INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Coffeeshops in Nederland 2002
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (99 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Samenvatting
Dit is het vierde rapport voor de monitor van de aantallen en soorten verkooppunten van cannabis en vormen van lokaal en nationaal softdrugsbeleid waarbij ambtenaren van alle Nederlandse gemeenten zijn ondervraagd. Het onderzoek geeft inzicht in het aantal officieel gedoogde coffeeshops in Nederland. Daarnaast wordt aandacht besteed aan veranderingen in het softdrugsbeleid zoals dat door de Nederlandse gemeenten wordt gevoerd. Tevens is dit maal voor de eerste keer een aanvullend onderzoek uitgevoerd in 25 gemeenten naar de handhaving van de AHOJ-G criteria. Hiervoor zijn interviews gehouden met gemeenteambtenaren, politieagenten en medewerkers van het Openbaar Ministerie.
Coffeeshops
Het aantal coffeeshops in Nederland is in 2002 ten opzichte van 2001 gedaald met 3% tot een totaal van 782 coffeeshops. Het aantal gemeenten met coffeeshops is overigens licht gestegen van 105 in 2001 naar 107 in 2002. Het aantal coffeeshops is licht toegenomen in gemeenten met minder dan 20.000 inwoners. In gemeenten met een groot aantal coffeeshops is het aantal coffeeshops gedaald.
Naast de vier grote steden in de Randstad bevinden de concentraties van coffeeshops zich in de grote steden van Noord Brabant, in Zuidoost Drenthe, het zuiden van Groningen, het Gooi en in mindere mate in Twente, de Achterhoek, het zuiden van Zeeland en het zuiden van Limburg. Ten opzichte van 2001 zijn hierin weinig veranderingen geconstateerd.
Beleid
Van alle 496 Nederlandse gemeenten heeft 3% geen coffeeshopbeleid in 2002. Het merendeel van de gemeenten heeft een nulbeleid (73%) of een maximumstelsel (17%). Op het eerste gezicht lijkt het aantal gemeenten met een nulbeleid te zijn gedaald. Dit wordt echter veroorzaakt door de gemeentelijke herindelingen.
Twee derde van alle gemeenten met coffeeshops hanteert een afstandscriterium tot scholen. Van de 13 gemeenten met coffeeshops die aan de landsgrens liggen, hanteert één gemeente een afstandscriterium tot deze grens.
Er is nog één gemeente waar een gecombineerde verkoop van alcohol en softdrugs wordt toegestaan. Voor deze zogenoemde hasjcafés geldt overigens wel een uitsterfbeleid.
Handhaving criteria
Handhaving van de AHOJ-G criteria blijkt in alle 25 onderzochte gemeenten plaats te vinden, terwijl 24 gemeenten tevens de 500-grams norm handhaven. De AHOJ-G criteria zijn veelal opgesteld conform de landelijke richtlijnen. In een aantal gevallen zijn zij nader omschreven of bestaan er additionele criteria.
Er kunnen vier handhavingsprofielen worden onderscheiden:
1. de handhaving gebeurt door een samenwerkingsverband van twee partijen uit het driehoeksoverleg;
2. de handhaving gebeurt alleen door de politie;
3. de handhaving gebeurt door een speciaal team;
4. de handhaving betreft een grensgemeente waar verschillende samenwerkingsverbanden bestaan.
De AHOJ-G criteria worden zowel pro-actief als naar aanleiding van meldingen gecontroleerd, waarbij in de meeste gemeenten een minimum aantal controles per jaar plaatsvindt.
In de meeste gemeenten wordt gesanctioneerd volgens een stappenplan of een sanctietraject. Daarbij kunnen drie vormen worden onderscheiden:
1. uniforme sanctionering (op overtredingen van verschillende criteria volgt eenzelfde sanctietraject);
2. pluriforme sanctionering (op overtredingen van verschillende criteria volgt een apart sanctietraject);
3. geen definiëring (op overtredingen volgen verschillende sancties of sanctietrajecten).
Overtredingen van de AHOJ-G criteria worden gesanctioneerd met formele waarschuwingen, geldboetes, tijdelijke sluitingen, definitieve sluitingen en intrekking van de exploitatievergunning of gedoogverklaring. De overtreding van het harddrugs criterium wordt in de meeste gemeenten direct bestraft. In de helft van de gemeenten volgt een definitieve sluiting na overtreding van dit criterium.
Conclusies
De resultaten van deze meting laten zien dat in 2002 ten opzichte van 2001 relatief weinig veranderingen hebben plaatsgevonden in zowel het aantal coffeeshops als de beleidsvormen. Er is sprake van een verdere, zij het lichte, afname van het aantal coffeeshops, met name in de grote steden. Circa drie kwart van de gemeenten hanteert een nulbeleid ten aanzien van coffeeshops, terwijl het maximumstelsel de voornaamste beleidsvorm is onder gemeenten met coffeeshops.
Uit het aanvullend onderzoek naar de handhaving van de AHOJ-G criteria blijkt dat over het algemeen de criteria, het beleid en de sancties helder en duidelijk zijn geformuleerd. Verder kunnen vier handhavingprofielen en drie verschillende sanctietrajecten worden onderscheiden. Daarnaast achten de respondenten de criteria een voldoende en adequate manier om de verkoop van softdrugs te reguleren. Het enige knelpunt dat regelmatig wordt genoemd is de achterdeurproblematiek.
Het benaderen van gemeenteambtenaren blijkt een adequate manier om de handhaving van de AHOJ-G criteria te monitoren. Wel hebben zij in veel gevallen enige tijd nodig om de juiste gegevens te verzamelen. Voor ontbrekende gegevens kan dan desgewenst de politie worden geraadpleegd.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.