INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Een Weidse Blik
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (25 Kb)
Bestelinformatie
Het rapport is te bestellen bij het Bureau Benedenrivieren (tel. 010 - 2170909)
Samenvatting
De planstudie 'Ruimte voor de Rivier' heeft tot doel het rivierengebied te beveiligen tegen overstromingen door de rivieren meer ruimte te geven. De veiligheid langs de Rijn en haar zijtakken - de Nederrijn-Lek, de Merwedes en de Waal - en langs het benedenstroomse deel van de Maas dient uiterlijk in 2015 in overeenstemming te zijn met de wettelijk vereiste norm. Voor de Rijn betekent dit een maatgevende afvoer van 16.000 m3/sec bij Lobith en voor de Maas is dit 3.800 m3/sec bij Borgharen. Daarnaast is een tweede doelstelling geformuleerd: het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied, waardoor dit tegelijkertijd mooier en leefbaarder kan worden.
Het doel van dit verkennende belevingswaardenonderzoek is het verkrijgen van een voorlopig doch zo compleet mogelijk overzicht van de waarden, die vanuit het perspectief van de bewoners en overige gebruikers van het Benedenrivierengebied belangrijk zijn voor de huidige en toekomstige beoordeling van de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving. Daarnaast dienen door het onderzoek aandachtspunten voor de communicatie met de gebiedsgebruikers te worden verkregen. Hierbij gaat het met name om concrete en heldere informatie over de planstudie en de te treffen maatregelen. Hiervoor is uitgebreid gesproken met 50 gebiedsgebruikers. De belangrijkste belevingswaarden blijken samen te hangen met de aanwezigheid van rivieren en dijken in het gebied, maar ook met de bedrijvigheid, recreatie, natuur en landschappelijke kenmerken van het gebied (zie ook bijlage 3).
Voordat met het verkennend belevingswaardenonderzoek is gestart, is een omgevingsanalyse uitgevoerd. Hiermee is inzicht verkregen in de functies van het studiegebied en de belangen die er spelen.
Omgevingsanalyse
Uit de literatuurstudie en de gesprekken met actoren, die de belangen van gebiedsgebruikers en overige relevante partijen vertegenwoordigen, blijkt dat het studiegebied bestaat uit de omgeving van de Lek, de Boven- en Nieuwe Merwede en de Bergsche Maas. Langs de Merwedes zijn zes subgebieden te onderscheiden, te weten: het noordelijk deel van het Land van Heusden en Altena; de Kievitswaard; de Brabantse Biesbosch, inclusief de Noordwaard; de Zuiderklip; het Eiland van Dordrecht; en de Sliedrechtse Biesbosch. Langs de Bergsche Maas gaat het om twee subgebieden: het zuidelijk deel van het Land van Heusden en Altena; en de Overdiepse Polder. De noordelijke en zuidelijke delen van de Lek zijn in het onderzoek als één gebied beschouwd.
Functies en belangen
De gebiedsgebruikers - bewoners, landbouwers, schippers, ondernemers, recreanten en natuurliefhebbers - hebben belangen bij de huidige functies van het gebied die met name bestaan uit wonen, landbouw en overige bedrijvigheid, recreatie, natuur, cultuurhistorie en waterwinning.
De bewoners hebben met name belang bij een veilige woonomgeving en een handhaving dan wel verbetering van hun woongenot. Voor de veiligheid van hun woonomgeving door toenemende hoogwaterstanden zijn de bewoners volgens de sleutelinformanten niet erg bevreesd, wel in enkele gebieden voor een afname van hun woongenot. De bewoners van de Bandijk zouden vrezen dat door verhoging van de dijk hun woongenot afneemt, doordat het uitzicht op de Merwede minder wordt, terwijl boeren vaak zouden vrezen dat in hun omgeving een groene rivier komt.
De boeren en overige ondernemers hebben belang bij een stabiel investeringsklimaat. Door de voorgestelde maatregelen is volgens de sleutelinformanten de onzekerheid over de economische perspectieven van hun bedrijf toegenomen. Dit speelt met name in de Overdiepse Polder, de Noordwaard en het Eiland van Dordrecht. Een deel van de landbouwers zou nieuwe investeringen uitstellen, hetgeen de rentabiliteit van het bedrijf negatief beïnvloedt. Daarnaast zijn langs de Lek en de Merwede, met name rond het Steurgat bij Werkendam, bedrijven in de uiterwaarden gevestigd, hetgeen belemmerend werkt voor een goede waterafvoer.
De recreatieondernemers zouden door de voorgestelde maatregelen echter juist mogelijkheden voor uitbreiding zien. Recreatiemogelijkheden spelen bij de herinrichting van een gebied een belangrijke rol. Recreanten blijken vaak voorzieningen te missen, als voet- en fietsveren, bankjes om te genieten van het uitzicht op de rivier, picknickplaatsen en schuilplekken. Zij zouden dit overigens van ondergeschikt belang achten aan de veiligheid tegen hoogwater, meer natuurontwikkeling en beter uitzicht over de rivier.
Natuurliefhebbers zien uiteraard mogelijkheden voor uitbreiding van natuurgebieden, maar hebben ook oog voor de bedreigingen, zo blijkt uit de gesprekken met actoren en streekkenners. De voorgestelde maatregelen kunnen leiden tot veranderingen in het gebied die ten koste kunnen gaan van de kwetsbare flora en fauna, vooral in de Sliedrechtse en Brabantse Biesbosch.
De cultuurhistorische werken zouden zo veel mogelijk moeten worden veilig gesteld. Dit speelt met name langs de Lek en Merwede en minder langs de Bergsche Maas, omdat dit een relatief jong gebied is met derhalve verhoudingsgewijs weinig cultuurhistorische werken.
Een laatste functie van het gebied is de waterwinning. In de Biesbosch worden grote hoeveelheden water gewonnen en via pijpleidingen geleverd aan vooral bewoners en bedrijven in Rotterdam-Rijnmond. Het belang van een veilige waterwinning met schoon rivierwater is uiteraard groot.
Belevingswaarden
Uit de interviews met de 50 respondenten zijn verschillende belevingswaarden gedestilleerd. Deze waarden kunnen worden onderverdeeld in zeven categorieën, te weten: de rivier; waterstanden; dijken; recreatie; natuur en landschap; bedrijvigheid; en scheepvaart. De belevingswaarden blijken nauw aan te sluiten bij de criteria voor Ruimtelijke Kwaliteit. Voor het benedenrivierengebied zijn hierbij het handhaven en ontwikkelen van grootschalige landschappelijke eenheden en het versterken van een natuurlijke delta belangrijke doelstellingen. Uit de resultaten van het verkennend belevingswaardenonderzoek is af te leiden dat daarbij rekening dient te worden gehouden met mogelijkheden voor natuurontwikkeling, recreatie en landbouw.
Rivier en waterstanden
De nabijheid van rivieren en water is voor de meeste gebiedsgebruikers en bewoners belangrijk. In veel gevallen zijn zij geboren en getogen nabij het water. Door verschillen in waterstanden in samenhang met wisselende weersomstandigheden, de afwisseling van seizoenen en de getijdenverschillen worden de rivieren en het water in de Biesbosch als dynamisch ervaren. Recreanten vinden dit juist één van de meest aantrekkelijke aspecten van de Biesbosch.
Ook natuurliefhebbers erkennen de functie van de dynamiek, maar met name met het oog op de voor dit gebied kenmerkende flora en fauna. In de Sliedrechtse Biesbosch is het getijdenverschil groter dan in de rest van het gebied rond de Merwede, hetgeen dit gebied voor veel recreanten en natuurliefhebbers juist interessanter en avontuurlijker maakt.
Uit de interviews blijkt dat de waterstanden, met name de hoge waterstanden, langs alle riviertakken in het gebied een belangrijke rol spelen bij de beleving van de rivier. Hoewel de meeste bewoners en recreanten geen angst hebben voor hoogwater, houden velen toch stelselmatig de waterstanden bij. Vaak schatten zij de waterstand in aan de hand van een baken in of langs de rivier, bijvoorbeeld de (zomer)dijk, een bruggenhoofd, kribben, een steiger of een sluis. Het bijhouden van waterstanden lijkt een automatisme, waarbij men normaal gesproken niet of nauwelijks stilstaat.
Pas als het spannend wordt, zoals bij de hoogwaterstanden in 1993 en 1995, worden zij zich hiervan bewust. Onder dergelijke omstandigheden houden zij de rivier extra goed in de gaten. Ook door de overstromingen in Duitsland en Tsjechië in de zomer van 2002 lijkt de bewustheid voor hoogwaterproblematiek te zijn toegenomen. Dit lijkt echter niet te hebben geleid tot ongerustheid over overstromingsgevaar in de eigen woonomgeving.
Wel is een groot deel van de bewoners en ondernemers ervan overtuigd dat hoogwater in de toekomst vaker zal voorkomen, zonder dat dit overigens daadwerkelijk tot overstromingen en levensbedreigende situaties zal leiden. Daarvoor is het vertrouwen in de dijken te groot. De dijken hebben reeds jarenlang bewezen hoog en sterk genoeg te zijn. Bovendien zijn op verschillende plaatsen recentelijk verhogingen en verstevigingen aangebracht. Hierdoor is het vertrouwen in de dijkbeheerders die het onderhoud verzorgen verder toegenomen.
Dijken
De dijken worden door hun vorm en ligging beleefd als een karakteristiek element in het Nederlandse rivierenlandschap. Voor velen vervullen dijken meer dan een functionele, beschermende rol. De aanwezigheid heeft voor enkele respondenten ook een bepaalde, esthetische waarde. Naast veiligheidswaarde wordt door sommige bewoners het verminderd contact met de rivier als negatief neveneffect van dijkverhogingen genoemd. Door de aanleg van fiets- en wandelpaden op of langs de dijken krijgen deze steeds meer een recreatieve functie. Voor recreanten neemt de beleving van de rivier hierdoor juist toe, hoewel door sommigen de toenemende verkeersdrukte als gevolg hiervan negatief wordt gewaardeerd.
Recreatie
Veel respondenten recreëren in de eigen woonomgeving. De nabijheid van recreatiemogelijkheden vinden ze prettig. In de vele natuurgebieden kan worden gewandeld en gefietst, terwijl de varende recreant terecht kan in de verschillende rivieren en in de kreken in de Biesbosch. Het gebied is ook steeds meer gericht op recreanten, hetgeen blijkt uit het groeiende voorzieningenniveau. Tot tevredenheid van veel respondenten komen er steeds meer wandel- en fietsroutes, waarmee in sommige gevallen natuurgebieden worden ontsloten.
De rivieren spelen van oudsher een belangrijke rol in het gebied en hebben een grote invloed gehad op de ligging en uitbreidingsmogelijkheden van de dorpen en steden. Veel cultuurhistorische kenmerken zijn behouden gebleven, zoals forten en vissersdorpen, griendhutten en historische dijken en havens. Deze kenmerken maken het gebied - zeker ook voor recreanten - boeiend en interessant.
De toename van het aantal recreanten wordt niet door iedereen als prettig ervaren. Over het algemeen willen recreanten genieten van de rust en de ruimte in het gebied. Deze waarden worden in toenemende mate verstoord door andere recreanten. De drukte neemt ook toe op de vaarwegen, waar recreanten met waterscooters zich regelmatig onveilig en hinderlijk gedragen. Verder mijden veel varende recreanten de grote vaarroutes, waar de beroepsvaart prominent aanwezig is. Zij zoeken de rust in de Biesbosch of op de Bergsche Maas.
Natuur en landschap
Met betrekking tot natuur in de omgeving wordt een aantal belangrijke waarden genoemd: rust; ruimte; weidsheid; diversiteit; toegankelijkheid; vertrouwdheid; en nabijheid. De natuur speelt voor veel recreanten een belangrijke rol. Respondenten varen graag in de Biesbosch, niet alleen omdat het vaarwater er rustiger is, maar ook om te genieten van de natuur. Veel respondenten zijn goed bekend met de vele soorten vogels, bloemen en bomen. De meningen over de diversiteit zijn verdeeld. Volgens sommigen neemt de diversiteit toe, onder meer door de verbeterde waterkwaliteit.
Anderen zijn van mening dat de diversiteit afneemt door slecht onderhoud van natuurgebieden. Hierdoor dreigt een eenzijdige samenstelling van plantensoorten te ontstaan, die meer kwetsbare soorten overwoekeren. Ook bij vogelsoorten zou dit het geval zijn. Zo nemen bijvoorbeeld sommige vogelsoorten, zoals de fazant sterk in aantal af, terwijl visetende soorten, zoals aalscholvers, sterk in aantal toenemen. Daarnaast nemen ook weidevogels zoals ganzen in aantal toe. Met name landbouwers klagen over de schade die deze vogels aan de gewassen toebrengen.
De afwisseling tussen natuurgebied, cultuurlandschap en water wordt door de meeste respondenten karakteristiek en mooi gevonden. Enkele landbouwers vinden de natuurgebieden minder mooi, omdat deze te rommelig zouden zijn. Zij waarderen met name het natuurschoon in het polderlandschap, waar door het open karakter een goed zicht is op de in de weilanden verblijvende vogelsoorten als kievit en grutto.
Natuurliefhebbers vinden bepaalde stukken aangelegde natuur juist te strak. Zij zijn van mening dat de natuur meer haar eigen gang moet kunnen gaan en er minder snel moet worden ingegrepen. Bepaalde delen van de Brabantse en Sliedrechtse Biesbosch, worden als oorspronkelijk en ongerept gezien, wat de natuurbeleving die zij daarbij hebben versterkt. Grienden bijvoorbeeld worden als karakteristiek voor deze omgeving beleefd. Diverse respondenten zouden deze gronden in ieder geval willen behouden en zo mogelijk uitbreiden.
Slechts enkelen vinden het geen probleem als natuurgebieden minder goed toegankelijk zijn. Natuurliefhebbers vrezen dat een betere toegankelijkheid tot grotere aantallen bezoekers leidt, hetgeen schadelijk zou zijn voor de natuur. De meeste respondenten, met name recreanten, vinden echter dat als een gebied niet betreden kan worden, natuurontwikkeling eigenlijk geen zin heeft. De toegankelijkheid hangt ook samen met het waterpeil. Bij hoogwater zijn kreken in de Biesbosch beter toegankelijk dan bij laagwater. Dit maakt voor recreanten de Biesbosch juist aantrekkelijk. Niet alleen verandert hierdoor het vaarprofiel van de kreken, maar het gebied ziet er daardoor ook steeds anders uit.
Voor sommigen spelen nostalgische overwegingen een rol bij de beleving van de natuurgebieden. Zij kwamen vroeger in een bepaald gebied en hebben speciale plekken waaraan zij dierbare herinneringen bewaren. Het polderlandschap met zijn bedijkingen wordt als een specifiek Nederlands verschijnsel ervaren, waarvan de uniekheid mooi wordt gevonden. Veel mensen houden van het polderlandschap. Door de ruilverkaveling is de ontsluiting van het gebied verbeterd. Terwijl sommigen van mening zijn dat dit ten koste is gegaan van de natuur, dragen anderen voorbeelden aan van natuurgebieden die sinds de ruilverkaveling zijn aangelegd.
Over begroeiing in de uiterwaarden lopen de meningen uiteen. Volgens veel respondenten is dit een goede ontwikkeling. Zij komen dan ook graag in de natuurgebieden langs het water. Andere respondenten vinden begroeiing in de uiterwaarden onverstandig, omdat die de afvoer van rivierwater te veel zou belemmeren.
Bedrijvigheid
Buitendijkse bedrijvigheid wordt over het algemeen gezien als belemmerend voor de afvoer van het water. Hoewel de ondernemers zelf zeer content zijn met hun locatie aan het water, zijn anderen van mening dat deze bedrijvigheid in de uiterwaarden niet verstandig is. Deze bedrijfsvestigingen zijn ook een doorn in het oog van een deel van de bewoners en van natuurliefhebbers. In een gebied dat zo rijk is aan natuur en landelijkheid, worden deze vestigingen gezien als horizonvervuiling en een verstoring van waarden als weidsheid en ruimte.
Scheepvaart
Voor de scheepvaart is het Benedenrivierengebied zeer aantrekkelijk vanwege goede woonlocaties en bunkermogelijkheden. Langs de Lek zijn de schippers echter minder tevreden over het voorzieningenpeil, met name over het afnemende aantal ligplaatsen. Langs de Merwedes zijn voor schippers veel mogelijkheden om boodschappen te doen en dergelijke, maar ook hier neemt het aantal ligplaatsen af. Dit is voor schippers een beperking. Andere aspecten die een belangrijke rol spelen voor de scheepvaart is de diepte van het vaarwater en de drukte op de rivieren. Het toenemend aantal waterrecreanten, met name de waterscooters en de waterskiërs, zouden nogal eens voor overlast en onveilige situaties zorgen.
Veiligheidsbeleving
In het kader van de planstudie Ruimte voor de Rivier is de veiligheidsbeleving een belangrijk thema. De meeste respondenten vinden hoogwater echter niet bedreigend. Zij voelen zich thuis in een waterrijke omgeving. Het water maakt een belangrijk deel uit van hun leven. Ze voelen zich niet snel onveilig en vinden hoogwater eerder opwindend dan beangstigend. Wellicht schuilt in de grote vertrouwdheid met rivieren een reden voor hun geringe angst. Het feit dat de meeste respondenten nog nooit een overstroming in hun woonomgeving hebben meegemaakt zal hieraan eveneens bijdragen.
Bovendien is het vertrouwen in de waterbeheerders, de deltawerken en de huidige dijken groot. De dijken liggen er al lang en hebben in het verleden bewezen sterk genoeg te zijn. Bovendien nemen de respondenten verstevigingen aan de dijken waar en zien zij dat de dijken goed worden onderhouden. Een situatie die wel als bedreigend wordt ervaren, is de combinatie van overstromingsgevaar door hoogwater uit de bovenstroom van de Rijn en Maas en een noordwesterstorm. De kans hierop wordt echter klein geacht.
Alleen ondernemers die buitendijks gevestigd zijn en landbouwers met buitendijkse grond hebben bij hoogwater een reële kans op wateroverlast. Zij zien dit echter slechts als een praktisch ongemak en niet als gevaarlijk. De bewoners in het Benedenrivierengebied houden de waterstanden goed in de gaten. Voor enkele respondenten is dit een automatisme. Hierdoor zijn zij reeds ruim van tevoren op de hoogte van de komst van hoogwater. Zij kunnen derhalve tijdig maatregelen nemen om de waterschade te beperken.
De geringe angst voor hoogwater is mede bepalend voor de wijze waarop de respondenten de planstudie Ruimte voor de Rivier beoordelen.
Ruimte voor de Rivier
Een meerderheid van de respondenten is op de hoogte van de planstudie Ruimte voor de Rivier. De krant en het journaal worden vaak genoemd als informatiebron. Daarnaast hebben diverse respondenten presentatieavonden, de informatieboot en andere bijeenkomsten bezocht. Ook is via projectgroepen, belangengroepen en verenigingen informatie verkregen. Enkelen hebben zelf actief informatie bij de overheid opgevraagd, in de vorm van brochures en rapporten.
De respondenten zijn niet in dezelfde mate op de hoogte van de planstudie. Sommigen hebben er wel eens van gehoord, maar kunnen geen concrete maatregelen noemen, terwijl anderen één of meer maatregelen hebben genoemd. Over het algemeen geldt dat hoe groter het (economisch) belang is, des te uitgebreider de kennis van de respondent is.
Bij de selectie van de respondenten geldt het inclusiecriterium dat zij enige bekendheid met de planstudie moeten hebben. Tijdens de werving blijken vooral personen met kennis van het gebied en van Ruimte voor de Rivier bereid mee te werken aan een interview. Daarnaast zijn ook veel respondenten geworven via relevante (belangen-) verenigingen. De mate waarin de respondenten uit dit onderzoek bekend zijn met de planstudie is derhalve niet geheel representatief.
De respondenten zijn overwegend positief over het idee de rivier meer ruimte te geven. Over specifieke maatregelen zijn de meningen echter meer verdeeld. Het eigenbelang van de verschillende gebiedsgebruikers speelt een rol bij de beoordeling van de maatregelen. Met name maatregelen die een ingrijpende verandering teweeg zullen brengen in bewoond gebied worden bekritiseerd. Minder ingrijpende maatregelen in onbewoond gebied, zoals de uiterwaarden, worden veelal positiever beoordeeld.
Een deel van de respondenten ziet daarnaast de noodzaak tot het nemen van maatregelen niet in, omdat zij de toekomstige klimaatveranderingen niet waarschijnlijk achten of twijfelen aan de betrouwbaarheid van de informatie die zij hierover hebben ontvangen. Bij de toekomstige communicatie dient hiermee rekening te worden gehouden.
Communicatie
Nagenoeg alle geïnterviewde personen willen op de hoogte blijven van aanpassingen in de planstudie Ruimte voor de Rivier. Ook hier geldt: hoe groter het (economische) belang van de respondent, des te groter is de behoefte aan aanvullende informatie. Een aantal respondenten, met name bewoners en recreanten, vindt het voldoende om er af en toe iets in de krant over te lezen.
Duidelijkheid
De respondenten die economische belangen hebben in het gebied, met name ondernemers en landbouwers, zijn veeleisend ten aanzien van de informatievoorziening. Zij willen weten waar de voorgestelde maatregelen exact zijn gesitueerd en welke consequenties deze maatregelen voor henzelf en hun omgeving hebben. Over de maatregelen zelf heerst eveneens veel onduidelijkheid, met name de term groene rivier zorgt voor veel verwarring. Zij willen feitelijke antwoorden op de vragen wat voor, waar, hoe en wanneer maatregelen hun beslag krijgen.
Het dilemma waarvoor Rijkswaterstaat hierbij is gesteld, is dat de verstrekte informatie helder en concreet moet zijn, waarbij de gevolgen voor de betrokkenen duidelijk moeten zijn. Tegelijkertijd wensen betrokkenen inspraak over de invulling van de maatregelen. In de praktijk houdt dit in dat rekening houdend met de huidige kennis en technische mogelijkheden ook van alternatieve maatregelen de gevolgen voor de betrokkenen inzichtelijk moeten worden gemaakt. Dat is voor de schaal waarop Ruimte voor de Rivier moet worden uitgevoerd niet ondoenlijk, maar wel een lastige opgave.
Fasering
Enkele respondenten zijn van mening dat de communicatie gefaseerd moet verlopen: in een vroeg stadium kan vrijblijvende achtergrondinformatie worden verstrekt, terwijl naarmate het proces vordert de informatie concreter kan worden en meer op doelgroepen moet zijn gericht. Momenteel ervaren de meeste geïnterviewden de huidige informatievoorziening als vrijblijvend en nog weinig concreet. Dit leidt tot onrust en onzekerheid bij betrokkenen.
Daarnaast zou dit een negatieve invloed hebben op de omvang van de investeringen in het Benedenrivierengebied. Ondernemers zijn geneigd minder te investeren als de onzekerheid over het rendement toeneemt. Daarnaast kan de door betrokkenen als gebrekkig ervaren informatievoorziening tot zoveel weerstand leiden, dat de verdere planontwikkeling en besluitvorming hierdoor wordt afgeremd. Zij verlangen een beter onderbouwde en beargumenteerde visie voor de nut en noodzaak van de te treffen maatregelen.
Communicatiemiddelen
In het algemeen geldt dat overheden meer aandacht dienen te besteden aan de maatschappelijke rechtvaardiging van hun beleid en in toenemende mate rekening dienen te houden met de reacties die dat beleid oproept. Voor de communicatie in het kader van Ruimte voor de Rivier betekent dit dat voor de breed samengestelde doelgroepen verschillende communicatiemiddelen moeten worden ingezet om ze in voldoende mate te bereiken. Bovendien moet rekening worden gehouden met het feit dat betrokkenen niet alleen via de media willen worden geïnformeerd.
De media wordt daarvoor onvoldoende objectief gevonden. De informatie moet betrouwbaar zijn en afkomstig van een betrouwbare bron die deskundigheid uitstraalt en als zodanig wordt erkend. De respondenten geven zelf aan graag geïnformeerd te worden via: inspraakavonden; schriftelijke informatiepakketten die ze toegestuurd krijgen; en een persoonlijke benadering. Dat laatste kan via inspraakavonden worden gerealiseerd. Overigens is door bewoners en overige gebiedgebruikers tot nu toe slechts beperkt gebruik gemaakt van de georganiseerde inspraakmogelijkheden.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.