INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
A-Kwartier Geraamd
PDF-bestanden van dit rapport
Conclusies (21 Kb)
Bestelinformatie
Prijs op aanvraag. INTRAVAL: 050-3134052
Conclusies
In dit afsluitende hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies besproken. Achtereenvolgens komen de overlast, de criminaliteit en de veiligheidsbeleving aan bod. Aan de 56 buurtbewoners die zowel in 2001 als in 2003 zijn geënquêteerd en een in sommige opzichten van de overige bewoners afwijkende beleving van de buurt hebben wordt apart aandacht besteed.
De conclusies over de ontwikkelingen in de overlast en criminaliteit zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de resultaten van de bewonersenquête. De door bewoners ervaren overlast wordt beschouwd als de meest harde indicator voor de ontwikkeling in de overlast. Deze is gemeten aan de hand van het aantal dagen per maand dat bewoners hiervan persoonlijk hinder hebben ondervonden.
Een tweede, enigszins minder harde indicator voor overlast betreft het voorkomen van buurtproblemen. Hierbij is de bewoners gevraagd naar de frequentie waarin verschillende buurtproblemen in hun woonbuurt naar hun mening voorkomen. Bij de criminaliteit is gekeken naar het percentage bewoners dat slachtoffer is geweest van vermogens- en geweldsdelicten, zoals is aangegeven in de enquête.
In mindere mate zijn de conclusies over overlast en criminaliteit gebaseerd op de meldingen en aangiften uit de registraties van de politie en het Meldpunt Overlast Centrum. De hierin optredende veranderingen in aantallen meldingen en aangiften kunnen immers ook samenhangen met een veranderde meldingsbereidheid van de burgers, acties van de gemeente, activiteiten van het meldpunt of inzet van de politie. Bovendien kunnen tevens bezoekers van het A-kwartier overlast hebben gemeld of aangifte hebben gedaan van een delict waarvan zij het slachtoffer zijn geweest.
5.1 Overlast
Al met al lijkt de overlast in de twee jaar sinds de invoering van het vergunningenstelsel voor raamprostitutie in het A-kwartier (tussen mei 2001 en april 2003) niet te zijn veranderd. Wel is er sprake van een verhoudingsgewijs hoog niveau van overlast wanneer wordt vergeleken met buurten elders in Groningen en Nederland met substantiële drugsoverlast. Zo ondervinden de bewoners van het A-kwartier veel hinder van drugsgebruikers en -handelaren in vergelijking met de bewoners van de omgeving van het Groningse Noorderplantsoen waar in 2000 sprake was van substantiële drugsoverlast.
Ervaren overlast
Uit de bewonersenquête blijkt dat de door buurtbewoners ervaren overlast in hun eigen buurt tussen mei 2001 en april 2003 nauwelijks is gewijzigd. Dit geldt zowel voor overlast afkomstig van prostitutie (op gemiddeld drie tot vier dagen per maand hinder), verkeer (gemiddeld acht tot negen dagen) als drugsgebruikers en -handelaren (gemiddeld acht tot negen dagen).
Buurtproblemen
Een buurtprobleem dat naar de mening van de bewoners is toegenomen tussen 2001 en 2003 is het harddrugsprobleem. De gemiddelde indicatorscore stijgt van 3,7 in 2001 naar 4,0 in 2003. De overige onderscheiden buurtproblemen - verkeersproblemen, vermogensdelicten, verloedering van de buurt en dreiging die uitgaat van de buurt - zijn nauwelijks veranderd. Overigens is met name de dreiging die uitgaat van de buurt (gemiddelde indicatorscore 3,0 in 2001 en 3,1 in 2003) relatief hoog in vergelijking met buurten in andere gemeenten waar eveneens sprake is van substantiële drugsoverlast.
Meldingen overlast
Uit de registraties van het Meldpunt Overlast Centrum blijkt dat de meldingen over prostitutie- en drugsoverlast in het A-kwartier in 2003 met een derde zijn toegenomen ten opzichte van 2001. De meldingen over prostitutieoverlast nemen toe van 49 naar 75. De meldingen over drugsoverlast zijn gestegen van 113 naar 167. Het aantal meldingen over drugsoverlast bedraagt het dubbele van het aantal over prostitutieoverlast.
Een mogelijke verklaring voor de toename van de meldingen bij het Meldpunt Overlast Centrum is dat het meldpunt tussen eind 2001 en begin 2003 twee speciale acties heeft gevoerd. Zo is het telefoonnummer van het Meldpunt Overlast gewijzigd in augustus 2001. Direct na de wijziging zijn de bewoners hiervan op de hoogte gesteld middels folders, affiches, stickers en advertenties in de plaatselijke media.
Verder hebben tussen eind maart en begin april 2003 ongeveer honderd direct omwonenden van een overlastgevend pand aan de Noorderhaven een folder in de brievenbus gehad van het meldpunt. Zij zijn gestimuleerd om de overlast te melden. Deze twee acties hebben ongetwijfeld gezorgd voor een groei van de naamsbekendheid van het Meldpunt Overlast Centrum, hetgeen de stijging in het aantal meldingen mede kan hebben veroorzaakt.
Ook bij de politie zijn in 2003 meer meldingen over drugsoverlast binnengekomen (76 in 2001 en 88 in 2003), zij het dat deze stijging minder groot is dan bij het Meldpunt Overlast Centrum. Het aantal meldingen van prostitutieoverlast bij de politie is gering; 13 in 2001 en 4 in 2003.
Een andere mogelijke verklaring voor de toename van de meldingen is dat de aard van de overlast ernstiger en zwaarder kan zijn geworden, waardoor mensen eerder geneigd zijn deze te melden. Deze indruk bestaat bij medewerkers van het Meldpunt Overlast Centrum.
5.2 Criminaliteit
De criminaliteit blijkt in het A-kwartier nauwelijks te zijn veranderd tussen 2001 en 2003. Het percentage bewoners van het A-kwartier dat in hun eigen buurt slachtoffer is geweest van een delict waarbij geweld is gebruikt of waarbij is gedreigd met geweld bedraagt in 2001 17% en in 2003 21%. Het slachtofferschappercentage van vermogensdelicten is in 2001 49% en in 2003 51%.
Dit zijn relatief hoge percentages in vergelijking met andere buurten in Nederland waar sprake is van substantiële drugsoverlast. Ook vergeleken met de resultaten van landelijke slachtofferschapenquêtes zoals de Politiemonitor, is dit relatief hoog. Wel zijn in de andere overlastbuurten bewoners van een ruimer gebied geënquêteerd, waardoor het slachtofferpercentage door lager zal zijn dan in het A-kwartier.
Slachtofferschap geweldsdelicten
Het percentage bewoners dat in het jaar voorafgaand aan de enquête slachtoffer is geweest van een delict waarbij geweld is gebruikt of waarbij is gedreigd met geweld in de eigen woonbuurt is vrijwel gelijk gebleven in 2001 en 2003. Overigens gaat het in beide jaren voor het overgrote deel bedreiging met geweld. In 2001 is 16% hiervan het slachtoffer geworden, terwijl dit in 2003 21% is.
Slachtofferschap vermogensdelicten
Evenals geweldsdelicten is ook het percentage bewoners dat slachtoffer is geweest van een vermogensdelict in de eigen woonbuurt nauwelijks veranderd tussen 2001 en 2003. De delicten waarvan men het meest slachtoffer is, zijn diefstal van of beschadiging aan de auto (36% in 2001 en 52% in 2003), gevolgd door slachtofferschap van fietsendiefstal (in zowel 2001 als 2003 34%).
Meldingen en aangiften criminaliteit
Zowel het aantal meldingen als het aantal aangiften bij de politie van de verschillende vormen van criminaliteit in het A-kwartier is in 2001 hoger dan in 2003. Het aantal meldingen is afgenomen van 131 naar 80. Het aantal aangiften is gedaald van 212 naar 152. Mogelijkerwijs is hier sprake van enige meldings- en aangiftemoeheid van de bewoners.
5.3 Veiligheidsbeleving en politie-inzet
In de veiligheidsbeleving van de bewoners blijkt weinig verandering te zijn opgetreden tussen 2001 en 2003. In 2001 voelt 55% zich wel eens onveilig in de eigen buurt, terwijl dit in 2003 61% bedraagt. Dit is een relatief hoog percentage in vergelijking met het landelijke gemiddelde en met andere buurten in Nederland waar sprake is van substantiële overlast. Hierbij moet wel in acht worden genomen dat daar bewoners van een ruimer gebied zijn geënquêteerd.
Het merendeel van de bewoners is zowel in 2001 als in 2003 (zeer) tevreden over het wonen in het A-kwartier (respectievelijk 68% en 72%). Tevens geeft een ruime meerderheid in beide jaren een zes of hoger als rapportcijfer voor hun buurt (82% in 2001 en 86% in 2003).
De houding van de bewoners over de raamprostitutie in de eigen buurt is minder positief dan over raamprostitutie in het algemeen. Er doen zich hierin nauwelijks veranderingen voor tussen 2001 en 2003. Tegenover raamprostitutie in het algemeen staat zowel in 2001 als in 2003 15% (zeer) negatief. Wanneer het echter hun eigen buurt betreft dan staat in 2001 24% hier (zeer) negatief tegenover, terwijl dit in 2003 33% is.
De meerderheid van de bewoners is positief over de inzet van de politie in hun woonbuurt. De bewoners vinden vooral dat de politie haar best doet (65%) en dat ze bescherming biedt (57%). Daarnaast is er tevens sprake van enige kritiek. Zo vindt een kleine meerderheid dat de politie te weinig tijd heeft om de overlast tegen te gaan (60%), dat ze niet hard genoeg optreedt (54%) en dat ze te weinig uit de auto komt (52%).
5.4 Dezelfde respondenten beide metingen
Het antwoordpatroon van de 56 bewoners die twee maal zijn ondervraagd wijkt op een aantal punten af van de bewoners die één maal zijn geënquêteerd. Dit heeft waarschijnlijk te maken met een grote betrokkenheid bij de buurt. Zij wonen een aanzienlijk langere tijd in het A-kwartier dan de overige bewoners, hebben vaker een eigen huis en verrichten vaker betaalde werkzaamheden.
Overlast
De twee maal geënquêteerde bewoners schatten het voorkomen van vrijwel alle buurtproblemen frequenter in dan de overige bewoners dat doen. Verder zijn zij van mening dat de buurtproblemen zich in 2001 enigszins minder vaak voordeden in hun buurt dan in 2003. Vooral de dreiging die uitgaat van de buurt is volgens hen sterk toegenomen. Tevens geven zij aan in de periode na de invoering van het vergunningenstelsel meer hinder te ondervinden van vervuiling op straat of in portieken.
Criminaliteit
De bewoners die twee maal zijn ondervraagd zijn enigszins vaker het slachtoffer van een delict waarbij geweld is gebruikt of waarbij is gedreigd met geweld dan de bewoners die eenmaal zijn ondervraagd. Deze toename wordt met name veroorzaakt door een stijging van het percentage dat slachtoffer is geweest van bedreiging met geweld.
Veiligheidsbeleving en mening over de buurt
De twee maal ondervraagde buurtbewoners voelen zich zowel in 2001 als in 2003 veiliger in de eigen buurt dan de bewoners die eenmaal zijn geënquêteerd. Bovendien geven zij in beide jaren een hoger rapportcijfer voor de buurt dan de overige bewoners.
5.5 Ten slotte
Het lijkt er op dat vooral in de beleving van de bewoners van het A-kwartier de overlastsituatie in hun woonbuurt enigszins is verergerd tussen 2001 en 2003. Met name de harddrugsincidenten zijn naar hun mening toegenomen. Wanneer hen echter wordt gevraagd naar de feitelijke hinder die ze ervan hebben ondervonden blijkt de frequentie hiervan niet te zijn toegenomen.
Deze discrepantie wordt wellicht mede veroorzaakt door het algemene beeld dat in Groningen bestaat over de overlast in het A-kwartier als zijnde groot en toenemend. In de stad is deze overlast een veel besproken onderwerp, hetgeen tevens van invloed kan zijn op de beleving van de bewoners in het A-kwartier.
De stijging in het aantal overlastmeldingen bij de politie en het Meldpunt Overlast Centrum wordt wellicht veroorzaakt doordat de huidige overlast in het A-kwartier in vergelijking met een aantal jaren geleden ernstiger en zwaarder van karakter kan zijn. Hierdoor kan men eerder geneigd zijn melding te maken van deze overlast.
Overigens blijken de bewoners die tweemaal zijn ondervraagd de situatie in hun woonbuurt anders te beoordelen dan zij die eenmaal zijn geënquêteerd. De tweemaal ondervraagden constateren zowel voor als na de invoering van het vergunningenstelsel een hoger niveau van overlast in hun woonbuurt, terwijl zij bovendien van mening zijn dat de buurtproblemen zijn toegenomen en de buurt verder is achteruitgegaan. Zij zijn echter wel meer tevreden over het wonen in het A-kwartier en geven hun buurt een hoger rapportcijfer dan de overige bewoners.
Bovendien voelen zij zich veiliger in hun buurt. De afwijkende resultaten van deze categorie bewoners hangt waarschijnlijk samen met de in bepaalde opzichten afwijkende kenmerken van deze bewoners. In vergelijking met de overige geënquêteerden wonen zij langer in het A-kwartier, wonen ze vaker in een koopwoning, hebben ze vaker betaalde werkzaamheden en zijn ze minder vaak student. Dit wijst op bewoners die zich (min of meer) permanent in de buurt hebben gevestigd, hetgeen in de loop der jaren heeft geresulteerd in een grotere betrokkenheid bij de buurt.
Hoewel er onder de bewoners geen sprake is van een toename in de daadwerkelijk zelf ervaren overlast, is de ervaren overlast hoger dan bijvoorbeeld rondom het Noorderplantsoen in 2000. Bovendien is ook het slachtofferschap van met name bedreiging met geweld onder de bewoners van het A-kwartier hoog in vergelijking met andere buurten waar zich overlast voordoet.
Over de eventuele relatie tussen de raamprostitutie en de drugsoverlast in het A-kwartier kunnen aan de hand van het huidige onderzoek geen harde uitspraken worden gedaan. Hier voor is andersoortig onderzoek nodig, waarin onder meer overlastveroorzakers en dossiers over eigendomsverhoudingen dienen te worden meegenomen. De meeste overlast en criminaliteit lijken echter niet in direct verband te staan met de aanwezigheid van raamprostitutie in het A-kwartier.
Er zijn voldoende voorbeelden van gebieden waar raamprostitutie aanwezig is, terwijl daar geen sprake is van structurele overlast en criminaliteit. Te denken valt bijvoorbeeld aan de Nieuwstad in Groningen. In deze straat alleen al zijn meer prostitutiepanden gevestigd dan in het hele A-kwartier. Omgekeerd zijn er ook genoeg buurten met substantiële overlast en criminaliteit waar geen sprake is van raamprostitutie.
Wel is er in het A-kwartier sinds jaar en dag sprake van een circuit, waarvan ook de Groningse politie zegt dat onder meer drugsverslaafden hier hun gestolen waren kunnen verkopen. Volgens haar is het ook reeds lange tijd algemeen bekend onder drugsgebruikers dat in het A-kwartier drugs verkrijgbaar zijn. Dit houdt mede verband met het informele circuit dat zich in het A-kwartier heeft genesteld, wat weer te maken heeft met de ligging, de fysieke kenmerken en de eigendomsverhoudingen in de buurt. De verwachting is dan ook niet dat de overlast geheel zal verdwijnen als de raamprostitutie uit het gebied wordt verwijderd.
Als laatste kan worden opgemerkt dat een vorm van overlast in het A-kwartier die wel direct in verband staat met de raamprostitutie de verkeersoverlast is afkomstig van prostituanten en andere belangstellenden.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.