INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Monitoring drugsoverlast Venlo (1)
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (25 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 12,50 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 4   Samenvatting
In januari 2001 is de gemeente Venlo gestart met het drugsoverlastproject Hektor. Om tot een substantiële reductie van de (soft)drugscriminaliteit en drugsgerelateerde overlast te komen, in het plan van aanpak wordt gesproken over een vermindering van 35%, is een driesporenbeleid ontwikkeld. Het eerste spoor is het handhavingtraject, gericht op de aanpak van drugsgerelateerde overlast en criminaliteit. Het tweede spoor bestaat uit het vastgoedtraject en is gericht op de beheersing en controle van onroerend goed dat in handen is van malafide eigenaren. Het laatste spoor betreft aanpassingen in het coffeeshopbeleid, waarbij vooral wordt gedacht aan de uitbreiding van het aantal coffeeshops in de periferie van de gemeente Venlo. Door de Venlose aanpak en de eventuele uitbreiding van coffeeshops bestaat er overigens een kans op verplaatsing van de problematiek naar omliggende gemeenten.
Het ministerie van Justitie, dat het project subsidieert, heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven indicatoren te ontwikkelen die de drugsoverlast in Venlo kunnen monitoren en daarmee ontwikkelingen in de drugsoverlast kunnen volgen. Het gaat hierbij zowel om het handhavingstraject, waarbij door een gezamenlijke inspanning van opsporingsbevoegde instanties en door het inzetten van alle beschikbare instrumenten de (soft)drugsoverlast dient te worden verminderd, als om het vastgoed- en coffeeshopbeleid. Tevens is INTRAVAL gevraagd een nulmeting van de indicatoren te verrichten.
4.1 Monitoren aanpak drugsoverlast
Bij het ontwikkelen van indicatoren voor het monitoren van het project 'Aanpak drugscriminaliteit en overlast' van de gemeente Venlo is allereerst bepaald welke indicatoren zinvol zijn om de resultaten hiervan vast te stellen. Vervolgens is vastgesteld op welke wijze deze indicatoren kunnen worden gemeten. Voor het uitvoeren van de eerste meting (nulmeting) is ten slotte nagegaan welke indicatoren voor de nulmeting kunnen worden toegepast en wat hiervan de stand van zaken oftewel de waarde is.
Onderzoeksopzet
Begonnen is met het bestuderen van relevante documenten en stukken met betrekking tot drugsoverlast en de aanpak hiervan in Venlo. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met medewerkers van de gemeente Venlo, politie, justitie en de belastingdienst waarin de problematiek en potentiële indicatoren voor het meten van drugscriminaliteit en -overlast aan bod zijn gekomen. Vervolgens is nagegaan welke gegevens beschikbaar zijn, op welke wijze deze zijn te verkrijgen en in hoeverre de gegevens betrouwbaar, valide en actueel zijn. Op deze wijze zijn de mogelijkheden en beperkingen van de beschikbare gegevens vastgesteld. Niet in alle gevallen blijken indicator en gewenste informatie volledig samen te vallen. Indien zich discrepanties voordoen is nagegaan welke gegevens ontbreken om de gewenste indicator samen te stellen en welke alternatieven voorhanden zijn om toch in de informatiebehoefte te kunnen voorzien.
Naast het verzamelen van geregistreerde gegevens van gemeente, politie, justitie en belastingdienst en gegevens uit door de gemeente Venlo periodiek uitgevoerd bevolkingsonderzoek (Stadspeiling), is tevens aanvullend onderzoek verricht. Tijdens het onderzoek is door de begeleidingscommissie naar voren gebracht dat er behoefte is aan aanvullend onderzoek om meer informatie te verkrijgen over de ervaren overlast in de binnenstad, de locaties waar de handel plaatsvindt en de aantallen bezoekers. Er zijn enquêtes afgenomen onder ondernemers in de binnenstad. Tevens zijn door stadswachten observaties verricht op verschillende locaties waar veel drugsrunners en -handelaren komen en rondhangen. Verder is een pilot-studie uitgevoerd onder bezoekers van verkooppunten van cannabis. In dit rapport zijn de relevante gegevens voor de monitoring opgenomen. De uitgebreide verslaglegging van de opzet en uitvoering is in een aparte publicatie verschenen (Snippe e.a. 2002).
Beperkingen
Om de ontwikkelingen in de inspanningen en resultaten van Hektor op termijn goed te kunnen volgen dient bij aanvang van de aanpak een nulmeting te worden gehouden, die voordat er sprake is van beoogde resultaten inzicht geeft in de uitgangssituatie. De opdracht voor het ontwikkelen van indicatoren en uitvoeren van de nulmeting is na de start van het project gegeven. Hektor is in januari 2001 gestart. Dit zou voor een klassieke nulmeting betekenen dat 2000 het referentiejaar is. Voor dat jaar zijn echter maar gegevens over een beperkt aantal indicatoren beschikbaar. Bovendien hebben gegevens uit aanvullend onderzoek naar de door ondernemers ervaren overlast ook betrekking op 2001. Er is dan ook voor gekozen om tevens het jaar 2001 mee te nemen, zoveel mogelijk aangevuld met gegevens uit 2000 en soms ook 1999.
Om informatie over de ervaringen van bewoners te hebben, zijn daarnaast gegevens gebruikt uit algemene bevolkingsenquêtes over veiligheid en leefbaarheid. De vraagstelling en opzet sluit echter niet geheel aan op de voor de monitoring van het project Hektor benodigde gegevens, omdat ze niet zijn toegespitst op de door bewoners ervaren drugsoverlast en de gevolgen daarvan. Aangezien er geen betere alternatieven zijn, is toch van deze gegevens gebruik gemaakt.
De aanvullende enquêtes en observaties die exclusief voor dit onderzoek zijn uitgevoerd zijn wel geheel toegespitst op de vraagstelling. De dataverzameling is echter in januari, februari en maart 2002 uitgevoerd, een jaar na aanvang van project Hektor. De gegevens hebben met name betrekking op die periode, zij het dat de vragen naar ervaren drugsoverlast en slachtofferschap van criminaliteit de afgelopen twaalf maanden beslaan. Mede om deze reden zijn uit de registraties zoveel mogelijk de gegevens opgevraagd over de jaren 2000 en 2001. Waar beschikbaar, worden ook gegevens uit 1999 gepresenteerd.
4.2 Indicatoren en nulmeting
De verwachting is dat naarmate meer middelen worden ingezet en de inspanningen groter zijn, de gevolgen hiervan duidelijker zichtbaar zullen worden in de binnenstad van Venlo, met name in het concentratiegebied Q4. Bekend is dat meer politie-inzet leidt tot meer aanhoudingen van verdachten, meer processen-verbaal, meer veroordelingen en minder overlastveroorzakers op straat. Inzicht in de ontwikkelingen in de drugsoverlast door het monitoren van de geleverde inspanningen betekent echter nog niet dat uitspraken kunnen worden gedaan over de resultaten, te weten de veranderingen in de omvang van de drugsproblematiek in Venlo. Daarom is bij de indicatoren een onderscheid gemaakt tussen inspanningen en resultaten.
Inspanningen
In de behoefte aan informatie voor de in het kader van Hektor geleverde inspanningen is grotendeels voorzien. Slechts voor een enkel onderdeel, met name de aantallen criminele organisaties in Venlo, zijn geen gegevens beschikbaar. Verder is de discrepantie tussen de informatiebehoefte en de beschikbare indicatoren gering. Alleen de gegevens van de Belastingdienst zijn niet geheel volledig. De aantallen opgelegde en ingevorderde aanslagen zijn niet beschikbaar. De overige verzamelde gegevens zijn betrouwbaar, valide en actueel.
Nulmeting
In matrix 4.1 staan informatiebehoefte, indicator, dekking, bron en indicatorwaarde voor de nulmeting weergegeven. Hieruit blijkt dat de inspanningen van de gemeente in het kader van het handhavingstraject in 2001 hebben geleid tot 50 tijdelijke sluitingen van drugspanden (woningen, detailhandelsvestigingen en horecagelegenheden), dat de politie 651 aanhoudingen voor overtreding van de Opiumwet heeft verricht en 295 kg. softdrugs en 0,14 kg. harddrugs in beslag heeft genomen en dat het OM 133 personen heeft vervolgd. In het vastgoedtraject zijn op drie locaties 33 panden verworven voor een totaalbedrag van € 5.336.373. Het coffeeshopbeleid heeft nog niet tot veranderingen in aantallen coffeeshops geleid.
   
Matrix 4.1
Indicatoren inspanningen: handhaving, vastgoed en coffeeshopbeleid
Informatiebehoefte Indicator Dekking Bron Indicatorwaarde 2001
Handhaving
Bestuurlijke maatregelen
- Waarschuwing sluiten pand (woning, detailhandel, horeca)
- Waarschuwing sluiten pand (woning, detailhandel, horeca) Volledig Gemeente 43
- Sluitingen - Sluitingen Volledig Gemeente 50
- Verblijfsontzeggingen - Verblijfsontzeggingen Volledig Politie 152
Strafrechtelijke aanpak
- Aantallen overtredingen Opiumwet (hard- en softdrugs)
- Aantallen overtredingen Opiumwet (hard- en softdrugs) Volledig Politie 846
- Aantallen aangehouden verdachten overtredingen Opiumwet - Aantallen aangehouden verdachten overtredingen Opiumwet Volledig Politie 651
- Aantallen verdachten OM - Aantallen verdachten OM Volledig Politie 215
- Aantallen afdoeningen (sepot, transactie of strafoplegging) - Aantallen afdoeningen (sepot, transactie of strafoplegging) Volledig OM 133
- Aantallen criminele organisaties Geen - - -
- Hoeveelheden in beslaggenomen drugs (soft- en harddrugs) - Hoeveelheden in beslaggenomen drugs (soft- en harddrugs) Volledig Politie 295 kg softdrugs
0,14kg harddrugs
Fiscale maatregelen
- Aantallen en omvang opgelegde aanslagen
- Omvang opgelegde aanslagen Deels Belastingdienst € 3.597.000
- Aantallen en omvang ingevorderde belastingschulden - Omvang ingevorderde belastingschulden Deels Belastingdienst € 200.000
Vastgoed
- Aantallen verworven panden
- Aantallen verworven panden Volledig Gemeente 33 panden
- Aantallen herbestemmingen (inclusief ontwikkelingskosten) - Aantallen herbestemmingen (inclusief ontwikkelingskosten) Volledig Gemeente 3 locaties
€ 5.336.373
Coffeeshopbeleid
- Aantallen gesloten coffeeshops
- Aantallen gesloten coffeeshops Volledig Gemeente 0
- Aantallen geopende/verplaatste coffeeshops - Aantallen geopende/verplaatste coffeeshops Volledig Gemeente 0
 
Resultaten
In Venlo wordt de overlast vooral veroorzaakt door bezoekers van coffeeshops en overige verkooppunten van cannabis, straatdealers en drugsrunners, terwijl met name de bewoners en ondernemers hiervan hinder ondervinden. Bij de resultaten in matrix 4.2 is onderscheid gemaakt naar soorten en gevolgen van drugsoverlast.
Aan de informatiebehoefte om de ontwikkelingen in de resultaten te kunnen monitoren is voor een belangrijk deel voorzien. Er is echter geen informatie beschikbaar over de omzetten van coffeeshops. Tevens ontbreken gegevens over de door bewoners van de binnenstad ervaren drugsoverlast. Bij het aanvullende onderzoek is gekozen voor interviews bij ondernemers in de binnenstad, gezien het feit dat met name ondernemers meer dan bewoners in dit specifieke deel van Venlo overlast van de handel in drugs ervaren. Gegevens over aantallen bezoekers van coffeeshops en overige verkooppunten zijn evenmin beschikbaar. Wel blijkt uit observaties dat op locaties waar de drugspanden zijn gevestigd en op straat wordt gedeald op elk willekeurig tijdstip gemiddeld 5,8 personen aanwezig zijn. Dit aantal is het hoogst op zaterdagmiddagen (19,6). Rond de vijf gedoogde coffeeshops houden zich op een willekeurig tijdstip gemiddeld 3,8 personen op. Het drukst is het op zaterdagavond (10,6). Verder is de respons op de vraag naar omzetderving door ondernemers gering en is slechts het aantal in de binnenstad verkochte panden bekend, maar ontbreken de gegevens over de prijzen van onroerend goed. De overige indicatoren in de matrix zijn overigens voldoende betrouwbaar, valide en actueel.
Nulmeting
Vanwege de overzichtelijkheid wordt in matrix 4.2 vaak slechts één cijfer gepresenteerd, terwijl uitsplitsingen naar hard- en softdrugs, soorten verkooppunten en geografisch gebied (Binnenstad versus Q4) beschikbaar zijn (deze worden vermeld in paragraaf 3.3). Uit het overzicht van de resultaten blijkt dat in 2001 in de gemeente Venlo 123 drugspanden voorkomen in de politieregistratie. Daarnaast zijn door de politie 107 drugsdealers aangehouden en 62 drugsrunners. Volgens de bewoners komt drugsoverlast veel voor. Op een schaal van 1 tot 10 scoort het voorkomen van drugsoverlast in de buurt een 6,4, hetgeen hoog is. Bij de ondernemers scoort dit lager: 4,2. De ondernemers ondervinden de meeste hinder van het rondhangen van drugsgebruikers, dealers en runners (annexatie openbare ruimte scoort een 2,8). Overigens scoort de hinder van verkeer en parkeerproblemen hoger (3,6). Kennelijk wordt deze vorm van overlast niet alleen veroorzaakt door bezoekers van coffeeshops, dealers en drugsrunners.
Van de ondernemers in de binnenstad is 60% in 2001 slachtoffer geweest van (winkel)diefstal en 18% van een geweldsdelict. Van de binnenstadbewoners is in 2001 29% slachtoffer geweest van een vermogensdelict en 9% van een geweldsdelict. De helft van de bewoners (50%) voelt zich in de eigen buurt wel eens onveilig tegenover 23% in de hele gemeente Venlo.
Door de inspanningen van Hektor kan een deel van de drugsoverlast zich verplaatsen naar andere wijken in Venlo of naar omliggende gemeenten. In de periode van de nulmeting (tot april 2002) heeft de politie geen signalen ontvangen noch de indruk gekregen dat er sprake is van verplaatsing van de overlast.
Matrix 4.2
Indicatoren resultaten: soorten en gevolgen overlast
Informatiebehoefte Indicator Dekking Bron Indicatorwaarde 2001
Soorten overlast
- aantallen verkooppunten cannabis (drugspanden)
- aantallen verkooppunten cannabis (drugspanden) Volledig Politie 123
- aantallen aangehouden straatdealers (hard- en softdrugs) - aantallen aangehouden straatdealers (hard- en softdrugs) Volledig Politie 107
- aantallen runners - aantallen runners Volledig Politie 62
- aantallen bezoekers coffeeshops - gemiddeld aantal aanwezigen op straat op willekeurig tijdstip Deels INTRAVAL 5,8
- aantallen bezoekers overige verkooppunten (drugspanden) - gemiddeld aantal aanwezigen op straat op willekeurig tijdstip Deels INTRAVAL 3,8
- meldingen drugsoverlast (bij politie) - meldingen drugsoverlast (bij politie) Volledig Politie 521
- voorkomen drugsoverlast volgens bewoners en ondernemers - voorkomen drugsoverlast volgens bewoners en ondernemers Volledig - Gemeente
- INTRAVAL
- Bewoners: 6,4
- Ondernemers: 4,2
- ervaren drugsoverlast bewoners en ondernemers - Bewoners: Geen
- Ondernemers: ervaren overlast coffeeshops-drugspanden; annexatie openbare ruimte; vervuiling
Deels bewoners/ Volledig ondernemers - Gemeente
- INTRAVAL
- Bewoners: -
- Ondernemers: 2,3; 2,8; 2,5
- percentage ondernemers hinder van verkeer- en parkeeroverlast - Verkeersproblemen ondernemers Volledig INTRAVAL 3,6
- omzetten coffeeshops (schatting) Geen - - -
Gevolgen overlast
- ondernemingen naar aantallen en soort
- ondernemingen naar aantallen en soort Volledig Gemeente 718
- achtergrondkenmerken bewoners Binnenstad - achtergrondkenmerken bewoners Binnenstad Deels Gemeente Veel 25-38 jarigen, ouderen, allochtonen en alleenstaanden
- slachtofferschap criminaliteit bewoners en ondernemers binnenstad - Slachtofferschap bewoners en ondernemers: vermogens-; geweldsdelicten; vandalisme Volledig - Gemeente
- INTRAVAL
Bewoners: 29%; 9%; 28%
Ondernemers: 60%; 18%; 37%
- onveiligheidbeleving bewoners binnenstad in eigen buurt - onveiligheidbeleving bewoners binnenstad in eigen buurt Volledig Gemeente 50%
- verloedering buurt volgens bewoners en ondernemers - buurtverloedering en buurtdreiging Deels bewoners/ Volledig ondernemers - Gemeente
- INTRAVAL
- Bewoners:
- ; 3,8
- Ondernemers: 3,7; 3,0
- omzetderving detailhandel en horeca - omzetontwikkeling ondernemingen Deels INTRAVAL Daling omzet: 34% ondernemers binnenstad, met name in Q4: 57%
- prijzen onroerend goed (woningen, winkels en horeca) - Aantallen verkochte panden binnenstad Deels Kadaster 55
 
4.3 Tot slot
De situatie in Venlo blijkt sterk af te wijken van andere (grens)gemeenten waar sprake is van drugsoverlast. Ten eerste is de overlast, in vergelijking met andere gemeenten, zeer omvangrijk en concentreert zich op een klein gebied in de binnenstad. Ten tweede gaat het voor het overgrote deel om de handel in softdrugs, waarbij zich praktijken voordoen (zoals drugsrunners) die elders vooral bij de handel in harddrugs worden waargenomen. Ten slotte blijken gebruikers en handelaren vaak zeer terughoudend te zijn in het meewerken aan onderzoek en het geven van informatie, veel terughoudender dan elders meestal het geval is. De reden voor dit afwijkende beeld kan met het hier uitgevoerde onderzoek niet worden vastgesteld. Wel blijkt door de continue stroom van grote aantallen Duitse bezoekers uit het Venlose achterland de vraag naar softdrugs in Venlo zeer omvangrijk te zijn. De softdrugshandel met al haar uitwassen drukt hiermee een onevenredig groot stempel op de binnenstad van Venlo, groter dan op grond van het verzorgingsgebied van de overige detailhandel in een middelgrote Nederlandse gemeente mag worden verwacht. De omvangrijke softdrugshandel blijkt ook uit de vele, veelal kleinere, drugsdealers die op straatniveau actief zijn. Dit roept uiteraard vragen op over de omvang van de softdrugshandel in Venlo en de wijze waarop dit is georganiseerd. Onderzoek naar de organisaties achter de drugshandel vormt echter geen onderdeel van een monitoring van drugsoverlast. Hiervoor is uitgebreider en andersoortig onderzoek nodig. Dergelijk onderzoek is in Venlo (nog) niet uitgevoerd.
Tevens dient te worden opgemerkt, dat dit monitor-project waarin indicatoren zijn vastgesteld en een alternatieve nulmeting is uitgevoerd, geen volledige evaluatie van Hektor inhoudt. Hiervoor dient tevens een procesevaluatie te worden uitgevoerd waarin aspecten van de samenwerking tussen de betrokken instanties uitvoerig wordt onderzocht. Dit onderdeel zal door de gemeente Venlo worden uitgevoerd. Daarnaast is voor een goed inzicht in de Venlose situatie, bijvoorbeeld de wijze waarop de drugshandel is georganiseerd, diepgaander onderzoek nodig.
Tot slot geven de verzamelde gegevens een beeld van 2000, het jaar voordat Hektor is gestart en 2001, het eerste jaar van Hektor. Voor daadwerkelijk inzicht in de ontwikkelingen gedurende Hektor dienen deze gegevens de komende tijd periodiek te worden verzameld. Het ministerie van Justitie is voornemens aan het einde van de looptijd van Hektor een eindmeting te laten verrichten. Het zou goed zijn om ook halverwege, maar nog beter jaarlijks, een meting uit te voeren. Daarbij dient dan ook naar recidivegegevens te worden gekeken. Door herhaalde metingen kan sneller en beter inzicht worden gekregen in de ontwikkelingen van de drugsproblematiek in Venlo, waardoor de uitvoering van Hektor kan worden aangepast.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.