Evaluatie Cameratoezicht Gouda
PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van € 7,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening 4599784 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Samenvatting en conclusies
De gemeente Gouda is begin 2004 een proef gestart met cameratoezicht in de openbare
ruimte op diverse locaties in de gemeente. Deze locaties zijn onder te verdelen in de
stationsomgeving en parkeerterreinen. Het doel van het cameratoezicht is:
- het vergroten van het veiligheidsgevoel van de Goudse burger en de Goudse bezoeker;
- het laten dalen van het aantal incidenten.
Evaluatie
Om de resultaten van het cameratoezicht te beoordelen, is de proef door onderzoeks- en
adviesbureau INTRAVAL geevalueerd. In november 2003 is een nulmeting gehouden op het
Stationsplein en drie parkeerterreinen (Klein Amerika, Schouwburgplein/Achter de
Schouwburg en Vossenburchkade). In november 2004 heeft de tweede meting plaatsgevonden.
Daarnaast zijn gegevens verzameld van politie, Nederlandse Spoorwegen (NS)
en Stadstoezicht en zijn interviews gehouden met medewerkers van gemeente, politie en
Stadstoezicht over de samenwerking.
Uit politiecijfers blijkt dat in het stationsgebied van Gouda in 2003 relatief veel
geweldsdelicten en vermogensdelicten zijn gepleegd. Bovendien houden zich in de
stationshal en op het Stationsplein regelmatig jongeren op die de ingang van het station
blokkeren, de bedrijfsvoering van de winkels belemmeren, softdrugs gebruiken en
beledigende opmerkingen maken naar voorbijgangers. Daarnaast worden uit de
fietsenstallingen, vooral op het Burgemeester Jamesplein, vaak fietsen gestolen.
Op de parkeerterreinen Klein Amerika, Potterspoort, Schouwburgplein/Achter de
Schouwburg en Vossenburchkade gaat het vooral om diefstallen uit auto's (autokraak) en
vernielingen aan auto's.
Veiligheidsgevoel
Bewoners in de omgeving van het station die binnen het bereik van de camera's wonen en
personen die werkzaam zijn in de stationsomgeving, voelen zich sinds de invoering van het
cameratoezicht veiliger. Voorbijgangers die zijn benaderd op het Stationsplein zijn zich
enigszins veiliger gaan voelen. Deze verbetering in veiligheidsbeleving is echter
onvoldoende groot om statistisch significant te zijn.
Op de parkeerterreinen is het veiligheidsgevoel van de personen die daar hun auto parkeren
niet gestegen sinds er cameratoezicht is. Van de parkeerders voelde in 2003 34% procent
zich wel eens onveilig op het parkeerterrein tegenover 29% in 2004. De onveiligheidsbeleving
op de parkeerterreinen was bij aanvang al niet bijzonder hoog en vergelijkbaar met
het landelijk gemiddelde. Landelijk voelde in 2003 28% van de bevolking zich wel eens
onveilig.
Incidenten Stationsomgeving
De politiecijfers laten een daling zien van het aantal incidenten in de stationsomgeving na
plaatsing van de camera's. Met name de overlast van jongeren en fietsdiefstallen zijn
minder vaak geregistreerd. In het NS-station is vooral het aantal vernielingen afgenomen.
Van een verplaatsing van de overlast van jongeren is volgens betrokkenen niet of
nauwelijks sprake, evenals van fietsdiefstallen. Het aantal meldingen van overlast en
aangiften van fietsdiefstallen is elders in Gouda eveneens gedaald.
De bewoners en voorbijgangers in de stationsomgeving zijn voorafgaande aan en na
invoering van het cameratoezicht vrijwel even vaak slachtoffer geweest van criminaliteit.
Wel zijn zij minder vaak ooggetuige geweest van criminaliteit waarvan anderen het
slachtoffer zijn geweest.
Het rondhangen van groepen jongeren komt volgens voorbijgangers en bewoners nog
vrijwel even vaak voor. De handel in drugs rond het station is volgens hen wel duidelijk
afgenomen, evenals vandalisme.
Incidenten Parkeerterreinen
In de politieregistratie is het aantal incidenten op de parkeerterreinen met 57% gedaald: van
862 incidenten in 2003 tot 376 in 2004. De afname is het grootst bij autokraken. In 2003
werd hiervan 461 keer een aangifte gedaan of door de politie een melding over ontvangen,
terwijl dit in 2004 nog slechts 38 keer het geval was. Ook in de rest van de gemeente
Gouda is het aantal meldingen van autokraken sterk afgenomen (-37%). Naast het cameratoezicht
lijkt de inzet van een speciaal politieteam tegen autokraak zijn vruchten te hebben
afgeworpen. Op de parkeerterreinen met cameratoezicht is de daling het grootst (-91%).
Cameratoezicht heeft op de parkeerterreinen waarschijnlijk tot een extra daling van autokraken
geleid. Van een verplaatsing van dit misdrijf is volgens betrokkenen geen sprake.
Op de parkeerterreinen is de criminaliteit sinds de invoering van het cameratoezicht
afgenomen. De bezoekers zijn er minder vaak het slachtoffer geweest van criminaliteit. In
2003 is 28% van de bezoekers slachtoffer van een misdrijf geweest tegenover 20% in 2004.
De resultaten zijn het meest positief op het parkeerterrein Vosseburchkade. Naast cameratoezicht
is daar ook de verlichting verbeterd.
De afname van het slachtofferschap is minder groot dan de zeer sterke daling in de
politieregistratie van met name het aantal autokraken. In 2004 geeft nog altijd 14% van de
parkeerders aan dat de auto is beschadigd, 5% dat er is ingebroken in de auto en 9% dat zij
op het parkeerterrein op verbale wijze agressief zijn bejegend. Geen enkele parkeerder is in
2004 geconfronteerd met daadwerkelijk fysiek geweld.
In de politieregistratie is het aantal incidentmeldingen van autokraken op de
parkeerterreinen met cameratoezicht fors gedaald (-92%). Ook in de rest van Gouda is dit
misdrijf afgenomen, zij het minder sterk (-28%). Uit de enquetes blijkt dat het percentage
parkeerders dat op de parkeerterreinen met cameratoezicht slachtoffer is geweest van
autokraak is gedaald van 7% in 2003 tot 5% in 2004. Deze daling is duidelijk minder groot.
Het verschil tussen de afname in aantallen aangiften en slachtofferpercentages laat zich niet
eenvoudig verklaren. Tussen de steekproeven doen zich enkele geringe verschillen voor,
maar die geven onvoldoende grond voor een verklaring.1 Ook het aangiftegedrag is niet
veranderd. Van de slachtoffers van autokraak doet bovendien in beide metingen een
meerderheid aangifte.
1 De parkeerders in 2004 zijn enigszins vaker van het mannelijke geslacht (47% in 2003 tegenover
54% in 2004) en vaker afkomstig uit Gouda (43% in 2003 tegenover 66% in 2004), maar parkeren
er niet frequenter.
Opvolging incidenten
De camerabeelden worden door medewerkers van de afdeling Stadstoezicht van de
gemeente Gouda live gevolgd. Zodra zij een incident waarnemen lichten zij de politie in.
De politie kan via een monitor in de meldkamer op het politiebureau zelf meekijken en een
afweging maken of de beelden aanleiding zijn voor een opvolging door de politie.
Incidenten die door Stadstoezicht met de camera's worden gesignaleerd en doorgespeeld naar de politie blijken doorgaans door de politie te worden opgevolgd. Soms kan door
andere prioriteiten bij de politie geen opvolging plaatsvinden.
Volgens betrokkenen verloopt van begin af aan de opvolging goed. De afspraken die
hierover zijn gemaakt en in het Convenant Cameratoezicht Gouda zijn vastgelegd, hebben
hieraan volgens hen sterk bijgedragen. Daarnaast kennen de leidinggevenden bij de politie
en het Stadstoezicht elkaar al jarenlang. De goede verstandhouding zou eveneens bijdragen
aan de goede samenwerking.
Uit de registraties van Stadstoezicht blijkt dat in totaal 267 incidenten zijn gemeld aan de
politie waarvan aan acht vanwege het niet beschikbaar zijn van politiemensen geen
opvolging kon worden gegeven. Bij een derde (89) van het totaal aantal meldingen dat bij
de politie is gemaakt is een aanhouding verricht. In totaal zijn naar aanleiding van de
camerabeelden en de melding van Stadstoezicht aan de politie 118 personen aangehouden.
De meeste verdachten zijn aangehouden voor fietsdiefstal (62 personen). Voor het
veroorzaken van overlast zijn zeven verdachten aangehouden.
Het aantal verdachte situaties op de parkeerterreinen, waarvan Stadstoezicht een melding
aan de politie heeft doorgegeven, is met 36 incidenten in een jaar tijd gering. Hiervan
hadden er twee betrekking op diefstal uit een auto. In beide gevallen heeft de opvolging van
de beelden niet tot een aanhouding geleid. De sterke daling van het aantal autokraken is niet
het gevolg van directe actie naar aanleiding van camerabeelden, maar lijkt vooral te danken
aan de preventieve werking van het cameratoezicht.
Ten slotte
Het veiligheidsgevoel van de rond het Stationsplein woonachtige bewoners en personen die
er werkzaam zijn, is verbeterd na invoering van het cameratoezicht. Bij de voorbijgangers
op het Stationsplein en de parkeerders op Klein Amerika, Schouwburgplein en
Vossenburchkade is dit niet het geval. In de stationsomgeving en op de parkeerterreinen is
het aantal incidenten gedaald. In de stationsomgeving komen met name overlast van
jongeren en fietsdiefstallen minder vaak voor. Op de parkeerterreinen is het aantal aangiften
van autokraak sterk teruggelopen.
Sinds er camera's zijn geplaatst in de stationsomgeving van Gouda is het aantal bij de
politie geregistreerde incidenten met betrekking tot overlast van jongeren afgenomen.
Volgens voorbijgangers en bewoners hangen groepen jongeren echter nog even vaak rond
bij het station. De voorbijgangers ondervinden er tevens in vergelijkbare mate als voor
plaatsing van de camera's hinder van. Wel constateren zij dat er minder in drugs wordt
gehandeld rond het station, een delict waaraan vooral jongeren zich schuldig maakten. De
afname van het aantal geregistreerde incidenten van jongerenoverlast kan derhalve
samenhangen met de afgenomen drugshandel rond het station.
Ook uit evaluaties in Groningen (2002) en Rotterdam (2003) lijkt het cameratoezicht
minder goed te werken bij meer impulsieve misdrijven, zoals geweldsdelicten.
Cameratoezicht beinvloedt slechts in geringe mate de agressie van daders van
geweldsmisdrijven. Uit de enquetes en politieregistratie blijkt dat vernielingen en
vandalisme zijn afgenomen, maar dat agressief gedrag jegens anderen niet is gewijzigd. De
aantallen geweldsincidenten en slachtofferpercentages zijn echter te laag om duidelijke
conclusies hieraan te kunnen verbinden.
|