INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Monitor Drugsoverlast Nederland 1996-2002
PDF-bestanden van dit rapport
Conclusies (8 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 10,- + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 4   Conclusies
In dit laatste hoofdstuk worden de conclusies besproken die uit de monitoring van drugsoverlast kunnen worden getrokken. Hierbij staan de veranderingen centraal die zich tussen 1996 en 2002 hebben voorgedaan in de door bewoners ervaren vormen van drugsoverlast en de gevolgen van deze overlast.
4.1 Ervaren drugsoverlast
In grote lijnen kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een dalende trend in de ervaren drugsoverlast tussen 1996 en 2002, met name in de zogenoemde overlastwijken. Het blijkt dat de ervaren drugsoverlast vooral tussen 1998 en 2000 is afgenomen. De afname in ervaren drugsoverlast tussen 1998 en 2000 lijkt zich na 2000 niet voort te zetten.
De verbetering tussen 1998 en 2000 kan mede het resultaat zijn van de inspanningen in het kader van de 'Nota inzake het beleid gericht op het verminderen van de door verslaafden veroorzaakte overlast' (1993; ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en ministerie van Justitie). Als uitvloeisel van deze nota is door de Stuurgroep Vermindering Overlast (SVO) vanaf 1994 een financiële bijdrage geleverd aan diverse overlastprojecten in 26 zogenoemde SVO-gemeenten. Alle 13 gemeenten in deze monitor zijn voormalige SVO gemeenten, aangezien elke gemeente waar sprake was van substantiële drugsoverlast is aangemerkt als SVO-gemeente.
Uit de trendanalyses blijkt dat de diverse vormen van drugsgerelateerde openbare orde overlast en audiovisuele overlast in de overlastwijken eveneens vooral tussen 1998 en 2000 afnemen. Na 2000 neemt de overlast als gevolg van annexatie van openbare ruimte door drugsverslaafden en de overlast van straatprostitutie nog verder af. Daarentegen blijft tussen 2000 en 2002 de overlast van dealpanden onveranderd, terwijl de overlast door vervuiling van de openbare ruimte door drugsverslaafden en overlast van coffeeshops in de dertien overlastwijken tezamen in lichte mate toeneemt.
In de referentiewijken blijkt zich in vergelijking met de overlastwijken een relatief geringe afname voor te doen, hetgeen ook te maken heeft met de verhoudingsgewijs geringe mate van drugsgerelateerde overlast. Overigens was in deze referentiewijken reeds in 1996 sprake van een relatief geringe drugsoverlast. Hoewel de overlast van straatprostitutie tussen 2000 en 2002 verder afneemt, lijken de overige vormen van drugsoverlast in de referentiewijken tussen 2000 en 2002 te stabiliseren of in lichte mate toe te nemen. Zo vertoont de overlast van dealpanden en van vervuiling van de openbare ruimte door drugsverslaafden na 2000 een lichte toename. De ervaren overlast door annexatie van de openbare ruimte door drugsverslaafden en de overlast van coffeeshops blijft tussen 2000 en 2002 onveranderd.
4.2 Gevolgen van drugsoverlast
De gevolgen van drugsoverlast laten eveneens een dalende trend zien. Ook hierbij treedt de grootste afname op tussen 1998 en 2000, waarna deze afname zich niet verder doorzet in 2002. Dit geldt zowel voor de buurtproblematiek in de onderzochte wijken als voor de onveiligheidsbeleving.
De waardering voor de kwaliteit van de woonomgeving vertoont een stijgende trend in de overlastwijken, terwijl de waardering van de woonomgeving door de bewoners van referentiewijken niet verandert. Bovendien neemt het slachtofferschap van vermogens- en geweldsdelicten onder de bewoners van de overlastwijken in de periode 1996-2002 af, terwijl het slachtofferschap onder de bewoners van referentiewijken onveranderd blijft.
4.3 Tenslotte
Tot slot kan worden geconcludeerd dat de drugsoverlast een dalende trend laat zien, waarbij met name tussen 1998 en 2000 de overlast is afgenomen. Waarschijnlijk is er hierbij onder meer sprake van een naijleffect van de maatregelen die door de Stuurgroep Vermindering Overlast sinds 1994 in de 26 SVO-gemeenten zijn genomen om de drugsoverlast te verminderen. Wel lijkt er tussen 2000 en 2002 een stabilisatie en in sommige gevallen zelfs een lichte toename in drugsoverlast en de gevolgen van deze overlast te zijn opgetreden. Mogelijk is de inzet van de betrokken partijen na 2000 afgenomen.
De exacte oorzaken van deze ontwikkelingen zijn door een monitor moeilijk zijn vast te stellen. Daarvoor is een inventarisatie van de lokale situatie en de getroffen maatregelen nodig, aangevuld met diepgaand onderzoek naar de toepassing en de effecten ervan.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.