INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Geen Kinderspel
Hoofdstuk 4    Opvattingen sleutelinformanten
In dit hoofdstuk worden de bevindingen weergegeven van de interviewronde onder de sleutelinformanten uit de verschillende wijken van Noordwest-Groningen. Er is gesproken met vertegenwoordigers van de buurtnetwerken jeugdhulpverlening 0-12 jaar, basisscholen, peuterspeelzalen, buurtcentra, sociaal-cultureel werk, speeltuinverenigingen, politie, thuiszorg (ouder en kindzorg), algemeen maatschappelijk werk, naschoolse opvang, winkelcentra en de bibliotheek. Daarnaast zijn enkele gesprekken gevoerd met ouders/buurtbewoners. In totaal is tijdens 18 interviews met 22 personen van gedachten gewisseld. In de gesprekken is aandacht geschonken aan: de aard en omvang van de agressiviteit in de wijken; de achtergrond en gevolgen van de agressie; en mogelijke oplossingen van het probleem. Uiteraard hebben niet alle sleutelinformanten een volledig inzicht in de problematiek. Hun gezamenlijke blik geeft echter een goed beeld van wat er gaande is in de wijken.
4.1    Aard en omvang agressie
In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie van de sleutelinformanten in de wijken over de aard en omvang van de agressie onder de kinderen van drie tot 12 jaar.
Toename
Bij de sleutelinformanten bestaat het idee dat de agressie onder jongeren en kinderen de laatste jaren in het algemeen is toegenomen. Het zou hier om een algemeen maatschappelijke ontwikkeling gaan, die ook in het stadsdeel Noordwest-Groningen waar te nemen is. Zo is de leeftijd waarop jongeren agressie of vandalisme laten zien, ook volgens de politie van Noordwest, gedaald.
Per wijk zijn echter verschillen waar te nemen. De sleutelinformanten uit Vinkhuizen-Zuid en Paddepoel-Zuid betwijfelen of er in hun wijken het afgelopen paar jaar sprake is geweest van een toename. Ze zijn van mening dat er veel agressie onder de kinderen is, maar dat deze situatie zich al enige tijd voordoet. Ook in Tuinwijk is reeds geruime tijd sprake van veel agressie onder kinderen, maar hier is de indruk dat zich in de afgelopen jaren nog een lichte stijging heeft voorgedaan. In de overige wijken, Vinkhuizen-Noord, Paddepoel-Noord en Selwerd, wordt sinds een aantal jaren een stijging van de agressie geconstateerd.
De sleutelinformanten maken voor wat betreft de mate van agressie in de wijken de volgende rangorde. Van (relatief) laag naar hoog: Selwerd en Paddepoel-Noord; Vinkhuizen-Noord; Vinkhuizen-Zuid, Paddepoel-Zuid en Tuinwijk.
Aard
Alle sleutelinformanten zijn van mening dat de kinderen in Noordwest-Groningen in het algemeen nogal prikkelbaar of lichtgeraakt zijn. Deze snelle geprikkeldheid naar elkaar, maar ook naar volwassenen, wordt herkend door sleutelinformanten vanuit uiteenlopende disciplines zoals basisonderwijs, peuterspeelzalen, sociaal-cultureel werk, algemeen maatschappelijk werk, thuiszorg, maar ook door wijkbewoners en/of ouders zelf. Er wordt gesproken in termen als: de onderlinge onverdraagzaamheid is hoog; de kinderen hebben minder sociale vaardigheden dan vroeger; de kinderen zijn prikkelbaar en hebben weinig geduld; ze zijn kattig naar elkaar.
Deze geprikkeldheid krijgt vaak vorm in directe agressie. De kinderen hebben de neiging hun emoties direct te tonen, doorgaans op een agressieve wijze. Naar de mening van de sleutelinformanten wordt in Noordwest dan ook meer dan in sommige andere delen van de stad direct geslagen of gevochten. Ook is er veel direct verbale agressie, zoals schelden of bedreigen. Hoe hoog de agressie is in vergelijking met andere stadsdelen is moeilijk aan te geven. In het algemeen wordt gedacht dat het ruim boven het niveau van bijvoorbeeld De Wijert Zuid ligt, maar niet veel zal verschillen van bijvoorbeeld de Indische Buurt.
De vorm van agressie verandert echter met de leeftijd. Bij de jongste groep is vooral direct fysieke agressie waar te nemen. Dit neemt niet weg dat er ook jonge kinderen zijn die al bewust schelden, zowel naar elkaar als naar volwassenen. Zo krijgen ook peuterspeelzaalleidsters en wijkverpleegkundigen van de thuiszorg in bijvoorbeeld Vinkhuizen en Tuinwijk al te maken met verbale agressie. Naast de direct fysieke handelingen, is bij de oudere kinderen vaker indirecte agressie waar te nemen. Er worden spullen van elkaar afgenomen of vernield. Daarnaast neemt de verbale agressie toe: schelden, bedreigen, discrimineren en roddelen. Pesten en buitensluiten (sociale agressie) valt volgens sommige sleutelinformanten al vanaf zes jaar te constateren. Anderen noemen de leeftijd van acht jaar. Tot slot is er nog vandalisme. Bij de jongste groepen vraagt men zich af of het vernielen van zaken altijd wel intentioneel is. Het vandalisme op school en in de wijk is volgens de sleutelinformanten met name toe te schrijven aan de oudere kinderen vanaf circa tien jaar.
   
Slachtoffers
De meeste agressie van kinderen is gericht tegen kinderen van de eigen leeftijd, omdat ze hiermee het meest in aanraking komen. Op scholen, maar vooral op straat, in het sociaal-cultureel kinderwerk en bij de speeltuinverenigingen wordt de agressie ook gericht op jongere kinderen. Hier zijn het met name de 'grote stoere jongens' vanaf tien jaar die de kleintjes dreigen en pesten om te laten zien hoe groot ze al zijn.
De agressie van kinderen wordt ook op volwassenen (ouders, leerkrachten etcetera) gericht. Deze agressie is met name verbaal van aard, maar bij de allerkleinsten is er ook sprake van fysieke agressie. Volgens de sleutelinformanten wordt tegen de ouders vooral veel 'gemopperd' of ze krijgen 'een grote mond'. Ook de professionele werkers in de wijken, zoals leerkrachten, groepsleiders en maatschappelijk werkers, krijgen soms een dergelijke reactie. De kinderen reageren vooral geprikkeld op corrigerende opmerkingen van deze werkers. Een aantal sleutelinformanten, met name in Vinkhuizen, geeft echter aan dat het met de agressie gericht tegen de leerkrachten en de overige werkers in verhouding tot de ouders wel mee valt. Naast prikkelbaar typeren ze de kinderen toch ook als autoriteitsgevoelig.
Van de wijkbewoners krijgen in sommige wijken vooral de ouderen het zwaar te verduren. Zo blijken bejaarde inwoners van bijvoorbeeld Paddepoel-Zuid te worden gepest en bedreigd door (groepen) kinderen uit die wijk.
Tot slot geven de sleutelinformanten aan dat er groepen jongeren in de wijken zijn waarop vrijwel niemand nog enige controle heeft. Dit geldt met name voor Vinkhuizen en Paddepoel. Over het algemeen zijn dit jongeren vanuit het voortgezet onderwijs, die echter een grote aantrekkingskracht hebben op sommige kinderen uit de hoogste groepen van het basisonderwijs. Alhoewel een enkele groep zich bezighoudt met criminaliteit, gaat het in de meeste gevallen slechts om groepen tieners die gezamenlijk rondhangen en rondslenteren in de wijk. Deze groepen worden door de wijkbewoners vaak als bedreigend ervaren. Ook gaan de sleutelinformanten ervan uit dat deze jongeren voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn voor het vandalisme in de wijken (met name Vinkhuizen en Paddepoel-Zuid, in Tuinwijk heeft een speciaal project het vandalisme doen afnemen). De indruk bestaat dat ook kinderen jonger dan 12 jaar zo nu en dan deel uitmaken van deze groepen. Bijna alle instellingen in de wijken hebben minstens één keer te maken gehad met vandalisme om en aan de gebouwen, met name vernieling en brandstichting.
Plekken
De agressie van de jongste kinderen speelt zich vooral thuis af of op plaatsen als de peuterspeelzaal en de speel-o-theek. Zonder toezicht zijn deze kinderen maar zelden op straat of elders in de wijk te vinden. In Tuinwijk zijn kinderen van vier jaar overigens al vaker op straat aan te treffen. Op de peuterspeelzaal tonen de meeste kinderen hun agressie direct. Vanaf drie jaar vertonen sommige kinderen echter agressie op plekken waar ze door de leidsters niet gezien kunnen worden.
Op de scholen speelt de agressie zich vooral af op het plein, waar minder toezicht is dan in de klas. Dit neemt niet weg dat ook in de klas agressie plaatsvindt, zeker bij de jongste groepen. Hoe ouder de kinderen worden, zo is de mening van de sleutelinformanten, des te vaker speelt de agressie zich ook af op de gangen, bij het fietsenhok en op weg naar huis. Met name het pesten van kinderen speelt zich in de ogen van de sleutelinformanten maar ten dele af binnen het schoolgebouw.
Ook tijdens de activiteiten die door het kinderwerk en de speeltuinverenigingen worden georganiseerd, is agressie van de kinderen waar te nemen. Dit is met name het geval bij de open activiteiten waar relatief veel kinderen in wisselende samenstelling aan deelnemen (bijvoorbeeld disco). Zonder begeleiding is de kans op agressie en vandalisme vooral na afloop van deze activiteiten groot, met name wanneer de kinderen weer richting huis gaan.
Zoals hierboven al is aangegeven vindt veel van de agressie van de kinderen in de wijk plaats. Op weg van en naar school, op pleintjes en speelveldjes worden kinderen gepest, geplaagd, bedreigd of op een andere wijze agressief benaderd. Dit gebeurt zowel door oudere kinderen/jongeren als door leeftijdsgenoten. In het laatste geval is er veelal sprake van territoriumbepaling: op een bepaald pleintje of veldje probeert een bepaalde groep kinderen de macht te krijgen en te verdedigen. Verder worden op sommige plaatsen in de wijken ouderen gepest.
Door de sleutelinformanten worden onder meer de volgende gebieden genoemd: Vinkhuizen-Zuid (onder andere Boraxstraat, Zilverlaan, Zandsteenlaan, Radiumstraat, Veldspaatstraat en Pyrietstraat); de Jadestraat in Vinkhuizen-Noord; Paddepoel-Zuid (met name Zuidwest) en de Concordiabuurt in Tuinwijk. Verder worden de winkelcentra in de diverse wijken genoemd, alhoewel de beheerders aangeven dat de agressie, overlast en vandalisme hier vooral door jongeren vanaf 12 jaar wordt veroorzaakt. Jongere kinderen fietsen wel eens hard door de gangen, besmeuren de vloer, etcetera. Ze zijn, in tegenstelling tot de oudere kinderen, echter nog goed tot de orde te roepen.
Doel
Het doel van de agressieve handelingen verandert met de leeftijd. In het algemeen zijn de agressieve gedragingen bij de jongste kinderen vaak een directe impuls- en emotie-uiting: het kind is gefrustreerd en uit dit direct door middel van een agressieve handeling.
Al snel gaat het echter ook om macht. Via agressieve gedragingen krijgen de kinderen dingen voor elkaar, althans dat proberen ze en veelal met succes. De agressie kan in dit geval op leeftijdsgenoten, jongere kinderen, maar ook op volwassenen worden gericht. Al eerder is aangegeven dat kinderen vanaf circa tien jaar door het pesten van de kleintjes graag willen laten zien hoe groot ze al zijn. Door het gezamenlijk rondhangen en slenteren op straat voelen kinderen zich machtig; het is nogal wat wanneer andere kinderen, maar zeker wanneer volwassenen angst voor je hebben.
Hoe ouder de kinderen worden des te belangrijker wordt de groep. Vanaf circa acht jaar raken kinderen meer en meer gericht op leeftijdsgenoten en worden de onderlinge gedragingen een afspiegeling van het groepsproces en de groepsnormen. Het doel van het onderlinge agressieve gedrag dat nu te zien is, is macht en aanzien in de groep. Agressie is dan een middel om een positie in de groep te veroveren, te bevestigen of te verdedigen. Vanaf circa acht jaar zien de sleutelinformanten dan ook dat bepaalde kinderen worden aangewezen tot zondebok.
Volgens de sleutelinformanten moet echter een onderscheid worden gemaakt tussen de doorsnee kinderen en de kinderen uit probleemgezinnen. Dikwijls is er in deze gezinnen sprake van multiproblematiek, een combinatie van relatieproblemen, alcohol- of drugsproblematiek, agressie binnen het gezin, etcetera. Kinderen die met dergelijke problemen te maken hebben zijn in de ogen van de sleutelinformanten doorgaans teruggetrokken of juist vaker agressief. Ze reageren zich sneller af. De agressie onder deze omstandigheden kan met andere woorden worden gezien als een uiting van frustratie.
Gevolgen
In het algemeen geldt dat vooral de sociale agressie, het gezamenlijk pesten en/of buitensluiten van kinderen, soms enorme gevolgen voor het kind kan hebben. De meeste zondebokken trekken zich ver terug in zichzelf. Daarbij kan het kind zo angstig worden dat het pesten het kind op alle terreinen parten gaat spelen. Door het afkalven van het zelfvertrouwen kunnen bijvoorbeeld de schoolprestaties afnemen en de relaties met volwassenen en andere kinderen verslechteren.
Het gevolg van een dreigende houding van groepen kinderen is dat buurtbewoners de plaatsen waar zij bijeenkomen gaan mijden. Een gevaar daarbij is dat de groep zich hierdoor steeds machtiger gaat voelen en de buurtbewoners steeds banger worden, met als gevolg dat de afstand tussen beide steeds groter wordt. Tot op een bepaald moment de conclusie wordt getrokken dat eigenlijk niemand nog vat heeft op de groep. Zoals hierboven al aan de orde kwam zijn in Noordwest-Groningen reeds enkele van deze dreigende tienergroepen waargenomen.
4.2    Achtergrond en oorzaak
In deze paragraaf wordt ingegaan op de oorzaak en de achtergronden van het agressieve gedrag van kinderen in Noordwest-Groningen. Er wordt aandacht besteed aan de factoren die volgens de sleutelinformanten (mede)bepalend zijn voor het agressieve gedrag.
Sociaal-economische achtergrond
De sleutelinformanten zijn van mening dat de mate van agressie van de kinderen niet los kan worden gezien van de algemene, sociaal-economische situatie in de wijken. In hoofdstuk 1 is reeds naar voren gekomen dat met name de sociaal-economische positie van de bewoners van Vinkhuizen-Zuid, Paddepoel-Zuid en Tuinwijk slecht te noemen is. Het percentage uitkeringsgerechtigden en werklozen ligt ruim boven het stedelijk gemiddelde. Het opleidingsniveau in de genoemde wijken is laag en het percentage onvolledige gezinnen relatief hoog. Van alle wijken in Noordwest telt alleen Selwerd minder allochtone inwoners dan gemiddeld in de stad. De sleutelinformanten zijn van mening dat hoe lager het sociale milieu, des te meer agressie er valt waar te nemen.
Vooral sleutelinformanten uit Vinkhuizen-Zuid en Paddepoel-Zuid verhalen over een recentelijke achteruitgang van de wijk in sociaal en/of economisch opzicht. Met name Paddepoel-Zuid zou de laatste jaren als 'dumpbak' hebben gefunctioneerd, onder meer voor allochtone gezinnen en overige grote gezinnen uit bijvoorbeeld Beijum en De Hoogte. Hierdoor wordt de structuur van de wijk beschreven als 'los zand'; er zou geen buurtgevoel of cohesie bestaan, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Tuinwijk. Qua cohesie en buurtgevoel nemen Vinkhuizen en Selwerd een tussenpositie in.
Agressieve groepen
Wanneer de sleutelinformanten wordt gevraagd of er kinderen zijn aan te wijzen die meer dan gemiddeld agressief gedrag vertonen, dan worden twee groepen genoemd. In eerste instantie de al eerder genoemde kinderen uit probleemgezinnen. Daarnaast noemen enkele sleutelinformanten allochtone kinderen.
Een aantal sleutelinformanten is van mening dat allochtone jongetjes zich op jonge leeftijd (vanaf drie à vier jaar) meer 'macho' opstellen dan autochtone jongetjes en in het verlengde hiervan meer agressie vertonen. Het gaat hier vooral om Turkse en Marokkaanse en in iets mindere mate om Surinaamse jongetjes. Verder zouden bijvoorbeeld Antilliaanse moeders zich soms te streng opstellen in de opvoeding, waardoor de kinderen buitenshuis juist meer agressie zouden vertonen. Er zijn echter ook sleutelinformanten die van mening zijn dat er geen verschil is waar te nemen tussen allochtone en autochtone kinderen. Sommigen zijn juist van mening dat in allochtone gezinnen in verhouding meer verantwoordelijkheid wordt genomen voor de opvoeding en het gedrag van de kinderen.
Over het feit dat kinderen uit probleemgezinnen in het algemeen meer dan gemiddeld agressief zijn, zijn de sleutelinformanten het met elkaar eens. Al eerder werd duidelijk dat deze kinderen meer dan gemiddeld angstig teruggetrokken of juist agressief gedrag vertonen. De probleemgezinnen worden gekenmerkt door meerdere van de volgende kenmerken: laag opgeleide ouders, werkloosheid, schuldenproblematiek, wisselende relaties, relatieproblemen en familieconflicten, agressie in het gezin, alcohol- en drugsproblematiek, politiecontacten, etcetera. In hoofdstuk 3 is al aan bod gekomen dat de kans op sociaal-emotionele problemen, waaronder agressie, sterkt toeneemt naarmate er meer problemen in het gezin zijn. Probleemgezinnen zijn volgens de sleutelinformanten vooral te vinden in Vinkhuizen, Paddepoel-Zuid en Tuinwijk. In Paddepoel-Noord en Selwerd komen ze niet of nauwelijks voor.
Opvoeding en thuissituatie
De opvoedingsstijl is volgens de sleutelinformanten een belangrijke factor wanneer het gaat om agressief gedrag van kinderen. In vergelijking tot de school, de buurt en de vriendenclub, is de thuissituatie en de opvoedingsstijl verreweg de meest bepalende factor. Met uitzondering van Selwerd en bepaalde delen van Paddepoel-Noord en Vinkhuizen-Noord, is de gebruikelijke opvoedingsstijl in Noordwest-Groningen volgens de sleutelinformanten er één waarin veel aandacht bestaat voor het negatieve en weinig voor het positieve gedrag van kinderen. De communicatie van ouder naar kind bestaat in veel gevallen vooral uit het uitspreken van geboden en verboden: 'doe dit, doe dat, hou daarmee op, etcetera'. Er wordt in dit verband gesproken van kinderen op afstandsbediening. Andere sleutelinformanten gebruiken de term commandogezinnen. Het aantal van dit type gezinnen is volgens hen toegenomen.
Verder is van de kant van de ouders in het algemeen weinig aandacht voor en toezicht op de kinderen. Menige sleutelinformant spreekt over een verwaarlozende opvoedingsstijl. Ouders zijn niet of nauwelijks in staat echt met kinderen te communiceren en hen te stimuleren. Ze ondernemen weinig met de kinderen en kunnen hen niet bezig houden of afleiden wanneer ze zich bijvoorbeeld vervelen of wanneer ze agressief zijn. Volgens de sleutelinformanten is het niet ongewoon dat de kinderen voortdurend naar TV of video-films kijken. In het algemeen ligt de voorkeur bij gewelddadige films of series (agressieve modellen). Ook het bijbehorende speelgoed wordt vaak aangeschaft. Daarnaast lopen kinderen vaak 's avonds laat op straat, waar het recht van de sterkste geldt. De verwaarlozing van de kinderen leidt er vaak toe dat de kinderen via het tonen van negatief gedrag toch aandacht proberen te krijgen.
Ook wijzen de sleutelinformanten op de vele opvoedingsproblemen in de wijken. Naar hun mening hebben de ouders in het algemeen moeite met het stellen van grenzen. De opvoedingsproblemen ontstaan omdat de grenzen te laat worden gesteld of omdat de ouders inconsequent zijn. Ouders hebben de neiging uiteindelijk de makkelijkste weg te kiezen en toch maar toe te geven aan het kind. Ook stellen de meeste sleutelinformanten vast dat ouders moeilijk naar buiten komen met deze problemen. Er wordt snel gedacht dat men als ouder gefaald heeft. Dit wil men tegenover de professionele werkers en de buurt niet weten.
Tot slot gebruiken ouders in de opvoeding zelf vaak agressie. De wijkverpleegkundigen merken op dat vanaf de leeftijd van één tot anderhalf jaar de periode aanbreekt waarin de wilsontwikkeling van het kind op gang komt en het belangrijk is dat ouders duidelijke grenzen gaan stellen aan het gedrag van het kind. De meest voorkomende manier waarop de ouders van Noordwest-Groningen dit trachten te bewerkstelligen is door het uitspreken van verboden en geboden, veelal gepaard gaande met de eerste opvoedkundige tikken. Deze wijze van handelen blijft vervolgens vaak gedurende de verdere opvoeding bestaan. Een zekere mate van verbale en soms ook van fysieke agressie is hierbij gewoon.
Een belangrijke achterliggende factor of oorzaak van de wijze waarop ouders met hun kinderen omgaan, is volgens de sleutelinformanten het feit dat de meeste ouders in Noordwest-Groningen zelf ook op een dergelijke wijze zijn opgevoed. Ze kennen met andere woorden geen andere manier. In de tweede plaats is er de druk van de buren of de buurt. Vooral daar waar de mensen dicht op elkaar wonen zijn ouders vaak bang voor de reactie van de buren en geven liever toe aan het kind. Tot slot hebben ouders soms weinig tijd of energie om zich met de kinderen bezig te houden en consequent te zijn. Zo telt Noordwest-Groningen relatief veel eenoudergezinnen. De sleutelinformanten nemen waar dat het deze ouders soms aan energie ontbreekt. Werkende ouders kunnen dit eveneens ervaren, maar geven ook uit schuldgevoel vaak te veel aan het kind toe. Een algemeen maatschappelijke ontwikkeling is dat ouders minder dan vroeger lijken te kiezen voor het kind: andere zaken in hun leven zijn even belangrijk of belangrijker geworden. Dit is in de gehele samenleving waar te nemen. Zowel in de hogere als de lagere sociale klassen komt het voor dat werk, sociale contacten, de eigen relatie, de sportclub, de laatste mode, de contacten in de buurt, of TV-kijken voor de ouders even belangrijk zo niet belangrijker zijn dan het kind.
De buurt
In het bovenstaande is al naar voren gekomen dat in de verhouding tussen ouder en kind een zekere mate van agressie soms gebruikelijk is. Deze ouders zijn meestal zelf ook op deze wijze opgevoed. Maar niet alleen de ouders functioneren voor de kinderen als negatief model, ook familieleden en overige buurtbewoners vervullen vaak een dergelijke rol.
Volgens de sleutelinformanten zijn bepaalde delen van Noordwest-Groningen te typeren als wijken waarin relatief veel conflicten spelen. Familieleden en buurtbewoners leven nogal eens dicht op elkaar en wanneer de sociale vaardigheden te wensen overlaten groeien kleine meningsverschillen al snel uit tot grote conflicten. De ongenoegens worden hierbij vaak door middel van (verbale) agressie geuit. De conflicten blijven overigens niet beperkt tot de volwassenen. Wanneer de ouders ruzie maken, worden de kinderen hierin vaak betrokken. Niet zelden worden de kinderen geïnstrueerd hoe ze zich moeten gedragen ten opzichte van de kinderen van een buurtbewoner. Op deze wijze worden de ruzies van de volwassenen door de kinderen uitgevochten. Met name Vinkhuizen en Tuinwijk worden in dit verband genoemd, maar ook in delen van Paddepoel zijn conflicten tussen buurtbewoner geen uitzondering. In de buurt is een bepaalde mate van (verbale) agressie met andere woorden min of meer normaal.
Noordwest-Groningen laat zich verder beschrijven als een stadsdeel waarin de sociale participatie laag is. Een groot aantal bewoners is werkloos. Ook drukt het lidmaatschap van een sportclub of muziekschool vaak te zwaar op het gezinsbudget. Zowel bij de volwassenen als de kinderen is vaak sprake van verveling. De sleutelinformanten spreken in dit verband nogal eens van 'een doelloos leven'. Er is geen sportwedstrijd of schoolactiviteit waar zowel ouder als kind gezamenlijk naar toe kunnen leven. De scholen, vooral in Paddepoel, klagen erover dat ze niet of nauwelijks meer kunnen rekenen op ouderparticipatie.
De School
Vanaf de leeftijd van vier jaar brengen kinderen een aanzienlijk deel van de dag door op school. Alle vertegenwoordigers van de basisscholen vinden het belangrijk dat agressie op school en in de klas zoveel mogelijk wordt beperkt. Op de agressie die buiten school plaatsvindt heeft men als school weinig invloed. Ook is het beïnvloeden van het gedrag van kinderen uit probleemgezinnen of uit gezinnen met opvoedingsproblemen moeilijk, zeker wanneer de situatie thuis niet verandert. In toenemende mate wordt het scholen duidelijk dat er invloed moet worden uitgeoefend op de (opvoedings)situatie thuis. Zo zijn de meeste scholen vertegenwoordigd in de buurtnetwerken jeugdhulpverlening 0-12 jaar. Verder wordt vanuit één school de cursus 'Opvoeden zo' aangeboden.
Binnen de school is het bieden van een duidelijke structuur belangrijk. Juist in wijken waar in de gezinnen weinig structuur aanwezig is, is dit van het allergrootste belang, zowel voor de emotionele en gedragsontwikkeling als voor de cognitieve ontwikkeling van het kind. In de eerste plaats zijn er de school- en klasseregels waaraan elk kind zich moet houden. Het blijkt dat scholen niet op elk moment even streng toezien op de naleving van deze regels. Doorgaans is een golfbeweging waar te nemen. Wanneer de agressie op school toeneemt worden de touwtjes strakker aangetrokken. Vervolgens neemt de agressie af, zodat ook op de naleving van de regels weer minder nadruk komt te liggen.
Naast het toepassen van bovengenoemde gedragsregels, is toezicht een belangrijk instrument. In de klas is het toezicht het grootst. De leerkracht grijpt daar waar nodig direct in. Het toezicht op het plein is per school anders georganiseerd. Bij de meeste scholen is er sprake van pleindienst, meestal uitgevoerd door twee leerkrachten. Op een enkele school zijn de pauzes zo georganiseerd dat de groepsleerkracht degene is die ook op het plein toezicht houdt op de eigen leerlingen.
De vertegenwoordigers van de basisscholen geven aan dat in het bestrijden van agressie het schoolteam een grote rol speelt. Het schoolteam moet de agressie waarnemen, vervolgens bereid zijn dit gezamenlijk te bespreken en oplossingen te zoeken. Voorbeelden van dergelijke oplossingen zijn het introduceren van spelletjes op het plein en het afleiden van de agressie door middel van karateles. Verder zijn het schoolsysteem en de persoon van de leerkracht van belang. Zo wordt binnen het ene schoolsysteem meer nadruk gelegd op de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind en het functioneren van de groep dan binnen het andere. Belangrijk is ook in hoeverre de leerkracht het groepsproces in de gaten houdt en de groep positief weet te stimuleren. Dit is vooral van belang voor de sociale agressie: pesten en buitensluiten. Op deze vorm van agressie, zo is de mening van menige leerkracht, is maar weinig invloed uit te oefenen. Vooral omdat het zich voor een groot deel buiten de klas afspeelt, op het plein en op weg van en naar huis. Met name op de 'moeilijke groepen', de groepen met negatieve groepsnormen die eigenlijk niet als een groep functioneren, kunnen maar weinig leerkrachten grip krijgen. Er wordt aangegeven dat leerkrachten in het algemeen slecht in staat zijn de echte zondebokken in de klas te herkennen en vervolgens iets aan hun situatie te doen.
Peuterspeelzalen
Volgens de sleutelinformanten is de agressie binnen de peuterspeelzalen doorgaans goed in de hand te houden. In het kader van het OVB (Onderwijs Voorrang Beleid) bestaan de meeste groepen uit maximaal tien kinderen. Gemiddeld zitten in elke groep wel één of meerdere kinderen waarbij sprake is van een achterstand op sociaal-emotioneel gebied. Deze kinderen vertonen vaak meer agressie dan gemiddeld en lokken op hun beurt met hun gedrag ook agressie bij de andere kinderen uit.
Op de peuterspeelzalen worden de kinderen de eerste gedragsregels aangeleerd. Het algemeen pedagogische klimaat op de peuterspeelzalen is er een waarin het kind positief benaderd wordt en waarin men uitgaat van het positieve van het kind. Er ligt een nadruk op het aanleren van gedragsalternatieven.
Met de positieve aandacht voor het kind willen de peuterspeelzalen een tegenwicht bieden aan de situatie thuis waarin veelal sprake is van een commandostijl of een verwaarlozende opvoedingsstijl. Aangezien de invloed van de peuterspeelzalen klein is wanneer de situatie thuis niet verandert, wordt er veel aandacht besteed aan opvoedingsondersteuning. Zo kennen alle peuterspeelzalen een koffietafel en is onlangs het project 'Opstapje' geïntroduceerd, dit is een project voor ouder en kind gericht op de cognitieve ontwikkeling. Hieraan voorafgaand werd op verschillende plaatsen in Noordwest-Groningen vanuit de peuterspeelzalen al een dergelijke ondersteuning voor ouder en kind aangeboden. Het principe van de koffietafel is dat ouders elkaar leren kennen en ondersteunen in de opvoeding. Ook de groepsleiders hebben hierin een belangrijke functie. Ze proberen niet alleen voor het kind, maar ook voor de ouders een positief model te zijn. En alhoewel het handelen van de groepsleiders en de tips van de overige ouders soms een openbaring kunnen zijn, blijkt het veranderen van de opvoedingsstijl vaak een kwestie van een lange adem.
   
Kinderwerk en speeltuinverenigingen
Ook binnen het sociaal-cultureel werk en de kindergroepen van de speeltuinverenigingen is de onderlinge agressie van kinderen redelijk goed onder controle te houden. De situatie en de activiteiten die hier worden ondernomen zijn echter minder gestructureerd dan bijvoorbeeld in het klasselokaal. Zo is de kinderdisco niet te vergelijken met een kringgesprek. De kans op agressie is in het eerste geval uiteraard aanzienlijk hoger. Het doel van de activiteiten is de buurtkinderen op een zinvolle manier bezig te houden en hen te stimuleren op een positieve wijze met elkaar om te gaan. Het sociaal-cultureel werk en de speeltuinverenigingen vullen elkaar hierbij aan, in die zin dat ze kinderen uit verschillende delen van de wijk bereiken. In de wijze waarop met agressie wordt omgegaan zijn echter duidelijke verschillen aan te treffen.
In alle groepen wordt agressie niet geoorloofd, om welke vorm het ook gaat. Binnen de speeltuinverenigingen wordt deze regel op de volgende wijze gehandhaafd. Bij overtreding krijgt het kind een waarschuwing. Nadat de gedragsregels nog eens overtreden worden, wordt het kind weggestuurd met de mededeling dat het de volgende bijeenkomst terug mag komen wanneer het zich beter zal gedragen. Binnen het reguliere kinderwerk en de overige groepen van de speeltuinverenigingen wordt getracht de kinderen op een positieve wijze te benaderen en aandacht te schenken aan het aanreiken van gedragsalternatieven. Vooral binnen het reguliere kinderwerk is men van mening dat het belangrijk is ook de ouders bij de activiteiten te betrekken. Enerzijds om meer kinderen binnen te krijgen, anderzijds om er voor te zorgen dat bepaalde projecten ook vanuit de thuissituatie worden ondersteund. Ouderparticipatie zorgt ervoor dat ouders zich verantwoordelijk voelen voor het gedrag van de kinderen, zowel binnen als buiten de activiteiten om.
Voor wat betreft het beteugelen van de agressie van kinderen worden door het kinderwerk en de speeltuinverenigingen de volgende aspecten genoemd: het splitsen van grote groepen en het mee laten denken over de activiteiten door de kinderen zelf. Volgens de sleutelinformanten is het belangrijk groepen die bestaan uit kinderen van verschillende leeftijd zo nu en dan op te splitsen. Niet alleen omdat oudere kinderen andere activiteiten leuk vinden dan jongere kinderen, maar ook omdat jonge kinderen snel het 'stoere' gedrag van de oudsten na gaan doen. Verder raken de oudere kinderen soms geïrriteerd omdat ze niet kunnen bevatten dat de jongere kinderen niet evenveel kunnen als zijzelf. Dit werkt agressie in de hand. Belangrijk is ook dat kinderen de activiteiten die door de groep worden ondernomen leuk vinden. Zo niet, dan raken ze sneller gefrustreerd en verveeld. Ook dit bevordert de agressie. Daarom is het belangrijk, zeker bij de kinderen van tien jaar en ouder, om ze te betrekken bij de organisatie: wat gaan we doen en op welke manier?
Ouders versus instellingen
In het algemeen ervaren sleutelinformanten het gedrag van kinderen vaker als agressief dan de ouders. Al eerder kwam naar voren dat sommige ouders in een aantal wijken een bepaalde mate van agressie normaal vinden. Het is de manier waarop men in de buurt en in het gezin met elkaar omgaat. Een grote mond van de kinderen lokt vaak eenzelfde type reactie uit van de kant van de ouders, maar over het algemeen is dit iets wat men vreemd vindt.
Opmerkelijk is dat wanneer vertegenwoordigers van de school, het buurtcentrum of andere instellingen ouders aanspreken op het agressieve of anderszins regelovertredende gedrag van hun kinderen, ze vaak niet de werkers maar het kind steunen. Er wordt een trend waargenomen waarbij ouders het bij conflicten meer en meer gaan opnemen voor het kind ongeacht of het schuldig is of niet. Het gevolg zijn kinderen die weten 'dat ze overal mee weg kunnen komen'. Ook de politie van Noordwest-Groningen geeft aan hoe belangrijk het is dat ouders verantwoordelijkheid nemen voor het gedrag van hun kinderen. Uit de reactie van de ouders, vergoeilijkend of niet, kunnen ze vaak voorspellen of ze een tiener in de toekomst weer zullen zien of niet.
4.3    Bestrijding agressie
In de voorgaande paragraaf is duidelijk geworden dat agressie van kinderen in het stadsdeel Noordwest-Groningen niet los te zien is van de algemene sociaal-economische situatie in de wijken. Een geïntegreerde aanpak van de sociaal-economische achterstand is volgens de sleutelinformanten voor het terugschroeven van de agressie door kinderen dan ook onontbeerlijk. De instellingen die met kinderen werken zijn zich er in het algemeen sterk van bewust dat het bieden van een duidelijke structuur en het geven van positieve aandacht aan het kind de meest directe bijdrage is die zij kunnen leveren. Daarnaast worden de volgende zaken van belang geacht.
- Opvoedingsondersteuning
Verschillende instellingen, zoals de Thuiszorg en de GGD bieden ouders cursussen aan over opvoeding. De meeste sleutelinformanten zijn het erover eens dat de opvoedingsondersteuning over de gehele linie uitgebreid moet worden. Ze moet worden aangeboden op voor de ouders bekende en vertrouwde plaatsen zoals de school en de peuterspeelzaal.
Het grootse probleem bij de opvoedingsondersteuning is het bereiken van die gezinnen die de hulp het hardst nodig hebben. Dit blijkt vaak moeilijk, vooral omdat men in de buurt niet bekend wil staan als slechte opvoeder. Daarom wordt momenteel speciaal aandacht besteed aan gezinnen met een moeilijk/temperamentvol kind. Dit lijkt een manier om met een bepaalde groep ouders contact te krijgen. Door een dergelijke benadering voelen ze zich minder schuldig en gestigmatiseerd. In Tuinwijk wordt aan de ouders van de kinderen op de peuterspeelzaal een aanbod gedaan waarvan massaal gebruik wordt gemaakt. De peuterspeelzaal bestaat hier al 25 jaar. Het lijkt erop dat vertrouwen een belangrijke voorwaarde voor deelname is. Alhoewel het moeilijk is de juiste ouders te bereiken, merken de sleutelinformanten op dat wanneer de ouders uiteindelijk meedoen ze vaak zeer te spreken zijn over de voorlichting en de ondersteuning.
Volgens sommige sleutelinformanten is het handig bij de opvoedingsondersteuning de nadruk te leggen op de leeftijdsgroep 0-6 jaar. In die periode is de opvoedingsstijl nog makkelijk te beïnvloeden en zullen de inspanningen het meeste effect sorteren. Volgens de sleutelinformanten moeten projecten als 'Opstapje' structureel worden. Verder wordt opgemerkt dat de Thuiszorg niet voldoende menskracht heeft om een actief aanbod te doen voor wat betreft voorlichting en opvoedingsondersteuning. Op dit moment worden dergelijke zaken pas aangeboden wanneer er al problemen zijn gesignaleerd.
Naast het aanbieden van cursussen dient meer opvoedingsondersteuning en voorlichting te worden gegeven tijdens huisbezoeken. Huisbezoeken leveren een betere band op met ouders en een concreter zicht op de situatie van het kind. De instellingen geven aan dat door de bezuinigingen die hebben plaatsgevonden minder tijd beschikbaar is voor huisbezoek. Enkele sleutelinformanten vinden het een goed idee om vanuit de Thuiszorg niet alleen direct na de geboorte, maar ook na circa 13 maanden (start van de wilsontwikkeling) huisbezoek te organiseren. Beginnende opvoedingspatronen kunnen dan waarschijnlijk met relatief weinig moeite worden bijgebogen.
- Peuterspeelzalen en dagopvang
In Groningen kunnen kinderen vanaf twee jaar voor twee dagdelen per week worden geplaatst op een peuterspeelzaal. Afhankelijk van de wachtlijst kunnen kinderen er soms echter pas later terecht. Er wordt te kennen gegeven dat deze wachtlijst negatief werkt en dat twee dagdelen per week te weinig is voor veel kinderen in het onderwijsvoorrangsbeleid. Daarnaast is in deze OVB-gebieden deskundigheidsbevordering bij de kinderdagverblijven geboden, zodat ook zij een rol kunnen spelen in het opvangen en begeleiden van jonge kinderen met (dreigende) sociaal-emotionele achterstand.
- Ouderparticipatie
Een groot probleem in de wijken is de geringe interesse en participatie van ouders. Alle scholen, de peuterspeelzalen en het kinderwerk zijn van mening dat het bevorderen van de ouderparticipatie noodzakelijk is. Participatie op school en elders in de wijk zorgt voor gebondenheid en geeft de ouders een doel. Volgens de sleutelinformanten kun je ouders aan je binden door middel van het bieden van interessante nevenvoorzieningen, zoals de boek- en spelletjesuitleen op de peuterspeelzalen en op school. Het gaat hierbij onder meer om een decentralisatie van voorzieningen.
- Groter budget voor zorgvoorzieningen
Vooral scholen klagen over de recente kortingen op het budget van de zorgvoorzieningen, zoals de schoolmaatschappelijk werker, de logopedist, etcetera. Het aantal zorguren is overal teruggelopen. Hierdoor dreigt minder aandacht voor probleemkinderen/gezinnen te ontstaan en minder tijd voor toezicht (inclusief huisbezoek) en opvoedondersteuning.
- Deskundigheidsbevordering
Het blijkt dat leerkrachten nauwelijks het idee hebben dat ze invloed kunnen uitoefenen op het gedrag van 'moeilijke groepen'. Ze zijn slecht in staat zondebokken te identificeren en de situatie van deze leerlingen te veranderen. Deskundigheidsbevordering, met name op het gebied van groepsprocessen en vroegtijdige signalering van pesten, kan hierin verandering brengen.
- Aanpakken excessen
Alle deelnemers aan de buurtnetwerken zijn van mening dat een netwerkbenadering belangrijk is. Via deze methode zijn verschillende kinderen geholpen, ook op het gebied van agressie. Aan de echte probleemgevallen kunnen de buurtnetwerken echter te weinig doen. Via de Raad van Kinderbescherming kan een gezinsvoogd aangesteld worden, maar die heeft doorgaans maar weinig directe invloed. Er zou meer zorg direct op het gezin moeten worden ingezet; bijvoorbeeld elke dag structuur aanbrengen. Hiervoor zijn momenteel te weinig mogelijkheden.
- Buurtbinding
Volgens de sleutelinformanten is de onderlinge gebondenheid en participatie in de buurt slecht. Met name Paddepoel hangt als los zand aan elkaar. Er moet meer georganiseerd worden in de wijken, zowel voor kinderen als voor hun ouders. De instellingen moeten met name in Paddepoel meer vertrouwen kweken bij de buurtbewoners. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is decentralisatie. Wil er optimaal gebruik worden gemaakt van de voorzieningen, dan zullen ze moeten worden aangeboden op bekende en vertrouwde plaatsen, wellicht op meerdere plekken in een wijk. Kleinschaligheid en decentralisatie is met andere woorden het motto.
- Toezicht en buurtbeheer
Toezicht is een belangrijk gegeven in relatie tot agressie. Toezicht in de wijken is met name voor tieners belangrijk, het geeft hen ook buitenshuis structuur. Belangrijk is het bevorderen dat de buurt zelf verantwoording neemt voor het beheer van eigen straten, pleintjes en veldjes. De wijken zijn niet overal even veilig en kindvriendelijk. Kinderen hebben bijvoorbeeld geen echte trapveldjes, omdat al het groen wordt gebruikt als plekken om de hond uit te laten. Verder worden speeltuintjes vaak vervuild en vernield. Met name hiervoor kunnen projecten eigen beheer een goede functie vervullen. Voorbeelden zijn te zien in Tuinwijk en Vinkhuizen. Ook in Paddepoel lijken dergelijke projecten nodig.
- Organisatie activiteiten
Belangrijk volgens enkele sleutelinformanten is tot slot dat kinderen van de straat gehaald worden, omdat hier het recht van de sterkste geldt. Er zal meer voor kinderen moeten worden georganiseerd en de bestaande voorzieningen, zoals het kinderwerk en de speeltuinverenigingen moeten zich blijven inspannen om ook de kinderen te bereiken die nu niet deelnemen aan het kinderwerk. Een belangrijk hulpmiddel hierbij lijkt kinderen mee laten praten en beslissen over de activiteiten van de groep.
4.4    Resumé
Uit de interviews met de sleutelinformanten kunnen enkele belangrijke conclusies worden getrokken. Zo is iedereen van mening dat de kinderen van Noordwest-Groningen in het algemeen nogal prikkelbaar of lichtgeraakt zijn. De kinderen hebben de neiging hun emoties direct te tonen, doorgaans op een agressieve wijze. Naar de mening van de sleutelinformanten wordt in Noordwest dan ook meer dan in sommige andere delen van de stad direct geslagen of gevochten. Ook is er veel direct verbale agressie, zoals schelden of bedreigen. De sleutelinformanten maken voor wat betreft de mate van agressie in de wijken de volgende rangorde. Van laag naar hoog: Selwerd en Paddepoel-Noord; Vinkhuizen-Noord; Vinkhuizen-Zuid, Paddepoel-Zuid en Tuinwijk.
Volgens de sleutelinformanten kan de mate van agressie van de kinderen niet los worden gezien van de algemene, sociaal-economische situatie in de wijken: hoe lager het sociale milieu, des te meer agressie er valt waar te nemen. Daarnaast wordt de nadruk gelegd op de thuissituatie. In vergelijking tot de school, de buurt en de vriendenclub, is de thuissituatie en de opvoedingsstijl in de ogen van de sleutelinformanten verreweg de meest bepalende factor. Noordwest-Groningen telt relatief veel probleemgezinnen, gezinnen waarin sprake is van een meervoudige problematiek. Bij de opvoedingsstijl wordt gesproken over commandogezinnen, kinderen op afstandsbediening en verwaarlozing. Ook neemt men in toenemende mate opvoedingsproblemen waar. Het stellen van duidelijke en eenduidige grenzen lijkt hierbij het grootste probleem. De meeste sleutelinformanten zijn het erover eens dat de opvoedingsondersteuning over de gehele linie moet worden uitgebreid
Op het niveau van de school lijken leerkrachten in het algemeen slecht in staat de zondebokken in de klas te herkennen en vervolgens de situatie in de groep te veranderen. Verder kennen sommige delen van Noordwest-Groningen veel (buurt)conflicten. Daarnaast laat het gebied zich omschrijven als een wijk waarin de sociale participatie laag is. Zowel bij de volwassenen als bij de kinderen is vaak sprake van verveling. De groepen rondhangende jongeren vanuit het voortgezet onderwijs, die in de ogen van de sleutelinformanten verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van het vandalisme, oefenen een grote aantrekkingskracht uit op een deel van de kinderen in de hoogste groepen van het basisonderwijs.
vorige   volgende
Colofon en inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1    Inleiding
Hoofdstuk 2    Methodologische verantwoording
Hoofdstuk 3    Overzicht literatuur
Hoofdstuk 4    Opvattingen sleutelinformanten
Hoofdstuk 5    Inventarisatie agressie
Hoofdstuk 6    Pesten in het basisonderwijs
Hoofdstuk 7    Conclusies en aanbevelingen
Literatuur
Bijlage    Tabellen
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.