INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Geen Kinderspel
Hoofdstuk 6    Pesten in het basisonderwijs (deel 1)
Zoals vermeld is de aard en omvang van de agressie van kinderen in het stadsdeel Noordwest-Groningen in dit onderzoek op twee manieren vastgesteld. In hoofdstuk 5 zijn de resultaten van de observaties die zijn uitgevoerd door leerkrachten en groepsleiders besproken. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de resultaten van de enquête onder 201 kinderen in de bovenbouw (groep zes, zeven en acht) van het basisonderwijs in de verschillende wijken. Er is gebruik gemaakt van de Klasgenoten Relatie Vragenlijst (junior) van Olweus (1989). Deze vragenlijst is voor dit onderzoek aangepast en uitgebreid. Naast pesten op school zijn vragen opgenomen over pesten in de buurt, en meer in het algemeen over ruzie maken en het vernielen van spullen (zie Hoofdstuk 2). Onder pesten verstaan we het herhaaldelijk en langdurig blootstaan aan negatieve handelingen verricht door één of meer personen. Er is geen sprake van pesten als twee kinderen die ongeveer even sterk zijn ruzie maken of vechten.
6.1    Daders en slachtoffers
In Nederland zijn inmiddels enkele onderzoeken gedaan naar pesten op de basisschool met behulp van de vragenlijst van Olweus. Voor het identificeren van slachtoffers en daders worden twee vragen gesteld, te weten: 'Hoe vaak hebben andere kinderen jou sinds het begin van dit schooljaar gepest?' en 'Hoe vaak heb je dit schooljaar zelf meegedaan met het pesten van andere kinderen op school?' In figuur 6.1 wordt weergegeven hoeveel kinderen in Noordwest-Groningen, in Nijmegen en omstreken en in het algemeen in Nederland deze vragen beantwoorden met 'regelmatig' of 'vaak'.
Figuur 6.1
Aantal pestkoppen en slachtoffers op de basisschool in Noord-west-Groningen, Nijmegen e.o. [1] en Nederland [2]
Geen Kinderspel: Figuur 6.1 Aantal pestkoppen en slachtoffers op de basisschool in Noord-west-Groningen, Nijmegen e.o. [1] en Nederland [2] Intraval
[1] Olweus 1992: onderzoek in Nijmegen en omstreken door Haselager &Van Lieshout
[2] Mooij 1992: representatieve, landelijke steekproef
Uit figuur 6.1 wordt duidelijk dat het percentage slachtoffers in Noordwest-Groningen ongeveer gelijk is aan het percentage in Nederland en Nijmegen en omgeving. Eén op de vier à vijf leerlingen is regelmatig of vaker het slachtoffer van pesterijen. Opmerkelijk is dat het percentage daders in Noordwest-Groningen aanmerkelijk hoger is dan elders, namelijk 28%. Eén op de drie à vier kinderen zegt dit schooljaar regelmatig of vaak als dader bij pesterijen betrokken te zijn. Dit betekent onder meer dat de slachtoffers het in Noordwest-Groningen in vergelijking tot elders relatief zwaar te verduren hebben. De helft van de kinderen zegt dit schooljaar geen enkele keer te zijn gepest (49%), slechts een derde (33%) heeft zelf nooit meegedaan met pesten.
   
6.2    Zondebokken
In figuur 6.2 wordt achtereenvolgens voor jongens en meisjes, voor de wijken Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd en voor groep zes, zeven en acht weergegeven hoeveel kinderen dit schooljaar regelmatig tot vaak zijn gepest. Het blijkt dat er vrijwel geen verschil is tussen jongens en meisjes in het aantal zondebokken. Op de vraag 'hoe vaak hebben andere kinderen jouw dit schooljaar gepest' antwoordt 22% van de jongens met 'regelmatig of vaak', terwijl dit bij de meisjes 21% bedraagt. Bij de vergelijking tussen de wijken valt op dat met 30% het percentage zondebokken in Paddepoel aanmerkelijk hoger is dan in Vinkhuizen en Selwerd. Tussen de groepen is weinig verschil.
Figuur 6.2
Percentage kinderen dat dit schooljaar regelmatig tot vaak is gepest, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep (N=201)
Geen Kinderspel: Figuur 6.2 Percentage kinderen dat dit schooljaar regelmatig tot vaak is gepest, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep (N=201) Intraval
 
Nadere analyse toont aan dat de helft van de kinderen wordt gepest door kinderen uit de eigen groep, 32% wordt gepest door kinderen uit verschillende groepen. Wanneer hen wordt gevraagd op welke manier ze worden gepest, dan blijkt dat twee op de drie gepeste kinderen (64%) wordt geplaagd, 18% wordt geschopt en of geslagen en 18% wordt op verschillende manieren gepest. De meeste kinderen worden vooral op het plein (52%) gepest en in de klas (28%). Er zijn ook kinderen die evenveel op het plein, in de klas als op de gang worden gepest (16%).
6.3    Pestkoppen
Op de vraag 'hoe vaak heb je dit schooljaar zelf meegedaan met pesten van andere kinderen op school' antwoordt een derde (32%) van de jongens met regelmatig of vaak tegenover een kwart (26%) van de meisjes (figuur 6.3) Jongens pesten vaker dan meisjes, hetgeen in overeenstemming is met de resultaten uit andere onderzoeken. Mooij (1992) constateert dat jongens vaker andere kinderen en leerkrachten pesten en dat meisjes vaker door jongens worden gepest dan door meisjes. De wijken laten grote verschillen zien. In Paddepoel en Vinkhuizen is het percentage pestkoppen met respectievelijk 36% en 32% aanzienlijk hoger dan in Selwerd, waar het 12% bedraagt. De kinderen uit groep zeven zeggen minder vaak zelf te pesten dan de kinderen uit groep zes en acht.
Figuur 6.3
Percentage kinderen dat dit schooljaar zelf regelmatig of vaak heeft gepest, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep (N=201)
Geen Kinderspel: Figuur 6.3 Percentage kinderen dat dit schooljaar zelf regelmatig of vaak heeft gepest, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep (N=201) Intraval
 
6.4    Schalen
De vragenlijst bevat vragen voor elk van de volgende onderdelen: blootstelling aan indirect pesten; blootstelling aan direct pesten; pesten van andere leerlingen; houding tegenover pesten; pesten van mensen/kinderen in de buurt; ruzie maken; en vernielen. Per onderdeel is een aantal vragen gesteld en vervolgens zijn de scores op de verschillende vragen samengevoegd tot één score die gezamenlijk een schaal vormen. Zo zijn voor de schaal 'indirect gepest worden' de volgende items gebruikt: waardering pauzes; aantal aantal goede vrienden of vriendinnen in de klas; eenzaamheidsgevoelens op school; en minderwaardigheidsgevoelens. De kinderen kunnen hoog of laag scoren op een schaal. Zo scoort een kind hoog op de schaal indirect gepest worden, wanneer het vaak alleen is in de pauze, weinig goede vrienden heeft, zich vaak alleen voelt en denkt minder aardig te worden gevonden dan andere kinderen. In deze paragraaf worden de resultaten voor een zevental schalen besproken. [1]
Schaal blootstelling aan indirect pesten
In figuur 6.4 wordt de score op de schaal 'blootstelling aan indirect pesten' voor sekse, wijken en groepen gepresenteerd. In totaal scoort 3% van de kinderen uit Noordwest-Groningen hoog op deze schaal, het gaat hier om bijna één kind per klas (gemiddeld 25 kinderen). Bij deze kinderen is sprake van sociale isolatie. Ze hebben weinig of geen vrienden, worden regelmatig buitengesloten en voelen zich alleen.
Figuur 6.4
Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal blootstelling aan indirect pesten, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
Geen Kinderspel: Figuur 6.4 Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal blootstelling aan indirect pesten, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep.  Intraval
 
   
Veelal wordt gedacht dat meisjes vaker worden blootgesteld aan indirect pesten. Olweus (1986) constateert echter dat het percentage jongens dat indirect wordt gepest vrijwel identiek is aan dat van de meisjes. De resultaten van ons onderzoek laten eenzelfde beeld zien. Het verschil tussen jongens en meisjes is gering, respectievelijk 2% tegenover 4%. Ook de wijken laten geen grote verschillen zien. In de vorige paragrafen is naar voren gekomen dat in Selwerd zowel minder daders als slachtoffers zijn. Hier blijkt echter dat Selwerd, wanneer het gaat om buitensluiting, niet lager scoort dan Paddepoel en Vinkhuizen. Figuur 6.4 laat tevens zien dat het verschil tussen de groepen gering is.
Schaal blootstelling aan direct pesten
De schaal 'blootstelling aan direct pesten' is opgebouwd uit items over direct gepest worden op school en onderweg van en naar school, zowel gedurende dit schooljaar als in de afgelopen vijf dagen. Kinderen die direct gepest worden, worden blootgesteld aan relatief openlijke aanvallen. Per klas van 25 kinderen scoren er drie hoog op deze schaal (12%). Uit het onderzoek van Olweus (1986) blijkt dat jongens vaker het slachtoffer zijn van directe pesterijen. De resultaten van ons onderzoek laten een enigszins ander beeld zien. Er worden geen duidelijke verschillen gevonden tussen jongens en meisjes, van de jongens scoort 11% hoog op deze schaal tegenover 13% van de meisjes. In Selwerd worden in verhouding weinig kinderen blootgesteld aan direct pesten (8%). Paddepoel scoort ruim boven het gemiddelde (17%). Het verschil tussen de scores van kinderen uit de verschillende groepen is gering, groep zes scoort het hoogst.
Figuur 6.5
Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal blootstelling aan direct pesten, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
Figuur 6.5 Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal blootstelling aan direct pesten, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep [Intraval]
 
Schaal het zelf pesten van andere kinderen
De schaal 'het zelf pesten van andere kinderen' geeft aan in hoeverre kinderen andere kinderen pesten. Zelf pesten betekent dat ze in het afgelopen schooljaar en in de afgelopen vijf dagen op school en onderweg van en naar school andere kinderen pesten en dit ook leuk vinden. In figuur 6.6 wordt de score op de schaal gepresenteerd voor sekse, wijken en groepen. Op deze schaal wordt door 13% van de kinderen hoog gescoord, per klas van 25 kinderen gemiddeld ruim drie kinderen. Jongens scoren beduidend vaker hoog dan meisjes (19% versus 8%). Bij de wijken valt op dat de kinderen uit Vinkhuizen (16%) en Paddepoel (14%) vaker hoog scoren dan de kinderen uit Selwerd (8%). Uit ons onderzoek blijkt bovendien dat het percentage kinderen dat zelf pest in groep zes aanzienlijk hoger is dan in groep zeven en acht. In groep zes gaat het om 26% van de kinderen en in groep zeven en acht om respectievelijk 8% en 5%. Uit nadere analyses blijkt dat veel kinderen op de vraag of ze het leuk vinden om anderen te pesten antwoorden met 'ja, soms' (40%) of 'ja, vaak' (5%). Een zelfde antwoordpatroon valt waar te nemen bij de vraag of ze meedoen met het pesten van een kind dat ze niet aardig vinden: 35% antwoordt met 'ja, misschien wel' en 10% met 'ja, zeker'.
Figuur 6.6
Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal zelf pesten op school, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep
Figuur 6.6 Aantal kinderen dat hoog scoort op de schaal zelf pesten op school, per sexe, wijk (Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd) en groep [Intraval]
 
vorige   volgende
Colofon en inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1    Inleiding
Hoofdstuk 2    Methodologische verantwoording
Hoofdstuk 3    Overzicht literatuur
Hoofdstuk 4    Opvattingen sleutelinformanten
Hoofdstuk 5    Inventarisatie agressie
Hoofdstuk 6    Pesten in het basisonderwijs
Hoofdstuk 7    Conclusies en aanbevelingen
Literatuur
Bijlage    Tabellen
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.