INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Geen Kinderspel
Hoofdstuk 6    Pesten in het basisonderwijs (deel 2)
Schaal houding ten aanzien van pesten
De schaal over 'de houding van kinderen ten aanzien van pesten' is opgebouwd uit items over het niet vervelend vinden dat andere kinderen worden gepest en het goed kunnen begrijpen wanneer kinderen andere kinderen pesten. Wanneer ze zien dat een ander wordt gepest gaan ze meedoen of ze doen niets. Het blijkt dat opvallend veel kinderen hoog scoren op deze schaal, namelijk 40%. Mooij (1992) concludeert aan de hand van zijn onderzoeksgegevens dat meisjes meer afwijzend tegenover pesten staan dan jongens. De resultaten van ons onderzoek laten hetzelfde beeld zien (figuur 6.7). De helft (50%) van de jongens heeft een positieve houding ten aanzien van pesten, tegenover een derde (32%) van de meisjes. Uit nadere analyse blijkt dat het verschil tussen jongens en meisjes met name ontstaat bij de vraag: 'Hoe voel je jezelf wanneer je ziet dat een ander kind gepest wordt?' Ruim de helft (51%) van de jongens antwoordt met 'ik trek me er niet veel van aan' of 'ik vind het net goed', tegen 27% van de meisjes.
De wijken laten opnieuw verschillen zien. In Selwerd is het percentage kinderen dat hoog scoort het laagst (29%). De kinderen uit Vinkhuizen (42%) en met name Paddepoel (46%) scoren beduidend hoger. Ook groep zes springt er wat betreft de houding ten aanzien van pesten uit. Dit sluit aan bij de gegevens in voorgaande schalen, waaruit blijkt dat er in Selwerd minder wordt gepest dan elders en in groep zes meer dan in de andere groepen.
Figuur 6.7
Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal houding ten aanzien van pesten, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
Figuur 6.7 Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal houding ten aanzien van pesten, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
 
Schaal zelf pesten in de buurt
De schaal over 'zelf pesten in de buurt' is opgebouwd uit items over het regelmatig tot vaak pesten van kinderen en bejaarde mensen in de buurt, in het afgelopen jaar en de afgelopen vijf dagen. Ongeveer één op de vijf (21%) kinderen scoort hoog op deze schaal. Er zijn beduidend meer jongens (28%) dan meisjes (16%) die hoog scoren (figuur 6.8). Evenals bij de voorgaande schalen scoren de kinderen uit Paddepoel weer enigszins hoger op deze schaal dan de kinderen uit de overige wijken. Een tweede overeenkomst met de vorige schalen is dat er in groep zes meer kinderen zijn die kinderen en bejaarden in de buurt pesten dan in groep zeven en acht.
Figuur 6.8
Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal zelf pesten in de buurt, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
Figuur 6.8 Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal zelf pesten in de buurt, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
 
   
Bij het afnemen van de enquête is de kinderen tevens gevraagd waar volgens hen de meeste kinderen worden gepest. In Vinkhuizen gaat het met name om de Jadestraat en de Boraxstraat. Verder worden het winkelcentrum, de speeltuin en het park vrij vaak genoemd. In Paddepoel wordt met name het plein in de buurt en het winkelcentrum genoemd. De kinderen die in Selwerd naar school gaan noemen met name het pleintje in de buurt. Verder wordt het winkelcentrum, de speeltuin, de wijk Tuinwijk en het park genoemd. Slechts een gering percentage van de kinderen zegt dat er in de buurt niet gepest wordt (6%). Opvallend is dat bij het afnemen van de vragenlijsten in sommige groepen zeer afkeurend wordt gereageerd op het pesten van bejaarde mensen, terwijl er in andere groepen hartelijk om wordt gelachen. In Vinkhuizen is het percentage kinderen dat bejaarden pest 8%, in Paddepoel en Selwerd respectievelijk 14% en 16%.
Schaal ruzie maken
De schaal over 'ruzie maken' is opgebouwd uit items over het regelmatig tot vaak ruzie maken in het afgelopen schooljaar op school, thuis en in de buurt. Met ruzie maken wordt bedoeld dat je kwaad bent op elkaar. Je gaat elkaar slaan, schoppen, uitschelden of met elkaar vechten. Dit in tegenstelling tot pesten, waarbij het ene kind of een groep kinderen het andere kind bij herhaling plaagt, schopt, uitscheldt of negeert. Bijna een derde (30%) van de kinderen maakt regelmatig of vaak ruzie. Er zijn geen duidelijke verschillen tussen de scores van jongens (33%) en meisjes (28%) (figuur 6.9). Ook tussen de wijken is weinig verschil. De kinderen uit Paddepoel maken het vaakst ruzie op school, thuis en in de buurt. Groep zes is opnieuw de groep die ruim boven het gemiddelde scoort (42%).
Figuur 6.9
Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal ruzie maken, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
Intraval; Geen Kinderspel; Figuur 6.9 Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal ruzie maken, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
 
Uit nadere analyses blijkt dat ruim een vijfde van de kinderen op school en in de buurt vaker dan twee keer ruzie hebben gemaakt (23% en 21%). De meeste ruzies vinden thuis plaats; 60% van de kinderen hebben dit schooljaar vaker dan twee keer ruzie gemaakt. De kinderen hebben op de vragenlijst ingevuld op welke manier ze ruzie maken. De meeste kinderen gaan vooral schelden (54%) of slaan en schoppen (33%) en een klein deel (13%) maakt op allerlei manieren ruzie. Als voorbeeld worden zaken genoemd als bloedneus schoppen, karate, vechten en met stokken slaan
Schaal vernielen
In figuur 6.10 wordt tot slot de score op de schaal 'vernielen' voor sekse, wijken en groepen gepresenteerd. De schaal is opgebouwd uit items over het vaker dan drie keer met opzet voorwerpen vernielen thuis, op school of in de buurt in het afgelopen schooljaar. Er wordt door 6% van de kinderen hoog gescoord op deze schaal. Jongens (9%) vernielen beduidend vaker voorwerpen in de buurt, thuis of op school dan meisjes (4%). Opvallend bij de wijken is dat de kinderen in Selwerd (10%) en Paddepoel (8%) vaker hoog scoren dan in Vinkhuizen (2%). Uit groep acht (2%) scoren aanmerkelijk minder kinderen hoog op de schaal dan uit groep zes en zeven (8%).
Figuur 6.10
Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal vernielen, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
Figuur 6.10 Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal vernielen, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
 
Uit nadere analyse blijkt dat op school 3% van de kinderen regelmatig dingen vernield, in de buurt wordt door 13% van de kinderen en thuis door 9% van de kinderen. Op de vraag wat de kinderen vernielen zijn onder meer de volgende antwoorden gegeven: buizen en bakstenen op een bouwterrein, posters van de muren scheuren, lantaarnpalen bekladden en banden lek steken in de wijk, pennen breken op school en speelgoed van broertjes en zusjes kapot maken thuis.
6.5    Samenhang schalen
Door middel van het berekenen van correlaties tussen de schalen is gekeken in hoeverre er sprake is van samenhang tussen de verschillende schalen. Er wordt bijvoorbeeld een sterk positief verband gevonden tussen indirect gepest worden en direct gepest worden. Dit houdt in dat naarmate een kind vaker wordt buitengesloten hij tevens vaker direct wordt gepest. Hoe minder een kind blootstaat aan directe pesterijen des te vaker heeft het een positieve houding ten aanzien van pesten. Zij kunnen het goed begrijpen dat kinderen andere kinderen pesten en vinden het niet erg voor degene die gepest wordt.
Verder blijkt dat hoe positiever de kinderen staan ten aanzien van pesten, des te vaker ze zelf meedoen met het pesten op school, het pesten in de buurt, ruzie maken en het vernielen van voorwerpen. Naarmate kinderen hoger scoren op de schaal 'zelf pesten van andere kinderen' scoren ze tevens hoger op de schalen pesten in de buurt, ruzie maken en vernielen. De kinderen die zelf op school pesten, zijn met andere woorden ook vaak de kinderen die pesten in de buurt, ruzie maken en vernielen.
6.6    Resumé
Onder 201 kinderen in de bovenbouw van het basisonderwijs is een enquête afgenomen over agressie en pesten. Er is gebruik gemaakt van de Klasgenoten Relatie Vragenlijst (junior) van Olweus (1989). Deze vragenlijst is voor dit onderzoek aangepast en uitgebreid. Naast pesten op school zijn vragen opgenomen over pesten in de buurt, en meer in het algemeen over ruzie maken en het vernielen van spullen. De belangrijkste bevindingen luiden als volgt:
   
- Het stadsdeel Noordwest-Groningen telt evenveel zondebokken als het landelijk gemiddelde. Het aantal pestkoppen is echter beduidend hoger. Dit betekent dat de kinderen die worden gepest in Noordwest-Groningen het in verhouding zwaarder te verduren hebben dan elders.
- Op de basisscholen in Noordwest-Groningen is dit schooljaar een vijfde van de kinderen met enige regelmaat gepest. Ruim een kwart van de kinderen zegt dit schooljaar zelf met enige regelmaat andere kinderen op school te hebben gepest.
- Het percentage zondebokken onder meisjes en jongens is ongeveer gelijk. Jongens zijn echter beduidend vaker de pestkoppen.
- Een vergelijking tussen de wijken maakt duidelijk dat er op de scholen in Paddepoel meer pestkoppen zijn en aanzienlijk meer zondebokken dan in Vinkhuizen en Selwerd. Ook ten aanzien van pesten in de wijk scoort Paddepoel hoog. Selwerd scoort op alle fronten lager, behalve wanneer het gaat om het vernielen van voorwerpen.
- Uit inventarisatie door leerkrachten komt Vinkhuizen naar voren als wijk met de meeste agressie (hoofdstuk 5), uit de enquête onder leerlingen zelf komt Paddepoel naar voren als de wijk waarin het meest wordt gepest. Wellicht hebben leerkrachten in Paddepoel minder zicht op agressie en pesten in hun groep dan elders.
- Groep zes heeft in verhouding het grootste percentage pestkoppen. De kinderen uit groep zes pesten aanzienlijk vaker kinderen op school en in de buurt, ze maken vaker ruzie en ze hebben een relatief positieve houding ten aanzien van pesten in vergelijking tot de kinderen uit groep zeven en acht.
- Per groep of klas van 25 kinderen wordt één kind indirect gepest (buitengesloten) en drie kinderen direct gepest met relatief open uitingen van agressie. Tien kinderen staan positief ten opzichte van pesten, ze vinden het bijvoorbeeld normaal dat andere kinderen worden gepest en zouden zelf misschien wel meedoen. Ruim drie kinderen pesten zelf op school, vijf van de 25 kinderen pesten in de buurt.
- Tenslotte valt op dat naarmate kinderen een positievere houding hebben ten aanzien van pesten ze niet alleen meer pesten op school en in de buurt, maar ook meer ruzie maken en spullen vernielen.
Noten
1. De niet gepresenteerde tabellen uit dit hoofdstuk zijn te vinden in de bijlage.
2. Alle items hebben vier antwoordcategorieën, bijvoorbeeld '1= nooit', '2= één of twee keer', '3= vaker dan twee keer', en '4= vaak'. Wanneer een kind hoog scoort op een schaal dan antwoordt hij op alle items met 'regelmatig' of 'vaak'. Om tot de schaalscores te komen zijn de scores van de items opgeteld en gedeeld door het aantal items. Vervolgens is een splitsing gemaakt tussen kinderen die laag scoren op een schaal (van 1 tot en met 2.49) en kinderen die hoog scoren op een schaal (van 2.50 tot en met 4).
vorige   volgende
Colofon en inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1    Inleiding
Hoofdstuk 2    Methodologische verantwoording
Hoofdstuk 3    Overzicht literatuur
Hoofdstuk 4    Opvattingen sleutelinformanten
Hoofdstuk 5    Inventarisatie agressie
Hoofdstuk 6    Pesten in het basisonderwijs
Hoofdstuk 7    Conclusies en aanbevelingen
Literatuur
Bijlage    Tabellen
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.