INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Hektor in Venlo, Monitoren drugsoverlast Venlo, tussenmeting
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (121 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Samenvatting en conclusies
In januari 2001 is de gemeente Venlo gestart met het drugsoverlastproject Hektor. Om tot een substantiële reductie van de (soft)drugscriminaliteit en drugsgerelateerde overlast te komen is een driesporenbeleid ontwikkeld (Gemeente Venlo 2001a, 2001b). Het eerste spoor is het handhavingtraject, gericht op de aanpak van drugsgerelateerde overlast en criminaliteit. Het tweede spoor bestaat uit het vastgoedtraject en is gericht op de beheersing en controle van onroerend goed dat in handen is van malafide eigenaren. Het laatste spoor betreft aanpassingen in het coffeeshopbeleid, waarbij vooral wordt gedacht aan de uitbreiding respectievelijk verplaatsing van het aantal gedoogde coffeeshops in respectievelijk naar de periferie van de gemeente Venlo.
In opdracht van het ministerie van Justitie, dat het project jaarlijks met ruim 1,3 miljoen euro subsidieert in de periode 2001-2005, heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL eind 2001 indicatoren ontwikkeld waarmee ontwikkelingen in de drugsoverlast in Venlo kunnen worden gevolgd (Snippe en Bieleman 2002). Hierbij gaat het zowel om het handhavingstraject, waarbij door een gezamenlijke inspanning van opsporingsbevoegde instanties en door het inzetten van een breed scala aan maatregelen de (soft)drugsoverlast dient te worden verminderd, als om het vastgoed- en coffeeshopbeleid. Tevens heeft INTRAVAL een nulmeting verricht, waarvoor over het referentiejaar 2001 gegevens zijn verzameld (Snippe en Bieleman 2002; Snippe e.a. 2002).
Het ministerie van Justitie en de gemeente Venlo hebben bureau INTRAVAL eind 2003 opdracht gegeven een tussenmeting uit te voeren op dezelfde wijze als de nulmeting. De resultaten van deze tussenmeting worden afgezet tegen de nulmeting, zodat voorlopige conclusies kunnen worden getrokken over de aanpak van de (soft)drugsoverlast en -criminaliteit in Venlo.
5.1    Monitoren aanpak drugsoverlast
De dataverzameling voor de tussenmeting kent dezelfde opzet als voor de nulmeting. Voor de tussenmeting zijn de gegevens over twee jaren, 2002 en 2003, verzameld, terwijl de nulmeting betrekking heeft op het jaar 2001. Waar mogelijk zijn echter ook gegevens over de jaren 2000 en 1999 verzameld.
Opzet
Voor het beantwoorden van de vraag naar de resultaten van het handhavingsbeleid (met betrekking tot aantal verkooppunten cannabis, aantal meldingen softdrugs in 2002 en 2003) is evenals voor de nulmeting wederom het Bedrijfsprocessensysteem (BPS) van de politie geraadpleegd. De hiervoor gebruikte gegevens zijn echter noch onder een specifieke incidentcode noch systematisch vastgelegd, hetgeen een automatische verwerking onmogelijk maakt. De overlastmeldingen zijn dan ook geprint, en stuk voor stuk doorgelezen en gerubriceerd naar soort overlast.
De gegevens voor het meten van de inspanningen en resultaten van Hektor zijn zo veel mogelijk verzameld voor de hele binnenstad en voor het deel van de binnenstad waar de drugshandel is geconcentreerd, het zogenoemde Vierde Kwadrant (Q4). In de registratie-systemen is dit echter geen gedefinieerd gebied. Voor politiegegevens uit het informatie-systeem Gids geldt dat Q4 bestaat uit de subbuurten Venlo-Centrum 7, 8, 11, 12, 13 en 14. Voor deze buurten zijn de gegevens verzameld.
Naast het verzamelen van geregistreerde gegevens van gemeente, politie, justitie en belastingdienst en gegevens uit het door de gemeente Venlo periodiek uitgevoerd bevolkingsonderzoek (Stadspeiling), is tevens aanvullend onderzoek verricht. Er zijn enquêtes afgenomen onder ondernemers in de binnenstad. Tevens zijn door stadswachten observaties verricht op verschillende locaties waar veel drugsrunners en -handelaren komen en rondhangen en zijn er verkeerstellingen uitgevoerd.
Beperkingen
Om de ontwikkelingen in de inspanningen en resultaten van Hektor op termijn goed te kunnen volgen had bij aanvang van de aanpak een nulmeting moeten worden gehouden die, voordat er sprake is van beoogde effecten, inzicht geeft in de uitgangssituatie. De opdracht voor het ontwikkelen van indicatoren en het uitvoeren van de nulmeting is echter na de start van het project gegeven. Dit betekent dat een klassieke nulmeting alleen mogelijk is wanneer registraties of enquêtegegevens kunnen worden gebruikt van het jaar 2000, voordat Hektor startte. Mede om deze reden zijn uit de registraties zoveel mogelijk de gegevens opgevraagd over de jaren 2000 en 2001 en 2002 en 2003. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het jaar 2000 door minder politie-inzet een afwijkend jaar is. Daar waar gegevens beschikbaar zijn voor 1999 zijn deze ook weergegeven. Voor een deel van de indicatoren zijn gegevens over 1999 beschikbaar, voor een deel ook niet. Gecombineerd met vervolgmetingen bieden deze gegevens echter inzicht in de resultaten van het project Hektor.
Hierbij dient te worden bedacht dat deze resultaten mede afhankelijk zijn van de inspanningen die de betrokkenen in het kader van het project leveren. Ook hiervoor zijn indicatoren geformuleerd en gegevens verzameld. Verder dienen ook gegevens over de wijze van uitvoering (zoals politie-inzet, aantal medewerkers dat voor Hektor werkt en dergelijke) in een evaluatie te worden betrokken. Deze 'inzet-gegevens' zijn tevens als indicator in deze monitor meegenomen.
Om meer inzicht te krijgen in de problematiek die niet verkrijgbaar is via registraties of eerder gehouden enquêtes, zijn aanvullende methoden toegepast. Bij ondernemers zijn enquêtes afgenomen, waarbij voor het meten van het diffuse begrip drugsoverlast gebruik is gemaakt van een door INTRAVAL (1996) ontwikkelde vragenlijst. Hierin is onderscheid gemaakt naar soorten drugsoverlast (criminele -, openbare orde - en audio-visuele drugsoverlast) en de gevolgen (slachtofferschap, onveiligheidsbeleving en (economische) verloedering van de buurt) van drugsoverlast. De kans bestaat dat de vragen naar drugsoverlast niet volledig valide zijn. Respondenten leggen directe relaties tussen drugs en overlast die er wellicht niet altijd zijn. Ervan uitgaande dat deze bias een min of meer constante is, zal door het uitvoeren van herhaalde metingen deze bias grotendeels worden ondervangen. Daarnaast zijn op diverse locaties door stadswachten observaties naar drugsoverlast uitgevoerd en tellingen verricht. Uit een betrouwbaarheidsanalyse blijkt dat de stadswachten de observatielijsten zeer zorgvuldig hebben ingevuld.
De dataverzameling voor de eerste meting heeft in januari en februari 2002 plaatsgevonden, een jaar na aanvang van Hektor. De verzamelde gegevens hebben met name betrekking op die periode, zij het dat de vragen naar ervaren drugsoverlast en slachtofferschap van criminaliteit de afgelopen twaalf maanden beslaan. De tussenmeting is begin 2004 uitgevoerd en heeft betrekking op die periode en de twaalf maanden daarvoor.
De metingen zijn verricht in een stedelijke omgeving en op een maatschappelijk thema waarbij onderscheid naar oorzaak en gevolg niet altijd te maken is. Een monitor is geen causaliteitsmodel waarmee verschillen in inspanningen en resultaten kunnen worden verklaard. Hiervoor zijn aanvullende gegevens nodig die bijvoorbeeld in het kader van een (proces) evaluatie kunnen worden verzameld.
Verwachtingen
De verwachting van de gemeente Venlo is dat naarmate meer middelen worden ingezet en de inspanningen groter zijn, de gevolgen hiervan duidelijker zichtbaar zullen worden in de binnenstad van Venlo, met name in het concentratiegebied Q4. Vaak blijkt ook dat meer of betere politie-inzet in eerste instantie leidt tot meer aanhoudingen van verdachten, meer processen-verbaal en meer veroordelingen (Gemeente Utrecht 2000; Van Leiden en Ferwerda 2002; Bieleman e.a. 2002; Snippe e.a. 2003). Indien de aanpak effectief is zullen na verloop van tijd deze aantallen afnemen. Bij Hektor dat begin 2001 is gestart lijkt het er op dat deze afname zich reeds in 2002 en 2003 voordoet.
Inzicht in de geleverde inspanningen betekent nog niet dat uitspraken kunnen worden gedaan over de resultaten, te weten de veranderingen in de omvang van de drugsproblematiek in Venlo. De belangrijkste resultaten zijn: minder illegale verkooppunten van cannabis, minder overlastveroorzakers op straat en een afname van de door bewoners en ondernemers ervaren drugsoverlast in de binnenstad. Bij de indicatoren is daarom een onderscheid gemaakt tussen inspanningen en resultaten.
5.2    Inspanningen
In totaal is circa 45 fte ingezet ter bestrijding van de drugscriminaliteit en overlast in de gemeente Venlo, waarvan er 23 gefinancierd worden door het ministerie van Justitie met een jaarlijkse subsidie van ruim 1,3 miljoen euro, en 22 door de gemeente Venlo en de politie. Hiervan zijn 38 fte ingezet voor de handhaving, 7 fte voor het vastgoedtraject en 0,3 fte voor het coffeeshoptraject. In de periode 2001-2003 is in de omvang van deze formatieplaatsen geen verandering opgetreden.
Matrix 5.1 geeft een overzicht van de resultaten die betrekking hebben op de inspanningen. Conform de gemeentelijke verwachtingen blijkt hieruit dat de inspanningen van de gemeente, de politie en het OM in het kader van het handhavingtraject in de periode 2001-2003 hebben geleid tot een afname van de aantallen tijdelijke sluitingen van drugspanden (van 50 in 2001 naar 16 in 2003), de aantallen aanhoudingen voor overtreding van de Opiumwet (van 623 naar 363), de hoeveelheid in beslag genomen softdrugs (van 295 kg naar 15,6 kg) en het aantal door het OM vervolgde personen (van 133 naar 80). Deze dalende trend deed zich reeds voor in 2002.
Verder blijkt bij de fiscale maatregelen de omvang van de opgelegde aanslagen te zijn afgenomen. Bij de start van Hektor was bij de politie informatie beschikbaar op basis waarvan de Belastingdienst aanslagen kon opleggen over de voorgaande jaren (tot 1997). In 2002 en 2003 zijn alleen aanslagen over het voorafgaande jaar opgelegd. Deze bedragen zijn dan ook lager.
In het vastgoedtraject zijn in 2001 op drie locaties 33 panden verworven voor een totaalbedrag van ruim 5,3 miljoen euro. In 2002 gaat het om slechts één pand voor een bedrag van 155.000 euro. In 2003 zijn op 11 locaties 16 panden en een perceel bouwgrond verworven voor een totaalbedrag van 2,7 miljoen euro.
Het coffeeshopbeleid heeft nog niet tot veranderingen in de aantallen of de vestigingslocaties van coffeeshops geleid. Wel worden nog dit jaar (2004) twee coffeeshops verplaatst naar de periferie van de gemeente.
Matrix 5.1
Indicatoren inspanningen: handhaving, vastgoed en coffeeshopbeleid
 
5.3    Resultaten
In Venlo wordt aangenomen dat de overlast vooral wordt veroorzaakt door (buitenlandse) bezoekers van coffeeshops en overige verkooppunten van cannabis, door straatdealers en door drugsrunners. Bij de resultaten in matrix 5.2 is onderscheid gemaakt naar soorten en gevolgen van drugsoverlast.
Bezoekers
Uit het overzicht van de resultaten blijkt dat sinds de start van Hektor in 2001 de aantallen drugspanden, drugsdealers en drugsrunners in de politieregistratie zijn afgenomen. Op straat is het echter in de omgeving van de coffeeshops en de (voormalige) drugspanden drukker geworden. Uit observaties blijkt dat de gemiddelde aantallen bezoekers er zijn toegenomen. Naast bezoekers van coffeeshops gaat het hierbij echter tevens om bezoekers van de binnenstad, vaak hele gezinnen, die door het gebied wandelen. De terugkeer van winkelend publiek in Q4 is een positief signaal. Kennelijk wordt het huidige straatbeeld in Q4 door de bezoekers als niet of in ieder geval minder bedreigend ervaren dan in 2002. Het aantal afnemers, dealers en runners is gedaald.
Drugsoverlast
De veranderingen in het straatbeeld hebben volgens de bewoners niet geleid tot minder drugsoverlast. Drugsoverlast komt volgens de bewoners en ondernemers in de binnenstad onverminderd vaak voor. Met name de buiten Q4 in de binnenstad gevestigde ondernemers ervaren in 2003 zelfs meer drugsoverlast in de omgeving van hun winkel. Zij ondervinden met name in toenemende mate hinder van het rondhangen van drugsgebruikers, dealers en runners.
De drugsoverlast verplaatst zich daarnaast naar de in Venlo Zuid gelegen Sloterbeekstraat en aangrenzende Sinselveldstraat. In beide straten is het aantal meldingen van overlast over dealen van drugs en drugsrunners toegenomen in 2003. Daarnaast zijn meer meldingen van drugsoverlast afkomstig van de Maaskade. Hierbij lijkt echter het cameratoezicht, waarvan sinds 2002 sprake is een rol te spelen. Met de camerabeelden worden meer overlastsituaties gesignaleerd en bij de politie gemeld. Over verplaatsing van de drugsoverlast naar omliggende gemeenten is weinig bekend. Volgens de politie zijn er geen signalen ontvangen dat er sprake is van verplaatsing van de overlast naar omliggende gemeenten.
Gevolgen
Verbeteringen in de gevolgen van drugsoverlast voor de bewoners en ondernemers in de binnenstad zijn beperkt gebleven. Wel voelen met name de bewoners zich er veiliger. In 2001 voelde 50% van de bewoners zich wel eens onveilig tegenover 37% in 2003. Het slachtofferschap van criminaliteit en de mening over de mate van verloedering van de binnenstad blijken noch bij de bewoners noch bij de ondernemers significant te zijn veranderd. Verder lijken de economische gevolgen voor de binnenstad, ondanks de slechte conjunctuur, positief. Zo is het aantal bedrijven dat in de binnenstad is gevestigd sinds 2001 met 3% toegenomen en is de omzetderving waarvan in 2001 bij relatief veel bedrijven sprake was minder groot, met name bij de bedrijven in Q4. Ook zijn er meer woningen en winkelpanden verkocht. De verkopen zijn meer dan verdubbeld, van 55 panden in 2001 naar 127 panden in 2003.
Matrix 5.2
Indicatoren resultaten: soorten en gevolgen overlast
* significant verschil 2001-2003, p < .05
5.4    Tot slot
De situatie in Venlo wijkt af van andere (grens)gemeenten waar sprake is van drugsoverlast. Door de continue stroom van grote aantallen Duitse bezoekers uit het dichtbevolkte Duitse achterland van Venlo is de vraag naar softdrugs er zeer omvangrijk. De softdrugshandel met al haar uitwassen drukt hiermee een onevenredig groot stempel op de binnenstad van Venlo, groter dan op grond van het verzorgingsgebied van de detailhandel in een middelgrote Nederlandse gemeente mag worden verwacht. De inspanningen om de situatie te veranderen zijn dan ook groot.
Het onderzoek naar de drugspanden en het continue opjagen van de drugsrunners en drugsdealers in met name Q4 heeft geleid tot een groot aantal sluitingen, aanhoudingen en vervolgingen. Het einde van deze aanpak lijkt echter in zicht. Het aantal panden dat voor sluiting in aanmerking komt is sterk afgenomen, evenals het aantal zichtbare en actieve drugsrunners. De verbeteringen in het straatbeeld hebben geleid tot een toename van winkelend publiek in Q4. Met name overdag lopen er meer bezoekers door het gebied, die kennelijk van mening zijn dat Q4 weer een regulier onderdeel uitmaakt van de binnenstad van Venlo.
Ondanks deze positieve ontwikkeling is de overlast volgens de bewoners en ondernemers niet verminderd. Met name de ondernemers ervaren meer drugsoverlast. De overlast lijkt door het verbeterd toezicht als gevolg van de intensieve inzet van het straatteam van de politie en de aanwezigheid van camera's in Q4 deels te zijn verplaatst naar het aangrenzende winkelgebied en enkele straten in Venlo Zuid. Ook uit onderzoek naar de effecten van cameratoezicht in Rotterdam blijkt dat de drugshandel zich makkelijk verplaatst (Snippe e.a. 2003). Daarnaast passen drugsrunners en dealers hun strategie aan. De afspraken worden nog wel in het gebied gemaakt, terwijl de drugstransacties elders plaatsvinden.
De omvangrijke softdrugshandel in Venlo blijkt verder uit de vele, veelal kleinere, drugsdealers die er actief zijn. Dit roept uiteraard vragen op over de omvang van de softdrugshandel in Venlo en de wijze waarop deze is georganiseerd. Onderzoek naar de organisaties achter de drugshandel vormt echter geen onderdeel van het monitoren van Hektor. Hiervoor is uitgebreider en andersoortig onderzoek nodig. Dergelijk onderzoek is in Venlo (nog) niet uitgevoerd.
Ten slotte dient te worden opgemerkt dat deze tussenrapportage, waarin overeenkomstig de verstrekte opdracht de monitorresultaten van de nulmeting en de tussenmeting zijn gepresenteerd, geen volledige evaluatie van Hektor inhoudt. Hiervoor dient tevens een procesevaluatie te worden uitgevoerd waarin de uitvoering en de samenwerking tussen de betrokken instanties uitvoerig worden onderzocht. In het kader van onderzoek naar lokale netwerken in veiligheidszorg heeft het IPIT de beginsituatie hiervan deels onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn echter nog niet beschikbaar. Bovendien is het uiteraard niet mogelijk geweest de ontwikkelingen van de laatste tijd en de interpretatie ervan hierin mee te nemen. Daarnaast is voor een goed inzicht in de Venlose situatie, bijvoorbeeld de wijze waarop de drugshandel is georganiseerd, diepgaander onderzoek nodig. Dergelijk onderzoek is in Venlo (nog) niet uitgevoerd.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.