INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Coffeeshops in Nederland 2004
PDF-bestanden van dit rapport
Volledige tekst (1.31 Mb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Samenvatting
Voor de zesde keer is in opdracht van het WODC een meting in het kader van de monitor 'aantallen coffeeshops en gemeentelijk coffeeshopbeleid' uitgevoerd. Voor deze meting van de monitor zijn door bureau INTRAVAL eind 2004 de gemeenteambtenaren verantwoordelijk voor het coffeeshopbeleid van alle 483 gemeenten in Nederland ondervraagd.
Aantal coffeeshops
Het aantal gedoogde verkooppunten van cannabis (coffeeshops) in Nederland is in de periode 2003-2004 gedaald van 754 naar 737; een daling van 2,3%. Daarmee lijkt de langzaam afnemende trend in het aantal coffeeshops zich door te zetten. Ook het aantal gemeenten met coffeeshops is gedaald van 105 naar 103.
Beleid
Bijna drie kwart van alle gemeenten (70%) voert in 2004 een nulbeleid, 21% een maximumbeleid, terwijl 7% geen beleid voert. De overige gemeenten (2%) voeren een andere vorm van beleid, waarin geen maximum aantal coffeeshops is vastgesteld. Daarnaast zijn in ruim de helft van de gemeenten voor het coffeeshopbeleid in regionaal verband afspraken gemaakt. Het in het gemeentelijke beleid vastgestelde maximum aantal coffeeshops en het daadwerkelijk aanwezige aantal coffeeshops ligt in 2004 dichter bij elkaar dan in 2003. In 2003 waren in alle gemeenten met een nul- of maximumbeleid samen acht coffeeshops te veel, in 2004 zijn er twee te veel.
Handhaving
In 102 van de 103 gemeenten met coffeeshops worden de AHOJ-G criteria en de maximale handelshoeveelheid actief gehandhaafd. Slechts in enkele gemeenten worden een of twee criteria niet (actief) gehandhaafd.
De handhaving van de criteria is in het overgrote deel (96%) van de gemeenten formeel vastgelegd. Dit betekent dat er afspraken zijn over wie verantwoordelijk is voor de handhaving, op welke manier gehandhaafd dient te worden en hoe vaak dit dient plaats te vinden.
In circa twee derde van de gemeenten met coffeeshops is in een sanctiebeleid vastgelegd hoe er wordt opgetreden indien tijdens de handhaving overtreding(en) van de AHOJ-G criteria of de overige gemeentelijke gedoogvoorwaarden worden vastgesteld. In 2004 zijn volgens de gemeenteambtenaren voornamelijk overtredingen van het Jeugdcriterium (38), het Overlastcriterium (16) en de maximale handelshoeveelheid (15) vastgesteld.
Naast de AHOJ-G criteria heeft circa de helft van de gemeenten met coffeeshops additionele exploitatie- en vestigingscriteria in het coffeeshopbeleid vastgelegd. Hiervan zijn het verbod op de gecombineerde verkoop van alcohol en cannabis, de afstand tot scholen en aparte sluitingstijden de voornaamste.
Een groot deel van de gemeenten met coffeeshops (78%) heeft een afstandscriterium tot scholen in het beleid opgenomen. De landelijke wens om geen coffeeshops in grensgebieden te gedogen, blijkt geen prioriteit te hebben: geen van de (grens)gemeenten heeft een afstand tot de landsgrens in het coffeeshopbeleid vastgelegd.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.