|
|
|
PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 10,00 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening 4599784 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
6. Samenvatting en conclusies
In dit hoofdstuk worden aan de hand van de onderzoeksvragen puntsgewijs kort de
belangrijkste conclusies behandeld. Deze worden besproken aan de hand van de vier
hoofdvragen die betrekking hebben op: de beoogde aanpak; de resultaten van Hektor in
2005; de succes- en faalfactoren van de aanpak in 2005; en de onvoorziene resultaten van
de aanpak.
De bevindingen zijn gebaseerd op de volgende bronnen: interviews met personen in de
projectorganisatie en de staande (gemeentelijke en politionele) organisatie; bestudering en
analyse van beleidsdocumenten, notulen en voortgangsrapportages; registratiegegevens van
de politie, gemeente en het Openbaar Ministerie; en de resultaten van een enquete onder
ondernemers in de binnenstad van Venlo.
6.1 Aanpak
Is de beoogde aanpak 2005 gerealiseerd?
Ten aanzien van de realisatie van de beoogde aanpak wordt onderscheid gemaakt in het
proces en de geleverde inspanningen.
Proces
Voor de procesevaluatie van Hektor 2005 is het verloop van de diverse beoogde onderdelen
in kaart gebracht. Daarbij is gekeken naar: de projectsturing en de organisatie; de inbedding
in de staande organisatie; het beoogde proces van de drie sporen; de beoogde (extra)
aandacht voor de aanpak van criminele organisaties; en de beoogde aansluiting bij het
jongerenbeleid van Venlo.
Projectsturing en organisatie
- De beoogde projectsturing en de veranderingen in de organisatiestructuur zijn
conform de planvorming uitgevoerd. De overgang van de regie van de Stuurgroep
Hektor naar een Stuurgroep Veiligheid (die een bredere taakomschrijving kent) is
zonder problemen verlopen. De sturing van het driesporen beleid is ongewijzigd
voortgezet. Wel hebben enkele overlegstructuren in 2005 meer vorm gekregen:
het Omwonendenoverleg Schwanenhaus bij het coffeeshopspoor en het
handhavingoverleg bij het handhavingspoor. Daarnaast is voor de uitvoering van
het vastgoedspoor een programmadirecteur Q4 aangesteld.
Inbedding in staande organisatie
- De beoogde inzet van middelen en de inbedding in de staande organisatie heeft
plaatsgevonden en is goed verlopen. Er is sprake geweest van structureel overleg
en afstemming met de gemeentelijke afdelingen Bouwen en Wonen,
Leefomgeving, Milieu, Stedelijke ontwikkeling, Brandweer en Stadstoezicht (de
Integrale handhaving Venlo). Op basis van werkafspraken voeren nu
medewerkers binnen de gemeente taken uit die voorheen bij projectmedewerkers
van Hektor lagen. Daarnaast hebben diverse handhavingstaken van Hektor
ondersteuning gekregen van buitenaf. Vooral op het gebied van bestuurlijk
handhaven is goed samengewerkt, bestaan er goede relaties tussen de betrokken
managers en zijn er goede resultaten geboekt.
- Volgens betrokkenen bij de handhaving is het nog te vroeg om de activiteiten van
het straatteam en het rechercheteam op te laten gaan in de bestaande
politiestructuur, zowel organisatorisch als ook beheersmatig. Bestrijding van
drugsoverlast vereist hoogstwaarschijnlijk nog steeds de exclusieve aandacht van
een gespecialiseerd team. Het straatteam is in 2005 dan ook louter voor Hektor
werkzaam geweest. Wel heeft het straatteam twee maal succesvol geassisteerd bij
projecten van basiseenheden.
Handhavingsspoor
- Ten aanzien van het drie sporen beleid is veelal op dezelfde wijze gewerkt als in
de eerste periode. Ten aanzien van de handhaving is zoals beoogd intensiever
ingezet op bestuurlijke handhaving (leefmilieucontrole, bestemmingsplannen,
pandsluitingen, verblijfsontzeggingen, toepassing Bibob wetgeving).
- Het rechercheteam heeft in internationaal verband goed en succesvol
samengewerkt met de Turkse en Duitse autoriteiten.
- Het straatteam is in vergelijkbare mate als in 2004 actief geweest in Venlo. Het
team heeft zich meer dan in voorgaande jaar gericht op de drugshandel buiten Q4.
Coffeeshopspoor
- Het belangrijkste aandachtspunt van de beoogde strategie ten aanzien van
coffeeshopbeleid - een besluit te laten nemen door de gemeenteraad over
realiseren van de bestuursopdracht - is niet uitgevoerd. Deze beslissing wordt
uiterlijk december 2006 verwacht. De overige punten uit het beoogde
coffeeshopbeleid voor 2005 zijn wel uitgevoerd: er hebben periodieke overleggen
plaatsgevonden met de coffeeshophouders en de omwonenden van
Schwanenhaus; er is nader onderzoek uitgevoerd naar de effecten van
verplaatsing van de twee coffeeshops; en er heeft nadere overeenstemming
plaatsgevonden met Duitse hulpverleners, docenten en politiemedewerkers.
Vastgoedspoor
- De ontwerpfase binnen het spoor Vast en Goed is, conform het tijdsplan, in 2005
afgerond met het Wijk OntwikkelingsPlan (WOP). Op basis hiervan is gestart met
het uitvoeringstraject, waaronder het bestemmingsplantraject en de regieplannen
van de diverse deellocaties. In augustus 2005 is aan het WOP een plan voor de
ontwerpfase toegevoegd teneinde de weg vrij te maken voor de financiele
bijdrage van het Ministerie van VROM. Op basis hiervan zijn afspraken gemaakt
over de financiering van het spoor. De verdere, praktische uitvoering van het
spoor zal plaatsvinden in de periode tot 2015.
Criminele samenwerkingsverbanden
- De beoogde strategie op het gebied van criminele samenwerkingsverbanden
(CSV's) is niet uitgevoerd. De prioriteit bij de opsporing van softdrugshandel
blijkt in 2005 zeer laag. Het geringe aantal opsporingsonderzoeken is tevens
verklaarbaar door de geringe capaciteit hiervoor bij de recherche en de lage
risico-inschatting voor geweldsdreiging. Daarnaast heeft de beoogde
samenwerking met het in Zuid-Nederland gestart project 'aanpak van hennepteelt
en georganiseerde criminaliteit' (nog) niet plaatsgevonden.
Jongerenbeleid
- De beoogde samenwerking en afstemming met het jongerenbeleid van de
gemeente Venlo, dat uiting krijgt in het programma Achilles, is in 2005 weinig
van de grond gekomen. Dit wordt naar de mening van de onderzoekers vooral
veroorzaakt door het feit dat beide programma's verschillende doelstellingen en
doelgroepen als uitgangspunt hebben. Het preventieve Achilles richt zich vooral
op (risico)jongeren die buiten de boot dreigen te vallen, terwijl Hektor te maken
heeft met jongeren die reeds 'ontspoord' zijn (jonge dealers en runners). Er
bestaan sinds eind 2005 echter goede banden tussen de beide programma's,
waardoor nadere afstemming ten aanzien van projecten in de toekomst mogelijk
wordt.
Inspanningen (output)
Inspanningen zijn in 2005 vooral geleverd in het kader van het handhavingspoor en het
vastgoedspoor en ook voor het coffeeshopspoor. Voor de aansluiting met het jeugdbeleid
en de aanpak van georganiseerde criminaliteit zijn in 2005 niet of nauwelijks inspanningen
geleverd.
- In 2005 is beoogd de bestuurlijke handhaving te intensiveren. Deze doelstelling is
behaald. Zo zijn in 2005 meer panden gesloten vanwege handel in hard- en/of
softdrugs dan in voorgaande jaren, onder andere na controles in het kader van het
zogenoemde Zomeroffensief. Daarnaast zijn in 2005 meer procesverbalen
uitgeschreven voor drugsrunnen en zijn er, ondanks een juridisch probleem met
betrekking tot mandatering van het instrumentarium, ongeveer evenveel
verblijfsontzeggingen aan runners en dealers uitgeschreven. Ook de toepassing
van het Bibobinstrumentarium is in 2005 succesvol gebleken.
- Wat betreft de strafrechtelijke handhaving blijkt dat in 2005 minder overtredingen
van de opiumwet inzake softdrugs zijn geconstateerd. Ook is het aantal
(aangehouden) verdachten als gevolg van (meldingen van) drugsoverlast
afgenomen. Het aantal harddrugsincidenten is toegenomen. Door de verminderde
aanwezigheid van softdrugshandel in de binnenstad is de harddrugsproblematiek
volgens betrokkenen zichtbaarder geworden. Ook de hoeveelheid door het
straatteam in beslag genomen harddrugs is sterk gestegen.
- Het rechercheteam heeft minder verdachten van softdrugshandel aangehouden
dan in 2004. Wel heeft het rechercheteam grotere hoeveelheden softdrugs in
beslag genomen. Het aantal door de politie Venlo aangeleverde zaken bij het OM
is in 2005 ten opzichte van 2004 gedaald. Wel is er veel meer conservatoir beslag
gelegd op de bezittingen van deze verdachten.
- Voor de praktische uitvoering van het vastgoedspoor zijn in 2005 in het gebied
Q4 21 panden door de gemeenten verworven. In een deel van deze panden zijn
(en worden) om leegstand te voorkomen tijdens de bouwfase culturele
uitingsvormen (ateliers, winkels) gevestigd om de wijk te verlevendigen.
- De inspanning van de politie in Venlo lijkt op het gebied van softdrugs minder
intensief te zijn geweest. De meldingen van drugsoverlast laten vanaf maart tot
oktober 2005 een forse stijging zien die echter niet wordt gevolgd door mutaties
of door drugsoverlastmutaties in het BPS, waarmee de inspanningen van de
politie worden geregistreerd. Dit hangt vermoedelijk samen met het juridisch
probleem over de mandatering van de verblijfsontzeggingen, waardoor de politie
tijdelijk niet over een goed instrument beschikte om te kunnen optreden.
Best practices
- Een van de afspraken in het werkplan Hektor 2005 is het beschikbaar stellen van
best practices aan andere gemeenten. De aanpak Hektor is in 2005 nationaal en
56 INTRAVAL - Hektor in 2005
internationaal sterk uitgedragen. In 2005 is volop gewerkt aan de communicatie
met andere gemeenten, onder andere in het grensstedenoverleg en met enkele
Duitse overheidsinstellingen. Verder is voor andere gemeenten een conferentie
georganiseerd over de (succesvolle) implementatie van de Bibob wetgeving in
Venlo. In het verlengde hiervan ligt het in 2005 door de gemeente ontwikkelde
vergunningensysteem voor head-, grow- en smartshops. Ook deze detailhandel is
in Venlo vanaf maart 2006 te screenen op grond van de wet Bibob. De brede
verspreiding in de vorm van een bundel best practices heeft in 2005 niet
plaatsgevonden. Over de uitgifte van deze bundel zijn met het Ministerie van
Justitie afspraken gemaakt. De bundel zal in de loop van 2006 verschijnen.
6.2 Resultaten
Zijn de voor 2005 beoogde resultaten bereikt?
Hieronder worden de voornaamste resultaten van de aanpak van Hektor in 2005
weergegeven. De resultaten voor 2005 zijn ambivalent. Aan de ene kant is de overlast door
softdrugsklanten in Q4 en Venlo-Zuid afgenomen, aan de andere kant zijn er in geheel
Venlo nog steeds substantiele aantallen meldingen van overlast en ervaren ondernemers in
dezelfde mate overlast al in het voorgaande jaar. Het lijkt er op dat het gebied Q4, mede
door de verplaatsing van de twee coffeeshops, daadwerkelijk is ontlast, maar dat de overige
stadsdelen wat meer overlast ervaren dan voorheen. In Venlo-Zuid en Venlo-Oost heeft dit
voornamelijk betrekking op softdrugsoverlast, terwijl in de binnenstad (buiten Q4) meer
harddrugsoverlast wordt gesignaleerd.
Drugsoverlast en criminaliteit
- Het aantal meldingen van drugsoverlast is zowel in de gemeente Venlo als in het
gebied Q4 ten opzichte van 2004 licht gestegen. Vooral in de zomermaanden is
het aantal meldingen hoog. Dit is deels te verklaren door weersomstandigheden,
maar ook door het vervallen van het mandaat om drugsdealers en -runners
verblijfsontzeggingen op te leggen. Dit heeft direct geleid tot een toename van
drugsdealers en -runners in de binnenstad.
- Ondanks het ontbreken van dit mandaat zijn in 2005 meer dealers en runners
aangehouden dan in 2004.
- Uit analyse van BPS gegevens van de politie blijkt dat ten opzichte van 2004 ook
het aantal panden waarbij sprake is van een vermoeden van drugshandel is
toegenomen. Daarnaast is het aantal panden waar daadwerkelijk verdachten zijn
aangehouden en/of softdrugs in beslag zijn genomen tevens toegenomen. Vaker
dan in 2004 zijn deze panden buiten Q4 aangetroffen.
- Het aantal softdrugklanten in de binnenstad, met name in Q4, is sterk afgenomen.
Uit de evaluatie van de verplaatsing van twee coffeeshops blijkt dat de stroom
softdrugklanten is afgebogen van Q4 naar de Bevrijdingsweg aan de rand van
Venlo. Dit heeft er toe geleid dat door de bewoners in Q4 en Venlo-Zuid in 2005
minder drugsproblematiek en verkeersproblematiek wordt ervaren. Bij de nieuwe
locatie is er wel sprake van overlast voor bewoners. Deze is beheersbaar gebleken
door permanente inzet van politie, gemeente en coffeeshophouder.
- De ervaren overlast van ondernemers in het gebied Q4 ligt in 2005 ten opzichte
van 2004 op een vergelijkbaar niveau. In de overige binnenstad ervaren de
ondernemers echter significant meer overlast door de aanwezigheid van kopers,
dealers en runners op straat. De indicatorscores van de overige vormen van
drugsoverlast (onder andere van verkooppunten) liggen in de overige binnenstad
op ongeveer hetzelfde niveau als in Q4.
- Bij de gevolgen van drugsoverlast (slachtofferschap criminaliteit,
onveiligheidsbeleving en economische gevolgen) zijn bij de ondernemers tussen
2004 en 2005 nauwelijks wijzigingen opgetreden.
Verkooppunten softdrugs
- Er zijn geen besluiten genomen ten aanzien van het coffeeshopbeleid. De effecten
van de verplaatsing van de twee coffeeshops uit het centrum zijn in 2005
nauwlettend gevolgd. De resultaten van de verplaatsing zijn positief.
- Het aantal bekende illegale verkooppunten is gestegen van zeven in 2004 naar 13
in 2005. Dit is het gevolg van meer effectieve opsporing en handhaving.
Criminele organisaties
- Het doel om in 2005 drie criminele organisaties te ontmantelen is niet behaald.
Ook een nieuwe analyse van de Criminele Samenwerkingsverbanden (CSV's)
heeft in 2005 niet plaatsgevonden. Politiefunctionarissen geven aan dat in 2005
geen veranderingen in de aard of omvang van de CSV's, actief in de
sofdrugshandel, zijn te constateren.
Jongerenprogramma's
- Uit het samenwerkingsverband tussen de programma's Hektor en Achilles zijn in
2005 geen (gezamenlijke) programma's of opleidingen ontwikkeld of aangeboden
aan jongeren.
6.3 Succes- en faalfactoren
Welke factoren hebben bijgedragen aan het behalen van de doelstellingen, wat waren
faalfactoren?
In deze paragraaf wordt aan de hand van de verzamelde informatie ingegaan op de succesen
faalfactoren.
Succesfactoren
- De samenwerking tussen de drie sporen is in 2005 geintensiveerd. Ten opzichte
van de eerste periode wordt volgens de betrokkenen de integrale visie meer
gedeeld en heeft dit zijn weerslag op de samenwerking. De veranderingen in de
projectsturing en de overlegstructuren hebben daar positief aan bijgedragen.
- Op het gebied van handhaving zijn goede resultaten geboekt voornamelijk bij de
bestuurlijke handhaving van drugspanden, illegale verkooppunten en de
toepassing van de Bibob maatregel. Bibob is ingezet om te voorkomen dat
personen met antecedenten op het gebied van drugs bedrijvigheid starten in
kwetsbare gebieden wat betreft drugshandel.
- De 'indaling' van de gemeentelijke taken is positief verlopen. De overgang vond
door de goede afstemming binnen en met het managementteam van Hektor
zonder veel problemen plaats.
- Met het verdwijnen van de coffeeshops uit het Q4-gebied is volgens de bewoners
de overlast in de openbare ruimte hier sterk gereduceerd.
- Het aantal panden dat vanwege drugshandel is gesloten is, na intensivering van de
bestuurlijke aanpak, verdubbeld. Dit is zeer positief te noemen, maar geeft tevens
aan dat bij toenemende inspanningen nog steeds resultaten zijn te behalen. Met
andere woorden: de drugshandel is nog steeds ruim vertegenwoordigd.
Faalfactoren
- Er is nog geen aanwijzing dat er sprake is van een concrete samenwerking en
afstemming tussen Hektor en het jongerenbeleid Achilles, ondanks de goede
onderlinge relatie. Het feit dat de beide programma's verschillende doelgroepen
hebben, zal hier sterk mee te maken hebben.
- Er is onvoldoende aandacht geweest voor de aanpak van criminele organisaties en
de (aansluiting bij) de aanpak van hennepteelt. De beleidsvoornemens op deze
gebieden zijn althans in 2005 niet uitgevoerd. Dit komt onder meer door de
blijvende lage prioriteit voor de opsporing van softdrugshandel, de geringe
capaciteit bij de recherche hiervoor en de lage risico-inschatting voor
geweldsdreiging.
- Door de late besluitvorming over de continuering van de subsidie van Hektor
konden pas laat in 2005 nieuwe werkafspraken tussen de samenwerkende partijen
worden gemaakt. Dit heeft wellicht enige invloed gehad op de bereikte resultaten.
- Er heeft in de tweede periode, evenals in de eerste periode (2001-2004), geen echte
probleemanalyse plaatsgevonden. Dit wordt, mede naar aanleiding van de
eindevaluatie van de eerste periode, als knelpunt gezien door verschillende
betrokken bij Hektor. In dit kader is het plan voor de komende periode (vanaf 2006)
een informatiemanager aan te stellen.
6.4 Onvoorziene resultaten en verplaatsingseffecten
Zijn er onvoorziene resultaten of verplaatsingseffecten?
De laatste onderzoeksvraag heeft betrekking op in hoeverre er onvoorziene resultaten en
verplaatsingseffecten zijn opgetreden in 2005.
- Door de verplaatsing van twee coffeeshops naar de periferie van Venlo heeft een
deel van de sofdrugsproblematiek zich verplaatst naar de nieuwe locatie. De
hiermee samenhangende problematiek bestaat vooral uit verkeershinder en
overlastgevend gedrag van softdrugskopers in de openbare ruimte. De overlast is
in 2005 echter goed beheersbaar gebleken. De verplaatsing heeft niet geleid tot de
verplaatsing van verslaafden, (soft)drugdealers en -runners of een toename van
het aantal illegale verkooppunten. Wel lijkt de Kaldenkerkerweg een
aantrekkelijker locatie voor drugshandel vanuit panden. Bij de
handhavingsdiensten is hiervoor aandacht, maar betrokkenen geven aan dat de
aanpak van deze panden dient te worden geintensiveerd.
- Er lijkt ook in 2005 geen sprake te zijn van verplaatsing naar de omliggende
gemeenten Roermond, Venray en Weert, dit is althans niet met cijfermateriaal aan
te tonen. Politiefunctionarissen hebben geen aanwijzingen dat er meer
drugskopers, -dealers of -runners actief zijn in deze gemeenten. Ook het aantal
illegale verkooppunten in deze gemeenten is niet gewijzigd in 2005. Bij de politie
Venray bestaat evenwel het vermoeden dat Venlose criminelen in de afgelopen
jaren hebben geinvesteerd in horeca en detailhandel in Venray. Of en in welke
mate criminele activiteiten vanuit deze panden worden uitgevoerd is onduidelijk.
Tevens is onduidelijk of dit het gevolg is van de aanpak van Hektor. Met de
invoering van wet Bibob hoopt de gemeente Venray meer mogelijkheden te
hebben om criminele activiteiten te kunnen voorkomen.
6.5 Ten slotte
De aanpak van de drugsoverlast in Venlo is met het voortzetten van Hektor in 2005 grotendeels verlopen zoals werd beoogd. Een uitzondering is het coffeeshopbeleid waar een voorgenomen besluit over het oorspronkelijke idee het aantal bestaande coffeeshops met twee uit te breiden niet is genomen. De resultaten van de aanpak wijzen niet eenduidig één kant op. In Venlo ervaren bewoners en ondernemers nog steeds overlast, terwijl in gebieden buiten Q4 de drugsoverlast wat lijkt te zijn toegenomen.
De vraag naar drugs in Venlo zal - gezien de geografische ligging van de stad, de toegangspoort naar Duitsland, en daardoor voor een groot aantal (jonge) Duitsers de eerste plaats waar softdrugs te koop is in gedoogde coffeeshops - voorlopig blijven. Het beïnvloeden van deze vooral Duitse vraag is lastig zolang het beleid tussen Nederland en Duitsland voor de verkoop van softdrugs verschilt. Voor het bestuur en de handhavers is de opdracht de overlast voor bewoners en ondernemers als gevolg van de verkoop van softdrugs tot een minimum te beperken. Evenals in de vier voorgaande jaren is in 2005 de drugshandel en overlast in Venlo intensief bestreden.
De inspanningen van de gemeentelijke handhavers, de politie, het OM en de Belastingdienst hebben ook in 2005 tot positieve resultaten geleid. Het aantal kopers van softdrugs dat Q4 bezoekt en daar voor overlast zorgt is sinds de verplaatsing van twee coffeeshops drastisch afgenomen. De toeloop naar het Schwanenhaus, waar beide coffeeshops nu zijn gevestigd, is echter groot en leidt daar tot enige overlast voor omwonenden. Door de gewijzigde bezoekersstromen lijken de nog in Venlo aanwezige straatdealers en runners hun werkterrein eveneens te verleggen. Zij zijn met name actief in straten in de binnenstad, maar vaker buiten Q4 en buiten bereik van de toezichtcamera’s. In deze winkelgebieden vallen ze tussen het winkelend publiek minder op dan in Q4 waar sinds de verplaatsing van de coffeeshops minder kopers van softdrugs komen. De winkeliers in het winkelgebied ervaren dan ook meer drugsoverlast dan in 2004. Ondanks de intens.ieve aanpak blijken de huidige inspanningen de straathandel en de daaraan gerelateerde overlast niet verder te kunnen terugdringen.
Ook drugspanden zijn wat vaker aangetroffen net buiten Q4 en tevens in de omgeving van de Straelseweg en aan de Kaldenkerkerweg. Voor de drugshandel is de Kaldenkerkerweg een aantrekkelijke locatie, omdat deze de route vormt van de binnenstad en het station naar het Schwanenhaus. De inspanningen van de handhavings- en opsporingsdiensten in Venlo zullen vooral op deze locaties waar de drugshandel zich naar toe lijkt te verplaatsen moeten worden gericht.
Daarnaast verdient de aanpak van de jonge straatdealers en runners, waaronder enkele illegalen, meer aandacht. De verwachting is dat zij de drugshandel niet zo maar zullen opgeven. Vaak hebben zij weinig andere mogelijkheden of zien zelf geen ander perspectief. Een concreet hulpaanbod, eventueel met drang, kan hen wellicht van gedachten doen veranderen. De vooral repressieve aanpak van Hektor biedt deze jongeren geen soelaas, terwijl zij door het gemeentelijk jongerenbeleid niet worden bereikt.
Het effectief verminderen van straatdealers en runners is des te belangrijker omdat in 2005 de handel in harddrugs in Venlo lijkt toe te nemen. Enige voorzichtigheid is hierbij op zijn plaats. Ook voor de handel in harddrugs geldt dat deze beter zichtbaar is geworden, omdat een groot deel van de Duitse kopers van softdrugs niet langer in de binnenstad komt. Daarnaast kan ook de aandacht van de politie in 2005 hierdoor meer op deze handel gericht zijn geweest.
Van een structurele verplaatsing naar buitenwijken lijkt geen sprake te zijn. Wel is in Tegelen een softdrugshandelaar aangehouden na klachten van omwonenden. Deze handelaar was eerder al actief in Q4. Ook van een structurele verplaatsing naar buiten Venlo gelegen gebieden lijkt geen sprake te zijn. Zolang er binnen Venlo nog voldoende alternatieven beschikbaar zijn, zal verplaatsing waarschijnlijk ook niet snel optreden. Daarvoor is de geografische ligging van Venlo voor de drugshandel te aantrekkelijk, gezien het verschil in drugsbeleid tussen Nederland en Duitsland.
|