INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Drugshandel aangeslagen
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 11,35 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 6    Samenvatting en conclusies
Het doel van de in 1998 gestarte werkgroep Alijda is door een gezamenlijke aanpak van drugsrunners en -dealers de drugsoverlast en -criminaliteit in Rotterdam te verminderen. De evaluatie dient inzicht te geven in het effect van de Alijda-aanpak op het aantal drugsrunners, met name op de recidive van drugsrunners. Daarnaast dient de effectiviteit van de bestuurlijk-juridische instrumenten die zijn ingezet te worden nagegaan en tevens de mate waarin de samenwerking tussen de partners heeft bijgedragen aan een efficiënte en effectieve aanpak van de drugsoverlast en -criminaliteit.
In Alijda participeren naast Justitie de volgende organisaties: de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond; de Belastingdienst Particulieren en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD); de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Sozawe), de Bestuursdienst en de dienst Stedebouw en Volkshuisvesting (S+V) van de gemeente Rotterdam; het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De samenwerking is vooral gericht op het gezamenlijk aanpakken van de drugsrunners en drugsdealers, waarbij informatie-uitwisseling en het gebruik maken van elkaars deskundigheid en bevoegdheden centraal staan. Deze samenwerking is vastgelegd in een convenant dat op 27 november 1998 is ondertekend en eind 1999 voor een aansluitende periode van twee jaar nogmaals is bekrachtigd.
6.1 Aanpak
De aanpak van drugsrunners is in eerste instantie een strafrechtelijke. Dit betekent dat drugsrunners in de beginperiode vooral worden aangehouden op grond van overtredingen van het wetboek van strafrecht (WvS), met name op vermoeden van overtredingen van de Opiumwet. Daarnaast worden drugsrunners aangehouden voor overtredingen van de wegen- en verkeerswet (WvW) of bij samenscholingen in bepaalde gebieden vanwege een overtreding van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). Deze aanhoudingen zijn bij Alijda het startpunt van de aanpak.
De Infodesk van de politie Rotterdam registreert alle aangehouden drugsrunners in een basisbestand. Hierin staan naast personalia (naam, geboortedatum, geboorteplaats en woonadres) onder andere vermeld: de omschrijving van de geregistreerde activiteiten; de datum, het tijdstip en de plaats waarop deze activiteiten plaatsvonden; en indien van toepassing kenmerken van het voertuig (merk, kenteken) dat bij deze activiteiten is gebruikt. De Infodesk zorgt dat alle partners tijdig de informatie ontvangen die nodig is voor de aanpak. Dit zijn in ieder geval de personalia en, indien nodig voor de uitvoering van maatregelen door partners, aanvullende gegevens, zoals het gebruikte voertuig of overzichten van antecedenten van drugsrunners en -dealers.
Maatregelen
De Belastingdienst heeft drie mogelijkheden om drugsrunners en -dealers aan te pakken: de fiscale ontneming; het invorderen van een bestaande belastingschuld; en het opleggen van een aanslag. De Sociale Dienst stelt drugsrunners en -dealers de keuze tussen werk of opleiding. Bij weigeren of niet meewerken volgt een korting op de uitkering, indien nodig wordt de uitkering stopgezet. De Vreemdelingendienst gaat van alle aangehouden drugsrunners en -dealers met een niet-Nederlandse nationaliteit na of zij legaal of illegaal in Nederland verblijven. Van deze vreemdelingen bepaalt de IND of zij in Nederland worden toegelaten dan wel het land dienen te verlaten. Bouw- en Woningtoezicht tenslotte inventariseert van panden in particulier bezit de kwaliteit van het onderhoud. Indien dit onvoldoende is wordt de eigenaar gesommeerd de geconstateerde gebreken te verhelpen, zonodig wordt dit vanuit gemeentewege door het toepassen van bestuursdwang uitgevoerd.
   
6.2 Resultaten
n totaal zijn 1.228 personen geregistreerd bij de politie, de Belastingdienst en Sozawe, die worden verdacht van drugsrunnen, drugsdealen of het op indirecte wijze betrokken zijn bij drugsrunners activiteiten. Het grootste deel hiervan (1.145 personen) is afkomstig uit een sinds 1996 opgebouwd drugsrunnersbestand van de politie. Een geringer deel (118 personen) is sinds eind 1998 daadwerkelijk aangepakt door de Belastingdienst en 143 personen door de Sociale Dienst.
Achtergrond aangehouden drugsrunners
De personen die bij de politie als drugsrunner bekend zijn, bestaan voornamelijk uit jongemannen beneden de 25 jaar, van Marokkaanse herkomst en woonachtig in de gemeente Rotterdam. Dit geldt tevens voor de personen die met een maatregel van de Sociale Dienst of Belastingdienst zijn geconfronteerd. Overigens is bij het aanpakken van drugsrunners door de Belastingdienst het hebben van een belastingschuld een belangrijke voorwaarde. De kans hierop is groter naarmate iemand ouder is en de belastingplichtige periode navenant langer.
Voor de aanpak van de Sociale Dienst is het hebben van een uitkering een voorwaarde. Uitkeringsgerechtigde drugsrunners woonachtig buiten Rotterdam kunnen door de Sociale Dienst van de gemeente Rotterdam niet worden aangepakt. Dit betekent dat de drugsrunner woonachtig dient te zijn in Rotterdam. Voor de drugsrunners die niet in Rotterdam woonachtig zijn, dient de Alijda-aanpak te worden uitgebreid naar de gemeenten waaruit verhoudingsgewijs veel door de politie geregistreerde drugsrunners afkomstig zijn, zoals de gemeenten Gouda en Roosendaal. Met de gemeente Gouda zijn hierover reeds afspraken gemaakt.
Drugsrunners en -dealers zonder belastingschuld of uitkering zijn noch door de Belastingdienst noch door de Sociale Dienst aan te pakken. Dit is met name het geval bij drugsrunners beneden de 18 jaar (4% van de runners is jonger dan 18 jaar). Een vroegtijdige in-terventie bij jonge drugsrunners is daardoor niet mogelijk.
Aantallen aangepakte drugsrunners
Eén van de doelstellingen van Alijda is tenminste 75% van de drugsrunners met de Alijda-aanpak te confronteren. Indien hierbij wordt uitgegaan van alle 1.145 door de politie geregistreerde drugs-runners, dan is dit percentage niet gehaald. De registratie van de politie beslaat de periode 1996 tot begin 2000, terwijl de Alijda-aanpak eind 1998 is ingevoerd. Daarnaast komt twee derde van de drugsrunners slechts éénmaal voor in de registratie van de politie. Zij worden beschouwd als runners die incidenteel op een relatief eenvoudige wijze wat extra geld trachten te verdienen.
Ongeveer een derde (31%) van de drugrunners is vaker dan één maal aangehouden en bestaat uit recidivisten. Van deze ongeveer 350 drugsrunners is door de Belastingdienst nagegaan of zij een belastingschuld hebben en door de Sociale Dienst of zij een uitkering ontvangen. Bij het grootste deel (70%) blijkt er sprake te zijn van een belastingschuld, terwijl ruim een derde (35%) een uitkering ontvangt. Uit de beschikbare gegevens blijkt niet of een deel van de drugsrun-ners noch een belastingschuld noch een uitkering heeft. Alle uitke-ringsgerechtigde drugsrunners zijn door de Sociale Dienst uitgenodigd voor een zogenoemd waarschuwingsgesprek. Hierin zijn zij er op gewezen dat, indien zij weer voor drugsrunnersactiviteiten met de politie in aanraking komen, de uitkering zal worden beëindigd vanwege oncontroleerbare verdiensten. Van de drugsrunners met een belastingschuld wordt getracht de schuld bij de eerstvolgende aanhouding door de politie te innen, vaak door het afnemen van vermogensobjecten, vaak een auto.
Door de Belastingdienst en de Sociale Dienst zijn in totaal 145 drugsrunners daadwerkelijk aangepakt. Dit is 41% van de 350 recidiverende drugsrunners en geen drie kwart, zoals een van de doelstellingen luidt. Voordat deze drugsrunners echter door de Belastingdienst kunnen worden aangepakt dienen zij wel eerst door de politie voor drugsrunnen te worden aangehouden. De pakkans is momenteel echter te laag om drie kwart van de drugsrunners met de Alijda-methode aan te pakken. Eén van de redenen hiervoor is de geringe effectiviteit van de op de A-16 gehouden acties. De acties zijn hiervoor te voorspelbaar, zij worden op vaste dagen en tijdstippen gehouden, beperken zich uitsluitend tot de A-16 en er wordt telkens gebruik gemaakt van dezelfde auto's. Bovendien beperkt de politie zich tijdens de acties niet tot drugsrunners, ook overige verkeersovertreders worden aangehouden. Om de effectiviteit en efficiëntie van de acties te verhogen is onlangs het zogenoemde A16-team opgericht, een samenwerkingsverband tussen diverse regiopolitie korpsen, landelijke politiediensten en de Belastingdienst. Verder is de deelpopulatie van frequente drugsrunners relatief gering van omvang. Slechts een gering deel komt jaarlijks in de politieregistratie voor als drugrunner.
Omvang populatie
Een van de doelstellingen van Alijda is het met de helft terugbren-gen van de populatie drugsrunners. Op basis van de frequentieverdeling van aangehouden verdachten voor drugsrunnen over een periode van vier jaar wordt het totale aantal drugsrunners in Rotterdam geschat op ongeveer 1.750 personen. Minstens de helft van de populatie bestaat uit incidentele gelegenheidsrunners, personen die als de kans zich voordoet drugstoeristen naar dealpanden leiden. Aangezien een groot deel van hen slechts een beperkte periode gedurende de vier registratiejaren actief is geweest, moet de dadergroep begin 2000 geringer van omvang zijn; zo rond de 500 waarvan 75 notoir.
Van alle geregistreerde drugsrunners blijkt een derde uit terugkerende verdachten te bestaan. Zij zijn de afgelopen jaren maximaal vijf keer bij de politie geregistreerd voor drugsrunnersactiviteiten. Hun motief voor het runnen van drugs is waarschijnlijk gelegen in de spanning en het op een makkelijke en snelle wijze verkrijgen van geld om aan luxe goederen te kunnen besteden. Uit de interviews blijkt dat deze categorie slechts gedurende een beperkte periode als drugsrunner actief is.
De laatste categorie, ongeveer een vijfde van de populatie, bestaat uit notoire drugsrunners. Zij houden zich frequent bezig met drugsrunnen en worden dan ook met regelmaat aangehouden voor drugsrunnersactiviteiten. De pakkans voor een drugsrunactiviteit is gering. Bij bekende daders is de pakkans echter groter en neemt bovendien snel toe naarmate personen zich regelmatiger met drugrunnen bezighouden. Voor personen die zich over een langere periode notoir bezighouden met drugsrunnen lijkt de kans op aan-houding redelijk groot te zijn.
Effecten Alijda
Uit het combineren van de gegevens uit de registratiesystemen van de politie, de Belastingdienst en de Sociale Dienst blijkt dat met name de notoire en terugkerende drugsrunners worden geconfronteerd met maatregelen van de Belastingdienst en de Sociale Dienst. Het effect van de aanpak is, voor wat betreft de recidive, het geringst onder de notoire drugsrunners. De helft van hen is na met een maatregel te zijn geconfronteerd weer voor drugsrunnen aangehouden. Bij de terugkerende verdachten is dit een kwart en bij de incidentele runners slechts 4%. Het recidivecijfer kan overigens nog oplopen. De drugsrunners zijn in 1998 en vooral in 1999 met een maatregel geconfronteerd, terwijl de registratiegegevens van de politie tot begin 2000 lopen. Naarmate er meer tijd is verstreken sinds de maatregelen zijn genomen, neemt de pakkans en dus de recidive toe. Geconcludeerd kan worden dat het aantal drugsrunners niet volgens de doelstelling met de helft is teruggebracht. Gezien het grote aantal incidentele drugsrunners is dat ook niet reëel. Wel neemt het aantal aangehouden drugsrunners jaarlijks af, hetgeen met name wordt veroorzaakt door een daling van het aantal incidentele drugsrunners.
Verder blijkt dat drugsrunners die door de Belastingdienst worden aangepakt voor wat betreft de recidive niet afwijken van de runners die te maken hebben gehad met een maatregel van de Sociale Dienst. Van de door de Belastingdienst aangepakte drugsrunners heeft 38% niet gerecidiveerd tegenover 41% bij de Sociale Dienst.
Ook in financieel opzicht heeft de Alijda-aanpak effect. Ruim een derde (37%) van de drugsrunners ontvangt geen uitkering meer, hetgeen jaarlijks een besparing van ruim een half miljoen gulden oplevert. De aanpak van de Belastingdienst heeft in totaal bijna 2 miljoen gulden opgebracht, terwijl verder voor ruim 7 miljoen aan belastingaanslagen is opgelegd. De hoogste belastingaanslagen zijn opgelegd aan drugsdealers. Sinds eind 1999 richt de Alijda-aanpak zich sterk op drugsdealers. Enkele tientallen worden momenteel door de Belastingdienst en de Sociale Dienst aangepakt.
Tenslotte wordt de Alijda-methode toegepast bij dealpanden. Van de ongeveer 300 panden die bij Bouw- en woningtoezicht in beeld zijn, zijn reeds 237 door Bouw- en woningtoezicht aangeschreven en gecontroleerd op achterstallig onderhoud. Voor 200 panden is de gemeente op zoek naar een aannemer die de geconstateerde gebreken op kosten van de eigenaar dient te verhelpen.
Ontwikkeling drugsoverlast
Of het aanpakken van drugsrunners, drugsdealers en eigenaren van drugspanden met de Alijda-methode tot minder drugsoverlast en criminaliteit in Rotterdam heeft geleid, is (nog) niet met cijfers hard te maken. Wel blijkt een deel van de aangepakte drugsrunners niet langer in de politieregistratie voor te komen. Niet bekend is of zij daadwerkelijk zijn gestopt met het drugsrunnen. Het is tevens mogelijk dat zij voorzichtiger zijn geworden en zich minder openlijk dan voorheen bezighouden met drugsrunnersactiviteiten. De overlast voor bewoners zal in beide gevallen echter zijn verminderd.
Het aanpakken van drugsdealers door het opleggen van een belastingaanslag of het stopzetten van de uitkering leidt niet direct tot minder overlast. Ook voor drugsdealers zal gelden dat zij voorzichtiger, minder opvallend, zullen opereren. De verwachting is dat de zogenoemde audio-visuele drugsoverlast, waarvan bewoners met name hinder ondervinden, zal verminderen. De mate waarin deze vorm van drugsoverlast door de Alijda-aanpak is afgenomen, is echter niet te bepalen.
Tenslotte wordt verwacht dat door het aanpakken van eigenaren van panden van waaruit in drugs wordt gedeald, de drugsoverlast in buurten waar deze panden zijn gevestigd zal afnemen. In Rotterdam worden diverse maatregelen genomen tegen dealpanden. Het effect van één maatregel, zoals Alijda, kan binnen deze mix van maatregelen niet worden vastgesteld.
Kortom, de Alijda-aanpak van overlastveroorzakers zal tot een vermindering van door burgers ervaren drugsoverlast leiden, waarvan de omvang op dit moment echter nog niet kan worden vastgesteld.
6.3 Mening betrokkenen
Met vertegenwoordigers van alle bij Alijda betrokken instanties is uitvoerig gesproken over de werkwijze en samenwerking binnen het project en de knelpunten die daarbij ontstaan. Alle geïnterviewden zijn positief over de wijze waarop binnen Alijda door de verschillende instanties gezamenlijk de drugsrunners, drugsdealers en eigenaren van dealpanden worden aangepakt. Iedereen is ervan overtuigd dat een effectieve aanpak van drugscriminaliteit en -overlast alleen in gezamenlijkheid mogelijk is. Met name over de mogelijkheden die de Belastingdienst ter beschikking staan, zoals de fiscale ontneming, zijn de meesten enthousiast. Maar ook de mogelijkheden van de Sociale Dienst, de Vreemdelingendienst en Bouw- en Woningtoezicht, met name bij de dealpanden, worden door diverse betrokkenen expliciet genoemd. Uiteraard wordt ook de strafrechtelijke invalshoek belangrijk geacht, maar met name bij het aanpakken van drugsrunners en eigenaren van dealpanden levert dat vaak weinig op. Bovendien wordt het opleggen van (gevangenis)straf niet altijd als een effectieve maatregel gezien. Het aanpakken van drugsrunners door ze financieel te treffen, bijvoorbeeld door de uitkering te verlagen, een belastingschuld te innen of goederen in beslag te nemen, wordt als effectiever ingeschat.
Volgens de meesten hebben de acties van de politie en de daaropvolgende maatregelen van de betrokken partijen er toe geleid dat er minder openlijk wordt gerund. Op de Maasboulevard, de Schiekade en het Centraal Station komt de politie nog maar weinig drugsrunners tegen. Ook op de snelwegen naar België, de A-16 en A-4, worden weinig drugsrunners aangetroffen tijdens de acties die de politie er regelmatig houdt. Wel hebben diverse respondenten kritiek op deze acties. Het geringe effect in de afgelopen periode, met name in het jaar 2000, zou vooral te wijten zijn aan de voorspelbaarheid van de op vaste dagen, meestal een vrijdag, gehouden acties en de herkenbaarheid van de ingezette politie-auto's. Drugsrunners zouden elkaar via mobiele telefoons op de hoogte brengen van politie-acties, hetgeen de effectiviteit sterk zou verminderen.
Volgens sommigen treden verschuivingen op in het werkterrein en de werkwijze van de drugsrunners. Zo zou een deel de activiteiten verleggen naar andere verkeerswegen of naar België. Ook zijn er drugstoeristen die de auto op een parkeerplaats langs de A-16 parkeren en verder meerijden in de auto van de drugsrunner. Mede door deze gedragsveranderingen bij de drugrunners is het aantal aanhoudingen bij recente acties (met name sinds 1 januari 2000) sterk achtergebleven bij de verwachtingen. Meerdere respondenten geven aan dat de politie als antwoord ook haar tactiek moet aanpassen; bijvoorbeeld door meer variatie aan te brengen in de lokaties waar en de dagen en tijdstippen waarop de acties plaatsvinden, door andere auto's te gebruiken of door minder te letten op verkeersovertredingen, en door meer nog dan voorheen reeds het geval was, gebruik te maken van de mogelijkheden van de overige partners, zoals de Belastingdienst en de Vreemdelingendienst. Met name de Belastingdienst die het voor haar aanpak vooral van deze acties moet hebben, is ontevreden over de tegenvallende resultaten. Medewerkers van de Belastingdienst zijn bij elke actie aanwezig, maar voelden zich bij recent uitgevoerde acties enigszins overbodig. Overigens zijn tijdens een actie in mei 2000 weer zeven drugsrunners aangehouden.
Infodesk politie
Een ander knelpunt betreft de reorganisatie bij de politie. Het voormalige CICDO is gereorganiseerd en de naam is gewijzigd in Infodesk. Volgens diverse partners, zoals de Belastingdienst, justitie, Vreemdelingenzorg en KLPD, is sindsdien de communicatie verslechterd. Naar hun mening worden zij onvolledig geïnformeerd, worden geen overzichten van aantallen aangehouden drugsrunners meer opgesteld, analyses niet meer gemaakt en vindt in het algemeen weinig overleg meer plaats met de partners, terwijl de Infodesk juist de beschikking heeft over alle politie-informatie van aangehouden drugsrunners. Volgens de betrokkenen zet het onvoldoende functioneren van de Infodesk de uitvoering van de Alijda-aanpak sterk onder druk. Met name de Belastingdienst is afhankelijk van de informatie van de Infodesk. Zij kunnen geen drugsrunners aanpakken als de gegevens over aangehouden personen verdacht van drugsrunnen niet worden doorgegeven. Indien de informatievoorziening vanuit de Infodesk niet op korte termijn verbetert, komt de continuïteit van Alijda in gevaar.
Overigens zijn de partners niet geïnformeerd over de veranderingen die zich bij de Infodesk hebben voorgedaan. Openheid van zaken en een goede communicatie over de achtergronden van de reorganisatie en de diverse vacatures zouden wellicht veel irritatie hebben kunnen voorkomen.
Implementatie Alijda-aanpak in organisaties
Het succes van Alijda is volgens de meeste geïnterviewden met name te danken aan enkele enthousiaste medewerkers bij de diverse participerende organisaties. Dit is bij vrijwel alle partners het geval. Ook bij justitie, de voortrekker van het hele project, is Alijda sterk gebonden aan de inzet van de officier van justitie. De volledige implementatie van de Alijda-aanpak in de diverse organisaties lijkt vooralsnog een illusie. Bij enkele partijen begint deze implementatie al wel op gang te komen. Bij de Belastingdienst en de Sociale Dienst zijn de resultaten van Alijda op directieniveau bekend en wordt ook meegedacht over de aanpak en eventuele aanpassingen. Niet geheel toevallig zijn dit de organisaties die van Alijda financieel voordeel ondervinden. Bij andere organisaties wordt de aanpak wel belangrijk gevonden, maar spelen andere problemen en de aanpak van andere doelgroepen een minstens zo belangrijke rol.
Om de continuïteit te waarborgen zou de aanpak een bredere bekendheid moeten krijgen door de medewerkers van de betrokken partijen beter te informeren. Dit geldt met name voor de politie, maar ook voor bijvoorbeeld justitie. Zo zou bij elke agent bekend moeten zijn dat bij het aantreffen van een grote som geld bij een verdachte de Belastingdienst hierover dient te worden geïnformeerd. Bij justitie zouden de officieren op de hoogte moeten zijn van de mogelijkheden voor het aanpakken van drugsrunners en -dealers buiten de strafvordering om.
Al met al geven meerdere respondenten aan dat binnen de betrokken organisaties te weinig personen zich met Alijda bezighouden. De inzet en het enthousiasme van individuele medewerkers zien zij als een sterk punt, maar tevens als de achilleshiel van Alijda. Indien deze personen binnen een organisatie wegvallen dan is de continuering van Alijda onzeker.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.