INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Coffeeshops geteld
Hoofdstuk 3    Beleid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het gemeentelijk coffeeshopbeleid. Naast informatie voor alle gemeenten in Nederland wordt tevens een vergelijking gemaakt met cijfers van 1997. Hiervoor is gebruik gemaakt van het onderzoek 'Cannabis in Nederland', waarvoor gemeente-ambtenaren van 116 gemeenten telefonisch zijn geënquêteerd. Tevens wordt in dit hoofdstuk aandacht geschonken aan de handhaving van de richtlijnen zoals die zijn opgesteld door het Openbaar Ministerie. Hiervoor zijn ambtenaren en politiemedewerkers van alle gemeenten en medewerkers van alle arrondissementen van het Openbaar Ministerie ondervraagd.
Het overheidsbeleid met betrekking tot coffeeshops wordt vormgege-ven door middel van strafrechtelijke middelen en met behulp van bestuursrechtelijke instrumenten. Op 21 april 1999 is de Opiumwet uitgebreid met artikel 13b, de zogenoemde wet Damocles. Voorheen was het alleen mogelijk een coffeeshop te sluiten naar aanleiding van overlast. Volwaardige bestuurlijke handhaving van alle door het Openbaar Ministerie opgestelde AHOJ-G criteria (geen affichering, geen harddrugs, geen overlast, geen verkoop aan jongeren onder de 18 jaar, geen verkoop van grote hoeveelheden van meer dan 5 gram) was dan ook niet mogelijk. De verkoop aan jongeren onder de 18 jaar is geen kwestie van overlast, maar meer een kwestie van volksgezond-heid. Tevens was alleen het Openbaar Ministerie handhaver van de Opiumwet en kon tegen overtredingen alleen strafrechtelijk worden opgetreden. Tegelijkertijd zijn echter in diverse gemeenten bestuursrechtelijke instrumenten ontwikkeld om het eigen coffeeshopbeleid te kunnen handhaven. Met behulp van artikel 13b van de Opiumwet is de burgemeester nu bevoegd coffeeshops te sluiten wanneer de bewuste coffeeshop niet gewenst is binnen het gemeentelijk beleid of een dwangsom op te leggen wanneer de coffeeshop de AHOJ-G criteria of de in het gemeentelijk beleid opgestelde regels overtreedt, zonder dat er sprake hoeft te zijn van overlast.
3.1    Vormen van beleid
De gemeente-ambtenaren is gevraagd welke vorm van beleid omtrent coffeeshops binnen de betreffende gemeente wordt gevoerd. Er kan een aantal vormen van beleid worden onderscheiden.
  • nulbeleid (nuloptie)
    er zijn geen coffeeshops in de gemeente en coffeeshops worden ook niet toegelaten;
  • maximumstelsel
    het aantal coffeeshops die worden toegelaten is aan een bepaalde limiet gebonden. Wanneer gekeken wordt naar het aantal coffeeshops dat aanwezig is in de gemeente en het aantal dat wordt toegestaan, dan kent het maximumstelsel drie varianten:
    - het aantal aanwezige coffeeshops is hoger dan het aantal dat is toegestaan (er moeten dus coffeeshops verdwijnen);
    - het aantal coffeeshops is gelijk aan het aantal dat is toegestaan;
    - het aantal aanwezige coffeeshops is lager dan het aantal dat is toegestaan (er mogen nog coffeeshops bij);
  • verminderingsbeleid
    het aantal coffeeshops dient te verminderen, maar de gemeente heeft nog geen maximumaantal vastgesteld;
  • uitsterfbeleid
    het aantal coffeeshops dient, al dan niet door een actief beleid, op termijn te worden teruggedrongen. Op een uitsterfbeleid volgt veelal een nulbeleid of een maximumbeleid;
  • ontmoedigingsbeleid
    de gemeente probeert door het stellen van voorwaarden de ongebreidelde vestiging van nieuwe coffeeshops tegen te gaan en het aantal bestaande coffeeshops terug te dringen;
  • 'Bussumse model'
    er zijn één of meerdere gecontroleerde verkooppunten van cannabis, ondergebracht in een daartoe aangewezen stichting.
   
In tabel 3.1 wordt een overzicht gegeven van het beleid dat door de Nederlandse gemeenten wordt gevoerd. Het nulbeleid komt in Nederland het vaakst voor. Van de 538 gemeenten voeren 386 gemeenten (72%) een nulbeleid, 15% (86 gemeenten) heeft het maximumstelsel als beleid en 44 gemeenten (8%) voert geen enkel beleid ten aanzien van coffeeshops.
Tabel 3.1
Gemeentelijk beleid inzake coffeeshops (1999) en in de steekproef van 116 gemeenten (1997 en 1999)

Type beleid Steekproef Nederland
97 99 99

Geen beleid 14 3 44
Nulbeleid 34 36 386
Uitsterfbeleid 3 2 3
Maximumstelsel 47 65 86
- aantal coffeeshops hoger dan toegestaan 17 15 16
- aantal coffeeshops gelijk aan toegestane 23 42 57
- aantal coffeeshops lager dan toegestane 9 8 13
Verminderingsbeleid 2 6 6
Ontmoedigingsbeleid 12 1 8
Bussumse model 2 3 5

Totaal 116 116 538

 
Het aantal gemeenten dat geen beleid heeft voor het aantal coffeeshops is in 1999 ten opzichte van 1997 afgenomen. In de steekproef van 116 gemeenten zaten in 1997 nog 14 gemeenten zonder beleid, in 1999 zijn dit er nog drie, een afname van 79%. Ook het ontmoedigingsbe-leid is afgenomen, van 12 gemeenten in 1997 naar 3 in 1999. Het maximumstelsel is daarentegen toegenomen met 33% (van 49 naar 65 gemeenten).
Met het voeren van beleid ten aanzien van het aantal coffeeshops binnen de gemeentegrenzen kan een drietal doelen worden nagestreefd: terugdringen, bevriezen of toelaten van groei. In Nederland zijn 386 gemeenten die geen coffeeshops toelaten, terwijl 33 gemeenten streven naar terugdringing van het aantal coffeeshops. Zij doen dit door middel van een uitsterfbeleid (3 gemeenten), maximumstelsel (16 gemeenten), verminderingsbeleid (6 gemeenten) of ontmoedigingsbeleid (8 gemeenten). Verder zijn er in totaal 62 gemeenten die het aantal coffeeshops willen bevriezen door middel van het maximumstelsel (57 gemeenten) of het 'Bussumse model' (5 gemeenten), terwijl 13 gemeenten een (beperkte) groei toelaten van het aantal coffeeshops.
Tabel 3.2 laat het aantal gemeenten met coffeeshops of andere verkooppunten zien, uitgesplitst naar het soort beleid dat wordt gevoerd. Tien gemeenten met een nulbeleid hebben binnen hun gemeentegrenzen één of meerdere coffeeshops. Dit is 3% van het totale aantal gemeenten dat een nulbeleid voert. Van alle gemeenten heeft 12% soortgelijke en 46% overige verkooppunten. Bij gemeenten die een nulbeleid voeren liggen deze percentages lager, respectievelijk 9% en 42%. Van de gemeenten zonder beleid heeft 2% soortgelijke en 39% overige verkooppunten binnen de gemeentegrenzen. Bij het uitsterfbeleid is het percentage gemeenten met overige verkooppunten met 67% het hoogst, gevolgd door het maximumstelsel met 64% en het Bussumse model met 60%.
Tabel 3.2
Gemeenten met coffeeshops en/of andere verkooppunten uitgesplitst naar soort beleid, 1999

Soort beleid Aantal
gemeenten
Coffeeshops Soortgelijke
verkooppunten
Overige
verkooppunten
n % n % n %

Geen beleid 44 2 5 1 2 17 39
Nulbeleid 386 10 3 33 9 163 42
Uitsterfbeleid 3 3 100 1 33 2 67
Maximumstelsel 86 77 90 20 23 55 64
Verminderingsbeleid 6 5 83 3 50 2 33
Ontmoedigingsbeleid 8 4 50 2 25 4 50
Bussumse model 5 4 80 2 40 3 60

Totaal 538 105 20 62 12 246 46

 
3.2    Handhaving AHOJ-G criteria
Het Openbaar Ministerie heeft een aantal gedoogcriteria geformuleerd waarvan gebruik kan worden gemaakt bij het beleid omtrent het aantal coffeeshops, de zogenoemde AHOJ-G criteria. Dit gedoogbeleid komt erop neer dat de verkoop van cannabis in coffeeshops wordt gedoogd, mits er niet wordt geAfficheerd, geen Harddrugs aanwezig zijn of worden verkocht, geen Overlast wordt veroorzaakt, geen drugs worden verkocht aan Jongeren beneden de 18 jaar en geen Grote hoeveelheden per klant wordt verkocht (maximaal 5 gram). Dit gedoogbeleid kan in al dan niet aangescherpte vorm worden overgenomen. Tevens wordt een voorraadlimiet van 500 gram aanbevolen.
Openbaar Ministerie
Alle 19 arrondissementen van het Openbaar Ministerie in Nederland zijn benaderd voor een telefonische enquête. De respondenten is gevraagd of bekend is hoeveel coffeeshops en andere verkooppunten binnen het arrondissement aanwezig zijn en hoeveel andere verkooppunten van softdrugs in 1999 zijn gesloten. Tevens is gevraagd naar de handhaving van de AHOJ-G criteria en de voorraadlimiet.
Bijna alle respondenten (18) zijn op de hoogte van het aantal coffeeshops binnen het betreffende arrondissement. In bijna alle arrondissementen zijn volgens de respondenten andere verkooppunten aanwezig. Een onderverdeling in subgroepen (zoals horecavoorzieningen, winkelvoorzieningen, sociaal culturele instellingen, koeriersdiensten en dergelijke) is echter in slechts twee vijfde van de gevallen te maken. De respondenten kunnen niet aangeven hoeveel andere verkooppunten van softdrugs in 1999 zijn gesloten. Wel geven ze aan dat een verkooppunt wordt gesloten wanneer er sprake is van overlast of wanneer er sprake is van overtreding van één van de overige criteria.
De AHOJ-G criteria worden in alle arrondissementen gehandhaafd. Daarnaast handhaven alle arrondissementen als richtlijn een maximale handelsvoorraad van 500 gram en bijna een derde van de arrondissementen handhaaft tevens de gescheiden verkoop van softdrugs en alcohol als richtlijn. De 500 gram maximale handelsvoorraad wordt in bijna drie kwart van de arrondissementen steekproefsgewijs gecontroleerd. Daarnaast worden in bijna twee derde van de arrondissementen controles uitgevoerd wanneer er sprake is van een vermoeden van een overtreding of wanneer er sprake is van overlast.
Affichering wordt in bijna twee derde van de arrondissementen gehandhaafd door steekproefsgewijze controle. Daarnaast vinden in bijna de helft van de arrondissementen controles plaats wanneer er sprake is van overlast of wanneer er een vermoeden is dat de richtlijn wordt overtreden. Het handhaven van dit criterium heeft overigens in geen enkel arrondissement prioriteit.
Het tegengaan van de verkoop van Harddrugs heeft in ruim de helft van de arrondissementen prioriteit. In bijna twee derde van de arrondissementen vinden hiertoe steekproefsgewijs controles plaats. Daarnaast wordt in ruim twee derde van de arrondissementen gecontroleerd wanneer er sprake is van overlast of van een vermoeden van overtreding van de richtlijn.
Bij de richtlijn Overlast wordt in drie kwart van de arrondissementen gecontroleerd wanneer er sprake is van (een vermoeden van) overlast. Daarnaast wordt in bijna de helft van de arrondissementen steekproefsgewijs gecontroleerd. Overlast als richtlijn heeft in twee vijfde van de arrondissementen prioriteit.
De leeftijdsgrens wordt in de helft van de arrondissementen gehandhaafd door steekproefsgewijze controle. Tevens wordt in de helft van de arrondissementen bij een vermoeden van overtreding of bij overlast gecontroleerd. In bijna twee derde van de arrondissementen heeft de handhaving van geen verkoop aan Jongeren beneden de 18 jaar prioriteit.
Handhaving van de 5 gram maximale verkoophoeveelheid heeft in een vijfde van de arrondissementen prioriteit. In bijna drie kwart van de arrondissementen vindt handhaving van het verbod op verkoop van Grote hoeveelheden plaats door steekproefsgewijze controle. In bijna twee derde van de arrondissementen wordt gecontroleerd bij vermoedens van overtreding of wanneer er sprake is van overlast.
Gemeenten
Voor alle 105 gemeenten met coffeeshops is aan de politiemedewerkers en gemeente-ambtenaren gevraagd of de AHOJ-G criteria en de 500 gram maximale handelsvoorraad worden gehandhaafd. Slechts in een enkele gemeente worden de criteria niet gehandhaafd (figuur 3.1). Geen harddrugs en geen overlast worden beide in 98% van de gemeenten gehandhaafd, de leeftijdsgrens in 96% van de gemeenten en geen affichering in 90% van de gemeenten. De handhaving van de 500 gram maximale handelsvoorraad vindt het minst plaats, namelijk in 88% van de gemeenten. Het criterium vijf gram maximale verkoophoeveelheid wordt in 90% van de gemeenten gehandhaafd.
De respondenten is tevens gevraagd op welke wijze de 500 gram handelsvoorraad wordt gehandhaafd. In 61% van de gemeenten wordt dit steekproefsgewijs dan wel periodiek gecontroleerd en in 8% naar aanleiding van een vermoeden van overtreding of naar aanleiding van een melding van overlast.
Figuur 3.1
Gemeenten met coffeeshops waar de 500 gram handelsvoorraad en de AHOJ-G criteria worden gehand-haafd, 1999 (105 gemeenten)
image
 
vorige   volgende
Colofon en inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1    Inleiding
Hoofdstuk 2    Verkooppunten
Hoofdstuk 3    Beleid
Hoofdstuk 4    Samenvatting
Literatuur
Bijlage    overzicht gemeenten
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.