INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Coffeeshops in Nederland
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 10,20 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
4. Samenvatting
Dit onderzoek is het vijfde deel in een reeks inventarisaties van aantallen en soorten verkooppunten van cannabis en vormen van lokaal en nationaal softdrugsbeleid. In dit hoofdstuk wordt een samenvatting van de resultaten gepresenteerd. Allereerst wordt kort ingegaan op de opzet van het onderzoek. In de tweede paragraaf wordt aandacht besteed aan het aantal coffeeshops in Nederland. Vervolgens komt het gemeentelijk softdrugsbeleid aan bod. De laatste paragraaf bevat de belangrijkste conclusies.
4.1 Opzet
Deze meting heeft tot doel inzicht te verschaffen in ontwikkelingen in het aantal officieel gedoogde coffeeshops in Nederland. Tevens wordt aandacht besteed aan veranderingen in het beleid zoals dat door de Nederlandse gemeenten wordt gevoerd. De meting kent de volgende twee onderzoeksvragen:
a. Hoeveel officieel gedoogde coffeeshops zijn er eind 2000 in Nederland vergeleken met de jaren daarvoor?
b. In hoeveel gemeenten is er sprake van de zogenoemde nuloptie, dat wil zeggen het niet toelaten van coffeeshops, ten opzichte van de voorgaande jaren?
Om deze vragen te kunnen beantwoorden is door onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL in opdracht van het WODC van het ministerie van Justitie een telefonische enquête gehouden onder alle 538 gemeenten in Nederland. De resultaten van deze enquête worden vergeleken met de resultaten van de metingen uit 1999 en 1997 (Bieleman en Goeree 2000, Bieleman e.a. 1997). Voor de meting in 1999 zijn eind 1999 ook alle 538 gemeenten ondervraagd. Voor de meting in 1997 is gebruik gemaakt van een steekproef van 116 gemeenten.
4.2 Coffeeshops
Van alle 538 Nederlandse gemeenten hebben in 2000 103 gemeenten samen 813 officieel gedoogde coffeeshops. In 1999 hadden van alle 538 gemeenten 105 gemeenten samen 846 coffeeshops. Het aantal coffeeshops is derhalve tussen 1999 en 2000 gedaald met 4%. In 1997 is het aantal coffeeshops geschat op 1.179, hetgeen inhoudt dat het aantal coffeeshops in 2000 ten opzichte van 1997 is gedaald met 31%.
In 2000 bevindt 88% van de coffeeshops zich in 9% van de Nederlandse gemeenten. Het gaat hierbij om 719 coffeeshops verspreid over 51 gemeenten met meer dan 50.000 inwoners. In 1999 bevond 88% van de coffeeshops zich in 11% van de Nederlandse gemeenten. Concentraties van coffeeshops bevinden zich in 2000 in de Randstad (en dan met name in de grote steden en omliggende gemeenten), de grote steden van Noord-Brabant, Zuidoost-Drenthe, het zuiden van Groningen en in lichtere mate in Twente, de Achterhoek, het zuiden van Zeeland en het zuiden van Limburg.
   
4.3 Beleid
Van alle Nederlandse gemeenten heeft 95% een beleid ontwikkeld om het aantal coffeeshops binnen de gemeentegrenzen te kunnen reguleren. De volgende vormen van beleid kunnen hierbij worden onderscheiden:
  • Nulbeleid (nuloptie): binnen de gemeente worden geen coffeeshops toegelaten.
  • Maximumstelsel: het aantal coffeeshops dat wordt toegelaten is aan een bepaalde limiet gebonden.
  • Verminderingsbeleid: het aantal coffeeshops dient te verminderen, maar de gemeente heeft nog geen maximum aantal vastgesteld.
  • Uitsterfbeleid: het aantal coffeeshops dient, al dan niet door een actief beleid, op termijn te worden teruggedrongen.
  • Ontmoedigingsbeleid: de gemeente probeert door het stellen van voorwaarden de ongebreidelde vestiging van nieuwe coffeeshops tegen te gaan en het aantal bestaande coffeeshops terug te dringen.
  • Bussumse model: er zijn één of meerdere gecontroleerde verkooppunten van cannabis, ondergebracht in een daartoe aangewezen stichting.
Bijna driekwart (74%) van de Nederlandse gemeenten voert een nulbeleid, 2% meer dan in 1999. Het voeren van een nulbeleid sluit overigens het bestaan van coffeeshops binnen de gemeentegrenzen niet per definitie uit. In 1999 had 3% van alle gemeenten met een nulbeleid één of meer (ten hoogste drie) coffeeshops. In 2000 heeft 1% van alle gemeenten met een nulbeleid één coffeeshop binnen de gemeentegrenzen.
Na het nulbeleid wordt het maximumbeleid het meest gehanteerd. In 2000 heeft 17% van de Nederlandse gemeenten een maximumbeleid. In 1999 was dit 16% van de Nederlandse gemeenten.
In 2000 hebben alle gemeenten met een coffeeshop ook een coffeeshopbeleid. In 1999 waren er nog twee gemeenten die geen beleid hadden, maar wel een coffeeshop.
4.4 Tenslotte
Ten opzichte van 1999 is het aantal coffeeshops licht afgenomen (zie figuur 4.4). De afname is echter minder groot als tussen 1999 en 1997. Wellicht dat het aantal coffeeshops zich langzamerhand gaat stabiliseren. Toekomstige metingen zullen dit nader moeten uitwijzen.
Figuur 4.1
Aantal coffeeshops in Nederland in 19971, 1999 en 2000
Aantal coffeeshops in Nederland in 19971, 1999 en 2000
1. Het betreft hier een schatting. Zie voor nadere uitleg 'Cannabis in Nederland' (Bieleman e.a. 1997).
Verder is het aantal gemeenten zonder coffeeshopbeleid in 2000 lager dan in 1999, terwijl het aantal gemeenten met een nulbeleid is toegenomen. De in de vorige paragraaf genoemde beleidsvormen blijken overigens niet meer voldoende te zijn om alle beleidsvormen die door de diverse gemeenten worden gehanteerd te categoriseren. Het is wellicht raadzaam aan de hand van gemeentelijke beleidsstukken nader onderzoek te verrichten naar de diverse beleidsvormen die thans worden gehanteerd.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.