INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Evaluatie Tippelzone Heerlen
PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 10,- + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 7    Samenvatting en conclusies
In dit afsluitende hoofdstuk worden de belangrijkste resultaten van de enquêtes onder bewoners, ondernemers en straatprostituees besproken, voorafgegaan door de opzet van het evaluatie-onderzoek. Vervolgens wordt ingegaan op de registratiegegevens van politie, gemeente en hulpverlening. Tenslotte worden de belangrijkste conclusies van het onderzoek gepresenteerd.
7.1 Opzet evaluatie
In de zomer van 2001 is in Heerlen een tippelzone voor straatprostitutie geopend. De gemeente Heerlen heeft INTRAVAL, bureau voor onderzoek en advies, opdracht gegeven deze zone te evalueren.
Probleemstelling
Het doel van het instellen van de tippelzone is:
a. de overlast van de prostitutie te voorkomen en te beperken;
b. de veiligheid van de tippelaarsters te vergroten;
en c. de hulpverlening en de medische zorg aan tippelaarsters te verbeteren. Met het evaluatie-onderzoek is nagegaan in hoeverre deze doelstellingen worden gerealiseerd. Het onderzoek geeft met name antwoord op de vraag naar de veranderingen na het instellen van de tippelzone op de door bewoners en ondernemers ervaren overlast, de veiligheid van de straatprostituees en de hulpverlening en medische zorg aan de straatprostituees.
Onderzoeksopzet
Het onderzoek bestaat uit een aantal onderdelen, waarbinnen verschillende onderzoeksmethoden en -technieken zijn toegepast. De kern van het onderzoek bestaat uit een herhaalde enquête onder bewoners en ondernemers in de directe omgeving van het voormalige tippelgebied en de tippelzone. Zij zijn voorafgaande aan en één jaar na instelling van de tippelzone ondervraagd. Met behulp van een dergelijk onderzoeksdesign, een zogenoemd quasi-experimenteel design met herhaalde meting, zijn de veranderingen na de invoering van de tippelzone goed vast te stellen.
Tevens is een eenmalige (retrospectieve) enquête onder straatprostituees uitgevoerd. Daarnaast zijn gegevens van politie, gemeente en hulpverlening over de situatie voorafgaande aan en één jaar na invoering van de tippelzone verzameld en geanalyseerd.
7.2 Belangrijkste resultaten
Hieronder wordt allereerst een beknopte situatieschets gegeven van de straatprostitutie in Heerlen. Vervolgens worden kort de belangrijkste resultaten van de enquêtes onder bewoners, ondernemers en straatprostituees besproken. Tevens wordt ingegaan op de verzamelde registratiegegevens van politie, gemeente en hulpverlening.
Situatieschets
Na jaren van overlast door tippelen in en rond het centrum van Heerlen wordt in januari 1997 een tippelzone geopend aan de Heideveldweg, met als doel de overlast elders in de stad te doen verminderen. De bewoners rond de Heideveldweg weten echter door diverse acties te voorkomen dat deze tippelzone daadwerkelijk in gebruik kan worden genomen. Na instelling van een Breed Forum waarin vertegenwoordigers van alle betrokken partijen zitting hebben, wordt besloten de tippelzone op een andere locatie te vestigen. In juli 1999 worden deze plannen door de gemeenteraad goedgekeurd. Vervolgens wordt in juni 2000 de nieuwe tippelzone aan de Imstenraderweg in gebruik genomen. De zone is vanaf dan elke avond geopend van 19.00 uur tot 02.00 uur. De gang van zaken rond de tippelzone wordt maandelijks besproken in de zogenoemde Beheerscommissie Tippelzone. Hierin hebben alle betrokkenen rond de zone zitting: politie, brandweer, gemeente, CAD, wijkraad Heerlerbaan, Actiecomité Heerlerbaan, Stichting Buurtontwikkeling, Actiecomité de Huls, crematorium, het asielzoekerscentrum en Industriële kontaktgroep 'De Beitel'.
Om het gebruik van de zone te reguleren wordt een vergunningenstelsel in gebruik genomen. Er worden maximaal 85 vergunningen verstrekt aan straatprostituees die zowel bij de politie als bij de hulpverlening bekend zijn. In mei 2001 is dit aantal bijgesteld naar 70, waarvan 65 verslaafde tippelaarsters. Op de zone is het Heroïne Prostitutie Project (HPP) van het CAD actief. Elke avond is een mobiele huiskamer aanwezig waar de straatprostituees terecht kunnen voor allerlei vormen van hulp en opvang.
   
Bewoners
Voorafgaande aan en één jaar na opening van de tippelzone zijn bewoners van zowel de buurt rond het voormalige tippelgebied (Grasbroek en Eikenderveld) als de woonbuurten rondom de tippelzone (Heerlerbaan en Huls) telefonisch geënquêteerd over de hinder die zij in hun woonomgeving ondervinden van drugsoverlast in het algemeen en van straatprostitutie in het bijzonder. In 2000 zijn in totaal 503 (respons 61%) en in 2001 513 (respons 66%) bewoners geënquêteerd.
Voormalig tippelgebied
Uit de metingen blijkt dat in het voormalig tippelgebied tussen 2000 en 2001 de volgende significante verandering heeft plaatsgevonden voor wat betreft het voorkomen van diverse vormen van (drugs)overlast: volgens de bewoners heeft hier in 2001 het buurtprobleem straatprostitutie zich minder vaak voorgedaan dan in 2000. Gevraagd naar het voorkomen van tippelen in de woonbuurt zegt 65% van de bewoners in het voormalige tippelgebied dat het tippelen in hun buurt in 2001 is afgenomen ten opzichte van 2000. Tevens zeggen de bewoners dat de daadwerkelijk ervaren overlast van of door straatprostituees in 2001 significant minder is dan in 2000.
Daarnaast is het aantal bewoners in het voormalig tippelgebied dat slachtoffer is geweest van diefstal uit auto en diefstal (zonder geweld) van portemonnee of tasje in 2001 lager dan in 2000. Daarentegen is het slachtofferschap van een poging tot woninginbraak in het voormalige tippelgebied in 2001 hoger dan in 2000.
Tenslotte vindt 80% van de bewoners van het voormalige tippelgebied het instellen van de tippelzone in 2001 een goede maatregel, tegenover 65% in 2000. De twee redenen die worden genoemd door de meeste bewoners die de tippelzone een goede maatregel vinden, zijn de vermindering van overlast en de verhoging van de veiligheid voor de kinderen in de buurt.
Huidige tippelzone
Rond de huidige tippelzone hebben zich volgens de bewoners tussen 2000 en 2001 weinig veranderingen voorgedaan in het voorkomen van diverse vormen van (drugs)overlast. Alleen de ondervonden hinder door annexatie van de openbare ruimte door drugsverslaafden is in het gebied rond de tippelzone in 2001 significant groter dan in 2000.
Verder hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de mate waarin bewoners in de eigen woonbuurt slachtoffer zijn geweest van een delict tussen 2000 en 2001.
Van de bewoners in het gebied rondom de (toen nog in te voeren) tippelzone is 27% in 2000 positief over de invoering van de tippelzone als maatregel. In 2001 is 71% van de bewoners rond de tippelzone positief over de maatregel.
Ondernemers
In juni 2000, voor de opening van de tippelzone, en in juni 2001, een jaar na de opening van de tippelzone, is een enquête gehouden onder ondernemers in het voormalige tippelgebied (het bedrijventerrein In De Cramer) en ondernemers op de bedrijventerreinen in de omgeving van de tippelzone (De Beitel en Spekholzerheide). In juni 2000 is van 81 bedrijven een ingevulde vragenlijst ontvangen (respons 50%), in juni 2001 van 80 bedrijven (respons 51%).
Voormalig tippelgebied
Het blijkt dat in het voormalige tippelgebied (bedrijventerrein In De Cramer) het zich voordoen van drugsproblemen significant is afgenomen tussen 2000 en 2001. Uit de enquêtes blijkt verder dat alle vormen van ervaren overlast die gerelateerd zijn aan straatprostitutie op In De Cramer significant zijn afgenomen na de instelling van de tippelzone. Tevens is de ervaren overlast van vervuiling van de openbare ruimte gedaald tussen 2000 en 2001.
Het percentage ondernemers dat slachtoffer is geweest van een vermogens- of geweldsdelict is overigens nauwelijks afgenomen tussen 2000 en 2001.
Gevraagd naar de mening over de instelling van de tippelzone geeft drie kwart van de ondernemers op In De Cramer in 2000 aan het een goede maatregel te vinden. In 2001 is dit 70%. De ondernemers is daarnaast bij beide metingen gevraagd of volgens hen het bedrijventerrein is verslechterd of verbeterd ten opzichte van 12 maanden geleden. Van de ondernemers vindt in 2000 11% dat het bedrijventerrein is verbeterd. Na de instelling van de tippelzone, in 2001, is 53% van mening dat het terrein is verbeterd.
Wat betreft de informatievoorziening van de gemeente over de tippelzone vindt in 2000 37% van de ondernemers op In De Cramer dat zij onvoldoende zijn geïnformeerd, terwijl dit in 2001 11% is.
Huidige tippelzone
Op de terreinen rondom de huidige tippelzone (De Beitel en Spekholzerheide) is tussen 2000 en 2001 geen verandering te zien in het zich voordoen van drugsproblemen. Ook de overige buurtproblemen (dreiging en verloedering van de buurt, verkeersproblemen en vermogensdelicten) blijven onveranderd in beide gebieden. Tevens hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de ervaren overlast door de ondernemers.
Het percentage ondernemers dat slachtoffer is geweest van een vermogens- of geweldsdelict is bij de tippelzone (De Beitel en Spekholzerheide) ligt gestegen tussen 2000 en 2001. Wat betreft genomen beveiligingsmaatregelen blijkt dat in de omgeving van de tippelzone niet noemenswaardig meer beveiligingsmaatregelen zijn getroffen na opening van de zone.
De mening over de tippelzone is tussen 2000 en 2001 enigszins veranderd. Van de ondernemers op De Beitel en Spekholzerheide vindt in 2000 ruim een kwart (28%) een tippelzone een goede maatregel. Dit is in 2001 gestegen tot 42%. Daarnaast vindt zowel in 2000 als in 2001 ruim 10% van de ondernemers dat hun bedrijventerrein is verslechterd, terwijl in 2000 71% en in 2001 83% van de ondernemers vindt dat het bedrijventerrein in kwaliteit gelijk is gebleven.
Wat betreft de informatievoorziening van de gemeente over de tippelzone is in 2000 41% van de ondernemers van mening dat zij onvoldoende zijn geïnformeerd, terwijl dit in 2001 10% is.
Straatprostituees
In juni 2001 is met 20 straatprostituees gesproken die op de tippelzone werkzaam zijn. De straatprostituees die zijn geïnterviewd tippelen minimaal een jaar in Heerlen en vormen een goede dwarsdoorsnede van de groep tippelaarsters. Zij hebben vragen beantwoord over de situatie voorafgaande aan en na instelling van de tippelzone.
Achtergrond
Het merendeel van de straatprostituees waarmee is gesproken is autochtoon Nederlands en staat ingeschreven bij de gemeente Heerlen. Zes van de geïnterviewden zijn (oorspronkelijk) afkomstig uit het noord westen van Europa, waaronder Duitsland. Een gering aantal (een kwart) straatprostituees beschikt over een eigen woonruimte. De overigen slapen bij vrienden, familie of pooier. Vrijwel alle geïnterviewde straatprostituees gebruiken één of meerdere harddrugs. Het drugsgebruik is qua hoeveelheid nauwelijks veranderd sinds de opening van de tippelzone.
Gebruik van de zone
Drie kwart van de ondervraagde straatprostituees maakt vanaf de opening gebruik van de tippelzone. Ruim de helft van de ondervraagden werkt een jaar na de opening bijna elke avond op de tippelzone, terwijl bijna een kwart er drie tot vier maal per week komt. Bijna de helft van de ondervraagde vrouwen begint om 21.00 uur of later met werken, omdat vanaf dat tijdstip de meeste klanten op de zone komen. Nagenoeg alle ondervraagde prostituees geven aan dat de diensten die zij leveren niet zijn veranderd sinds zij op de zone werken. Overigens is ruim een kwart veiliger gaan werken op de zone en geeft de helft aan dat de verdiensten van het tippelen zijn afgenomen sinds zij op de zone werken.
Een ander gevolg van de opening van de zone is dat bijna de helft van de straatprostituees aangeeft minder vaak op straat rond te hangen. Verder maken alle prostituees gebruik van de afwerkplekken als op de zone wordt gewerkt. Drie kwart geeft hierbij aan tevreden te zijn over de afwerkplekken.
Aspecten van de tippelzone die volgens de prostituees voor verbetering vatbaar zijn, zijn de volgende: ruimere openingstijden; beter openbaar vervoer van en naar de zone; en beperktere zichtbaarheid van de zone vanaf de snelweg.
Veiligheid
Uit de enquêtes blijkt dat bijna de helft van de straatprostituees van mening is dat geweld door een klant en klanten die niet betalen sinds de opening van de zone minder vaak voorkomen. Verder denkt ruim een derde dat het aantal verkrachtingen en diefstallen door klanten sindsdien is afgenomen.
Het slachtofferschap is mede bepalend voor gevoelens van (on)veiligheid. Zo voelt bijna drie kwart van de prostituees zich veiliger tijdens het werken op de tippelzone dan in het voormalige tippelgebied.
Opvang
Bijna alle ondervraagde prostituees komen minimaal eenmaal per avond in de opvang voor de straatprostituees bij de tippelzone, de Huiskamerbus. Het merendeel geeft aan dat zij in het voormalige tippelgebied minder frequent van opvangmogelijkheden gebruik maakten. Over het algemeen zijn de bezoekers van de opvang tevreden over allerlei aspecten van de opvang, met uitzondering van de sanitaire voorzieningen. Verder zijn weinig vrouwen tevreden over het artsenspreekuur; ze vinden dat in de Huiskamerbus vaker een arts aanwezig zou moeten zijn dan nu het geval is. Het blijkt dat in het afgelopen jaar ruim een kwart van de ondervraagde vrouwen de arts in de Huiskamerbus heeft bezocht. Verder zijn drie vrouwen op het spreekuur van de arts in het OAC geweest. De meerderheid gaat net zo vaak als voor de opening van de tippelzone op consult bij de arts.
Tippelen buiten de zone
Bijna de helft van de ondervraagde prostituees tippelt wel eens buiten de tippelzone. Het merendeel van hen doet dit minimaal drie keer per week. De locaties die worden genoemd zijn in de buurt van het station, de Sittarderweg en de Willemstraat. Het aantal ondervraagde prostituees dat in contact is geweest met politie of justitie voor tippelen (buiten de zone) is niet veranderd sinds de opening van de zone. Dit geldt eveneens voor overige illegale activiteiten.
Registraties
De registraties waarvan gebruik is gemaakt zijn die van de politie, het Meldpunt Drugs- en Tippeloverlast en de hulpverlening. De registratiegegevens zijn vooral gebruikt als achtergrondinformatie, omdat ze doorgaans meer zeggen over de gedane inspanningen dan over de effecten van die inspanningen. Daarnaast kunnen veranderingen in de omgeving van de huidige tippelzone mede het gevolg zijn van de vestiging van het nieuwe Parkstad Limburg Stadion.
Uit de politieregistratie, welke overigens niet op straatniveau leverbaar is, blijkt dat het aantal verkeersongevallen in de omgeving van de tippelzone is toegenomen in het jaar na de opening van de zone ten opzichte van het jaar voorafgaande aan de opening. In het voormalige tippelgebied is daarentegen sprake van een afname van het aantal verkeersongevallen. Verder blijkt dat in de omgeving van de tippelzone het aantal aangiften van vermogens- en geweldscriminaliteit is toegenomen, evenals het aantal aangiften van geweldsdelicten. In de omgeving van het voormalige tippelgebied is echter het aantal aangiften van vermogens- en geweldsdelicten afgenomen.
De gegevens van het Meldpunt Drugs- en Tippeloverlast laten wat betreft de meldingen tippeloverlast tussen juli 2000 en september 2001 diverse schommelingen zien, alhoewel de algemene trend lijkt te wijzen op een afname van het aantal meldingen in het voormalige tippelgebied. Verder is er sinds mei 2001 sprake van een toename van het aantal meldingen afkomstig uit het centrum van Heerlen. Daarnaast is zowel in het voormalige tippelgebied als in het centrum en de overige buurten sprake van een aanvankelijke daling van het aantal meldingen drugsoverlast vanaf juli 2000. Vervolgens is vanaf maart 2001 weer een toename van het aantal meldingen drugsoverlast te zien.
De cijfers die zijn ontvangen van de hulpverlening zijn beperkt. Gezien deze beperking kan slechts met de nodige voorzichtigheid worden gezegd dat het aantal vrouwen dat de Huiskamerbus op de tippelzone bezoekt is afgenomen tussen 1998 en 2001. Trends in artsenbezoek, het voorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) en het aantal verstrekte condooms en schone spuiten zijn uit de gegevens niet af te leiden.
7.3 Conclusies
In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies van het evaluatie-onderzoek over de tippelzone in Heerlen weergegeven. De beschrijving vindt plaats aan de hand van de opgestelde doelstellingen. Deze zijn: voorkomen en beperken van overlast door straatprostitutie; vergroten van de veiligheid van de straatprostituees; en verbeteren van de hulpverlening en de medische zorg aan de straatprostituees.
Voorkomen en beperken overlast straatprostitutie
Wat betreft het zich voordoen van overlast door straatprostitutie blijkt dat de bewoners in het voormalige tippelgebied aangeven dat deze is afgenomen na de opening van de zone. Ook de ondervonden hinder van straatprostitutie is afgenomen. Dit geldt eveneens voor de ondernemers in het voormalige tippelgebied. Bovendien heeft zich in het gebied rond de huidige tippelzone geen toename voorgedaan van de overlast door straatprostitutie. Wel geeft de helft van de ondervraagde straatprostituees aan nog steeds buiten de zone te tippelen. Hier staat tegenover dat eveneens de helft van de straatprostituees aangeeft minder vaak op straat rond te hangen sinds de opening van de zone.
Ten aanzien van drugsoverlast blijkt onder de bewoners in het voormalige tippelgebied een afname van drugsproblemen te zijn opgetreden tussen 2000 en 2001. Door de bewoners rond de huidige tippelzone wordt daarentegen een toename van de hinder door annexatie van de openbare ruimte door drugsverslaafden ervaren.
Wat betreft (on)veiligheidsgevoelens hebben zich geen veranderingen voorgedaan onder de bewoners in zowel het voormalige tippelgebied als rond de huidige tippelzone. Wel is het slachtofferschap van diefstal uit auto’s, diefstal van portemonnee en het aantal verkeersongevallen in het voormalige tippelgebied afgenomen. Hier staat echter tegenover dat er een toename is van het slachtofferschap van inbraak in woningen en het aantal aangiften van vermogens- en geweldscriminaliteit. Rond de tippelzone is een toename van het aantal aangiften van vermogens- en geweldscriminaliteit te zien. Bovendien is het aantal verkeersongevallen hier toegenomen. De vestiging van het nieuwe Parkstad Limburg Stadion kan hieraan mede debet zijn.
Al met al kan worden geconstateerd dat de tippelzone een positieve bijdrage levert aan het voorkomen en beperken van de overlast door straatprostitutie. Andere vormen van drugsoverlast laten in het voormalig tippelgebied eveneens een daling zien, terwijl rondom de huidige tippelzone alleen een toename van de annexatie van de openbare ruimte door drugsverslaafden wordt ervaren. De (on)veiligheidsgevoelens laten in beide gebieden geen veranderingen zien tussen 2000 en 2001.
Vergroten veiligheid straatprostituees
Het vergroten van de veiligheid van de straatprostituees laat een positief beeld zien. Drie kwart ervaart het werken op de huidige tippelzone als veiliger dan in het voormalige tippelgebied. Daarnaast komen geweld, diefstal en verkrachting volgens een meerderheid van de straatprostituees minder vaak voor sinds de opening van de zone. Tenslotte geeft bijna de helft van de prostituees aan veiliger te zijn gaan werken sinds de opening van de zone. Hierbij dient echter wel te worden opgemerkt dat nog steeds de helft van de geïnterviewde prostituees aangeeft eveneens buiten de zone te werken.
Verbeteren hulp en zorg straatprostituees
Uit de evaluatie is gebleken dat de Huiskamerbus op de zone door meer prostituees wordt bezocht dan in het voormalig tippelgebied. Daarnaast geven de prostituees aan ook vaker van de opvang gebruik te maken dan voorheen. Uit de registraties van de hulpverlening blijkt echter eerder sprake te zijn van een afname van het aantal vrouwen dat de opvang bezoekt. Dit komt waarschijnlijk doordat de opvang op de zone alleen toegankelijk is voor vergunninghouders. In het voormalige tippelgebied is er sprake geweest van een grotere doelgroep. De vergunninghouders bezoeken de opvang weliswaar vaker en staan daarmee vaker in contact staan met de hulpverlening sinds de opening van de zone, maar dit geldt in mindere mate voor degenen zonder vergunning. Zij hebben overigens overdag wel de gelegenheid om het Opvang en Adviescentrum te bezoeken.
Wat betreft de ontvangen medische hulp blijkt dat de frequentie waarmee de arts wordt geconsulteerd nauwelijks is veranderd. De kritiek van veel geïnterviewden is daarbij dat de medische hulp in de Huiskamerbus te beperkt is. Gezien de omstandigheden waaronder door de arts moet worden gewerkt in de opvang is dit echter niet verwonderlijk. Overigens zijn enkele flankerende omstandigheden die de lichamelijke gezondheid positief kunnen beïnvloeden (woonsituatie en drugsproblematiek) voor de meeste prostituees sinds de opening van de zone onveranderd gebleven.
7.4 Tenslotte
De evaluatie van de tippelzone in Heerlen duidt er op dat de tippelzone een positieve bijdrage levert aan de vermindering van overlast door straatprostitutie. Er is een vermindering in het voormalige tippelgebied, terwijl er geen sprake is van een toename rondom de huidige tippelzone.
Tijdens het onderzoek zijn enkele knelpunten geconstateerd die, wanneer zij opgelost kunnen worden, de problemen die gepaard gaan met straatprostitutie en de veiligheid en de situatie van de prostituees verder kunnen verbeteren. Zo blijkt de afstand tussen het centrum en de tippelzone voor een aantal prostituees te groot. De aangeboden oplossing in de vorm van gratis vervoer verloopt echter niet soepel genoeg om dit probleem op te lossen. Ook de geboden medische hulp kan beter worden vormgegeven. De (landelijke) ervaring leert dat met name drugsverslaafde straatprostituees het beste bereikt kunnen worden door de (medische) hulpverlening te verstrekken op de plaats waar zij zich vaak ophouden.
Overigens blijkt een aantal straatprostituees nog steeds buiten de zone te tippelen, waaronder vergunninghouders. Dit maakt duidelijk dat continue inspanningen nodig zijn door politie en hulpverlening om ervoor te zorgen dat alleen op de tippelzone wordt getippeld en dit niet elders in Heerlen plaatsvindt.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.