INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Evaluatie Bemoeizorgpand Landgraaf
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (135 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 10,- + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 5   Conclusies
In dit hoofdstuk worden aan de hand van de onderzoeksvragen de belangrijkste conclusies uit het proces rond de invoering van het project Bemoeizorg en de aanwijzing van het eerste bemoeizorgpand in Landgraaf aan de Grensstraat 3 besproken. In de eerste paragraaf worden de aanwijzingen en de implementatie besproken, terwijl de tweede paragraaf de eventuele overlast behandelt. Afgesloten wordt met de lessen die uit de ervaringen met het pand Grensstraat 3 kunnen worden getrokken.
5.1 Aanwijzing en implementatie
  • Voldoet het pand Grensstraat 3 aan de door de raad gestelde criteria?
De eerste onderzoeksvraag heeft betrekking op de vraag of de aanwijzing van het pand Grensstraat 3 door het college en de implementatie daarvan hebben plaatsgevonden conform het raadsbesluit van 13 september 2001. Hiertoe is antwoord gezocht op de volgende drie deelvragen:
Geconcludeerd kan worden dat de Grensstraat 3 als pand en locatie voldoet aan de door de raad goedgekeurde criteria. Deze criteria zijn geformuleerd in de notitie "Voorzieningen Bemoeizorg Landgraaf". Op 13 september 2001 wordt besloten de criteria voor grootschalige voorzieningen uit die notitie te gebruiken voor de vestiging van een kleinschalige voorziening in het kader van het project Bemoeizorg. Er liggen geen voorzieningen voor ouderen, jongeren en uitgaansgelegenheden in een straal van 150 meter rond het pand. Bovendien bevindt het zich niet midden in een woonwijk, maar is wel zichtbaar vanaf de openbare weg aan een straat met gemengde functies en sociale bedrijvigheid. Volgens omwonenden is er op Duits grondgebied een voorziening voor gehandicapten in een straal van 50 meter rond het pand gevestigd, hetgeen volgens hen in tegenspraak zou zijn met de gestelde criteria. In de criteria wordt echter geen melding gemaakt van gehandicapten en van Duits grondgebied.
  • Wordt het pand gebruikt voor het doel en de doelgroep dat de gemeenteraad daarvoor heeft gesteld?
Geconcludeerd kan worden dat het pand wordt gebruikt voor het doel dat de gemeenteraad daarvoor heeft gesteld. Het doel is namelijk het verbeteren van de kwaliteit van leven van de leden van doelgroep. Op grond van de interviews met betrokkenen, waaronder de deelnemers aan het project, kan worden gezegd dat de huidige kwaliteit van leven van de deelnemers goed is te noemen. Zij hebben in vergelijking met hun situatie voorafgaande aan deelname een positieve ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van wonen, werken en verslavingsproblematiek.
Aan de thans geldende criteria voor de doelgroep wordt door de huidige deelnemers voldaan. Overigens blijkt de doelgroep in de loop der tijd te zijn veranderd. In eerste instantie wordt uitgegaan van de zogenoemde A-categorie. Later wordt de B-categorie gesplitst in B1 en B2, waarbij personen uit de B1 categorie in aanmerking komen voor dezelfde zorg en voorzieningen als de A-categorie. Verder is het criterium dat de deelnemers geen of nauwelijks contact mogen hebben met politie/justitie in 2001 komen te vervallen, omdat het onhaalbaar bleek aan dit criterium te voldoen wanneer de overlastveroorzakende verslaafde als doelgroep wordt gezien. Afgesproken is dat de politie mede zou beoordelen of kandidaat-deelnemers geschikt zijn voor deelname, waarbij rekening wordt gehouden met de maatschappelijke impact van de delicten. Formele besluitvorming hierover heeft echter niet plaatsgevonden.
  • Is de communicatie met de Landgraafse bevolking en met name de omwonenden van het pand verlopen conform het door de raad op 13 september 2001 vastgestelde communicatieplan?
Geconcludeerd kan worden dat de Landgraafse bevolking, inclusief de omwonenden van Grensstraat 3, een groot aantal mogelijkheden heeft gehad zich te laten informeren over het project Bemoeizorg. Daarnaast zijn alle in het communicatieplan genoemde onderdelen uitgevoerd (onder andere Nieuwsbrieven, persoonlijke gesprekken, telefoonnummers, excursie). Wel wordt kritiek geuit op het tijdstip van informeren door de gemeente. Deze heeft volgens de omwonenden te laat plaatsgevonden. Ook de wijze waarop zij zijn geïnformeerd wordt niet door iedereen op prijs gesteld.
5.2 Ontoelaatbare overlast
Het tweede onderdeel van de evaluatie betreft de overlast. De eerste hierbij behorende onderzoeksvraag luidt als volgt:
  • Is er sprake van ontoelaatbare overlast welke te relateren is aan het pand Grensstraat 3? Zo ja, om welke overlast gaat het dan (aard, omvang, frequentie)?
Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van ontoelaatbare overlast. Het aantal aan de Grensstraat 3 gerelateerde meldingen is gering. De enige twee meldingen van overlast die mogelijk verband houden met het pand hebben betrekking op het aanbellen bij buurtbewoners door personen die kennelijk op zoek zijn naar het bemoeizorgpand. Dit laat onverlet dat, om welke reden dan ook, de gevoelens van onveiligheid bij een groot aantal omwonenden zijn toegenomen.
De tweede aan overlast gerelateerde onderzoeksvraag luidt:
  • Is door de instanties en personen adequaat gereageerd op de eventuele overlast?
Tijdens de gesprekken en uit de registraties zijn geen signalen naar voren gekomen dat de politie niet direct en niet adequaat heeft gereageerd op de meldingen. Over de reacties van het RIMO en de gemeente kan, gezien het geringe aantal meldingen, geen uitspraak worden gedaan.
5.3 Lessen
De laatste vraag in het kader van de procesevaluatie betreft:
  • De lessen die kunnen worden getrokken uit de ervaring met het pand Grensstraat 3 ten aanzien van (de procedure die moet leiden tot) een eventueel volgend plan.
Het lijkt er op dat de gang van zaken die voorafgegaan is aan de uiteindelijke aanwijzing van Grensstraat 3 geleid heeft tot een verharding van de reacties van de omwonenden. Bovendien hebben zij vanaf het begin het gevoel dat hun klachten en gevoelens niet serieus worden genomen. Alhoewel de aanwijzing, implementatie en uitvoering vrijwel geheel conform het raadsbesluit van 13 september 2001 zijn verlopen, blijven de omwonenden argwanend en negatief over alles wat met het bemoeizorgpand aan de Grensstraat 3 heeft te maken. Dit betekent dat in de toekomst nog transparanter zal moeten worden gewerkt door gemeente, politie en overige betrokken instanties.
Dit geldt bijvoorbeeld voor een van de weinige zaken die niet geheel volgens de oorspronkelijke bedoelingen zijn uitgevoerd, namelijk de invulling en selectie van de doelgroep. Deze is door voortschrijdend inzicht in de loop der tijd veranderd en uitgebreid zonder dat daarover duidelijke besluitvorming en informatie-uitwisseling heeft plaatsgevonden. Dergelijke wijzigingen dienen bij projecten van deze aard altijd in overleg met de betrokkenen plaats te vinden. In ieder geval kunnen op korte termijn de betrokkenen van de huidige doelgroep en de screeningsprocedure op de hoogte worden gesteld.
Ten slotte kan worden opgemerkt dat bij mogelijke volgende plannen de informatie, de procedure en de besluitvorming zeer helder en inzichtelijk dient te zijn. Bovendien dient er voor de betrokkenen voldoende tijd te zijn om de plannen, de wijzigingen en dergelijke te kunnen bestuderen en desgewenst te kunnen reageren. Overigens geven de resultaten van de evaluatie geen aanwijzingen dat doelgroep, doelstellingen en invulling fundamenteel dienen te worden gewijzigd. Eventuele veranderingen zijn dan ook meer een politiek-maatschappelijke keuze dan dat zij uit deze evaluatie naar voren komen.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.