INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Welbestede dagen
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (17 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,- + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Samenvatting
Op 1 mei 2001 is in het Opvang en Adviescentrum (OAC) in Apeldoorn het proefproject Dagbesteding van start gegaan. Vanuit het OAC worden dak- en thuisloze harddrugs- en alcoholverslaafden begeleid bij het uitvoeren van schoonmaak werkzaamheden in de binnenstad van Apeldoorn. Op 1 mei 2003 wordt de proefperiode afgesloten. Om een verantwoorde beslissing over de voortzetting te kunnen nemen is onder andere een gedegen eindevaluatie nodig.
TACTUS, instelling voor verslavingszorg, en de dienst Samenleving van de gemeente Apeldoorn hebben onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven de eindevaluatie van het project Dagbesteding uit te voeren. Daarvoor zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd.
  • In hoeverre zijn de doelstellingen van het project Dagbesteding bereikt?
  • In hoeverre hebben de verwachte effecten plaatsgevonden?
  • In hoeverre zijn de randvoorwaarden gerealiseerd?
  • In hoeverre maakt het project Dagbesteding onderdeel uit van de ketenbenadering?
Opzet
Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende schriftelijke bronnen, waaronder de rapporten die reeds zijn verschenen inzake het project Dagbesteding en de verslagen van vergaderingen waarbij het project Dagbesteding aan de orde is geweest. Daarnaast zijn (groeps)gesprekken gehouden met sleutelinformanten van TACTUS, het OAC, Arcuris, de politie, de Wijkraad Centrum en de gemeente Apeldoorn. Tevens zijn verschillende vergaderingen bijgewoond. Verder zijn interviews gehouden met 18 van de 22 (voormalige) deelnemers van het project Dagbesteding. Van een aantal respondenten zijn bovendien interviewgegevens van eerdere onderzoeken bestudeerd en vergeleken met de interviewgegevens van dit onderzoek. Ten slotte zijn dossiers van de verslavingszorg en gegevens van de politie verzameld en geanalyseerd.
Resultaten
De resultaten van het onderzoek worden hieronder beschreven aan de hand van twee thema's: ervaringen van de deelnemers en opgetreden effecten; en ontwikkelingen op enkele leefgebieden door de deelnemers.
Ervaringen deelnemers en opgetreden effecten
Het algemene oordeel van de respondenten over het project is positief. Zo is meer dan de helft van de respondenten tevreden over de begeleiding, die als bemoedigend wordt ervaren. Ook over de werkzaamheden is meer dan de helft van de respondenten tevreden. Waardering van buitenstaanders draagt bij aan een positieve beleving van deze werkzaamheden. Ook de overige aspecten, zoals de regels met betrekking tot drugs- en alcoholgebruik, de verdiensten en de werktijden vinden draagvlak bij de deelnemers.
Van het project Dagbesteding wordt bij de start verwacht dat het de volgende effecten heeft op de deelnemers: bieden van regelmaat en structuur; bieden van een nuttige daginvulling; verdienen van geld; maatschappelijk zinvol bezig zijn; betere bereikbaarheid van de hulpverlening; eventuele opstap naar ontwenning; en eventuele opstap naar een traject dat leidt tot betaald werk, vrijwilligerswerk of scholing.
Meer dan de helft van de geïnterviewde deelnemers zegt dat met name de volgende vier verwachte effecten bij henzelf zijn opgetreden: maatschappelijk zinvol bezig zijn; verdienen van geld; nuttige invulling van de dag; en meer structuur en regelmaat. Over de drie overige effecten zegt minder dan de helft van de respondenten dat ze zijn opgetreden. In het vervolg van het traject naar regulier werk of scholing hebben weinigen vertrouwen. Deels heeft dit volgens de respondenten te maken met vooroordelen van potentiële werkgevers over drugsgebruikers. Maar ook zou beter moeten worden samengewerkt tussen de betrokken instanties.
Ontwikkelingen leefgebieden deelnemers
Tijdens deelname neemt het aantal personen dat overnacht in de nachtopvang van het Slaaphuis enigszins toe. Het aantal personen dat een eigen woonruimte heeft (kamer, officieel of in onderhuur, of eigen (huur)woning) blijft ongeveer gelijk.
Het aantal respondenten dat neveninkomsten zegt te verkrijgen via illegale activiteiten daalt aanzienlijk tijdens en na deelname aan het project. Daarnaast geven de respondenten aan minder overlast te bezorgen. Zo wordt minder gevochten op straat en minder vaak in portieken geslapen.
De afname van delictgedrag wordt bevestigd door de gegevens uit het Herkenningssysteem van de politie. Wanneer op persoonsniveau naar de ontwikkeling wordt gekeken dan blijkt bij 15 van de 20 deelnemers een daling van het aantal delicten te zijn opgetreden sinds zij aan het project Dagbesteding zijn gaan deelnemen.
Wanneer wordt gekeken naar de middelen die dagelijks worden gebruikt, dan blijkt dit vooral methadon te zijn. Voor deelname blijkt vaker in de open lucht te worden gebruikt, terwijl tijdens deelname het aantal personen dat gebruik maakt van de gebruikersruimte van het OAC toeneemt. Daarnaast neemt het geld dat respondenten aan drugs en alcohol besteden af tijdens deelname aan het project Dagbesteding.
Ten slotte zegt meer dan de helft van de respondenten deel te nemen aan een methadonprogramma. Van overige vormen van hulpverlening of zorg wordt weinig gebruik gemaakt. Hierin doen zich weinig veranderingen voor sinds de deelname aan het project. Wel is het zo dat de contacten met instanties als de sociale dienst, waarbij medewerkers van het project Dagbesteding en/of het OAC als tussenpersoon optreden, zijn geïntensiveerd.
Conclusies
Al met al wordt het project Dagbesteding positief gewaardeerd. De vijf doelstellingen zijn alle in meer of mindere mate behaald. Er zijn voldoende mandagen op jaarbasis beschikbaar en er is voldoende personele inzet voor de feitelijke werkbegeleiding van de deelnemers, hoewel voor de beantwoording van overige hulpvragen de huidige capaciteit te gering is. Deelname aan het project geeft namelijk een prikkel om ook andere aspecten van het leven te willen aanpakken. Hiervoor hebben de werkbegeleider en het personeel binnen het OAC niet altijd voldoende ruimte en tijd. Daarnaast voelen de deelnemers zich meer geaccepteerd door de positieve reacties van voorbijgangers en buurtbewoners. Ook het draagvlak bij de participanten kan als voldoende worden beschouwd. Alle betrokkenen zijn van mening dat het project doorgang moet vinden.
Het doel om in de proefperiode 30 deelnemers te bereiken is niet geheel geslaagd. Tot nog toe hebben 25 dak- en thuisloze harddrugsverslaafden deelgenomen aan het project. Belangrijk hierbij is de constatering dat een substantieel deel van deze 25 deelnemers alle beschikbare dagdelen heeft gewerkt. Dertig deelnemers die slechts enkele dagdelen hadden deelgenomen, zou een minder positief resultaat zijn geweest.
Het blijkt dat zes van de zeven verwachte effecten, die deelname aan het project op de deelnemers zou kunnen hebben, in meer of mindere mate zijn opgetreden. Het gaat om het bieden van structuur en regelmaat, het bieden van een nuttige daginvulling, het maatschappelijk zinvol bezig zijn, het verdienen van geld, de bereikbaarheid van de hulpverlening en het bieden van een opstap naar een traject dat leidt tot betaald werk, vrijwilligerswerk en/of scholing. Er is echter (nog) nauwelijks sprake geweest van een opstap naar ontwenning. Eén deelnemer heeft een ontwenningsprogramma gevolgd en is daarin geslaagd. Voor de overige deelnemers blijkt het beëindigen van een jarenlange verslaving aan harddrugs en/of alcohol vooralsnog te veel gevraagd.
Ook de drie randvoorwaarden zijn min of meer gerealiseerd. Het gaat hierbij om het genereren van voldoende financiële middelen, een voldoende personele inzet (zowel op uitvoerings- als managementsniveau) en het leveren van een zodanige beschrijving van het project dat deze overdraagbaar is naar eventueel te realiseren projecten in de Stedendriehoek.
Ten slotte kan worden vastgesteld dat het project Dagbesteding een ontbrekende schakel in het voorzieningenniveau in Apeldoorn heeft opgevuld. Aanverwante schakels blijken echter nog niet voldoende aanwezig te zijn. Het gaat hierbij met name om huisvesting. In Apeldoorn kunnen drugsverslaafden geen gebruik maken van allerlei woonvoorzieningen. Zij zijn afhankelijk van de nachtopvang. Deze uitgangspositie, waarin veel deelnemers zich bevinden, is onvoldoende om door te kunnen stromen naar betaald werk, vrijwilligerswerk en/of scholing. Hieraan zal in de toekomst zeker aandacht moeten worden besteed.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.