INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Stimulerende zaken opgespoord
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (57 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 9,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Samenvatting
Misbruik van dopingmiddelen kan verschillende risico's voor de volksgezondheid tot gevolg hebben, zoals schade door onoordeelkundig gebruik of door gebruik van een product dat onder verdachte omstandigheden is bereid of schade door vermenging van veterinaire geneesmiddelen met humane geneesmiddelen. Een belangrijke doelstelling van het dopingbeleid vormt het tegengaan van dopinggebruik in de topsport en breedtesport.
Mede om het dopinggebruik beter te kunnen bestrijden is in mei 2001 een wetswijziging van kracht geworden, waarbij de illegale handel in geneesmiddelen voor dopingdoeleinden vanuit de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (WOG) is ondergebracht in de Wet op de Economische Delicten (WED). Het onbevoegd produceren en het onbevoegd afleveren van geneesmiddelen, evenals het bereiden, het verkopen, het afleveren, het invoeren, het verhandelen of het ter aflevering in voorraad houden van ongeregistreerde geneesmiddelen is sindsdien een economisch delict. De wetswijziging heeft als oogmerk het effectiever tegengaan van de illegale productie en handel van geneesmiddelen, en daarmee ook een effectievere aanpak van de productie en handel in dopinggeduide middelen.
Een belangrijke aanleiding voor de wetswijziging vormde het feit dat uit de ervaring van de opsporingsdiensten is gebleken dat met name de lage strafmaat op overtreding van de WOG belemmerend werkte voor de opsporing en vervolging van illegale productie en handel in dopingmiddelen. Met de wetswijziging is de strafmaat verhoogd en zijn de bevoegdheden van opsporingsdiensten flink uitgebreid.
Evaluatie
In opdracht van het Wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL de wetswijziging geevalueerd. Geanalyseerd is of sinds de wetswijziging de aanpak van de illegale handel en van de productie van dopingmiddelen is verbeterd. In het kader van het onderzoek zijn interviews gehouden met vertegenwoordigers van betrokken organisaties, zoals de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en Economische Controle Dienst (FIOD-ECD), officieren van justitie en recherchechefs. Tevens zijn dossiers van strafzaken van voor en na de wetswijziging geanalyseerd en onderling vergeleken, registratiegegevens opgevraagd en is literatuuronderzoek verricht.
Tijdens het onderzoek blijken zich verschillende knelpunten voor te doen. Door de lage prioritering van de dopinghandel bij politie en Openbaar Ministerie (OM) is de bekendheid van dopingzaken bij beide partijen gering. Mede als gevolg hiervan is het aantal dopingzaken beperkt. Tevens blijken dopingzaken zeer moeizaam terug te vinden in de registraties van politie en OM. Ondanks de beperkingen van de registraties lijken de meeste dopingzaken te zijn teruggevonden. Dit komt mede door een intensieve persoonlijke benadering van de personen die bij de opsporing en vervolging van dopinghandel betrokken zijn geweest.
Uitkomsten
Na de wetswijziging lijkt het aantal strafzaken niet toegenomen, maar verhoudingsgewijs zijn al wel meer dopinggerelateerde opsporingsonderzoeken opgestart. Bovendien is vaker van de uitgebreidere opsporingsbevoegdheden gebruik gemaakt. Het inzetten van schaarse en kostbare opsporingsmiddelen (telefoontaps en observatieteams) wijst op een hogere prioriteit die het OM aan dopingzaken geeft. Volgens betrokkenen zijn sinds de wetswijziging enkele opsporingsonderzoeken opgestart, die zonder een wetswijziging waarschijnlijk niet zouden zijn uitgevoerd.
De samenwerking tussen OM en FIOD-ECD bij dopingonderzoeken lijkt de afgelopen jaren te zijn geintensiveerd. De FIOD-ECD houdt zich bij het bestrijden van diverse vormen van fraude, waaronder intellectuele eigendomsfraude, onder meer bezig met de aanpak van dopinggeduide middelen. Evenals voor de wetswijziging wordt door alle bij de bestrijding van dopingmiddelen en dopinghandel betrokken partijen frequent gebruik gemaakt van de deskundigheid van de IGZ.
In hoeverre de wetswijziging gevolgen heeft gehad voor de omvang van de handel en de productie van dopingmiddelen is niet bekend. Wel blijkt uit interviews met deskundigen dat handelaren voorzichtiger te werk gaan. De dreiging van een verhoogde strafmaat en de mogelijk inzet van (zwaardere) opsporingsmiddelen maakt dat zij selectiever zijn in hun klanten. De verkrijgbaarheid van dopingmiddelen is voor gebruikers hierdoor lastiger geworden.
De dopingmiddelen worden in Nederland vooral vanuit het buitenland ingevoerd. Ook daarin is geen verandering opgetreden, zij het dat zich geringe verschuivingen in de landen van herkomst voordoen.
Ten slotte
Ondanks de knelpunten tijdens het onderzoek en de veelal beperkte informatie die voorhanden is, lijkt het beoogde effect van de wetswijziging, het verbeteren van de aanpak van de illegale handel en van de productie van dopingmiddelen, gedeeltelijk bereikt. In ieder geval zijn er zichtbare verbeteringen opgetreden in de effectiviteit van de aanpak. Door de wetswijziging zijn de mogelijkheden vergroot om de illegale handel aan te pakken. De uitbreiding van het instrumentarium is hierdoor vergroot, hetgeen tot meer opsporingsonderzoeken heeft geleid. Door de zwaardere strafmaat wordt door het OM eerder dan voor de wetswijziging een onderzoek naar dopinghandel opgestart. Diverse opsporingsonderzoeken naar dopinghandel zouden zonder de wetswijziging niet zijn uitgevoerd.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.