouders heeft niemand contact met deze jongeren.
Als redenen om uiteindelijk te stoppen met het gebruik noemen de jongeren: lichamelijke klachten; de kosten; en een enkeling stopt omdat de ouders of een vriend(in) het gebruik verbiedt. Een aantal respondenten is gestopt nadat ze zijn opgepakt door de politie. Zij geven aan dat zonder ingrijpen van de politie de situatie steeds verder uit de hand zou zijn gelopen. Er zijn echter ook respondenten die zeggen dat het ingrijpen door de politie wel indruk maakt, maar dat dit niet afdoende is. Een deel van de jongeren die door drugsgebruik in aanraking zijn gekomen met de politie is vervolgens op dezelfde voet verder gegaan.
Voorlichting
Ruim acht op de tien geënquêteerde jongeren heeft voorlichting gehad over alcohol- en drugsgebruik. De voorlichting vindt meestal op school plaats. De jongeren zijn over het algemeen tevreden over de voorlichting die ze hebben gehad. Ze geven echter aan wel behoefte te hebben aan meer informatie, met name over paddestoelen en XTC. De respondenten van 12-14 jaar zijn aanzienlijk vaker geïnteresseerd in informatie over blowen, XTC- en alcoholgebruik dan de jongeren van 15-16 jaar en 17-18 jaar. De meeste jongeren geven de voorkeur aan informatieverstrekking door een (ex-)gebruiker. Het vertonen van een video of film wordt eveneens als een interessante manier van voorlichting gezien. Het zijn met name de jongeren van 12-14 jaar die hun voorkeur daarvoor uitspreken. Informatieverstrekking door middel van folders vinden de jongeren het minst interessant. Bijna alle jongeren vinden de school de juiste plek om voorlichting over drugs en alcohol te krijgen. Bijna één op de tien jongeren zou informatie van de eigen ouders willen krijgen.
De drugsgebruikende jongeren die mee hebben gewerkt aan een interview zeggen dat ze goed op de hoogte zijn van drugs en drugsgebruik. Ze krijgen de informatie voornamelijk van vrienden en ze halen soms zelf informatie. Opvallend is dat zij op één na allemaal aangeven geen informatie of voorlichting op school te hebben gehad. Dit zou te maken kunnen hebben met het feit dat deze jongeren ouder zijn dan de jongeren in de steekproef. De voorlichting op school zou dan in de afgelopen jaren moeten zijn toegenomen. Tevens is het mogelijk dat de jongeren onder voorlichting ander soortige informatie verstaan, bijvoorbeeld informatie over de werking van drugs. Over het algemeen vinden ze de informatie te sterk gericht op de negatieve kanten van het gebruik. De jongeren zeggen nieuwsgierig te zijn en dat die nieuwsgierigheid niet wordt weggenomen door middel van voorlichting. Evenals de jongeren die aan de enquête hebben meegewerkt geven de gebruikende jongeren aan dat de meeste preventieve werking uitgaat van verhalen van (ex-)gebruikers. De sleutelinformanten geven bovendien aan dat ouders een belangrijkere rol zouden kunnen spelen bij de voorlichting aan hun kinderen.
7.3 Conclusies
Ondanks vele signalen vanuit politie, reclassering, onderwijs en jeugdhulpverlening is in het verleden onvoldoende duidelijk geweest hoe omvangrijk het probleem van drugs- en alcoholgebruik onder jongeren in Drenthe daadwerkelijk is. Dit onderzoek geeft inzicht in de aard en omvang van dit gebruik in Drentse plattelandsgemeenten.
Achtergrond
Opvallend is dat de jongeren die hebben meegewerkt aan de enquête bijna allemaal zeggen dat de relatie met hun ouders goed is (94%). Tevens vinden ze het over het algemeen leuk thuis. Dit in tegenstelling tot de drugsgebruikende jongeren die mee hebben gewerkt aan een diepte-interview.
Omvang
Wat betreft de omvang van het drugsgebruik wordt uit het onderzoek duidelijk dat het percentage drugsgebruikers niet hoger is dan gemiddeld in Nederland. Er zijn in de gemeenten Roden, Smilde en Dwingeloo/Diever echter wel groepen jongeren die overgaan tot extreem gebruik. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de jongeren bij wie de interviews zijn afgenomen ouder zijn dan de jongeren in de steekproef. Het is waarschijnlijk dat wanneer de enquête wordt herhaald onder oudere jongeren de percentages hoger zullen zijn dan nu het geval is. Het vermoeden dat het drugsgebruik onder jongeren is toegenomen kan op basis van de enquête noch worden bevestigd noch worden ontkend. Om daarover meer te kunnen zeggen is nader onderzoek nodig.
Het percentage jongeren tussen 12 en 18 jaar dat ooit alcohol heeft gedronken is hoger dan het landelijke percentage. Uit de interviews wordt duidelijk dat het gebruik van alcohol van oudsher onderdeel vormt van de plaatselijke cultuur. Door oud en jong wordt veel alcohol geconsumeerd in deze streken. Waarschijnlijk wordt het daarom door drie kwart van de jongeren niet als een probleem gezien dat moet worden aangepakt. Hierbij moet worden vermeld dat in de interviews met de jongeren en de sleutelinformanten aangegeven wordt dat een groot deel van de overlast veroorzaakt door jongeren, wordt toegeschreven aan het gebruik van alcohol en niet aan het gebruik van drugs.
Wat betreft het gebruik van softdrugs onder jongeren valt op dat twee derde van de geënquêteerden dit eveneens niet als een probleem ziet waaraan wat gedaan zou moeten worden. Uit de enquêtes wordt duidelijk dat blowen onder jongeren over het algemeen een geaccepteerd verschijnsel is. Hetzelfde geldt voor smartdrugs, 60% vindt dit geen probleem dat om actie vraagt. Wat betreft het gebruik van pillen en drugs als XTC, cocaïne, LSD en heroïne ligt dit anders. Met name het gebruik van cocaïne, heroïne en LSD wordt gezien als een probleem waaraan iets gedaan zou moeten worden. Het is opvallend dat heroïne steeds meer ervaren wordt als een 'loser-drug'. Ten aanzien van pillen is het opvallend dat uit de interviews blijkt dat een schijn van legaliteit is ontstaan omtrent het gebruik. Dit heeft mede te maken met de afwezigheid van de politie, de mogelijkheid om pillen te laten testen en het feit dat de pillen makkelijk verkrijgbaar zijn.
Groepen
Uit het onderzoek wordt duidelijk dat het percentage drugsgebruikers niet hoger is dan landelijk. Wel is er een aantal groepen jongeren die overgaan tot het gebruik van harddrugs. Het is van belang hier onderscheid te maken tussen gebruikers die aan het experimenteren zijn en gebruikers die gebruiken om hun problemen te vergeten. Het experimenteren hoort bij een fase in het leven van de jongere en gebeurt veelal alleen in het weekend. Jongeren die drugs gebruiken als een medicijn lopen een groter risico in de problemen te komen. Voor hen is professionele begeleiding van belang. Deze jongeren brengen een groot deel van hun tijd bij vrienden of kennissen door. Ze zijn daardoor moeilijk te bereiken voor bijvoorbeeld de hulpverlening.
Signaleren
Een aantal sleutelinformanten is van mening dat problemen bij jongeren, zoals het drugsgebruik, te laat gesignaleerd worden. Door bezuinigingen bij het sociaal-cultureel werk is het contact met jongeren verminderd. Wat betreft de signalerende functie van ouders wordt opgemerkt dat ouders de signalen bij hun kind vaak niet herkennen. Ze zijn te weinig op de hoogte van drugs en drugsgebruik. Het feit dat de groepen die overgaan tot extreem gebruik zich veelal ophouden bij vrienden of kennissen maakt het lastiger deze ontwikkeling vroegtijdig te signaleren.
Aanpak Politie
Ingrijpen van de politie in geval van drugsgebruik en drugshandel door jongeren leidt voor een deel tot positieve en voor een deel tot negatieve resultaten. Sommige jongeren, die drugs gebruiken en er op kleine schaal in handelen, schrikken wanneer ze door de politie worden opgepakt. Voor hen is dit de reden om de handel en het gebruik te stoppen. Er zijn echter ook jongeren die zich niet veel aantrekken van de aanpak van de politie. Zij gaan door met het gebruik en de handel. Ze zullen echter in het vervolg zorgvuldiger te werk gaan en zodoende minder makkelijk op te sporen zijn door de politie. Bovendien wordt de markt overgenomen door anderen wanneer deze jongeren in hechtenis zitten.
In grotere gemeenten wordt inmiddels een beleid gevoerd waarbij periodiek structureel en doelgericht een aantal acties wordt ondernomen. De jongeren worden dan steeds weer gewaarschuwd en een aantal dealers wordt aangehouden. Niet alle dealers worden aangehouden, omdat daarmee dealers van buiten de gemeente zouden worden aangetrokken. In de kleinere gemeente ontbreekt het aan voldoende menskracht om een dergelijk beleid te voeren.
Hulpverlening
De jongeren die drugs gebruiken zeggen over het algemeen dat ze geen hulpvraag hebben. Ze zullen zelf niet snel het initiatief nemen een hulpverlener te bezoeken. De hulpverlening heeft echter vaak als werkwijze dat jongeren zelf met een hulpvraag moeten komen. Overigens hebben de jongeren die wel contact hebben gehad met de hulpverlening vaak het gevoel niet door hen te worden begrepen.
Voorlichting
Wat betreft de voorlichting kan worden geconcludeerd dat bij jongeren de voorkeur uitgaat naar voorlichting door een (ex-)gebruiker. Een aantal sleutelinformanten geeft aan dat de kans bestaat dat de jongeren deze vorm van voorlichting romantiseren. De huidige voorlichting lijkt voor een deel te werken, aangezien een groot aantal jongeren zegt tevreden te zijn over de voorlichting en zegt nooit te gaan gebruiken. Er wordt echter wel duidelijk dat vooral bij jongeren tussen 12 en 14 jaar behoefte bestaat aan informatie over met name paddo's en XTC.
Uit de enquêtes en de interviews wordt duidelijk dat de school een belangrijke plaats inneemt. Er wordt gebruikt, gehandeld en voorgelicht. Het gebruik van jongeren op school vindt voor een deel plaats in tussenuren. Tevens is de school een belangrijke plaats in het kader van de voorlichting. Het is van belang hierbij op te merken dat de jongeren uit de plattelandsgemeenten in Drenthe voor een belangrijk deel in verschillende gemeenten naar school gaan.
Het onderzoek laat zien dat voorlichting aan ouders zeer belangrijk is. Dit vergroot onder meer het signalerend vermogen van ouders. Dit is met name van belang aangezien uit de interviews blijkt dat ouders vaak de enigen zijn die nog enig contact hebben met jongeren die overgaan tot extreem gebruik. Bovendien blijkt een tiende van de jongeren aan te geven behoefte te hebben aan meer informatie over drugs verstrekt door de ouders.
Uit de interviews wordt verder duidelijk dat de drugsgebruikende jongeren op 12-14 jarige leeftijd beginnen te gebruiken en te experimenteren. Dit gaat vaak samen met de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.