INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Hektor in Venlo
PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 14,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Samenvatting en conclusies
In de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw laat de drugsproblematiek in Venlo zich met de tot dan toe ingezette middelen niet meer beteugelen. De omvang van de drugsproblematiek dreigt de stad boven het hoofd te groeien. Als grensstad heeft Venlo te maken met een omvangrijk softdrugstoerisme. De gedoogde en niet gedoogde verkooppunten van softdrugs hebben een grote aantrekkingskracht op vooral jonge Duitse toeristen die in grote aantallen de binnenstad van Venlo bezoeken. Vraag en aanbod concentreren zich in een klein deel van de binnenstad. In dit gebied, Q4 genaamd, gaat de handel gepaard met een omvangrijke en toenemende drugsoverlast en -criminaliteit. De drugshandel heeft zich er rond de eeuwwisseling uitgebreid en zich meer en meer in het vastgoed genesteld. Vaak vindt de drugshandel plaats onder de dekmantel van een horecagelegenheid of een head-, smart-, of souvenirshop. In deze winkels worden aan drugsgebruik gerelateerde producten aangeboden, maar onder de toonbank worden drugs verkocht of kan er worden bemiddeld in de aankoop van drugs. Om de vooral Duitse kopers van drugs naar deze panden te krijgen, zijn op straat in Q4 drugsrunners actief. Zij spreken bezoekers, maar ook inwoners van Venlo op hinderlijke wijze aan en hangen gedurende de openingstijden van de gedoogde coffeeshops in groepen op straat rond. Door de grote aantallen bezoekers is er vaak sprake van verkeers-, parkeer- en geluidsoverlast. Daarnaast wordt openlijk drugs gebruikt en de straat en trottoirs door bijvoorbeeld urineren vervuild. Naast een verwaarloosd straatbeeld door achterstallig onderhoud van direct of indirect aan drugshandel gerelateerde panden leidt de aanwezigheid van grote aantallen kopers van drugs, drugsrunners en drugsdealers bij de bewoners tot gevoelens van onveiligheid en ergernis over het voortdurende lawaai.
Met de meerzijdige aanpakstrategie Hektor, genoemd naar de (Grieks) mythologische held uit de Trojaanse Oorlog, die in 2001 is gestart, wordt de overlast en criminaliteit die samenhangt met de handel in verdovende middelen bestreden. De aandachtsgebieden van Hektor zijn het gebied Q4 en de in- en uitvalswegen naar en van het centrum van de stad. De (soft)drugscriminaliteit en drugsgerelateerde overlast in deze gebieden dient substantieel (-35%) te worden teruggedrongen.
Voor de aanpak van de drugsproblematiek in Venlo is een drie sporen beleid ontwikkeld dat zich richt op de handhaving, het vastgoed (Vast & Goed) en het coffeeshopbeleid. Bij het handhavingspoor gaat het om de activiteiten: strafrechtelijke handhaving (met name in de openbare ruimte); bestuurlijke handhaving (met name opsporen en sluiten van niet gedoogde verkooppunten); en de aanpak van middencriminaliteit. Bij het vastgoedspoor zijn de activiteiten gericht op het verwerven, herbestemmen, herontwikkelen en het ontwikkelen van een visie voor de herinrichting van de probleemgebieden. De voornaamste activiteit van het coffeeshopspoor is de uitbreiding van de bestaande gedoogde situatie (vijf coffeeshops) met twee nieuwe coffeeshops in de periferie van Venlo op experimentele basis. Voor het behalen van de doelstellingen van Hektor zijn volgens betrokkenen de beide laatste trajecten belangrijker dan de handhaving. Het opnieuw fysiek inrichten van Q4 en het verwijderen van de daar gevestigde coffeeshops worden als structurele verbeteringen gezien, terwijl het handhavingstraject vooral ondersteunend en naar men hoopt slechts tijdelijk is.
In het kader van Hektor is in de periode 2001-2004 een groot aantal inspanningen verricht, waarbij diverse instanties intensief samenwerken met het doel de drugsoverlast in Venlo substantieel te verminderen. De meest intensieve vormen van samenwerking doen zich vanaf de start van Hektor voor bij het spoor handhaving, waarbij het hiervoor opgerichte samenwerkingsverband van de handhavende instanties (gemeente, politie, justitie en belastingdienst), het zogenoemde Van Bommelslaboratorium, bij de uitvoering van de maatregelen een prominente rol speelt. De beide andere sporen komen trager op gang. Met name bij het coffeeshopbeleid duurt het lang voordat de verplaatsing van twee coffeeshops naar de periferie van de gemeente is gerealiseerd.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.