INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Thermometer Binnenstad Groningen
PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Samenvatting en conclusies
In opdracht van de gemeente Groningen heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL in 2005. voor het achtste achtereenvolgende jaar de monitor 'Thermometer Binnenstad Groningen'uitgevoerd. Binnen de monitor worden twee gebruikerscategorieen onderscheiden. Gebruikerscategorie I bestaat uit bezoekers overdag, winkeliers en bewoners, terwijl gebruikerscategorie II avondbezoekers en horeca-ondernemers omvat. Onder deze gebruikers van de binnenstad zijn enquetes afgenomen, waarin de respondenten onder andere wordt gevraagd naar hun Sfeer- en Veiligheidswaardering en een rapportcijfer voor de algemene beleving van de binnenstad. Daarnaast worden vragen gesteld die uiteenlopende informatie geven over de volgende zeven indicatoren: Gedrag in openbare ruimte; Schoon zijn openbare ruimte; Straataanzicht; Beheer; Verkeer; Markt; en Doorgang. Vanaf 2004 zijn twee nieuwe indicatoren toegevoegd, te weten Sfeervoorzieningen en Veiligheidsmaatregelen. Deze indicatoren bestaan, evenals de andere indicatoren, uit meerdere items, die een breder en specifieker inzicht geven dan de enkelvoudige Sfeerwaardering en Veiligheidswaardering.
Sinds de eerste meting in 1998 is de waardering voor de Groningse binnenstad toegenomen. Het rapportcijfer voor de algemene beleving van de binnenstad laat bij alle gebruikersgroepen een positieve trend zien. Ook de Sfeer- en Veiligheidswaardering zijn, bij de meeste gebruikersgroepen, (nog) verder toegenomen. Op de afzonderlijke indicatoren vertonen de gebruikersgroepen samen op zes van de zeven indicatoren een positieve trend. Alleen de indicatorscore voor Doorgang is sinds de eerste meting niet (significant) toegenomen.
Bij de winkeliers zijn van alle afzonderlijke gebruikersgroepen het geringste aantal positieve ontwikkelingen waar te nemen. Alleen de indicator Gedrag in openbare ruimte vertoont hier een positieve trend, terwijl tijdens de vorige meting ook de indicatoren Verkeer, Markt, Schoon zijn openbare ruimte en Beheer een positieve ontwikkeling lieten zien. Wanneer naar de afzonderlijke items wordt gekeken blijken twee items volgens een groot deel van de winkeliers altijd of vaak voor te komen. Het gaat hierbij om de items hinderlijk gestalde fietsen (onderdeel van de indicator Doorgang) en bedelen (onderdeel van Gedrag in openbare ruimte). Het bedelen neemt volgens de winkeliers toe, terwijl de andere gebruikersgroepen juist van mening zijn dat dit afneemt. Een verklaring hiervoor kan zijn dat er een verbod voor actief bedelen van kracht is. Het passief (met bord) bedelen is echter nog wel toegestaan. In de praktijk blijkt dat het passief bedelen nu vaak op drukke punten, bij voorkeur bij een in- of uitgang van een winkel, plaatsvindt. Het aantal meldingen door winkeliers bij het meldpunt overlast en de politie is echter gering.
De horeca-ondernemers zijn positiever geworden. In 2005 is bij zes indicatoren sprake van een positieve trend, terwijl dit in 2004 voor drie indicatoren gold. Ook bij de indicator Beheer, die tijdens de meting in 2004 nog een negatieve trend liet zien, is er nu sprake van een positieve trend. Dit komt met name doordat de horeca-ondernemers minder ontevreden zijn over terrassen en afvalcontainers. Het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers lijkt een positief effect te hebben.
De hinder die de gebruikerscategorieen ondervinden van het gedrag van verschillende groepen, zoals drugsverslaafden, alcoholisten en jongeren, lijkt nog verder te zijn afgenomen. Dit geldt met name voor bewoners, dag- en avondbezoekers. De toenemende waardering voor het schoon zijn van de binnenstad komt met name doordat beide gebruikerscategorieen van mening zijn dat bekladding van muren of gebouwen, rommel op straat en kapotte fietsen op straat steeds minder vaak voorkomen.
Ontwikkelingen overige vragen
Bijna 20% van de respondenten uit gebruikerscategorie I geeft aan in 2005 in de binnenstad wel eens slachtoffer van diefstal te zijn geweest, terwijl dit voor zo'n 33% van de respondenten uit gebruikerscategorie II geldt. In 2004 lagen deze percentages op respectievelijk 27% en 42%. Voor wat betreft mishandeling of bedreiging met geweld zijn bijna geen verschillen te constateren ten opzichte van 2004; in beide jaren geeft een tiende of minder aan hiervan wel eens slachtoffer te zijn geweest.
Beide gebruikerscategorieen vinden dat de binnenstad van Groningen over het algemeen goed bereikbaar is, met name voor voetgangers en fietsers. Over de bereikbaarheid van de binnenstad voor automobilisten is men minder tevreden. Bij gebruikerscategorie I is er echter wel sprake van een daling in het percentage respondenten dat aangeeft dat zij de binnenstad voor automobilisten (zeer) slecht bereikbaar vinden: van 64% in 2004 naar 55% in 2005.
Uit de toegevoegde vragen in 2005 over uitstallingen blijkt onder andere dat een groot deel van beide gebruikerscategorieen van mening is dat de uitstallingen de uitnodigende indruk van een straat vergroten.
Vervolgacties 2005-2006
In matrix 1.1 staat vermeld hoe de resultaten en conclusies van de monitor zijn vertaald in actiepunten voor het beheerteam. In de bijgevoegde appendix wordt een toelichting gegeven op deze actiepunten.
Matrix 1.1
Vervolgacties 2005-2006
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.