INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Hektor in 2005
PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 10,00 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
6. Samenvatting en conclusies
In dit hoofdstuk worden aan de hand van de onderzoeksvragen puntsgewijs kort de belangrijkste conclusies behandeld. Deze worden besproken aan de hand van de vier hoofdvragen die betrekking hebben op: de beoogde aanpak; de resultaten van Hektor in 2005; de succes- en faalfactoren van de aanpak in 2005; en de onvoorziene resultaten van de aanpak.
De bevindingen zijn gebaseerd op de volgende bronnen: interviews met personen in de projectorganisatie en de staande (gemeentelijke en politionele) organisatie; bestudering en analyse van beleidsdocumenten, notulen en voortgangsrapportages; registratiegegevens van de politie, gemeente en het Openbaar Ministerie; en de resultaten van een enquete onder ondernemers in de binnenstad van Venlo.
6.1 Aanpak
Is de beoogde aanpak 2005 gerealiseerd?
Ten aanzien van de realisatie van de beoogde aanpak wordt onderscheid gemaakt in het proces en de geleverde inspanningen.
Proces
Voor de procesevaluatie van Hektor 2005 is het verloop van de diverse beoogde onderdelen in kaart gebracht. Daarbij is gekeken naar: de projectsturing en de organisatie; de inbedding in de staande organisatie; het beoogde proces van de drie sporen; de beoogde (extra) aandacht voor de aanpak van criminele organisaties; en de beoogde aansluiting bij het jongerenbeleid van Venlo.
    Projectsturing en organisatie
  • De beoogde projectsturing en de veranderingen in de organisatiestructuur zijn conform de planvorming uitgevoerd. De overgang van de regie van de Stuurgroep Hektor naar een Stuurgroep Veiligheid (die een bredere taakomschrijving kent) is zonder problemen verlopen. De sturing van het driesporen beleid is ongewijzigd voortgezet. Wel hebben enkele overlegstructuren in 2005 meer vorm gekregen: het Omwonendenoverleg Schwanenhaus bij het coffeeshopspoor en het handhavingoverleg bij het handhavingspoor. Daarnaast is voor de uitvoering van het vastgoedspoor een programmadirecteur Q4 aangesteld.

    Inbedding in staande organisatie
  • De beoogde inzet van middelen en de inbedding in de staande organisatie heeft plaatsgevonden en is goed verlopen. Er is sprake geweest van structureel overleg en afstemming met de gemeentelijke afdelingen Bouwen en Wonen, Leefomgeving, Milieu, Stedelijke ontwikkeling, Brandweer en Stadstoezicht (de Integrale handhaving Venlo). Op basis van werkafspraken voeren nu medewerkers binnen de gemeente taken uit die voorheen bij projectmedewerkers van Hektor lagen. Daarnaast hebben diverse handhavingstaken van Hektor ondersteuning gekregen van buitenaf. Vooral op het gebied van bestuurlijk handhaven is goed samengewerkt, bestaan er goede relaties tussen de betrokken managers en zijn er goede resultaten geboekt.
  • Volgens betrokkenen bij de handhaving is het nog te vroeg om de activiteiten van het straatteam en het rechercheteam op te laten gaan in de bestaande politiestructuur, zowel organisatorisch als ook beheersmatig. Bestrijding van drugsoverlast vereist hoogstwaarschijnlijk nog steeds de exclusieve aandacht van een gespecialiseerd team. Het straatteam is in 2005 dan ook louter voor Hektor werkzaam geweest. Wel heeft het straatteam twee maal succesvol geassisteerd bij projecten van basiseenheden.

  • Handhavingsspoor
  • Ten aanzien van het drie sporen beleid is veelal op dezelfde wijze gewerkt als in de eerste periode. Ten aanzien van de handhaving is zoals beoogd intensiever ingezet op bestuurlijke handhaving (leefmilieucontrole, bestemmingsplannen, pandsluitingen, verblijfsontzeggingen, toepassing Bibob wetgeving).
  • Het rechercheteam heeft in internationaal verband goed en succesvol samengewerkt met de Turkse en Duitse autoriteiten.
  • Het straatteam is in vergelijkbare mate als in 2004 actief geweest in Venlo. Het team heeft zich meer dan in voorgaande jaar gericht op de drugshandel buiten Q4.

  • Coffeeshopspoor
  • Het belangrijkste aandachtspunt van de beoogde strategie ten aanzien van coffeeshopbeleid - een besluit te laten nemen door de gemeenteraad over realiseren van de bestuursopdracht - is niet uitgevoerd. Deze beslissing wordt uiterlijk december 2006 verwacht. De overige punten uit het beoogde coffeeshopbeleid voor 2005 zijn wel uitgevoerd: er hebben periodieke overleggen plaatsgevonden met de coffeeshophouders en de omwonenden van Schwanenhaus; er is nader onderzoek uitgevoerd naar de effecten van verplaatsing van de twee coffeeshops; en er heeft nadere overeenstemming plaatsgevonden met Duitse hulpverleners, docenten en politiemedewerkers.

    Vastgoedspoor
  • De ontwerpfase binnen het spoor Vast en Goed is, conform het tijdsplan, in 2005 afgerond met het Wijk OntwikkelingsPlan (WOP). Op basis hiervan is gestart met het uitvoeringstraject, waaronder het bestemmingsplantraject en de regieplannen van de diverse deellocaties. In augustus 2005 is aan het WOP een plan voor de ontwerpfase toegevoegd teneinde de weg vrij te maken voor de financiele bijdrage van het Ministerie van VROM. Op basis hiervan zijn afspraken gemaakt over de financiering van het spoor. De verdere, praktische uitvoering van het spoor zal plaatsvinden in de periode tot 2015.

    Criminele samenwerkingsverbanden
  • De beoogde strategie op het gebied van criminele samenwerkingsverbanden (CSV's) is niet uitgevoerd. De prioriteit bij de opsporing van softdrugshandel blijkt in 2005 zeer laag. Het geringe aantal opsporingsonderzoeken is tevens verklaarbaar door de geringe capaciteit hiervoor bij de recherche en de lage risico-inschatting voor geweldsdreiging. Daarnaast heeft de beoogde samenwerking met het in Zuid-Nederland gestart project 'aanpak van hennepteelt en georganiseerde criminaliteit' (nog) niet plaatsgevonden.

  • Jongerenbeleid
  • De beoogde samenwerking en afstemming met het jongerenbeleid van de gemeente Venlo, dat uiting krijgt in het programma Achilles, is in 2005 weinig van de grond gekomen. Dit wordt naar de mening van de onderzoekers vooral veroorzaakt door het feit dat beide programma's verschillende doelstellingen en doelgroepen als uitgangspunt hebben. Het preventieve Achilles richt zich vooral op (risico)jongeren die buiten de boot dreigen te vallen, terwijl Hektor te maken heeft met jongeren die reeds 'ontspoord' zijn (jonge dealers en runners). Er bestaan sinds eind 2005 echter goede banden tussen de beide programma's, waardoor nadere afstemming ten aanzien van projecten in de toekomst mogelijk wordt.

Inspanningen (output)
Inspanningen zijn in 2005 vooral geleverd in het kader van het handhavingspoor en het vastgoedspoor en ook voor het coffeeshopspoor. Voor de aansluiting met het jeugdbeleid en de aanpak van georganiseerde criminaliteit zijn in 2005 niet of nauwelijks inspanningen geleverd.
  • In 2005 is beoogd de bestuurlijke handhaving te intensiveren. Deze doelstelling is behaald. Zo zijn in 2005 meer panden gesloten vanwege handel in hard- en/of softdrugs dan in voorgaande jaren, onder andere na controles in het kader van het zogenoemde Zomeroffensief. Daarnaast zijn in 2005 meer procesverbalen uitgeschreven voor drugsrunnen en zijn er, ondanks een juridisch probleem met betrekking tot mandatering van het instrumentarium, ongeveer evenveel verblijfsontzeggingen aan runners en dealers uitgeschreven. Ook de toepassing van het Bibobinstrumentarium is in 2005 succesvol gebleken.
  • Wat betreft de strafrechtelijke handhaving blijkt dat in 2005 minder overtredingen van de opiumwet inzake softdrugs zijn geconstateerd. Ook is het aantal (aangehouden) verdachten als gevolg van (meldingen van) drugsoverlast afgenomen. Het aantal harddrugsincidenten is toegenomen. Door de verminderde aanwezigheid van softdrugshandel in de binnenstad is de harddrugsproblematiek volgens betrokkenen zichtbaarder geworden. Ook de hoeveelheid door het straatteam in beslag genomen harddrugs is sterk gestegen.
  • Het rechercheteam heeft minder verdachten van softdrugshandel aangehouden dan in 2004. Wel heeft het rechercheteam grotere hoeveelheden softdrugs in beslag genomen. Het aantal door de politie Venlo aangeleverde zaken bij het OM is in 2005 ten opzichte van 2004 gedaald. Wel is er veel meer conservatoir beslag gelegd op de bezittingen van deze verdachten.
  • Voor de praktische uitvoering van het vastgoedspoor zijn in 2005 in het gebied Q4 21 panden door de gemeenten verworven. In een deel van deze panden zijn (en worden) om leegstand te voorkomen tijdens de bouwfase culturele uitingsvormen (ateliers, winkels) gevestigd om de wijk te verlevendigen.
  • De inspanning van de politie in Venlo lijkt op het gebied van softdrugs minder intensief te zijn geweest. De meldingen van drugsoverlast laten vanaf maart tot oktober 2005 een forse stijging zien die echter niet wordt gevolgd door mutaties of door drugsoverlastmutaties in het BPS, waarmee de inspanningen van de politie worden geregistreerd. Dit hangt vermoedelijk samen met het juridisch probleem over de mandatering van de verblijfsontzeggingen, waardoor de politie tijdelijk niet over een goed instrument beschikte om te kunnen optreden.


  • Best practices
  • Een van de afspraken in het werkplan Hektor 2005 is het beschikbaar stellen van best practices aan andere gemeenten. De aanpak Hektor is in 2005 nationaal en 56 INTRAVAL - Hektor in 2005 internationaal sterk uitgedragen. In 2005 is volop gewerkt aan de communicatie met andere gemeenten, onder andere in het grensstedenoverleg en met enkele Duitse overheidsinstellingen. Verder is voor andere gemeenten een conferentie georganiseerd over de (succesvolle) implementatie van de Bibob wetgeving in Venlo. In het verlengde hiervan ligt het in 2005 door de gemeente ontwikkelde vergunningensysteem voor head-, grow- en smartshops. Ook deze detailhandel is in Venlo vanaf maart 2006 te screenen op grond van de wet Bibob. De brede verspreiding in de vorm van een bundel best practices heeft in 2005 niet plaatsgevonden. Over de uitgifte van deze bundel zijn met het Ministerie van Justitie afspraken gemaakt. De bundel zal in de loop van 2006 verschijnen.
6.2 Resultaten
Zijn de voor 2005 beoogde resultaten bereikt? Hieronder worden de voornaamste resultaten van de aanpak van Hektor in 2005 weergegeven. De resultaten voor 2005 zijn ambivalent. Aan de ene kant is de overlast door softdrugsklanten in Q4 en Venlo-Zuid afgenomen, aan de andere kant zijn er in geheel Venlo nog steeds substantiele aantallen meldingen van overlast en ervaren ondernemers in dezelfde mate overlast al in het voorgaande jaar. Het lijkt er op dat het gebied Q4, mede door de verplaatsing van de twee coffeeshops, daadwerkelijk is ontlast, maar dat de overige stadsdelen wat meer overlast ervaren dan voorheen. In Venlo-Zuid en Venlo-Oost heeft dit voornamelijk betrekking op softdrugsoverlast, terwijl in de binnenstad (buiten Q4) meer harddrugsoverlast wordt gesignaleerd.
    Drugsoverlast en criminaliteit
  • Het aantal meldingen van drugsoverlast is zowel in de gemeente Venlo als in het gebied Q4 ten opzichte van 2004 licht gestegen. Vooral in de zomermaanden is het aantal meldingen hoog. Dit is deels te verklaren door weersomstandigheden, maar ook door het vervallen van het mandaat om drugsdealers en -runners verblijfsontzeggingen op te leggen. Dit heeft direct geleid tot een toename van drugsdealers en -runners in de binnenstad.
  • Ondanks het ontbreken van dit mandaat zijn in 2005 meer dealers en runners aangehouden dan in 2004.
  • Uit analyse van BPS gegevens van de politie blijkt dat ten opzichte van 2004 ook het aantal panden waarbij sprake is van een vermoeden van drugshandel is toegenomen. Daarnaast is het aantal panden waar daadwerkelijk verdachten zijn aangehouden en/of softdrugs in beslag zijn genomen tevens toegenomen. Vaker dan in 2004 zijn deze panden buiten Q4 aangetroffen.
  • Het aantal softdrugklanten in de binnenstad, met name in Q4, is sterk afgenomen. Uit de evaluatie van de verplaatsing van twee coffeeshops blijkt dat de stroom softdrugklanten is afgebogen van Q4 naar de Bevrijdingsweg aan de rand van Venlo. Dit heeft er toe geleid dat door de bewoners in Q4 en Venlo-Zuid in 2005 minder drugsproblematiek en verkeersproblematiek wordt ervaren. Bij de nieuwe locatie is er wel sprake van overlast voor bewoners. Deze is beheersbaar gebleken door permanente inzet van politie, gemeente en coffeeshophouder.
  • De ervaren overlast van ondernemers in het gebied Q4 ligt in 2005 ten opzichte van 2004 op een vergelijkbaar niveau. In de overige binnenstad ervaren de ondernemers echter significant meer overlast door de aanwezigheid van kopers, dealers en runners op straat. De indicatorscores van de overige vormen van drugsoverlast (onder andere van verkooppunten) liggen in de overige binnenstad op ongeveer hetzelfde niveau als in Q4.
  • Bij de gevolgen van drugsoverlast (slachtofferschap criminaliteit, onveiligheidsbeleving en economische gevolgen) zijn bij de ondernemers tussen 2004 en 2005 nauwelijks wijzigingen opgetreden.


  • Verkooppunten softdrugs
  • Er zijn geen besluiten genomen ten aanzien van het coffeeshopbeleid. De effecten van de verplaatsing van de twee coffeeshops uit het centrum zijn in 2005 nauwlettend gevolgd. De resultaten van de verplaatsing zijn positief.
  • Het aantal bekende illegale verkooppunten is gestegen van zeven in 2004 naar 13 in 2005. Dit is het gevolg van meer effectieve opsporing en handhaving.


  • Criminele organisaties
  • Het doel om in 2005 drie criminele organisaties te ontmantelen is niet behaald. Ook een nieuwe analyse van de Criminele Samenwerkingsverbanden (CSV's) heeft in 2005 niet plaatsgevonden. Politiefunctionarissen geven aan dat in 2005 geen veranderingen in de aard of omvang van de CSV's, actief in de sofdrugshandel, zijn te constateren.


  • Jongerenprogramma's
  • Uit het samenwerkingsverband tussen de programma's Hektor en Achilles zijn in 2005 geen (gezamenlijke) programma's of opleidingen ontwikkeld of aangeboden aan jongeren.
6.3 Succes- en faalfactoren
Welke factoren hebben bijgedragen aan het behalen van de doelstellingen, wat waren faalfactoren? In deze paragraaf wordt aan de hand van de verzamelde informatie ingegaan op de succesen faalfactoren.
    Succesfactoren
  • De samenwerking tussen de drie sporen is in 2005 geintensiveerd. Ten opzichte van de eerste periode wordt volgens de betrokkenen de integrale visie meer gedeeld en heeft dit zijn weerslag op de samenwerking. De veranderingen in de projectsturing en de overlegstructuren hebben daar positief aan bijgedragen.
  • Op het gebied van handhaving zijn goede resultaten geboekt voornamelijk bij de bestuurlijke handhaving van drugspanden, illegale verkooppunten en de toepassing van de Bibob maatregel. Bibob is ingezet om te voorkomen dat personen met antecedenten op het gebied van drugs bedrijvigheid starten in kwetsbare gebieden wat betreft drugshandel.
  • De 'indaling' van de gemeentelijke taken is positief verlopen. De overgang vond door de goede afstemming binnen en met het managementteam van Hektor zonder veel problemen plaats.
  • Met het verdwijnen van de coffeeshops uit het Q4-gebied is volgens de bewoners de overlast in de openbare ruimte hier sterk gereduceerd.
  • Het aantal panden dat vanwege drugshandel is gesloten is, na intensivering van de bestuurlijke aanpak, verdubbeld. Dit is zeer positief te noemen, maar geeft tevens aan dat bij toenemende inspanningen nog steeds resultaten zijn te behalen. Met andere woorden: de drugshandel is nog steeds ruim vertegenwoordigd.


  • Faalfactoren
  • Er is nog geen aanwijzing dat er sprake is van een concrete samenwerking en afstemming tussen Hektor en het jongerenbeleid Achilles, ondanks de goede onderlinge relatie. Het feit dat de beide programma's verschillende doelgroepen hebben, zal hier sterk mee te maken hebben.
  • Er is onvoldoende aandacht geweest voor de aanpak van criminele organisaties en de (aansluiting bij) de aanpak van hennepteelt. De beleidsvoornemens op deze gebieden zijn althans in 2005 niet uitgevoerd. Dit komt onder meer door de blijvende lage prioriteit voor de opsporing van softdrugshandel, de geringe capaciteit bij de recherche hiervoor en de lage risico-inschatting voor geweldsdreiging.
  • Door de late besluitvorming over de continuering van de subsidie van Hektor konden pas laat in 2005 nieuwe werkafspraken tussen de samenwerkende partijen worden gemaakt. Dit heeft wellicht enige invloed gehad op de bereikte resultaten.
  • Er heeft in de tweede periode, evenals in de eerste periode (2001-2004), geen echte probleemanalyse plaatsgevonden. Dit wordt, mede naar aanleiding van de eindevaluatie van de eerste periode, als knelpunt gezien door verschillende betrokken bij Hektor. In dit kader is het plan voor de komende periode (vanaf 2006) een informatiemanager aan te stellen.
6.4 Onvoorziene resultaten en verplaatsingseffecten
Zijn er onvoorziene resultaten of verplaatsingseffecten?
De laatste onderzoeksvraag heeft betrekking op in hoeverre er onvoorziene resultaten en verplaatsingseffecten zijn opgetreden in 2005.
  • Door de verplaatsing van twee coffeeshops naar de periferie van Venlo heeft een deel van de sofdrugsproblematiek zich verplaatst naar de nieuwe locatie. De hiermee samenhangende problematiek bestaat vooral uit verkeershinder en overlastgevend gedrag van softdrugskopers in de openbare ruimte. De overlast is in 2005 echter goed beheersbaar gebleken. De verplaatsing heeft niet geleid tot de verplaatsing van verslaafden, (soft)drugdealers en -runners of een toename van het aantal illegale verkooppunten. Wel lijkt de Kaldenkerkerweg een aantrekkelijker locatie voor drugshandel vanuit panden. Bij de handhavingsdiensten is hiervoor aandacht, maar betrokkenen geven aan dat de aanpak van deze panden dient te worden geintensiveerd.
  • Er lijkt ook in 2005 geen sprake te zijn van verplaatsing naar de omliggende gemeenten Roermond, Venray en Weert, dit is althans niet met cijfermateriaal aan te tonen. Politiefunctionarissen hebben geen aanwijzingen dat er meer drugskopers, -dealers of -runners actief zijn in deze gemeenten. Ook het aantal illegale verkooppunten in deze gemeenten is niet gewijzigd in 2005. Bij de politie Venray bestaat evenwel het vermoeden dat Venlose criminelen in de afgelopen jaren hebben geinvesteerd in horeca en detailhandel in Venray. Of en in welke mate criminele activiteiten vanuit deze panden worden uitgevoerd is onduidelijk. Tevens is onduidelijk of dit het gevolg is van de aanpak van Hektor. Met de invoering van wet Bibob hoopt de gemeente Venray meer mogelijkheden te hebben om criminele activiteiten te kunnen voorkomen.
6.5 Ten slotte
De aanpak van de drugsoverlast in Venlo is met het voortzetten van Hektor in 2005 grotendeels verlopen zoals werd beoogd. Een uitzondering is het coffeeshopbeleid waar een voorgenomen besluit over het oorspronkelijke idee het aantal bestaande coffeeshops met twee uit te breiden niet is genomen. De resultaten van de aanpak wijzen niet eenduidig één kant op. In Venlo ervaren bewoners en ondernemers nog steeds overlast, terwijl in gebieden buiten Q4 de drugsoverlast wat lijkt te zijn toegenomen.
De vraag naar drugs in Venlo zal - gezien de geografische ligging van de stad, de toegangspoort naar Duitsland, en daardoor voor een groot aantal (jonge) Duitsers de eerste plaats waar softdrugs te koop is in gedoogde coffeeshops - voorlopig blijven. Het beïnvloeden van deze vooral Duitse vraag is lastig zolang het beleid tussen Nederland en Duitsland voor de verkoop van softdrugs verschilt. Voor het bestuur en de handhavers is de opdracht de overlast voor bewoners en ondernemers als gevolg van de verkoop van softdrugs tot een minimum te beperken. Evenals in de vier voorgaande jaren is in 2005 de drugshandel en overlast in Venlo intensief bestreden.
De inspanningen van de gemeentelijke handhavers, de politie, het OM en de Belastingdienst hebben ook in 2005 tot positieve resultaten geleid. Het aantal kopers van softdrugs dat Q4 bezoekt en daar voor overlast zorgt is sinds de verplaatsing van twee coffeeshops drastisch afgenomen. De toeloop naar het Schwanenhaus, waar beide coffeeshops nu zijn gevestigd, is echter groot en leidt daar tot enige overlast voor omwonenden. Door de gewijzigde bezoekersstromen lijken de nog in Venlo aanwezige straatdealers en runners hun werkterrein eveneens te verleggen. Zij zijn met name actief in straten in de binnenstad, maar vaker buiten Q4 en buiten bereik van de toezichtcamera’s. In deze winkelgebieden vallen ze tussen het winkelend publiek minder op dan in Q4 waar sinds de verplaatsing van de coffeeshops minder kopers van softdrugs komen. De winkeliers in het winkelgebied ervaren dan ook meer drugsoverlast dan in 2004. Ondanks de intens.ieve aanpak blijken de huidige inspanningen de straathandel en de daaraan gerelateerde overlast niet verder te kunnen terugdringen.
Ook drugspanden zijn wat vaker aangetroffen net buiten Q4 en tevens in de omgeving van de Straelseweg en aan de Kaldenkerkerweg. Voor de drugshandel is de Kaldenkerkerweg een aantrekkelijke locatie, omdat deze de route vormt van de binnenstad en het station naar het Schwanenhaus. De inspanningen van de handhavings- en opsporingsdiensten in Venlo zullen vooral op deze locaties waar de drugshandel zich naar toe lijkt te verplaatsen moeten worden gericht.
Daarnaast verdient de aanpak van de jonge straatdealers en runners, waaronder enkele illegalen, meer aandacht. De verwachting is dat zij de drugshandel niet zo maar zullen opgeven. Vaak hebben zij weinig andere mogelijkheden of zien zelf geen ander perspectief. Een concreet hulpaanbod, eventueel met drang, kan hen wellicht van gedachten doen veranderen. De vooral repressieve aanpak van Hektor biedt deze jongeren geen soelaas, terwijl zij door het gemeentelijk jongerenbeleid niet worden bereikt.
Het effectief verminderen van straatdealers en runners is des te belangrijker omdat in 2005 de handel in harddrugs in Venlo lijkt toe te nemen. Enige voorzichtigheid is hierbij op zijn plaats. Ook voor de handel in harddrugs geldt dat deze beter zichtbaar is geworden, omdat een groot deel van de Duitse kopers van softdrugs niet langer in de binnenstad komt. Daarnaast kan ook de aandacht van de politie in 2005 hierdoor meer op deze handel gericht zijn geweest.
Van een structurele verplaatsing naar buitenwijken lijkt geen sprake te zijn. Wel is in Tegelen een softdrugshandelaar aangehouden na klachten van omwonenden. Deze handelaar was eerder al actief in Q4. Ook van een structurele verplaatsing naar buiten Venlo gelegen gebieden lijkt geen sprake te zijn. Zolang er binnen Venlo nog voldoende alternatieven beschikbaar zijn, zal verplaatsing waarschijnlijk ook niet snel optreden. Daarvoor is de geografische ligging van Venlo voor de drugshandel te aantrekkelijk, gezien het verschil in drugsbeleid tussen Nederland en Duitsland.

 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.