INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Monitor Drugsoverlast Nederland 1996-2000
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 7,95 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 5    Conclusies
In dit rapport wordt verslag gedaan van het monitoren van drugsoverlast in 30 buurten in 16 Nederlandse gemeenten. Gekeken is naar de veranderingen die zich tussen 1996 en 2000 hebben voorgedaan in de door bewoners ervaren vormen van drugsoverlast en de gevolgen van deze overlast.
5.1 Algemene situatie
In grote lijnen kan worden geconcludeerd dat er ten opzichte van de overlast in de beginsituatie van 1996 sprake is van een afname in drugsoverlast in 2000. In de tussenliggende jaren 1997 en 1998 fluctueert de overlast, met in sommige gevallen een afname of stabilisatie, en soms een lichte toename in drugsoverlast. De onveiligheidsbeleving van bewoners en hun oordeel over de leefbaarheid van hun buurt zijn in de periode 1996-2000 niet wezenlijk veranderd, evenals het slachtofferschap van vermogensdelicten en geweldsdelicten.
Uit de trendanalyses blijkt verder dat de diverse vormen van drugsgerelateerde openbare orde overlast en audiovisuele overlast zich in de periode 1996-1998 stabiliseren en vooral tussen 1998 en 2000 afnemen. Met name de overlast van coffeeshops en de vervuiling van de openbare ruimte door drugsverslaafden zijn in de onderzochte buurten verminderd.
De gevolgen van drugsoverlast zijn in de onderzochte periode eveneens in ernst afgenomen. Ook hierbij treedt aanvankelijk in 1996, 1997 en 1998 een stabilisatie en soms een lichte toename op. Zo is de buurtproblematiek nagenoeg stabiel gebleven in de periode 1996-1998, om vervolgens in 2000 een afname te laten zien. Van de geïnventariseerde buurtproblemen worden vermogensdelicten in alle jaren beschouwd als het grootste probleem in de eigen woonbuurt (conform de Politiemonitor Bevolking 1999; B&A/Intomart 1999). De buurtproblemen als gevolg van drugsgebruik en de handel in drugs worden sinds 1996 in afnemende mate waargenomen. Deze laatste ontwikkeling past eveneens in het landelijke beeld zoals dat wordt gerapporteerd in de Politiemonitor Bevolking 1999. In tegenstelling tot een landelijke toename in onveiligheidsgevoelens, laat de onveiligheidsbeleving van de buurtbewoners in deze monitor geen verandering in beleving van onveiligheid zien. De waardering van de woonomgeving blijft ook nagenoeg onveranderd in de periode 1996-2000.
5.2 Buurtcategorieën
Tevens is gekeken naar de ontwikkelingen in de vier buurtcategorieën die zijn onderscheiden na de eerste meting in 1996. De in deze monitor betrokken buurten zijn in het kader van in de Integrale Veiligheidsrapportage 1996 gecategoriseerd op basis van overeenkomsten in aard en omvang van de drugoverlast in buurten met: ernstige drugoverlast (Buurtcategorie I); gemiddelde drugoverlast (II); overwegend overlast van coffeeshops (III); en relatief geringe drugoverlast (IV). Wanneer de vier buurtcategorieën in ogenschouw worden genomen, kan worden geconcludeerd dat de verschillen kleiner worden tussen de Buurtcategorieën I en II enerzijds en de Buurtcategorieën III en IV anderzijds.
Buurtcategorie I (ernstige drugsoverlast)
In de buurten met ernstige drugsoverlast is tussen 1996 en 2000 sprake van een positieve ontwikkeling, dat wil zeggen dat de bewoners van het merendeel van deze buurten minder hinder van drugsoverlast ondervinden en de gevolgen van drugsoverlast in ernst afnemen. Met name Terneuzen Binnenstad valt in positieve zin op door de afname in alle vormen van drugsoverlast en in de meeste gevolgen van drugsoverlast. In de binnenstad van Terneuzen nemen sinds 1996 ook de gevoelens van onveiligheid onder de buurtbewoners af en waarderen de bewoners hun woonomgeving in toenemende mate positief.
Op de positieve ontwikkeling van de buurten in Buurtcategorie I vormt Rotterdam Spangen een uitzondering, omdat vier van de vijf vormen van openbare orde en audiovisuele drugsoverlast sinds 1996 niet of nauwelijks zijn veranderd. Ook de nadelige gevolgen van drugsoverlast doen zich hier onverminderd voor, waarbij volgens de bewoners de buurtverloedering zelfs toeneemt. Tevens blijkt de waardering voor de woonomgeving onder bewoners van Rotterdam Spangen terug te lopen. Bij de buurten met ernstige drugsoverlast blijven ook Arnhem Spijkerkwartier en Heerlen Stationsomgeving achter bij de positieve ontwikkelingen in de overige buurten van categorie I. Hoewel in Arnhem Spijkerkwartier (en Klarendal) de verschillende vormen van drugsoverlast in mindere mate worden waargenomen, rapporteren de bewoners geen vermindering van buurtproblemen als gevolg van drugsoverlast.
Buurtcategorie II (gemiddelde drugsoverlast)
Terwijl in de buurten in Buurtcategorie II in het algemeen de overlast in ernst afneemt, wijzen de ontwikkelingen in Eindhoven Woensel-West op een verslechterende situatie. Zo wordt door de bewoners in deze buurt de annexatie van de openbare ruimte door drugsverslaafden in toenemende mate als hinderlijk ervaren. Ook de diverse drugsgerelateerde problemen die zich in de buurt kunnen voordoen, vertonen in Eindhoven Woensel-West geen veranderingen of verergeren zelfs in het geval van de drugsproblematiek. De meest positieve ontwikkeling in Buurtcategorie II heeft plaatsgevonden in Terneuzen Triniteit. De bewoners van deze buurt melden een afname van drugsoverlast, minder buurtproblemen en een afname van onveiligheidsgevoelens.
Buurtcategorie III (overwegend coffeeshops) en IV (geringe drugsoverlast)
In buurten met overwegend overlast van coffeeshops en buurten met bij de eerste meting in 1996 geringe drugsoverlast is de drugsoverlast verder afgenomen. De buurtbewoners ervaren de verschillende vormen van drugsgerelateerde overlast overigens slechts in geringe mate. Dat is niet verwonderlijk, aangezien de buurten juist bij de start van de monitor in deze categorieën zijn ondergebracht vanwege de geringe drugsoverlast en de specifieke vorm van overlast die zich er voordoet, zich concentrerend rondom coffeeshops. Het blijkt dat in Buurtcategorie III met name de overlast van coffeeshops is verminderd. Het buurtprobleem van drugshandel en drugsgebruik blijft zich echter in Buurtcategorie III en IV onverminderd voordoen. De handel in en het gebruik van drugs schijnt onverminderd als buurtprobleem te worden gezien, terwijl daarentegen de hinder als gevolg van drugsoverlast is afgenomen.
5.3 Tenslotte
Het lijkt er op dat de drugsoverlast in het algemeen is afgenomen, met name tussen 1998 en 2000. Waarschijnlijk is er sprake van een naijleffect van de maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen om de drugsoverlast te verminderen. Overigens doet zich niet overal een afname voor. Er zijn enkele buurten waar sprake is van een stabilisatie of verslechtering in een aantal indicatoren.
Verder wordt duidelijk dat afname van drugsoverlast in een wijk niet per definitie hoeft te leiden tot een toename van overlast in een andere wijk. Blijkbaar kunnen bepaalde matregelen in een bepaalde situatie zodanig worden toegepast dat in meerdere wijken een daling in de drugsoverlast optreedt, ook in die wijk(en) waar zich geen ernstige drugsoverlast voordeed. Een belangrijke factor die hierbij waarschijnlijk een rol speelt is de omvang van de gemeente.
De exacte oorzaken van de ontwikkelingen zijn door een monitor echter niet of nauwelijks vast te stellen. Daarvoor is een inventarisatie van de lokale situatie en de getroffen maatregelen nodig, aangevuld met diepgaand onderzoek naar de toepassing ervan.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.