INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Coffeeshops geteld
Hoofdstuk 4    Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de samenvatting van het onderzoek gepresenteerd. Allereerst wordt kort ingegaan op de opzet van het onderzoek. Vervolgens wordt aandacht besteed aan het aantal coffeeshops en andere verkooppunten van cannabis. In de volgende paragraaf komt het gemeentelijk beleid en de handhaving hiervan door politie en Openbaar Ministerie aan bod.
4.1 Onderzoeksopzet
Het onderzoek heeft ten doel inzicht te verschaffen in het aantal coffeeshops en andere verkooppunten van cannabis in Nederland. Daarnaast is aandacht besteed aan het beleid zoals dat door de Nederlandse gemeenten wordt gevoerd. Het onderzoek kent de volgende drie onderzoeksvragen:
a. Hoeveel coffeeshops en andere verkooppunten van cannabis zijn er eind 1999 in Nederland?
b. In hoeveel gemeenten is er sprake van de zogenoemde nuloptie, dat wil zeggen geen coffeeshop?
c. In hoeverre en op welke wijze worden de AHOJ-G criteria en de 500 gram handelsvoorraad gehandhaafd?
Om deze vragen te kunnen beantwoorden is door onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie een onderzoek uitgevoerd bestaande uit drie onderdelen:
  • een telefonische enquête onder alle 538 gemeenten in Nederland, waarbij is gevraagd naar aantallen coffeeshops, het gemeentelijk beleid en adresgegevens van de binnen de gemeente aanwezige coffeeshops;
  • een telefonische enquête onder de verantwoordelijke politiemedewerkers (241) van alle 538 Nederlandse gemeenten, waarbij is gevraagd naar aantallen coffeeshops, soortgelijke verkooppunten (overige horeca-inrichtingen, winkels en sociaal-culturele instellingen) en overige verkooppunten (woningen, koeriersdiensten en dergelijke) en naar de handhaving van de lokaal geldende criteria;
  • een telefonische enquête onder alle 19 arrondissementen van het Openbaar Ministerie, waarbij is gevraagd op welke wijze de AHOJ-G criteria en de 500 gram handelsvoorraad worden gehandhaafd.
Naast een presentatie van de resultaten uit de enquêtes is tevens een vergelijking gemaakt met resultaten uit het onderzoek 'Cannabis in Nederland' (Bieleman e.a. 1997). In dat onderzoek zijn ambtenaren van 116 gemeenten en politiemedewerkers van 30 gemeenten geënquêteerd. Bij de vergelijking van de resultaten uit 1997 en 1999 is gebruik gemaakt van deze 116 respectievelijk 30 gemeenten.
   
4.2 verkooppunten
In dit onderzoek wordt onderscheid gemaakt in de volgende verkooppunten.
Coffeeshops
Volgens het Openbaar Ministerie dient onder coffeeshop te worden verstaan: alcoholvrije horeca-inrichting waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvinden. Volgens deze definitie worden horeca-inrichtingen waar naast de verkoop van cannabis ook alcohol wordt geschonken, niet tot de coffeeshops gerekend. Deze begripsomschrijving wordt (nog) niet door alle gemeenten gehanteerd. Evenals in het onderzoek 'Cannabis in Nederland' is het in dit onderzoek aan de gemeenten zelf overgelaten welke horeca-inrichtingen als coffeeshop worden beschouwd. Steeds meer steden hanteren echter dezelfde definitie gebaseerd op de AHOJ-G criteria (geen affichering, geen harddrugs, geen overlast, geen verkoop aan jongeren beneden de 18 jaar en geen verkoop van grote hoeveelheden van meer dan 5 gram). Alleen het verbod op de verkoop van alcohol is een criterium dat (nog) niet overal wordt toegepast.
Soortgelijke verkooppunten
Onder soortgelijke verkooppunten van cannabis worden verstaan: alle inrichtingen, anders dan coffeeshops (volgens de definitie van de gemeente), waar cannabisproducten worden verkocht en gebruikt. Het gaat hierbij om overige horeca-inrichtingen (cafés, shoarmazaken en dergelijke), winkels en sociaal-culturele instellingen. Voor deze inrichtingen geldt dat de verkoop van softdrugs niet het hoofdbestanddeel van de activiteiten vormt.
Overige verkooppunten
Bij overige verkooppunten gaat het om alle verkooppunten van softdrugs die niet zijn ondergebracht in een openbare inrichting. Tot de overige verkooppunten worden gerekend: woningen, handel op straat, koeriersdiensten en afhaalgelegenheden.
Smartshops
Onder smartshops worden winkels verstaan die ecodrugs (XTC-vervangers, euforiserende en ontspannende middelen), paddestoelen, energy-dranken en dergelijke verkopen en waar eventueel een ruimte aanwezig is voor het gebruik van deze drugs.
Growshops
Tot growshops, ook wel bekend als headshops, worden winkels gerekend die benodigdheden verkopen voor de thuiskweek van cannabis en attributen voor het roken van cannabis (hasjpijpjes en dergelijke).
Coffeeshops
Van de 538 Nederlandse gemeenten hebben 105 (20%) één of meer coffeeshops. Het gaat hierbij in totaal om 846 coffeeshops. Van alle coffeeshops bevindt 52% (443 coffeeshops) zich in de vier grootste steden. Het aantal coffeeshops is in 1999 in vergelijking tot 1997 afgenomen. In de 116 gemeenten die in 1997 zijn onderzocht bevonden zich destijds 1.019 coffeeshops. In 1999 zijn dit er 796, een daling van 22%.
Soortgelijke verkooppunten
Eind 1999 telt Nederland 62 gemeenten waar zich in totaal minimaal 145 soortgelijke verkooppunten bevinden. In drie kwart (73%) van deze verkooppunten gaat het om een horeca-inrichting. Vooral gemeenten waar zich ook coffeeshops bevinden hebben één of meerdere soortgelijke verkooppunten. In 42% van de gemeenten met coffeeshops bevinden zich ook soortgelijke verkooppunten, terwijl dit in 15% van de gemeenten zonder coffeeshops het geval is. Ruim de helft (56%) van de 147 soortgelijke verkooppunten bevinden zich met name in de kleinere gemeenten (tot 50.000 inwoners), terwijl de coffeeshops zich voornamelijk in de grotere gemeenten bevinden.
Evenals het aantal coffeeshops is ook het aantal soortgelijke verkooppunten in 1999 ten opzichte van 1997 afgenomen. Bevonden zich in 1997 in de destijds onderzochte 30 gemeenten nog 150 soortgelijke verkooppunten, in 1999 is dit aantal afgenomen met 76% tot 36 verkooppunten.
Overige verkooppunten
Nederland telt naar schatting minimaal 1.450 overige verkooppunten van cannabis. Deze verkooppunten zijn verspreid over 246 gemeenten. Bijna de helft (46%) van de overige verkooppunten bestaat uit woningen, terwijl een kwart (23%) uit straathandelaren bestaat. Vooral gemeenten zonder coffeeshops hebben één of meerdere overige verkooppunten. In 55% van de gemeenten zonder coffeeshops bevinden zich overige verkooppunten, terwijl dit in 24% van de gemeenten met coffeeshops het geval is. Overige verkooppunten bevinden zich voornamelijk buiten de randstad. Het merendeel van de Nederlandse grensgemeenten heeft één of meerdere overige verkooppunten.
In vergelijking met 1997 lijkt het aantal overige verkooppunten in 1999 eveneens te zijn afgenomen. Bevonden zich in de steekproef van 30 gemeenten, zoals die in het onderzoek van 1997 is gebruikt, destijds 295 overige verkooppunten, in 1999 bevinden zich in diezelfde gemeenten nog 180 overige verkooppunten, een afname van 39%.
In 117 gemeenten bevinden zich overige verkooppunten van cannabis die tevens harddrugs verkopen. Het gaat hierbij om 551 verkooppunten. In 85% van deze 117 gemeenten gaat het om de verkoop van cocaïne, in 62% van de gemeenten om heroïne en in 51% om XTC. Daarnaast wordt in 31% van de gemeenten met overige verkooppunten die tevens harddrugs verhandelen amfetamine verkocht en in 7% gekookte cocaïne of crack.
Smart- en growshops
Eind 1999 zijn in Nederland 77 smartshops en 106 growshops bekend. Zowel in de gemeenten met minder dan 20.000 inwoners als in de gemeenten met meer dan 200.000 inwoners bevinden zich weinig smart- en growshops. Smartshops bevinden zich voornamelijk in de gemeenten met 50.000 tot 200.000 inwoners en growshops in de gemeenten met 20.000 tot 200.000 inwoners.
4.3 Beleid
Het merendeel van de Nederlandse gemeenten heeft een beleid ontwikkeld om het aantal coffeeshops binnen de gemeentegrenzen te kunnen reguleren. De volgende vormen van beleid kunnen hierbij worden onderscheiden.
  • nulbeleid (nuloptie)
    er zijn geen coffeeshops in de gemeente en coffeeshops worden ook niet toegelaten;
  • maximumstelsel
    het aantal coffeeshops die worden toegelaten is aan een bepaalde limiet gebonden;
  • verminderingsbeleid
    het aantal coffeeshops dient te verminderen, maar de gemeente heeft nog geen maximum aantal vastgesteld;
  • uitsterfbeleid
    het aantal coffeeshops dient, al dan niet door een actief beleid, op termijn te worden teruggedrongen. Op een uitsterfbeleid volgt veelal een nulbeleid of een maximumbeleid;
  • ontmoedigingsbeleid
    de gemeente probeert door het stellen van voorwaarden de ongebreidelde vestiging van nieuwe coffeeshops tegen te gaan en het aantal bestaande coffeeshops terug te dringen;
  • 'Bussumse model'
    er zijn één of meer gecontroleerde verkooppunten van cannabis, ondergebracht in een daartoe aangewezen stichting.
Van de 538 Nederlandse gemeenten voert 8% geen enkel beleid. Het merendeel (72%) voert een nulbeleid, terwijl 15% een maximumstelsel als beleid heeft. Het aantal gemeenten dat geen enkel beleid voert is in 1999 ten opzichte van 1997 afgenomen. Hadden in 1997 van de destijds 116 onderzochte gemeenten 14 gemeenten geen beleid, in 1999 zijn het er drie (een afname van 79%).
Van alle gemeenten in Nederland heeft 12% één of meerdere soortgelijke en 46% één of meerdere overige verkooppunten van cannabis. Voor de gemeenten met een nulbeleid voor coffeeshops liggen deze percentages enigszins lager. Hier heeft 9% één of meerdere soortgelijke en 42% één of meerdere overige verkooppunten van cannabis.
AHOJ-G criteria
Het Openbaar Ministerie heeft een aantal criteria opgesteld waaraan coffeeshops moeten voldoen, de zogenoemde AHOJ-G criteria: geen Affichering, geen Harddrugs, geen Overlast, geen verkoop aan Jongeren beneden de 18 jaar, geen verkoop van Grote hoeveelheden van meer dan 5 gram per klant. Daarnaast wordt een maximale handelsvoorraad van 500 gram aanbevolen.
In alle 19 arrondissementen van het Openbaar Ministerie worden de AHOJ-G criteria gehandhaafd. Dit vindt voornamelijk steekproefsgewijs plaats. Daarnaast wordt gecontroleerd wanneer er sprake is van overlast of een vermoeden van het overtreden van de criteria. De 500 gram maximale handelsvoorraad wordt eveneens in alle arrondissementen gehandhaafd. In bijna drie kwart van de arrondissementen vinden hiervoor steekproefsgewijs controles plaats. Verder wordt in bijna twee derde van de arrondissementen gecontroleerd wanneer er sprake is van overlast of wanneer er een vermoeden is dat het criterium wordt overtreden.
Ook aan de gemeente-ambtenaren en politiemedewerkers in de 105 gemeenten met coffeeshops is gevraagd of de diverse criteria worden gehandhaafd. In het merendeel van de gemeenten lijkt dit het geval te zijn. Geen harddrugs en geen overlast worden het meest gehandhaafd, namelijk beide in 98% van de gemeenten. Voor de 500 gram maximale handelsvoorraad is dit het minst het geval, namelijk in 88% van de gemeenten met coffeeshops. In 61% van de gemeenten waar de 500 gram maximale handelsvoorraad wordt gehandhaafd gebeurt dit door steekproefsgewijze dan wel periodieke controle. In 8% van de gemeenten wordt gecontroleerd naar aanleiding van een vermoeden van een overtreding of naar aanleiding van een melding van overlast.
4.4 Tenslotte
Dit onderzoek laat zien dat de aantallen verkooppunten van cannabis tussen 1997 en 1999 zijn afgenomen. De afname van het aantal coffeeshops heeft niet, zoals wel eens wordt verondersteld, geleid tot een toename van het aantal andere verkooppunten van cannabis. Ook het voeren van een nulbeleid, dat in drie kwart van de Nederlandse gemeenten voorkomt, leidt niet tot meer andere verkooppunten dan in andere gemeenten het geval is.
In vergelijking met 1997 is in 1999 het aantal gemeenten zonder coffeeshopbeleid afgenomen. Daarnaast wordt in vrijwel alle gemeenten door politie en Openbaar Ministerie aandacht geschonken aan de handhaving van de AHOJ-G criteria en de 500 gram maximale voorraadhoeveelheid.
Het Nederlandse gedoogbeleid lijkt voor wat betreft het reguleren van het aantal coffeeshops en het ontmoedigen van andere verkooppunten zijn vruchten af te werpen. Door het toepassen van de richtlijnen en een duidelijker lokaal beleid is het aantal verkooppunten afgenomen. Minder inzicht is er in de bezoekers en de aanvoer van cannabisproducten en omzet in coffeeshops. Voor informatie hierover dienen onder meer de coffeeshops zelf te worden bezocht.
vorige   volgende
Colofon en inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1    Inleiding
Hoofdstuk 2    Verkooppunten
Hoofdstuk 3    Beleid
Hoofdstuk 4    Samenvatting
Literatuur
Bijlage    overzicht gemeenten
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.