PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening 4599784 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
5. Samenvatting en conclusies
In 2001 is het convenant Veilig Uitgaan voor het cameragebied (het centrale
uitgaansgebied) van de stad Groningen ondertekend door de gemeente Groningen, de
Koninklijk Horeca Nederland afdeling Groningen, horecaondernemers, het Openbaar
Ministerie, de Regiopolitie Groningen en de Hulpverleningsdienst Groningen. In dit
convenant staat een aantal actiepunten om de veiligheid in het cameragebied te verbeteren.
Na twee jaar (2003) is het convenant geevalueerd. De evaluatie concludeert dat aan de
volgende onderwerpen meer aandacht dient te worden besteed: piek-uren; geblokkeerd zijn
van vluchtwegen vanaf de buitenkant; uriliften; graffiti; strooifolders; en opstellen terrassen
(Gemeente Groningen e.a. 2003). Deze onderwerpen zijn in 2005 door de gemeente met de
horecaondernemers besproken.
De gemeente wil ook de mening van het uitgaanspubliek (laten) inventariseren door middel
van een enquete. De resultaten hiervan moeten leiden tot nieuwe actiepunten om de
veiligheid in het uitgaansgebied verder te verbeteren. Daarom heeft de Bestuursdienst van
de gemeente Groningen eind 2005 onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht
gegeven een onderzoek uit te voeren onder het uitgaanspubliek in het cameragebied van de
Groningse binnenstad. In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de resultaten
van dit onderzoek met daarbij de belangrijkste conclusies. Afgesloten wordt met een aantal
aanbevelingen om de veiligheid in het cameragebied verder te verbeteren.
Onderzoeksvraag en -opzet
De algemene vraagstelling van het onderzoek is:
Wat is de mening van het uitgaanspubliek over de veiligheid
in het cameragebied in de Groningse binnenstad?
Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden zijn verschillende werkzaamheden
uitgevoerd. Allereerst zijn drie focusgroepen gehouden over veiligheid in het
uitgaansgebied. Elke groep bestaat uit ongeveer tien personen met dezelfde leeftijd:
scholieren jonger dan 18 jaar, studenten van 18 tot en met 25 jaar en werkenden ouder dan
25 jaar. Vervolgens is een enquete afgenomen bij 300 personen die het cameragebied 's
avonds bezoeken, waarbij hetzelfde onderscheid naar leeftijd is gemaakt als bij de
focusgroepen: van elke leeftijdscategorie zijn 100 bezoekers geenqueteerd. Daarnaast is
gebruik gemaakt van zogenoemde mystery guests om na te gaan of in de Groningse horeca
sprake is van selectief toelatingsbeleid. De mystery guests zijn mannelijke studenten met
een geldige studentenkaart die ouder zijn dan 21 jaar, op vergelijkbare wijze gekleed, maar
met verschillende etnische achtergronden. Zij hebben op verschillende avonden individueel
en in groepjes geprobeerd de horecagelegenheden binnen te komen waar een portier
aanwezig is, die bepaalt wie wordt toegelaten.
5.1 Uitgaan
Het alcohol- en drugsgebruik in het uitgaansleven van Groningen komt overeen met het
landelijk beeld: tijdens het uitgaan drinken de respondenten gemiddeld acht glazen
alcoholhoudende drank, terwijl een tiende (11%) aan geeft wel eens drugs te gebruiken
tijdens het uitgaan (voornamelijk softdrugs). Tussen de leeftijdsgroepen (jonger dan 18
jaar, 18 tot en met 25 jaar, ouder dan 25 jaar) zijn geen verschillen met betrekking tot het
middelengebruik. Tussen beide sekses bestaat wel een significant verschil: mannen geven
vaker aan alcohol te drinken en drugs te gebruiken dan vrouwen. Rond een tiende van de
respondenten zegt dat volgens hen handel in drugs op straat en in uitgaansgelegenheden
vaak of altijd voorkomt, evenals gebruik van drugs op straat, terwijl 4% aangeeft dat
gebruik van drugs in uitgaansgelegenheden vaak of altijd voorkomt. De respondenten is
tevens gevraagd of zij vermoeden dat er wel eens GHB in drankjes wordt gedaan tijdens het
uitgaan; 43% vermoedt dat dit inderdaad wel eens gebeurt. Hierbij dient te worden
opgemerkt dat vrijwel niemand het zelf heeft meegemaakt. Bij het merendeel van de
respondenten is het vermoeden gebaseerd op hetgeen ze hierover hebben gehoord via een
vriend(in) of de media. Het lijkt er in het algemeen op dat respondenten vaker vermoeden
dat handel in of gebruik van drugs voorkomt dan dat dit daadwerkelijk het geval is.
Toelatingsbeleid
Een kwart (27%) van alle respondenten denkt dat klanten wel eens worden geweigerd
vanwege hun huidskleur. Het percentage respondenten met een niet-Nederlandse etniciteit
dat denkt dat dit wel eens gebeurt ligt beduidend hoger, namelijk op 71%.
Naast de vragen over het toelatingsbeleid in de enquete is eveneens gebruik gemaakt van
zogenoemde mystery guests. Het gaat hierbij om mannelijke studenten met een geldige
studentenkaart die ouder zijn dan 21 jaar, op vergelijkbare wijze gekleed, maar met
verschillende etnische achtergronden: Turks, Marokkaans, Antilliaans en Nederlands. De
Antilliaanse jongen heeft een zeer donkere huidskleur, terwijl die van de Turkse jongen vrij
licht is, de Marokkaan zit er wat huidskleur betreft net tussenin. De mystery guests hebben
op verschillende (uitgaans)avonden 20 uitgaansgelegenheden met een portier geprobeerd
binnen te komen.
Uit de test blijkt dat de mystery guests met een niet-Nederlandse achtergrond vaker worden
gevraagd naar een studentenkaart of identiteitsbewijs dan die met een Nederlandse
achtergrond. Opvallend is dat hoe donkerder de huidskleur van de mystery guest is, des te
vaker hij vragen krijgt. De Antilliaan (met de donkerste huidskleur) is in totaal 16 keer
aangesproken door een portier, de Marokkaan zeven keer, terwijl zowel de Turk als de
Nederlander beiden een keer naar hun studentenkaart zijn gevraagd. Als de mystery guests
in groepjes van drie personen op sportschoenen en zonder studentenkaart uitgaan, dan blijkt
dat het groepje bestaande uit personen met de niet-Nederlandse etniciteit bij drie van de 19
horecagelegenheden wordt geweigerd, terwijl het groepje met de Nederlandse etniciteit
telkens een paar minuten later zonder problemen wordt toegelaten. Overigens vindt het
maken van opmerkingen en het niet toelaten van de niet-Nederlandse mystery guests
slechts bij een beperkt aantal horecagelegenheden plaats. Bij het merendeel van de
horecagelegenheden met een portier worden zij zonder vragen of opmerkingen toegelaten.
Bovendien worden de mystery guests na opmerkingen van de portier in de meeste gevallen
wel toegelaten tot de horecagelegenheid.
5.2 Veiligheid
Het percentage respondenten dat zich wel eens onveilig voelt is gedaald van 40% in 2002
naar 28% in 2006. De reden dat mensen in het uitgaansgebied zich onveilig voelen komt
met name door personen die zich agressief gedragen.
Van alle respondenten is 48% in het afgelopen jaar wel eens slachtoffer geweest van
agressie of geweld. Het gaat hierbij voornamelijk om verbale agressie, waarvan 39% in het
afgelopen jaar slachtoffer is geweest. Dit is een toename ten opzichte van 2002, toen 22%
van de respondenten aangaf wel eens slachtoffer te zijn geweest van verbale agressie. Uit
nadere analyses blijkt dat de respondenten die in het afgelopen jaar slachtoffer zijn geweest
van agressie of geweld vaker aangeven zich wel eens onveilig te voelen dan de
respondenten die geen slachtoffer zijn geweest. Er bestaan geen verschillen in de
onveiligheidsgevoelens van slachtoffers van verbale agressie en die van fysieke agressie.
Tevens is er geen sprake van verschillen naar leeftijdscategorie. Van alle respondenten die
wel eens slachtoffer zijn geweest van agressie of geweld, geeft overigens slechts 11% aan
hiervan de laatste keer aangifte te hebben gedaan.
Het uitgaanspubliek onder 18 jaar is het vaakst slachtoffer en voelt zich het meest bedreigd
door hinderlijk ervaren voorvallen. Deze groep respondenten is ook het meest dader van
agressief gedrag (18% tegenover 13% van alle respondenten). De oorzaak van agressief
gedrag moet volgens 88% van de respondenten in alcoholgebruik worden gezocht. Verder
spelen volgens hen drugsgebruik (50%) en stoer gedrag (34%) een belangrijke rol.
Ook in andere onderzoeken naar agressie tijdens het uitgaan blijkt bij de leeftijdscategorie
onder 18 jaar agressie het meest voor te komen. Uit deze onderzoeken komt tevens naar
voren dat jongeren overgaan tot agressief gedrag vanwege confrontaties die zij als
beledigend ervaren. Deze beledigingen kunnen verschillend van aard zijn, maar zijn over
het algemeen gericht op de familie en/of partner van de potentiele dader. Daarnaast spelen
opmerkingen die als discriminerend worden ervaren een belangrijke rol bij het ontstaan van
agressie. Uit deze onderzoeken blijkt tevens dat het gebruik van alcohol en drugs de
jongeren (meer) zelfvertrouwen geeft. Zij hebben het gevoel 'de hele wereld' aan te kunnen,
waardoor zij sneller overgaan tot agressief gedrag.
5.3 Maatregelen
Maatregelen om de veiligheid in het uitgaansgebied te vergroten kunnen door bezoekers
van het uitgaansgebied zelf worden getroffen, maar ook door de overheid (gemeente,
politie) of de horeca. Het blijkt dat bezoekers minder maatregelen treffen naarmate zij
ouder worden. In totaal treft 55% geen maatregelen om zich veiliger te voelen tijdens het
uitgaan. De maatregelen die de overige respondenten treffen zijn: bewust in een groep
uitgaan (24%); mijden van plekken of personen (6%); mobiele telefoon in de aanslag
houden (5%); goed opletten (4%); geen personen uitdagen (3%); en het dragen van een
wapen (2%). Als respondenten expliciet wordt gevraagd of ze wel eens een wapen dragen
tijdens het uitgaan, geeft 3% aan dit wel eens te doen.
De maatregelen die door de overheid of horeca worden getroffen zijn onder te verdelen in
beveiligingsmaatregelen en maatregelen die het alcoholgebruik ontmoedigen. Volgens de
respondenten heeft met name verbeterd toezicht (beveiligingsmaatregel) effect om de
veiligheid te verbeteren. Politie op straat heeft volgens 86% een (zeer) groot effect, terwijl
portiers en cameratoezicht beide volgens 79% een (zeer) groot effect hebben op de
veiligheid. Overigens is van de jongste leeftijdscategorie slechts 63% op de hoogte van het
cameratoezicht in het uitgaansgebied.
Van de alcoholmaatregelen heeft volgens 75% van alle respondenten het optreden van
politie tegen aangeschoten personen een (zeer) groot effect. Alcoholmaatregelen als geen
alcohol schenken aan dronken personen, dronken klanten verwijderen en verbieden van
doorschenken aan dronken klanten hebben elk volgens de helft van de respondenten effect.
Overigens wordt volgens 38% van de respondenten in horecagelegenheden geen alcohol
geschonken aan dronken mensen.
Actiepunten 2003
In de evaluatie van het convenant Veilig Uitgaan wordt een aantal onderwerpen genoemd
waaraan meer aandacht dient te worden besteed. Over deze onderwerpen zijn vragen
gesteld in de enquête. De onderwerpen worden hieronder puntsgewijs behandeld.
- Piekuren. Piekuren hebben volgens een kwart (23%) van de respondenten invloed op
het drinkgedrag. De respondenten die de piekuren bewust bezoeken geven vaker aan
dat de piekuren hun drinkgedrag beinvloeden dan de respondenten die ze onbewust
bezoeken (47% tegenover 14%). Ze drinken dan meer (30% respectievelijk 8%) of
gaan andere drankjes drinken (16% respectievelijk 6%).
- Uriliften. Eind 2002 is in het uitgaansgebied een urilift geplaatst. Sindsdien
constateren de bezoekers minder wildplassers, zo blijkt uit de Thermometer
Binnenstad Groningen.
- Graffiti. Uit de Thermometer Binnenstad Groningen blijkt dat jaarlijks ongeveer 15%
van de avondbezoekers vindt dat bekladding van muren of gebouwen vaak of altijd
voorkomt in de binnenstad.
- Strooifolders. Op 1 januari 2006 is in de APV opgenomen dat het gebruik van
strooifolders vanaf dat moment verboden is. Uit de enquete, die begin 2006 is
afgenomen, blijkt dat dit een goede beslissing is geweest, aangezien 24% van de
respondenten de strooifolders direct op de grond gooit en slechts 8% een bezoek
brengt aan een horecagelegenheid naar aanleiding van een strooifolder. De vervuiling
is derhalve groot, terwijl het beoogde effect gering is.
- Opstellen terrassen. Meer dan de helft van de respondenten (55%) vindt dat terrassen
wel eens hinderlijk worden opgesteld. Van de respondenten die de afgelopen zomer
wel eens 's avonds op een terras hebben gezeten, geeft 31% aan dat dit wel eens na
02.00 uur 's nachts het geval was. In de horecanota is opgenomen dat het hebben van
terrassen tussen 02.00 uur 's nachts en 07.00 uur 's ochtends niet is toegestaan.
- Geblokkeerd zijn van vluchtwegen vanaf de buitenkant. Het geblokkeerd zijn van
vluchtwegen en nooduitgangen vanaf de buitenkant is voor respondenten niet of
nauwelijks te constateren. Ruim de helft (52%) geeft overigens aan nooit op de
nooduitgangen te letten. Dit geldt met name voor de jongste groep (75%).
Nieuwe actiepunten
De gemeente Groningen wil doorgaan met het verder verbeteren van de veiligheid in het
uitgaansgebied en is daarvoor op zoek naar nieuwe actiepunten. Als de respondenten wordt
gevraagd welke maatregelen in de toekomst (nog meer) getroffen kunnen worden om de
veiligheid te verbeteren, geeft 65% aan geen nieuwe maatregelen op te kunnen noemen.
Ook hieruit blijkt dat de bezoekers in het algemeen positief zijn over het uitgaansgebied. De
overige respondenten noemen voornamelijk maatregelen die betrekking hebben op toezicht.
Zij geven aan dat toezicht van politie en portiers meer en beter moet. Dit laatste houdt in
dat vooral de portiers consequenter moet zijn in hun optreden en beter de regels moeten
handhaven, met name wat betreft de leeftijdsgrens (zowel voor toegang tot de
horecagelegenheid als voor het schenken van alcoholhoudende dranken) en het toelaten van
dronken of aangeschoten klanten.
5.4 Aanbevelingen
In deze paragraaf wordt een aantal aanbevelingen gedaan op basis waarvan nieuwe
actiepunten kunnen worden geformuleerd. Deze aanbevelingen komen voort uit
onderliggend onderzoek, maar worden ook geformuleerd op basis van ander relevant
onderzoek.
Preventie bij jongeren onder 18 jaar
Jongeren in Nederland drinken steeds jonger en steeds vaker (grote hoeveelheden) alcohol.
Ook uit ons onderzoek blijkt dat de groep jonger dan 18 jaar het meeste risicogedrag
vertoont. De problematische aspecten van dit gedrag worden steeds duidelijker (grotere
kans op verslaving op latere leeftijd, hersenbeschadiging, (verkeers)ongevallen, et cetera).
De komende jaren zal dan ook uitgebreid aandacht moeten worden besteed aan voorlichting
over en preventie van alcoholgebruik, met name voor en over jongeren.
Op een groot deel van de scholen in de stad en de provincie Groningen wordt al gewerkt
met het programma 'De Gezonde school en Genotmiddelen'. Het doel van dit programma is
het uitstellen van het eerste gebruik en het voorkomen van riskant experimenteer gedrag.
Het blijkt dat het programma verschillende positieve effecten laat zien. Het programma
richt zich met name op middelengebruik. Uit ons onderzoek blijkt echter dat de jongste
groep ook vaker dader dan wel slachtoffer is van agressie en geweld tijdens het uitgaan.
Naast de aandacht voor het middelengebruik dient op scholen daarom tevens aandacht te
worden besteed aan agressie en geweld. Hierbij moet eveneens worden ingegaan op hoe
jongeren elkaar kunnen c.q. moeten aanspreken op hun (agressief) gedrag. Voor een goede
totaal aanpak moet hierbij ook de horeca worden betrokken, met name die
horecagelegenheden waar de jongste groep zich voornamelijk ophoudt, zoals de
horecagelegenheden aan de Zuidzijde van de Grote Markt die bij deze groep zeer populair
zijn. Het ligt voor de hand om juist in deze gelegenheden specifieke maatregelen te treffen.
Beter toezicht
Volgens de respondenten leidt met name verbeterd toezicht tot een groter gevoel van
veiligheid. Bij beter toezicht kan onder meer worden gedacht aan meer lopende surveillance
door de politie, aangezien lopende surveillance over het algemeen hoog wordt gewaardeerd.
Daarnaast kan het toezicht door de horeca worden verbeterd. Zo kunnen naast (verbeterd)
cameratoezicht de portiers zich (nog) meer als gastheer opstellen en niet zo zeer als
uitsmijter. Dit betekent onder meer dat ze niet alleen bij de ingang staan, maar ook vaker
een ronde door de horecagelegenheid maken. Dergelijke maatregelen kunnen een sterk
preventief effect hebben.
Optreden tegen dronken mensen
Maatregelen als niet doorschenken aan dronken klanten en het verwijderen van dronken
klanten heeft volgens het merendeel van de respondenten een (zeer) groot effect op het
verminderen van agressie en geweld. In het buitenland worden verschillende programma's
aangeboden om het uitgaansleven veiliger te maken. Met name de programma's Safe
Nightlife en Safer Bars blijken zeer effectief. Binnen deze beide programma's wordt een
training aan barpersoneel en eigenaren aangeboden om de kennis van het barpersoneel over
geweld te vergroten en de attitude van het barpersoneel ten opzichte van geweld te
veranderen. Daarnaast spelen ook het leren voorkomen van escalatie en het omgaan met
geweld in de zaak een rol. Dit alles dient er voor te zorgen dat in cafes minder geweld
wordt gebruikt en wanneer er wel geweld wordt gebruikt dit dan zoveel mogelijk wordt
afgeremd, zodat het niet verder escaleert.
Piekuren aanpakken
Het onderzoek laat zien dat een deel van de respondenten bewust op piekuren afkomt,
terwijl ze ook het drinkgedrag beinvloeden van mensen die niet bewust de piekuren
bezoeken. Piekuren vinden vaak relatief vroeg op een uitgaansavond plaats, waardoor de
bezoekers van de piekuren al aan het begin van hun stapavond in een korte tijd veel
alcoholhoudende dranken nuttigen. Dit zal van invloed zijn op hun gedrag later op de
avond. Daarnaast wordt door piekuren de drempel om alcoholhoudende dranken te nuttigen
verlaagd. Uit ons onderzoek komt naar voren dat het met name de jonge bezoekers zijn die
42 INTRAVAL - Uitgaan van veiligheid
op de piekuren afkomen. Uit verschillende onderzoeken is echter gebleken dat het op jonge
leeftijd drinken van alcoholhoudende dranken (in grote hoeveelheden) negatieve gevolgen
heeft voor de gezondheid op latere leeftijd. Het opheffen van de piekuren kan een bijdrage
leveren aan het verminderen van (overmatig) alcoholgebruik. Uit internationaal onderzoek
(Babor 2003) blijkt namelijk dat de prijs van alcoholhoudende dranken van invloed is op
het drinkgedrag van mensen; een hogere prijs leidt tot het verminderen van overmatig
alcoholgebruik, dat tot risicogedrag leidt. Voor een optimaal effect zullen naast het
opheffen van piekuren ook de prijzen elders, zoals in supermarkten, moeten worden
verhoogd. De laatste jaren zijn de prijzen in horecagelegenheden namelijk gestegen, terwijl
de prijzen in bijvoorbeeld de supermarkten ongeveer hetzelfde zijn gebleven. In de
afgelopen tijd is het zogenoemde indrinken toegenomen. Jongeren kopen alcoholhoudende
dranken bij supermarkten die ze vervolgens voor het uitgaan opdrinken. Wil een prijsbeleid
echt effect hebben, dan zullen de prijzen in alle alcoholverkooppunten moeten worden
verhoogd.
Consequent toelatingsbeleid
Zowel uit de enquete onder het uitgaanspubliek als uit de test met de mystery guests blijkt
dat in Groningen bij een (beperkt) aantal gelegenheden sprake lijkt te zijn van een selectief
deurbeleid. Er zal daarom een duidelijk toelatingsbeleid moeten worden geformuleerd dat
consequent en op dezelfde wijze door alle portiers en bij elke klant wordt toegepast.
Belangrijk is uiteraard dat alle horecagelegenheden hieraan meewerken en niet een beperkt
aantal. Verder kan worden gedacht aan het instellen van een klachtencommissie. Bij deze
commissie kan een persoon een klacht indienen, de klachtencommissie gaat vervolgens na
wat er precies is voorgevallen. Eventueel kan bij herhaling worden gedacht aan het werken
met sancties, zoals een tijdelijke sluiting na herhaaldelijk overtreden van de afspraken.
Aandacht voor nooduitgangen
Een groot deel van de respondenten geeft aan dat zij nooit op de nooduitgangen letten. Het
belang van het goed op de hoogte zijn van de nooduitgangen dient dan ook weer eens onder
de aandacht te worden gebracht. Tevens is het aan te raden om de horecagelegenheden er
nogmaals op te wijzen dat de nooduitgangen duidelijk aangegeven moeten zijn. Wellicht
kan het frequent(er) uitvoeren van ontruimingsoefeningen hierbij een goede rol spelen.
Uriliften uitbreiden
Eind 2002 is een urilift geplaatst op de hoek Grote Markt oostzijde, aan het begin van de
Poelestraat. Uit de Thermometer Binnenstad Groningen blijkt dat de avondbezoekers
sindsdien minder vaak wildplassen constateren. De ontevredenheid over de openbare
toiletten laat echter sinds 2001 weer een stijgende lijn zien. Hieruit blijkt dat de bezoekers
van het uitgaansgebied hierover nog niet echt tevreden zijn. Aangezien het plaatsen van een
urilift positieve effecten heeft laten zien wordt aanbevolen het aantal uit te breiden.
Overigens zijn er plannen voor het plaatsen van een tweede urilift in het uitgaansgebied.
Tevens is het raadzaam na te gaan welke mogelijkheden er zijn voor meer openbare
toiletten in het uitgaansgebied.
|