INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
12e Huis 13 ambachten
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 7,95 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 4    Samenvatting en conclusies
In juli 1999, twee jaar na de opening, heeft bureau INTRAVAL in opdracht van de gemeente Groningen het 12e Huis geëvalueerd. Het 12e Huis is een dagbestedingsproject voor overlastveroorzakende verslaafden in de binnenstad van Groningen. Er worden diverse activiteiten georganiseerd. Naast een aantal werkzaamheden als het opknappen van meubels en fietsen, de mogelijkheid om te tekenen of te schilderen en het maken van muziek, biedt het 12e Huis enkele vormen van dienst- en hulpverlening, eten, drinken en wasgelegenheid. De doelstelling van het project is de vermindering van overlast veroorzaakt door de groep verslaafden die veelvuldig op straat is te vinden. De gemeente Groningen wil graag weten in hoeverre deze doelstelling is bereikt.
Voor de evaluatie zijn twee methoden toegepast: vraaggesprekken met (ex-)deelnemers van het 12e Huis; en een analyse van de registraties bij het 12e Huis en de politie. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste resultaten kort samengevat. Vervolgens worden de belangrijkste conclusies besproken, waarna wordt afgerond met een korte slotbeschouwing.
4.1 Resultaten
Achtereenvolgens worden de resultaten besproken van de vraaggesprekken met de (ex-) deelnemers, de registratie bij het 12e Huis en de politiecijfers.
Vraaggesprekken (ex-)deelnemers
In juli 1999 is met 17 deelnemers en 16 ex-deelnemers een gesprek gevoerd aan de hand van een gestandaardiseerde vragenlijst over de ervaringen met het 12e Huis, enkele achtergrondkenmerken, het middelengebruik, de leefsituatie en het overlastgerelateerde gedrag.
Achtergrondkenmerken
Uit de gesprekken blijkt dat de geïnterviewden gemiddeld 22 jaar in Groningen verblijven. 18 Personen zijn afkomstig uit een andere gemeente, maar verblijven inmiddels gemiddeld 11 jaar in Groningen. De helft was voor de komst naar Groningen verslaafd aan drugs. De gemiddelde leeftijd van de geïnterviewden is 36 jaar. Een derde van de 33 geïnterviewden beschikt zowel voor als tijdens deelname over een zelfstandige woonruimte. Opvallend is dat de woonsituatie van de ex-deelnemers na deelname duidelijk is verbeterd. Voor en tijdens deelname hebben vijf van hen een eigen woonruimte, na deelname is dit toegenomen tot 11.
Deelname 12e Huis
Van de geïnterviewden heeft een derde twee keer of vaker ingeschreven gestaan bij het 12e Huis. De reden voor tussentijdse uitval is het niet op komen dagen, geen zin meer hebben of detentie. De belangrijkste redenen voor deelname aan het 12e Huis zijn het hebben van een daginvulling en de mogelijkheid om van de straat af te zijn. Een positieve bijkomstigheid voor een aantal deelnemers is de beschikbare hulpverlening en het feit dat samen met anderen wordt gewerkt. De belangrijkste redenen voor uitstroom liggen voornamelijk op het gebied van drugs: 'het gezeur om drugs' en de onderlinge sfeer hierdoor.
Invloed en oordeel
Het 12e Huis heeft met name invloed op de tijd die op straat wordt doorgebracht en de regelmaat die in het leven ontstaat. Daarnaast geeft de helft van de geïnterviewden aan dat door het 12e Huis het gebruik van drugs vermindert en de lichamelijke en geestelijke gezondheid verbeteren.
Het oordeel over het 12e Huis is over het algemeen positief. Het meest tevreden zijn de geïnterviewden met de regels ten aanzien van drugsgebruik, het eten en drinken en de activiteiten. Het minst tevreden is men met de openingstijden en de samenstelling van de groep. Daarbij wordt opgemerkt dat de begeleiding meer aanwezig zou moeten zijn en dat de regels beter nageleefd zouden moeten worden.
Delicten
Het aantal geïnterviewden dat zich bezig houdt met vermogensdelicten en dergelijke om aan geld te komen is afgenomen van twee derde voorafgaande aan deelname naar een derde tijdens deelname. Deze afname zet zich door bij de ex-deelnemers in de periode na deelname aan het 12e Huis.
Middelengebruik
Op één na alle geïnterviewden gebruiken drugs. Met name methadon wordt veel gebruikt. De helft van de geïnterviewden noemt methadon daarnaast als belangrijkste middel. Tijdens deelname aan het 12e Huis blijkt het gemiddelde aantal dagen per week waarop wordt gebruikt af te nemen. Ook het geld dat aan drugs wordt besteed neemt aanzienlijk af. Bij de ex-deelnemers is na deelname weer een lichte toename te zien. Veel gemaakte opmerkingen hierbij zijn dat er minder wordt gebruikt omdat men ouder en rustiger wordt, een betere daginvulling heeft gevonden en dat de scene is veranderd.
Hulpverlening
De hulp waarvan binnen het 12e huis gebruik wordt gemaakt ligt voornamelijk op het maatschappelijke vlak, met name bij het zoeken naar woonruimte. Daarnaast wordt hulp gezocht en gevonden op juridisch, medisch en/of financieel gebied. Rechtstreekse hulpvragen op het gebied van de verslaving komen nauwelijks voor.
Overlastgerelateerd gedrag
Het overlastgerelateerde gedrag is beoordeeld aan de hand van de tijd die op straat wordt doorgebracht, de contacten die met de politie plaatsvinden en het voorkomen van een aantal hinderlijke gedragingen. De tijd die op straat wordt doorgebracht is tijdens deelname aanzienlijk korter dan voor of na deelname. Daarnaast is een lichte afname te zien van het aantal personen dat zich wekelijks bezig houdt met illegale activiteiten om aan geld te komen en het aantal malen dat men daarvoor in aanraking is geweest met de politie. Ook een aantal hinderlijke gedragingen wordt door minder personen vertoond. Het gaat hierbij vooral om het slapen in portieken, op straat vechten en het uitschelden van medegebruikers.
   
Registratie 12e Huis
Het 12e Huis houdt een aantal gegevens van haar deelnemers bij. Zo wordt bij binnenkomst met alle potentiële kandidaten een intakeformulier afgenomen. In de loop van de tijd zijn drie intakeformulieren gehanteerd. De belangrijkste onderwerpen die aan bod komen zijn het arbeidsverleden, het middelengebruik, de financiële situatie, de justitiële situatie en aspecten van de woonsituatie en de gezondheid. In totaal is van 150 personen een dergelijk formulier verwerkt en geanalyseerd. Een nadeel van de huidige gehanteerde methode is dat de vraagstelling te weinig gestructureerd is en dat de formulieren niet consequent en volledig zijn ingevuld. Hierdoor kunnen slechts voorzichtige uitspraken worden gedaan.
Uit de intakeformulieren blijkt dat de instroom in het 12e Huis in de perioden september tot en met november 1997, juli tot en met 1998 en in mei 1999 het grootst is geweest. Deze perioden komen overeen met een actieve werving door het 12e Huis van nieuwe deelnemers. De uitstroom heeft met name in september 1998 en maart 1999 plaatsgevonden. De meerderheid van de deelnemers is man (86%). Volgens de intakeformulieren gebruiken 65 personen heroïne, 77 cocaïne en 93 methadon. In totaal gebruiken 121 personen één of meerdere van deze middelen. Op 115 formulieren wordt aangegeven dat de desbetreffende persoon voor minimaal één maal is veroordeeld voor een of meerdere delicten. Een groot deel (61%) van de personen waarmee een intake heeft plaatsgevonden is dak- of thuisloos.
Er zijn 88 personen die na de intake nooit deel hebben genomen aan de activiteiten van het 12e Huis. De redenen hiervoor zijn dat ze direct zijn doorverwezen naar andere instanties, niet tot de doelgroep behoren (werklozen en dergelijke) en omdat ze niet gemotiveerd blijken te zijn ('het 12e Huis is niks voor mij' of niet op komen dagen).
Politiecijfers
Van de politie zijn cijfers over vermogens- en geweldsdelicten, overlast en drugsgerelateerde overtredingen verkregen en geanalyseerd van 72 (ex-)deelnemers die minimaal twee maanden hebben deelgenomen aan de activiteiten van het 12e Huis. Deze cijfers laten zien dat het aantal geregistreerde delicten gepleegd door deelnemers van het 12e Huis, tussen juli 1994 en juli 1998 is toegenomen. Na 1998 is een afname van het aantal geregistreerde delicten te zien. Het aantal aan drugs gerelateerde geregistreerde overtredingen neemt toe tussen juli 1994 en juli 1999, maar neemt tussen 1998 en 1999 weer af tot het niveau van 1996 en 1997. De aan overlast gerelateerde geregistreerde overtredingen laten een geleidelijke toename zien tussen juli 1994 en juli 1999. Overigens dient hierbij te worden opgemerkt dat een toe- c.q. afname in het aantal geregistreerde delicten eveneens sterk zal worden beïnvloed door het gevoerde beleid. In Groningen is sinds medio 1997 sprake van verhoogde aandacht voor drugsoverlast. Deze ontwikkeling kan een toename betekenen van het aantal geregistreerde delicten en het aantal keren dat bij de politie bekende personen worden aangehouden.
Er lijkt een verband te zijn tussen de deelnameperiode en het aantal geregistreerde vermogensdelicten. Hoe langer een persoon deelneemt aan het 12e Huis, des te minder vermogensdelicten bij de politie zijn geregistreerd.
In 1998 heeft de politie een lijst bijgehouden van degenen die hebben moeten voorkomen wegens het veroorzaken van overlast. Dit gebeurt in het kader van het zogenoemde Project Overlast. Wanneer deze personen worden vergeleken met de deelnemers aan het 12e Huis, dan blijken 63 namen overeen te komen. Ongeveer de helft hiervan heeft twee maanden of meer werkzaamheden verricht in het 12e Huis. Dit betekent dat een kwart van alle personen waarmee het 12e Huis ooit contact heeft gehad en een derde van de daadwerkelijke deelnemers voorkomen op de lijst Project Overlast van de politie.
4.2 Conclusies
In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies van de evaluatie van het 12e Huis weergegeven.
Tijdstip evaluatie
Allereerst kan een opmerking worden gemaakt over het tijdstip van de evaluatie. In het algemeen is men in de hulpverlening van mening dat een periode van twee jaar veelal te kort is om reeds echte effecten van projecten als het 12e Huis te verwachten, met name gezien de doelgroep waarop het 12e Huis is gericht. Deze doelgroep staat immers bekend als één van de moeilijkste. Er gaat veel tijd overheen voordat zij vertrouwen heeft in een instelling. Daarnaast kost het veel energie van medewerkers om een dergelijke doelgroep te benaderen, te motiveren tot deelname en vervolgens deze deelname te continueren, laat staan ze te laten doorstromen naar andere voorzieningen. Voor het verkrijgen van meer inzicht in de invloed van het 12e Huis zou het daarom wenselijk zijn de evaluatie over enige tijd te herhalen.
Betrouwbaarheid registraties en vraaggesprekken
De huidige wijze waarop binnen het 12e Huis wordt geregistreerd maakt het vaak niet mogelijk een onderlinge vergelijking uit te voeren. Daarnaast wordt niet van iedereen bijgehouden wanneer en waarom uitstroom plaatsvindt. Voor een vergelijking met de politiecijfers zou het daarbij beter zijn wanneer een eenduidige spelling van namen wordt gehanteerd, zodat geen verwarring kan ontstaan over de identiteit van de deelnemers. Bij de registratie van de politie kunnen enkele kanttekeningen worden geplaatst: niet alle gepleegde delicten worden opgehelderd; invloeden van beleid op de geregistreerde delicten; het betreft werkbestanden waardoor nog niet alle namen en geboortedata zijn geverifieerd. Binnen deze evaluatie wordt daarom primair uitgegaan van de resultaten van de vraaggesprekken met (ex-)deelnemers en dienen de politiegegevens als aanvulling.
Overigens kan hierbij een opmerking worden gemaakt over de betrouwbaarheid van de informatie uit de gesprekken. De ervaringen van eerdere onderzoeken en de wijze waarop de gesprekken met de (ex-)deelnemers zijn verlopen geven aan dat de informatie die de respondenten aan de onderzoekers verstrekken realistisch en geloofwaardig is. De gesprekken bevatten enkele retrospectieve vragen, omdat een nul-meting helaas niet mogelijk is geweest. Hierdoor bestaat de kans dat de respondenten een onvolledig beeld hebben van hun situatie voor deelname aan het 12e Huis, met name wat betreft hun gedrag. Omdat de instroomdata van de respondenten verschillen, zal dit overigens niet voor alle respondenten gelden.
Tussentijdse uitval
De tussentijdse uitval van een aantal (ex-)deelnemers lijkt er op te wijzen dat het soms moeilijk is de dagelijkse structuur vol te houden, ondanks het laagdrempelige karakter van de voorziening. Gelijktijdig wordt hiermee duidelijk dat bij deze groep blijkbaar wel behoefte is aan een voorziening als het 12e Huis. Bovendien kunnen goede ervaringen er toe hebben geleid dat na verloop van tijd opnieuw aansluiting is gezocht bij het 12e Huis. Dit betekent tevens dat het mogelijk is dat enkele geïnterviewde ex-deelnemers over enige tijd weer deelnemer zijn.
Een tweede categorie ex-deelnemers lijkt zich 'te goed' te voelen voor het 12e Huis. Zij zijn gevoelig voor de met drugsgebruik gepaard gaande sfeer binnen het 12e Huis. Bij hen kan meer aandacht worden besteed aan doorstroommogelijkheden. De groep geïnterviewden is te klein om profielen te schetsen van groepen die langdurig deelnemen, tussentijds uitvallen of definitief (positief of negatief) uitstromen.
Illegale activiteiten
Vergelijking van de vraaggesprekken en de politiebestanden laat zien dat de informatie over het aantal gepleegde illegale activiteiten uit de vraaggesprekken en uit de bestanden van de politie niet overeenkomen. Uit de politiecijfers blijkt geen afname van het aantal gepleegde delicten of overtredingen, uit de vraaggesprekken komt dit wel naar voren. Samen met de reeds genoemde kanttekeningen over de politiegegevens kan dit te maken hebben met het feit dat de aantallen personen verschillen: van de politie zijn van 72 (ex-) deelnemers gegevens bekend, de geïnterviewde groep bestaat uit 33 personen. Hoe groter de groep is waarover berekeningen worden gemaakt, hoe groter de kans is dat eventuele verschillen door middeling verdwijnen. Daarnaast zijn lang niet alle delicten of overtredingen die eerder zijn gepleegd bekend bij de politie. Er kan dus een afname van het aantal delicten plaatsvinden zonder dat dit uit de registraties blijkt.
Invloed op de leefsituatie
Er lijkt een positieve invloed van het 12e Huis uit te gaan op de woonsituatie. Dit blijkt vooral wanneer wordt gekeken naar de ex-deelnemers. Deze invloed kan enerzijds een direct gevolg zijn van de hulp in het 12e Huis. Anderzijds is een aantal personen zonder meer met een positieve ontwikkeling bezig. Het 12e Huis kan voor hen als een onderdeel van deze opwaartse ontwikkeling worden gezien. Hierop aansluitend is het aantal opmerkingen over 'het gezeur om drugs' begrijpelijk. Deze personen willen liever niet langer 'in de scene' verblijven.
Het 12e Huis biedt haar deelnemers een mogelijkheid om de dagen zinvol in te vullen. De deelnemers geven duidelijk aan dat het bezig zijn en het verdrijven van verveling de belangrijkste redenen zijn waarom zij in het 12e Huis aanwezig zijn. Ook de geboden hulp, het ontmoeten van mensen en het eten worden genoemd. Daarbij levert het 12e Huis een positieve bijdrage aan het verminderen van drugsgebruik, de lichamelijke en geestelijke gezondheid en de regelmaat in het leven. Op deze wijze wordt indirect een bijdrage geleverd aan de vermindering van de door hen veroorzaakte overlast op straat.
Invloed op het overlastgerelateerde gedrag
De geïnterviewde (ex-)deelnemers lijken tijdens deelname een afname van het overlastgerelateerde gedrag te laten zien. Na deelname is dit bij de ex-deelnemers stabiel gebleven (illegale activiteiten, contacten met politie) of weer licht toegenomen (tijd op straat doorgebracht, geld besteed aan drugs). Dit betekent dat het 12e Huis, in ieder geval in de periode dat deelnemers daadwerkelijk deelnemen aan de activiteiten van het 12e Huis, bijdraagt aan de vermindering van de door hen veroorzaakte overlast.
Overigens kan een verdere analyse van de politiecijfers over de groep waarmee het 12e Huis eenmalig of kort contact heeft gehad, een uitgebreider antwoord geven op de vraag naar de effecten op de overlast. Het vermoeden bestaat dat het aantal delicten dat wordt gepleegd door de groep deelnemers kleiner is dan het aantal gepleegd door de personen waarmee eenmalig contact is geweest.
Bijdrage vermindering overlast
De vraag welke bijdrage het 12e Huis levert aan de afname van de totale overlast in de stad Groningen kan met het onderhavige onderzoek niet volledig worden beantwoord. Daarvoor is, naast een nadere analyse van de politiecijfers, meer informatie nodig over de groep die thans overlast veroorzaakt op straat. Wanneer een beeld ontstaat van deze straatgroep, kan een vergelijking worden gemaakt tussen degenen die wel en geen contact hebben (gehad) met het 12e Huis. Ook de redenen waarom zij geen contact hebben met het 12e Huis kan waardevolle informatie opleveren.
Wellicht is het 12e Huis voor een aantal mensen nog te hoogdrempelig en kunnen zij zich niet vinden in de dagelijkse structuur. Daarnaast lijkt er onder de huidige deelnemers een kleine groep te bestaan die juist wel behoefte heeft aan doorstroming naar andere voorzieningen. Belangrijk is hiervoor mogelijkheden te creëren.
4.3 Slotbeschouwing
Al met al lijkt het 12e Huis een positieve bijdrage te leveren aan de leefsituatie en het overlastgerelateerde gedrag van de deelnemers. Het 12e Huis past goed binnen de keten van voorzieningen ter vermindering van de overlast en de hulpverlening aan verslaafden. Vooralsnog kan worden vastgesteld dat met de ontwikkeling van het 12e Huis een bijdrage wordt geleverd aan de verbetering van de keten binnen de verslavingszorg in Groningen. Hoewel Werkprojecten Groningen geen drugshulpverlenende instantie is, biedt zij met het 12e huis activiteiten, (basale) zorg en hulp aan de moeilijkste groep binnen de totale populatie verslaafden. Een dergelijke voorziening heeft tot nog toe ontbroken. Om beter tegemoet te komen aan een trajectbenadering zal meer aandacht besteed moeten worden aan doorstroommogelijkheden.
Deze ketenbenadering komt ook naar voren in Resultaten Scoren, de landelijke inzet van verslavingsinstellingen om een doelmatige zorg en preventie te bieden van hoge kwaliteit, in een breed spectrum van dienstverlening met behulp van een multidisciplinaire aanpak in samenwerking met andere instellingen. Hierbij is de sociale verslavingszorg één van de speerpunten: verslavingszorg gekoppeld aan een sociaal beleid dat voorziet in basale levensvoorwaarden aan bepaalde groepen verslaafden. De doelgroep die hierbij centraal staat is de chronische verslaafde met meervoudige problemen, zonder maatschappelijk perspectief. De sociale verslavingszorg wil deze groep passende zorg verschaffen, de kwaliteit van hun leven verbeteren, de maatschappelijke participatie vergroten en daarmee de maatschappelijke overlast beperken. Hiertoe moet op instellingenniveau netwerkgericht worden gewerkt, op het voorzieningenniveau met een ketenbenadering en op cliëntniveau moet trajectregie plaatsvinden.
Naast de ketenbenadering, wordt in Groningen een integrale aanpak van de drugsoverlast voorgestaan. Er wordt getracht de drugsoverlast te verminderen met behulp van zowel repressieve maatregelen als het bieden van zorg. Politie en justitie nemen de repressieve maatregelen voor hun rekening, terwijl de zorg wordt verleend door instellingen voor maatschappelijke opvang en drugshulpverlening. Ook binnen deze integrale aanpak neemt het 12e Huis een duidelijk onderdeel voor haar rekening. De overlastveroorzakers die op straat door de politie worden aangepakt, kunnen terecht in het 12e Huis, waar zowel opvang als hulp wordt geboden. Uiteraard kunnen ze gedurende de tijd die ze binnen doorbrengen op straat geen overlast veroorzaken.
Hoewel in de werkwijze van het 12e Huis wordt beoogd zoveel mogelijk samenwerkingsverbanden met andere instanties te ontwikkelen, lijkt een betere afstemming met name op het gebied van registraties wenselijk. Wanneer de diverse instanties hun registratie beter op elkaar laten aansluiten kan meer inzicht worden verkregen in de ontwikkelingen op het gebied van overlast en de leefsituatie van deelnemers. Hierbij dienen definities en vragen zoveel mogelijk overeen te komen. Tevens moet duidelijk zijn op welke personen de registraties betrekking hebben, zodat geen verwarring kan ontstaan over de identiteit. Dit kan er ook toe leiden dat meer duidelijkheid ontstaat over de mate waarin de diverse voorzieningen, waaronder het 12e Huis, hun doelgroep bereiken.
Tot slot lijkt het wenselijk de evaluatie van het 12e Huis over enige tijd opnieuw uit te voeren, zodat met meer zekerheid uitspraken kunnen worden gedaan over de invloed van het 12e Huis. Naast een verdere verdieping van de analyse van registratiegegevens kunnen de 33 geïnterviewden uit de onderhavige evaluatie opnieuw worden benaderd. Hierdoor worden effecten op langere termijn duidelijk. Verder kan een procesevaluatie gericht op de ontwikkelingen van de afgelopen jaren zinvolle informatie opleveren.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.