![]() |
|
Agressie en achtergrondkenmerken
Al eerder is aan bod gekomen dat jongens in het algemeen meer agressie vertonen dan meisjes, een verschil dat zowel een culturele als een biologische grondslag heeft. Het verschil tussen jongens en meisjes wordt in dit onderzoek bevestigd. Uit figuur 5.2 blijkt dat bijna de helft (48%) van de jongens in het stadsdeel Noordwest-Groningen gedurende de observatieperiode agressief gedrag vertoont, tegenover een kwart (25%) van de meisjes. Jongens scoren op alle soorten agressie hoger dan meisjes. Ze verschillen het meest in de fysieke uitingen van agressie; terwijl 43% van de jongens één of meerdere keren fysieke agressie vertonen, is dit slechts bij 17% van de meisjes het geval. Uit nadere analyses blijkt dat slechts in het geval van indirect verbale uitingen meisjes evenveel agressie vertonen als jongens. Meisjes roddelen met andere woorden evenveel als jongens (3% versus 2%). [3]
Figuur 5.2
Soorten agressie per sexe ![]() In hoofdstuk 3 is gezegd dat het moeilijk te bepalen is of de agressie in de loop van de kindertijd toe- of afneemt, omdat de verschijningsvormen veranderen. Uit figuur 5.3 blijkt dat de mate van geobserveerde agressie in het stadsdeel Noordwest in de loop van de kindertijd nagenoeg gelijk blijft, terwijl de verschijningsvormen inderdaad veranderen. Kinderen tot zes jaar laten in verhouding meer fysieke agressie zien dan kinderen van zes jaar en ouder. Daarentegen neemt de verbale agressie met het stijgen van de leeftijd gestaag toe. Uit nadere analyses blijkt dat dit met name voor de direct verbale uitingen geldt. Deze vorm van agressie neemt toe van 7% bij de vijf- en zesjarigen tot 24% bij de kinderen van tien jaar en ouder. Ook blijkt dat 5% van de kinderen van twee en drie jaar in Noordwest-Groningen al scheldt, bedreigt en dergelijke. Dit gegeven is ook in het vorige hoofdstuk door de sleutelinformanten al naar voren gebracht. In het algemeen wordt aangenomen dat kinderen pas vanaf het zesde levensjaar (bewust) verbale agressie vertonen (Kohnstamm 1991).
Ruim een kwart (27%) van de kinderen is allochtoon. [4] Over de aard van de relatie tussen agressie en etniciteit zijn de sleutelinformanten het niet met elkaar eens. Sommigen zijn van mening dat allochtone kinderen in het algemeen meer agressie laten zien, anderen menen dat juist het omgekeerde het geval is. Uit de inventarisatie blijkt dat gedurende de observatieperiode evenveel agressie is waargenomen bij autochtone als allochtone kinderen (37% versus 36%). Dit geldt voor alle vormen van agressie. Er zijn met andere woorden geen verschillen tussen autochtone en allochtone kinderen geconstateerd.
Figuur 5.3
Soorten agressie per leeftijdsgroep ![]() Agressie, locatie en woonbuurt
De kinderen uit het stadsdeel Noordwest-Groningen zijn geobserveerd op basisscholen, peuterspeelzalen, speeltuinverenigingen en in het kinderwerk. De basisschoolkinderen zijn gemiddeld gedurende zeven dagdelen geobserveerd, de kinderen van de overige locaties gedurende twee dagdelen. Om de verschillende locaties met elkaar te kunnen vergelijken is per locatie berekend hoeveel agressieve handelingen er gemiddeld per kind op een dagdeel zijn waargenomen. Figuur 5.4 laat zien dat op de basisscholen beduidend minder agressie wordt waargenomen per kind en dagdeel dan op de overige locaties. In het kinderwerk wordt de meeste agressie waargenomen. Hier is een kind per dagdeel gemiddeld anderhalf keer agressief, op de basisschool laat een kind gemiddeld slechts één agressieve handeling per vijf à zes dagdelen zien. Dit kan worden verklaard uit het feit dat de situatie in de klas overzichtelijker is dan in de groepen van de overige locaties. Verder is het gedrag op het schoolplein in dit onderzoek niet meegenomen. Het is bekend dat juist hier de meeste agressie plaatsvindt. De lagere score van de speeltuinverenigingen ten opzichte van het kinderwerk lijkt grotendeels te verklaren uit het feit dat agressieve kinderen tijdens bijeenkomsten van de speeltuinverenigingen uit de groep worden gestuurd. Binnen het kinderwerk worden ze in de groep gehouden, waar ze vervolgens nog meer agressie kunnen laten zien.
Figuur 5.4
Agressie van kinderen per dagdeel, voor de verschillende locaties ![]() Nadere analyses laten zien dat in het kinderwerk vooral veel verbale agressie wordt waargenomen. Dit geldt in iets mindere mate ook voor de speeltuinvereniging. Per dagdeel laten de kinderen op de peuterspeelzaal en het kinderwerk veel fysieke agressie zien; de basisschoolkinderen vertonen relatief juist weinig fysieke agressie.
In het algemeen blijken kinderen uit Paddepoel-Noord en de kinderen van buiten het stadsdeel Noordwest-Groningen (categorie overig) het minst agressief (figuur 5.5). Overeenkomstig de verwachting van de sleutelinformanten zijn de kinderen uit Vinkhuizen-Zuid het meest agressief. De kinderen uit Vinkhuizen-Noord, Paddepoel-Zuid en Tuinwijk scoren echter ook hoger dan gemiddeld. Van de kinderen uit de wijk Selwerd vertoont slechts 3% minder agressie dan het gemiddelde, terwijl de meeste sleutelinformanten van mening zijn dat de kinderen uit deze wijk juist beduidend minder agressief zijn dan elders in Noordwest. De kinderen uit Selwerd vertonen zelfs meer fysieke agressie dan gemiddeld. Kinderen uit Paddepoel-Noord laten vooral minder fysieke agressie zien dan gemiddeld, kinderen uit Vinkhuizen-Zuid scoren met name hoog op verbale agressie.
Figuur 5.5
Agressie van kinderen per woonbuurt ![]()
|
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign. |