INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Doping en handel
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (16 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 4    Samenvatting en conclusies
Om de dopinghandel beter te kunnen bestrijden, is in mei 2001 een wetswijziging van kracht geworden, waarbij de illegale handel in geneesmiddelen voor dopingdoeleinden is ondergebracht in de Wet op de economische delicten (WED). Het onbevoegd produceren en het onbevoegd afleveren van geneesmiddelen is sindsdien, evenals het bereiden, het verkopen, het afleveren, het invoeren, het verhandelen of het ter aflevering in voorraad houden van ongeregistreerde geneesmiddelen, een economisch delict. De wetswijziging heeft het effectiever tegengaan van de illegale productie van en handel in geneesmiddelen als oogmerk, en daarmee ook een effectievere aanpak van de productie van en handel in dopinggeduide middelen.
Voor de evaluatie van de wetswijziging dient op korte termijn inzicht te worden verkregen in de aard en omvang van de illegale handel in dopingmiddelen (quick scan). Daarnaast dient te worden nagegaan welke gegevens beschikbaar zijn voor het ontwikkelen van indicatoren om de effecten van de wetswijziging te evalueren.
4.1 Aard en omvang dopinghandel
Om zicht te krijgen op de aard en omvang van dopinghandel zijn met 61 personen interviews gehouden. Hieruit blijkt dat sinds de publicatie van 'Handel in doping' van Koert en Van Kleij (1998) geen grote veranderingen zijn opgetreden in de aard van de dopingmiddelen waarin wordt gehandeld. De anabole androgene steroïden vormen nog steeds het meest gebruikte en verhandelde dopingmiddel. Anders dan in 1998 is momenteel (eind 2001, begin 2002) het gebruik van precursoren zeer populair en experimenteren gebruikers in toenemende mate met meerdere middelen en hogere doseringen. Terwijl in 1998 de experimentele gebruikers nog hun toevlucht zochten tot het gebruik van groeihormoon, clenbuterol en insuline geldt dat momenteel met name voor groeihormoon vanwege de hoge prijs niet meer. Clenbuterol is daarentegen populair geworden doordat het wordt beschouwd als een relatief goedkoop en veilig dopingmiddel. Tevens wordt momenteel door de experimentele gebruikers in toenemende mate smartdrugs gebruikt en in beperkte mate tevens zogenoemde 'hightech' middelen.
Het aantal personen dat bij de dopinghandel in Nederland betrokken is, wordt geschat op 30 tot 40 personen. Veel van deze handelaren blijken in dossiers van de Inspectie voor de Gezondheidszorg voor te komen. Over het algemeen zeggen de geïnterviewde opsporingsambtenaren dat zij geen goed beeld hebben van de handel in dopinggeduide middelen. Het merendeel van de geïnterviewden blijkt zich bij het beschrijven van de dopinghandel anno 2001/2002 te baseren op het rapport van Koert en Van Kleij (1998). De huidige kennispositie ten aanzien van de handel in dopinggeduide middelen is in vergelijking met 1998 weinig verbeterd.
Het overgrote deel van de gebruikers verkrijgt de dopingmiddelen via contacten met vrienden, medesporters of trainers. Deze contacten komen evenals in 1998 voornamelijk tot stand in het sportscholen- en fitnesscircuit. Anders dan in 1998, worden momenteel met name de handelaren in voedingssupplementen gezien als de belangrijkste distributiekanalen. Het Internet zou als medium voor de handel volgens enkele respondenten sterk in opkomst zijn. De prijzen van de aangeboden middelen liggen echter 50% hoger dan de prijzen in het sportschool- en fitnesscircuit. De meeste gebruikers geven de voorkeur aan het kopen van hun middelen bij een vaste leverancier.
   
Ook bij de omvang van de handel baseren de geïnterviewden zich voornamelijk op het onderzoeksrapport 'Handel in doping' (1998). Enkele geïnterviewden geven te kennen dat zij de schatting in 'Handel in doping' te hoog vinden. Ondanks het feit dat men veelal geen schatting van de jaarlijkse omzet kan maken, wordt door diverse geïnterviewden verondersteld dat de omvang van de handel anno 2001/2002 ten opzichte van 1998 is gegroeid. Zo hebben gebruikers de doseringen verhoogd en zijn volgens diverse geïnterviewden de prijzen van de dopingmiddelen sinds 1998 gestegen. De prijsstijgingen houden mogelijk verband met de wetswijziging; de handelaren lopen grotere risico's en moeten voorzichtiger te werk gaan, waardoor de prijzen stijgen.
De hoge schattingen zijn waarschijnlijk mede het gevolg van hoge schattingen van de aantallen gebruikers. Het aantal gebruikers wordt op basis van het Nationaal Prevalentie Onderzoek van het CEDRO geëxtrapoleerd naar landelijke aantallen en geschat op 45.000. Het gaat hierbij echter niet alleen om het gebruik van anabole androgene steroïden en groeihormonen en dergelijke. In ruim de helft van de gevallen (53%) blijkt het uitsluitend te gaan om het gebruik van stimulantia (amfetamine, cocaïne, efedrine en hoge doseringen cafeïne). Bij dopinghandelaren worden deze middelen slechts in beperkte mate aangetroffen. Indien de gebruikers van stimulantia buiten beschouwing worden gelaten, dan zou het jaarlijks om ongeveer 20.000 tot 25.000 personen gaan, die spierversterkende middelen gebruiken zoals androgene anabole steroïden en groeihormonen.
4.2 Indicatoren gevolgen wetswijziging
Om de wetswijziging te kunnen evalueren dienen indicatoren te worden ontwikkeld die een maat zijn voor de illegale productie en handel in dopingmiddelen en de bestrijding daarvan. Gegevens van opsporingsinstanties kunnen echter niet los worden gezien van de opsporingsinspanningen. Rekening houdend met de lage prioriteit die dopinghandel in het verleden heeft gehad, is de verwachting dat de verzwaring van de strafmaat en de verruiming van de opsporingsmiddelen de komende jaren tot meer aanhoudingen, processen-verbaal, strafrechtelijke onderzoeken en veroordelingen zullen leiden. Door gegevens te verzamelen over het jaar 2000 kunnen de indicatoren voor dat jaar als ijkpunt voor de evaluatie van de wetswijziging gelden. Vervolgmetingen geven inzicht in de ontwikkelingen en daarmee effectiviteit van de aanpak van de productie en handel in dopingmiddelen.
Resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat het aantal geschikte indicatoren in termen van betrouwbaarheid, validiteit en volledigheid momenteel beperkt is. In feite is met de huidige gegevens geen enkele indicator te noemen die voor de evaluatie van de wetswijziging een accuraat beeld geeft van (aspecten van) de handel in doping. In de registratie van de politie bijvoorbeeld zijn gegevens over productie en handel in doping niet terug te vinden. Dit betekent dat informatie over aantallen aanhoudingen en processen-verbaal voor dopinghandel niet beschikbaar zijn. Nagegaan dient te worden of de registratie van de politie zodanig kan worden aangepast dat deze informatie in het vervolg wel is te traceren, bijvoorbeeld door het toevoegen van een aparte incidentcode voor handel en productie van dopingmiddelen. Hiermee is overigens het probleem niet te ondervangen dat veel politiemensen niet bekend zijn met dopingmiddelen en dergelijke middelen niet herkennen.
Op basis van de wel beschikbare gegevens uit registraties zijn indicatoren samen te stellen die voor een deel in de informatiebehoefte voorzien. Zo zijn de aantallen bij justitie ingestroomde zaken voor overtreding van de WOG geregistreerd in Compas. Niet bekend is of het hierbij om handel in dopinggeduide middelen gaat en wat de rol van de georganiseerde criminaliteit hierbij is. Tevens ontbreken gegevens over het gebruik van ruimere opsporingsmiddelen, de gestarte strafrechtelijke onderzoeken en de aantallen veroordeelde dopinghandelaren.
Daarnaast zijn op basis van het Nationaal Prevalentie Onderzoek indicatoren beschikbaar om de aard en omvang van dopinggebruik te monitoren. Zo is de prevalentie van dopinggebruik onder de algemene bevolking bekend. Vanwege de relatief lage prevalentie is het aantal respondenten dat recent doping heeft gebruikt gering. Bovendien blijkt het hierbij vooral om het gebruik van stimulantia te gaan en minder om het gebruik van anabolen en groeihormonen, terwijl dit juist de middelen zijn waarbij de gebruikers het grootste risico lopen op schadelijke effecten voor de gezondheid. In de dopinghandel lijkt het wel voornamelijk om anabolen te gaan. Van alle in beslag genomen dopingmiddelen, zo blijkt uit de gegevens van de IGZ over vervalste en niet-geregistreerde medicijnen, behoort verreweg het meeste tot de anabolen, terwijl stimulantia bij dopinghandelaren nagenoeg niet zijn aangetroffen.
De in beslaggenomen dopingmiddelen kunnen een goede indicator zijn voor de soort middelen waarin wordt gehandeld, zij het dat niet bekend is of alle in Nederland in beslaggenomen dopingmiddelen bij de IGZ terechtkomen. Ook gebruikersonderzoeken onder specifieke doelgroepen, zoals momenteel door Diopter wordt uitgevoerd, kunnen naast informatie over gebruikers en gebruikspatronen tevens meer inzicht geven in de handel in doping en de aard van de aangeboden middelen.
Over de soorten en aantallen distributiekanalen en marktplaatsen van dopingmiddelen is slechts summier informatie beschikbaar. Zo controleert de Douane de van buiten de EU naar Nederland verstuurde postpakketten op ongeregistreerde medicijnen, waaronder dopingmiddelen. Op alle binnen de EU verzonden postpakketten vindt deze controle echter niet plaats. Ook koeriersdiensten kunnen vrijwel zonder controle partijen niet-geregistreerde medicijnen invoeren. Voor de marktplaatsen kan gebruik worden gemaakt van onderzoek naar handel in doping via Internet. Over andere marktplaatsen, bijvoorbeeld sportscholen is geen informatie beschikbaar.
4.3 Alternatieve indicatoren
Gezien de informatiebehoefte is het aantal beschikbare indicatoren gering en laat de kwaliteit te wensen over. Met name de onvolledigheid van de gegevens dient te worden verbeterd. Bij enkele indicatoren is dit zoals hierboven reeds is aangegeven ook mogelijk. Als aanvulling op registraties kan dossieronderzoek worden uitgevoerd om uit te wijzen of verdachten van overtreding van de WOG ook in geneesmiddelen handelen en of het hierbij op dopinggeduide middelen gaat. Ook kan aan de hand van dossieronderzoek meer inzicht worden verkregen in de rol van de georganiseerde criminaliteit bij dopinghandel.
Om het aantal onderzoeken tegen dopinghandelaren te bepalen kunnen alle 19 arrondissementen worden benaderd met de vraag welke justitiële onderzoeken, waarbij dopinghandel een rol speelt, zijn opgestart en welke opsporingsmiddelen worden toegepast. Om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de in beslaggenomen hoeveelheden dopingmiddelen kunnen alle 25 politieregio's worden verzocht hierover informatie te verstrekken analoog aan de wijze waarop jaarlijks de gegevens over de hoeveelheden in beslaggenomen drugs worden verzameld. Tenslotte kunnen de bij justitie en politie beschikbare gegevens, aangevuld met dossiers van de IGZ, worden gebruikt voor netwerkanalyse. Vanwege de beperkte omvang en kwaliteit van de geregistreerde gegevens en de relatief beperkte omvang van de dopinghandel, vergeleken met andere middelen zoals harddrugs, is het aan te bevelen meer gebruik te maken van beschikbare kwalitatieve informatie uit dossiers en interviews met betrokkenen. Deze betrokkenen kunnen ambtenaren van opsporingsdiensten zijn, maar ook personen die zich anderszins met de handel of productie van dopingmiddelen bezighouden.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.