INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Dagopvang dak- en thuislozen Magdalenaklooster te Haarlem
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 11,35 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 5    Samenvatting en conclusies
In dit afsluitende hoofdstuk wordt allereerst een korte beschrijving van de onderzoeksopzet gegeven, gevolgd door de belangrijkste bevindingen van het onderzoek en de conclusies.
5.1    Onderzoeksopzet
Om beter inzicht te krijgen in de mogelijk te verwachten overlast van de dagopvang voor dak- en thuislozen in de Magdalenabuurt, hebben de gemeente Haarlem en de bewonerscommissie Magdalenabuurt in december 1999 onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren naar de mogelijke effecten van de vestiging van de dagopvang. In dit onderzoek is ook aandacht besteed aan de samenstelling van de buurt in ruimtelijk, sociaal, maatschappelijk en economisch opzicht.
Om de onderzoeksvragen te beantwoorden hebben diverse activiteiten plaatsgevonden. Er is allereerst gesproken met verschillende betrokkenen bij de buurt en de dagopvang. Vervolgens zijn alle huishoudens in de buurt benaderd met een vragenlijst waarin met name is ingegaan op de huidige situatie in de buurt en de situatie voorafgaande aan de komst van de dagopvang. De vragenlijst heeft niet alleen betrekking op veiligheid, criminaliteit en overlast, maar ook op sociale en psychologische aspecten. De lijst is bij 84 bewoners telefonisch en bij 81 bewoners schriftelijk afgenomen, respons 59%. Tenslotte zijn fysieke en sociale kenmerken van de buurt verzameld, aangevuld met gegevens van de politie, de stadswachten, de bewonerscommissie en de dagopvang. Gelijktijdig is informatie verzameld over buurten in Nederland waar door INTRAVAL een soortgelijke enquête onder buurtbewoners is afgenomen over de ervaren (drugs)overlast. Hierdoor kunnen de gegevens uit deze onderzoeken worden vergeleken met de gegevens over de ervaren (drugs)overlast uit de bewonersenquête die is uitgevoerd in de Magdalenabuurt. Dit geeft een referentiekader voor de resultaten in de Magdalenabuurt.
5.2    Belangrijkste bevindingen
Deze paragraaf geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek naar de dagopvang voor dak- en thuislozen in de Magdalenabuurt.
Magdalenabuurt
De Magdalenabuurt is een relatief dichtbebouwde woonbuurt, die grenst aan het centrum van Haarlem. Er bevinden zich zowel koop- als huurwoningen. De bewoners vormen een gemêleerde groep. Uit de enquête onder de bewoners blijkt dat een kwart van de geënquêteerden aangeeft te willen verhuizen. De oorzaak hiervan ligt zowel op het gebied van de fysieke woonomgeving (woning te klein, geen tuin, en dergelijke) als op de sociale aspecten van de buurt (onveiligheid, overlast van drugsverslaafden en dak- en thuislozen). Er is vrij veel onderling contact tussen de buurtbewoners. Deze contacten zijn het afgelopen jaar geïntensiveerd en verbeterd. Volgens de ondervraagde bewoners zijn de belangrijkste problemen in de buurt afval en rommel op straat, de aanwezigheid van de dagopvang, verkeersproblemen en de beperkte mogelijkheden voor kinderen om te spelen.
Buurtbewoners
Alle 281 woonadressen in de Magdalenabuurt zijn benaderd met het verzoek deel te nemen aan de bewonersenquête. In de enquête wordt ingegaan op de ervaren (drugs)overlast, de woonbeleving, slachtofferschap van criminaliteit, de dagopvang in het Magdalenaklooster en het persoonlijk welbevinden. In totaal hebben 165 bewoners meegewerkt aan de enquête, waarvan 84 telefonisch en 81 schriftelijk. Dit leidt tot een responspercentage van 59%. Overigens zijn de bewoners op verschillende manieren benaderd en enkele malen herinnerd aan het onderzoek, om een zo groot mogelijke deelname van alle buurtbewoners te verkrijgen.
Kenmerken
Twee derde van de respondenten is vrouw en een vijfde van de geënquêteerden heeft thuiswonende kinderen. De steekproef bevat 47% éénpersoonshuishoudens. Een derde heeft een opleiding op HBO-niveau en/of een universitaire opleiding afgerond. De meerderheid van de respondenten (bijna twee derde) woont meer dan tien jaar in de buurt. Eveneens geeft bijna twee derde aan (zeer) tevreden te zijn over het wonen in de buurt, alhoewel de helft van de ondervraagden zegt momenteel minder tevreden te zijn dan een jaar geleden. Ruim de helft van de geënquêteerden geeft aan dat de buurt het afgelopen jaar achteruit is gegaan. De achteruitgang heeft voornamelijk betrekking op vervuiling, te weinig speelruimte voor kinderen, de komst van de dagopvang en overlast.
Overlast
De ervaren overlast in de Magdalenabuurt bestaat voornamelijk uit annexatie en vervuiling van de openbare ruimte door drugsverslaafden. Om de scores die hiervoor zijn gebruikt te kunnen plaatsen in een referentiekader, zijn de gegevens van enkele andere buurten in Nederland vergeleken met de resultaten in de Magdalenabuurt. Twee wijken in Venlo leveren daarbij het beste vergelijkingsmateriaal, omdat tussen deze wijken een Opvang- en adviescentrum voor (dak- en thuisloze) drugsgebruikers is gevestigd.
Uit de resultaten blijkt dat de mate waarin overlast van annexatie en vervuiling van de openbare ruimte voorkomt in de Magdalenabuurt enigszins lager is dan in Venlo. Vergeleken met enkele andere buurten in Nederland komen annexatie en vervuiling van de buurt en overlast van dealpanden vaker voor in de Magdalenabuurt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat zowel in Haarlem als in Venlo het uitgangspunt van de vragenlijst de opvangvoorziening voor dak- en thuislozen c.q. drugsverslaafden is. In de overige buurten is de aanleiding voor de enquête het monitoren van ervaren (drugs)overlast. Dit kan de resultaten van de enquête hebben beïnvloed.
Analoog aan de Politiemonitor zijn de indicatorscores op vier buurtproblemen gemeten. Hieruit blijkt dat met name verloedering van de buurt een probleem is voor de bewoners van de Magdalenabuurt. Dit probleem blijkt groter dan in de twee wijken in Venlo, terwijl vermogensdelicten, dreiging die van de buurt uitgaat en drugsproblemen volgens de bewoners minder vaak voorkomen in de Magdalenabuurt dan in Venlo. In vergelijking met de overige buurten waarmee de resultaten zijn vergeleken, blijken vermogensdelicten in de Magdalenabuurt minder vaak voor te komen; de dreiging die van de buurt uitgaat en drugsproblemen komen in de Magdalenabuurt nagenoeg in dezelfde mate voor.
Wat betreft overige vormen van overlast geven de bewoners aan dat er een toename is van overlast door drugsverslaafden, vervuiling en verwaarlozing van de buurt, alcoholisten en mensen met een psychische stoornis op straat.
In vergelijking met landelijke cijfers van slachtofferschap is het slachtofferschap (in de eerste twee maanden na de opening van de dagopvang) van vermogensdelicten lager en het slachtofferschap van geweldsdelicten onder de bewoners van de Magdalenabuurt hoger dan het landelijke gemiddelde. Deze cijfers hebben overigens betrekking op een kortere periode (twee maanden) dan de cijfers van de gemiddelde slachtoffercijfers in Nederland (12 maanden).
Mening over dagopvang Magdalenaklooster
Van de ondervraagde bewoners noemt 66% de dagopvang in het Magdalenaklooster een slechte maatregel. De argumenten die hierbij worden genoemd zijn: een toename van overlast; een toename van criminaliteit; een verminderde veiligheid voor kinderen; en een achteruitgang van de buurt. Bijna twee derde van de ondervraagden vindt de informatievoorziening door de gemeente voorafgaande aan de vestiging van de dagopvang (ruim) onvoldoende. Zij hadden meer schriftelijke informatie en inspraakmogelijkheden op prijs gesteld.
Psychisch onwelbevinden
Van de bewoners uit de Magdalenabuurt rapporteert 24% van de respondenten psychisch onwelbevinden. Dat wil zeggen dat deze bewoners belemmeringen ervaren in hun normale functioneren (ten tijde van het onderzoek en in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek). De mate van psychisch onwelbevinden onder bewoners van de Magdalenabuurt is gelijk of lager dan de mate van onwelbevinden in vergelijkbare populaties uit de bevolking. Zo is dezelfde vragenlijst ook afgenomen onder de bevolking van de steden Apeldoorn en Nijmegen waar 36% respectievelijk 25% van de bewoners psychisch onwelbevinden rapporteerde (in de provincies Brabant en Zeeland bedroeg dit percentage 28% en 26%).
   
Registraties
Zowel de politie, de stadswachten als de bewonerscommissie registreren meldingen die verband houden met de (bezoekers van de) dagopvang in het Magdalenaklooster. Alle meldingen van overlast, vermogens- en geweldsdelicten, en van verdachte situaties worden al jaren door de politie geregistreerd in het Bedrijfsprocessensysteem (BPS). De politie houdt vanaf de opening van de dagopvang uitgebreide dagrapporten bij waarin alle meldingen en aangiftes worden geregistreerd die volgens de politie een relatie kunnen hebben met (de bezoekers van) de dagopvang in het Magdalenaklooster. Bovendien is bekend van welke meldingen aangifte is gedaan.
Het Leger des Heils registreert de dagelijkse bezoekersaantallen van de dagopvang in het Magdalenaklooster. Elke bezoeker schrijft bij binnenkomst eenmaal per dag zijn of haar naam op een bezoekerslijst.
Politie
Door de politie worden meldingen van overlast, gewelds- en vermogensdelicten en van verdachte situaties geregistreerd. Ten behoeve van dit onderzoek zijn de registraties vanaf 1998 tot en met 30 juni 2000 door de politie Kennemerland ter beschikking gesteld. Hierdoor kan een vergelijking worden gemaakt van het aantal registraties in de eerste twee kwartalen van 2000 met het aantal registraties in dezelfde maanden van het voorgaande jaar (1999). Tevens zijn de dagrapportages van de periode 9 december 1999 tot en met 31 juli 2000 verkregen.
Uit de politiecijfers blijkt dat met name het aantal registraties van overlast in de Magdalenabuurt na de opening van de dagopvang is toegenomen. Dit kan veroorzaakt zijn door de komst van de dagopvang in de Magdalenabuurt, maar tevens kan de oproep van de politie aan de buurtbewoners om zoveel mogelijk te melden hierop invloed hebben gehad. In de eerste twee kwartalen van 2000 zijn minder geweldsdelicten geregistreerd dan in dezelfde kwartalen van 1999. In vergelijking met dezelfde periode van 1999, komen in de registraties van het eerste kwartaal van 2000 minder meldingen van verdachte situaties voor, terwijl het tweede kwartaal meer registraties heeft opgeleverd. Meldingen van vermogensdelicten zijn voornamelijk afkomstig uit twee straten die niet tot het onderzoeksgebied worden gerekend.
Uit de dagrapportages van de politie blijkt dat tussen 9 december 1999 en 31 juli 2000 in totaal 87 meldingen zijn binnengekomen die volgens de politie een relatie kunnen hebben met (de bezoekers van) de dagopvang in het Magdalenaklooster. Hiervan is 14% afkomstig van medewerkers van de dagopvang, 6% van bezoekers van de dagopvang, terwijl 5% van de meldingen door de stadswachten/politie zijn afgehandeld. Van de overige 59 meldingen, die afkomstig zijn van buurtbewoners, is 56% afkomstig van de bewoners van twee adressen en de overige 44% afkomstig van 20 bewoners. Van de meldingen zijn tien aangiftes gedaan bij de politie, waarvan vier door bezoekers van de dagopvang.
In de maand mei is het aantal meldingen hoger dan in de andere maanden, hetgeen veroorzaakt kan zijn door enerzijds het mooie weer in die maand en anderzijds de tijdelijke afwezigheid van de stadswachten. Zo kan het mooie zomerse weer hebben geleid tot een toename van het aantal overlastmeldingen, omdat zowel de bewoners als de bezoekers dan meer buitenshuis leven, waardoor de bewoners meer dan anders (wanneer zij het grootste deel van hun tijd binnenshuis doorbrengen) overlast hebben kunnen ervaren. Daarnaast is in de maand mei twee weken geen toezicht van stadswachten geweest als gevolg van een interne verhuizing. Wellicht kan de afwezigheid en het verminderde toezicht van de twee stadswachten, die normaliter dagelijks in de Magdalenabuurt aanwezig zijn, tot een toename van de overlast hebben geleid.
Stadswachten
Het toezicht in en rond de dagopvang wordt uitgevoerd door twee stadswachten die eveneens meldingen of klachten noteren in een meldingsrapport. Uit de rapportages die de twee stadswachten van het Stadswachtteam Centrum hebben bijgehouden, is op te maken dat tussen 9 december 1999 en 27 juli 2000 op 66 dagen bijzonderheden zijn genoteerd. In totaal zijn op deze dagen 46 meldingen van bewoners beschreven over met name overlast door dak- en thuislozen en/of drugsgebruikers. Het aantal meldingen van buurtbewoners dat door de stadswachten is gerapporteerd, varieert tussen maximaal 11 meldingen in april en één melding in mei. Het aantal meldingen in mei is mogelijk zo laag, door een verhuizing waardoor de stadswachten twee weken lang niet in staat zijn geweest toezicht te houden in de Magdalenabuurt.
Bewonerscommissie
De bewonerscommissie Magdalenabuurt verzamelt eveneens klachten van buurtbewoners op een speciaal daarvoor opgesteld en verspreid formulier. Zowel meldingen die reeds bij de politie of de stadswachten zijn gedaan als voorvallen die door diverse oorzaken niet zijn gemeld bij deze instanties, worden ingevuld en geretourneerd aan de bewonerscommissie. Hieruit blijkt dat niet alle ervaringen van buurtbewoners als concrete klachten kunnen worden omschreven. Zo betreffen enkele bij de bewonerscommissie gemelde ervaringen gevoelens van onveiligheid.
Bezoekersaantallen dagopvang
Uit de registratie van de bezoekersaantallen van de dagopvang vanaf de opening op 8 december 1999 tot en met juli 2000 blijkt dat in de eerste twee maanden na de opening het gemiddelde aantal bezoekers rond de 46 dak- en thuislozen per dag bedraagt. In februari en maart 2000 is het gemiddelde aantal dagelijkse bezoekers 53 respectievelijk 49 dak- en thuislozen, terwijl vanaf april 2000 het gemiddelde rond de 52 bezoekers per dag ligt. Uit de cijfers blijkt geen toe- of afname van het bezoekersaantal van april tot en met juli 2000.
5.3    Conclusies
De Magdalenabuurt is een tamelijk dichtbebouwde buurt waarin sprake is van een vrij grote sociale controle. Veel buurtbewoners hebben frequent en goed contact met elkaar. Na de opening van de dagopvang in het Magdalenaklooster is volgens een meerderheid van de geënquêteerde buurtbewoners de frequentie van het contact met de buurtbewoners onveranderd gebleven, terwijl volgens een minderheid het contact is geïntensiveerd.
De komst van de dagopvang in het Magdalenaklooster heeft veel aandacht gekregen in de Magdalenabuurt. Zo is de dagopvang in de belangstelling gekomen door acties van de bewonerscommissie en individuele bewoners die hiermee de aandacht hebben gevestigd op de komst van de dagopvang voor dak- en thuislozen. Ook het onderzoek van bureau INTRAVAL waarbij alle bewoners zijn gevraagd deel te nemen aan een enquête over de effecten van de dagopvang op de veiligheid en leefbaarheid in de buurt heeft de bewoners op de aanwezigheid van een dagopvang opmerkzaam gemaakt.
Het merendeel van de geënquêteerde buurtbewoners blijkt (zeer) tevreden te zijn over het wonen in de Magdalenabuurt, terwijl een klein aantal bewoners (zeer) ontevreden is over de woonomgeving. Het rapportcijfer dat men geeft voor de woonomgeving is op het moment van deelname aan het onderzoek beduidend lager dan een jaar eerder in dezelfde periode. Hierbij moet echter worden opgemerkt dat een retrospectieve evaluatie kan worden vertekend door de toestand waarin mensen zich op het moment van de evaluatie bevinden. Dat wil zeggen dat bewoners die bijvoorbeeld op het moment van enquêteren ontevreden zijn over hun woonomgeving, achteraf meer waardering hebben gekregen voor hun woonsituatie in het verleden. Zo kan een beeld van de woonomgeving ontstaan van een jaar geleden dat positiever is dan het geval zou zijn geweest als de meting daadwerkelijk een jaar eerder had plaatsgevonden.
Wanneer de bewoners gevraagd wordt naar hun intentie om te verhuizen en de belemmeringen en redenen die daarbij een rol spelen, blijkt dat een kwart van de geënquêteerde buurtbewoners van plan is te gaan verhuizen. Van deze bewoners blijken de meesten in hun verhuisplannen te worden belemmerd door de financiële consequenties van een verhuizing of door hun emotionele gehechtheid aan de Magdalenabuurt. Als belangrijkste verhuisredenen worden genoemd: de onaantrekkelijkheid van de huidige woonomgeving of woning; de overlast van zwervers (dak- en thuislozen); en de onveiligheid in de buurt. De eerstgenoemde reden is vooral het feit dat de woonomgeving of de woning niet bevalt, terwijl de overlast voornamelijk als tweede reden voor verhuizing wordt aangevoerd.
Overigens blijkt de waardering voor de woonomgeving niet alleen te worden beïnvloed door de aanwezigheid van de dagopvang. Ook bijvoorbeeld het gebrek aan (veilige) speelplaatsen voor kinderen en verkeershinder hebben hierop invloed.
Respons
Een eenduidige verklaring voor de non-respons (31%) is moeilijk te geven. Van het merendeel van de niet-deelnemers is geen reden bekend voor hun weigering deel te nemen. Indien dit wel bekend is dan blijkt veelal dat men geen tijd heeft of geen interesse of zin heeft in deelname. Daarnaast ondervinden enkele bewoners geen overlast en zijn zij van mening dat het daarom niet zinvol is om mee te werken. Anderen vinden dat er te veel ophef is over de aanwezigheid van de dagopvang en weigeren om die reden hun deelname aan het onderzoek. Tenslotte kan de onderzoeksprocedure een reden zijn niet mee te werken. Zo blijkt een enkele bewoner deelname niet zinvol te vinden vanwege het gemis van een nulmeting waarmee de situatie voor de komst van de dagopvang vastgesteld had kunnen worden. Samengevat kan worden geconcludeerd dat de groep weigeraars bestaat uit bewoners die zowel positief als negatief over de (komst van de) dagopvang denken.
Vergelijkingsbuurten
Gegevens uit overlastonderzoek dat INTRAVAL in buurten elders in Nederland heeft uitgevoerd kunnen nader inzicht geven in de mate van ervaren overlast in de Magdalenabuurt. Het gaat hierbij om onderzoeken naar drugsoverlast en buurtproblemen in buurten in Eindhoven, Enschede, Leeuwarden, Maastricht en Venlo. Gegevens uit deze onderzoeken bieden een referentiekader voor de resultaten uit de bewonersenquête in de Magdalenabuurt. Door de aanwezigheid van een opvangvoorziening in de vergelijkingsbuurten Heechterp-Schieringen in Leeuwarden en de twee buurten Venlo Centrum en Venlo Hogekamp vertoont met name de situatie in deze buurten overeenkomsten met de situatie in de Magdalenabuurt.
De bewoners in de Magdalenabuurt blijken meer overlast te ervaren als gevolg van annexatie en vervuiling van de openbare ruimte door drugsverslaafden dan bewoners in de vergelijkingsbuurten zonder opvangvoorziening. Alleen de overlast in de Eindhovense buurt Woensel-West benadert de mate van overlast in de Magdalenabuurt. Van de vergelijkingsbuurten waarin wel een opvangvoorziening aanwezig is, is het niveau van de overlast in Venlo Centrum vergelijkbaar met de overlast die de geënquêteerde bewoners in de Magdalenabuurt ervaren. Tenslotte blijkt de overlast van dealpanden in de Magdalenabuurt volgens de bewoners tamelijk groot te zijn, waarbij moet worden opgemerkt dat deze vorm van drugsoverlast niet rechtstreeks kan worden toegeschreven aan de aanwezigheid van de dagopvang in de buurt. Voor zover bekend bevindt zich in de Magdalenabuurt één dealpand.
Op het gebied van de buurtproblematiek blijkt dat vooral de verloedering van de buurt door de bewoners van de Magdalenabuurt als een probleem wordt ervaren. In vergelijking met de vergelijkingsbuurten wordt verloedering in sterkere mate als buurtprobleem beschouwd. De dreiging die uitgaat van de openbare ruimte in de buurt en drugsproblemen (zoals de handel in en het gebruik van hard- en softdrugs op straat en in woningen) worden door de Magdalenabuurtbewoners in vergelijkbare mate ervaren als door de bewoners van de vergelijkingsbuurten. Vermogensdelicten doen zich volgens de bewoners minder vaak voor in de Magdalenabuurt. Wel zijn de bewoners vaker dan gemiddeld in Nederland slachtoffer van een geweldsdelict.
Van de overige vormen van overlast blijken de overlast van drugsverslaafden en alcoholisten op straat, van dak- en thuislozen, en van mensen met een psychische stoornis relatief veel hinder te veroorzaken, evenals de verwaarlozing van de openbare ruimte en het 'wildplassen'. Al deze vormen van huidige overlast blijken in vergelijking met een jaar eerder in omvang te zijn toegenomen. Wanneer een nulmeting had plaatsgevonden, hadden exactere uitspraken over de veranderingen van de ervaren overlast kunnen plaatsvinden.
Tenslotte is vastgesteld in welke mate er onder de bewoners van de Magdalenabuurt sprake is van geestelijke gezondheidsproblemen. Om hierover uitspraken te kunnen doen, zijn in de vragenlijst enkele vragen opgenomen om het psychisch onwelbevinden onder de buurtbewoners vast te stellen. In aanvulling hierop zijn onderzoeksgegevens in het rapport opgenomen met gegevens over het psychisch onwelbevinden van bewoners uit twee andere steden en twee provincies. In vergelijking met de bewoners uit deze onderzoeken, lijkt onder de bewoners van de Magdalenabuurt even veel of minder onwelbevinden te bestaan. Dit resultaat lijkt in tegenspraak met de eerder besproken achteruitgang in woonomgeving, maar is in lijn met de bevinding dat de meeste buurtbewoners tevreden blijken te zijn over het wonen in de Magdalenabuurt.
Ontwikkelingen registratiegegevens
Aan de hand van de registraties van de politie en het aantal meldingen in de dagrapporten die volgens de politie een relatie kunnen hebben met de (bezoekers van de) dagopvang kunnen ontwikkelingen in de overlast worden beschreven. Uit deze cijfers blijkt dat sinds de opening van de opvang met name het aantal registraties van overlast in de Magdalenabuurt hoger is dan in het voorgaande jaar. Geweldsdelicten zijn in 2000 minder geregistreerd dan in 1999, terwijl vermogensdelicten zich voornamelijk voordoen in straten die niet tot het onderzoeksgebied worden gerekend. Er worden in het eerste kwartaal van 2000 minder meldingen van verdachte situaties geregistreerd dan in hetzelfde kwartaal van 1999, terwijl het tweede kwartaal een licht stijging van dergelijke situaties laat zien. Dit laatste hangt waarschijnlijk samen met het opmerkelijk grote aantal overlastmeldingen in de maand mei. Deze (tijdelijke) toename kan mogelijk worden geweten aan enerzijds het zomerse weer in de maand mei waardoor mensen meer buitenshuis zullen hebben vertoefd, en anderzijds de tijdelijke afwezigheid van de stadswachten waardoor de Magdalenabuurt twee weken verstoken bleef van hun toezicht.
De politie heeft de uitgebreide dagrapportages over de Magdalenabuurt na de opening van de dagopvang in het Magdalenaklooster ingevoerd. Dergelijke rapportages zijn derhalve niet voorhanden uit de periode voorafgaande aan de komst van de dagopvang, waardoor het niet mogelijk is het aantal meldingen in de dagrapportages te vergelijken met het aantal meldingen uit eerdere dagrapportages. Het merendeel van de meldingen is afkomstig van de buurtbewoners (twee buurtbewoners doen samen 56% meldingen, terwijl 20 bewoners de overige meldingen doen). Verder betreft het voornamelijk overlast van of door drugsgebruikers dan wel dak- en thuislozen. Een gering aantal meldingen betreft de vervuiling van de straat.
Het is overigens zo dat de politie vanaf de opening van de dagopvang de bewoners heeft opgeroepen zoveel mogelijk gevallen van overlast te melden. Aanvankelijk lijken de bewoners hieraan gehoor te hebben gegeven, gezien ook de hoge meldingsbereidheid die uit de bewonersenquête naar voren is gekomen. Het is echter mogelijk dat na verloop van tijd om verschillende redenen de meldingsbereidheid terugloopt. Zo kan er gewenning aan de ontstane situatie optreden of kan bij bewoners de indruk ontstaan dat melden weinig zinvol is omdat naar hun mening niets met de melding gebeurt.
Leger des Heils is bij de opening van de dagopvang uitgegaan van een bezoekersaantal aan het Magdalenaklooster van ongeveer 50 bezoekers per dag. De verwachting is dat dit aantal in de toekomst onveranderd blijft. Uit de registratie van de bezoekersaantallen vanaf de opening tot en met juli 2000 blijkt dat aan deze verwachtingen wordt voldaan. Het gemiddelde aantal dagelijkse bezoekers van de dagopvang fluctueert rond de 50 bezoekers. De gemiddelde dagelijkse bezoekerscijfers van de maanden december 1999 tot en met juli 2000 laten geen evidente toe- of afname zien.
5.4    Resumé
Om een duidelijk beeld te krijgen van de (toekomstige) ontwikkelingen in overlast als gevolg van de dagopvang in het Magdalenaklooster is een vervolgmeting aan te bevelen. Aan de hand van een tweede meting van de overlast en de buurtproblematiek die door de bewoners van de Magdalenabuurt wordt ervaren, kunnen uitspraken worden gedaan over de mate waarin de hinder die door de bezoekers van de dagopvang wordt veroorzaakt in de loop van de tijd verandert.
Ook buurtbewoners hebben reeds de kanttekening gemaakt dat het onderzoek zich uitstrekt over een relatief korte periode en dat het onderzoek betrekkelijk kort na de opening heeft plaatsgevonden. Het zou raadzaam zijn een tweede meting na de zomer van 2000 uit te voeren waarmee de ontwikkelingen op langere termijn duidelijk kunnen worden. Een bijkomend voordeel van een dergelijke meting is dat daarin ingegaan kan worden op de ervaringen van de buurtbewoners gedurende de zomermaanden. Juist in de warme zomermaanden wordt gevreesd voor een toename van de overlast, omdat zowel buurtbewoners als bezoekers van de dagopvang meer buitenshuis en op straat zullen vertoeven.
Naast de ervaringen van de bewoners(commissie), de politie en de stadswachten, zouden ook de meningen en ervaringen van de bezoekers van de dagopvang in het Magdalenaklooster kunnen bijdragen aan een beter inzicht in de overlast en buurtproblematiek in de Magdalenabuurt. Zo zou aan de bezoekers van de dagopvang gevraagd kunnen worden naar hun ervaringen met de dagopvang, de omwonende buurtbewoners, de politie en stadswachten, en hun mening over hun eigen gedrag en dat van andere bezoekers in en rond het Magdalenaklooster.
Tenslotte is het Leger des Heils bij de opening van de dagopvang uitgegaan van een bezoekersaantal aan het Magdalenaklooster van ongeveer 50 bezoekers per dag. Uit de bezoekerscijfers blijkt dat aan deze verwachting wordt voldaan. Bovendien blijkt uit de cijfers geen toe- of afname van het aantal dak- en thuislozen dat een bezoek brengt aan de dagopvang in het Magdalenaklooster. Wanneer deze gemiddelde dagelijkse bezoekersaantallen van rond de 50 gelijk blijven, kan worden verwacht dat de door de bewoners ervaren overlast in de Magdalenabuurt niet zal verergeren. Er is een gerede kans dat deze zal verminderen, zeker wanneer naast de handhaving van de huidige activiteiten aanvullende maatregelen worden getroffen. Deze verwachting is mede gebaseerd op ander onderzoek dat eerder door bureau INTRAVAL is uitgevoerd in andere Nederlandse gemeenten met soortgelijke voorzieningen (Venlo, Rotterdam en Apeldoorn). Uit deze onderzoeken is gebleken dat de door buurtbewoners ervaren overlast na verloop van tijd afneemt. Dit is veelal het resultaat van een gerichte aanpak van de overlast en buurtproblemen, die veelal pas kan worden geïmplementeerd op het moment dat de hinder optreedt en de betrokken instanties hun beleid er op hebben kunnen afstemmen.
Tenslotte
Tot slot kan worden vastgesteld dat uit het onderzoek naar voren komt dat bij toekomstige ontwikkelingen in de overlast de volgende factoren van belang zijn:
  • omvang en samenstelling van de bezoekerspopulatie;
  • beleid van de dagopvang;
  • overleg tussen buurtbewoners van de Magdalenabuurt, de dagopvang in het Magdalenaklooster, de gemeente Haarlem, Regiopolitie Kennemerland (District Haarlem), het Stadswachtteam Centrum en de overige betrokkenen;
  • looproutes naar de dagopvang in het Magdalenaklooster;
  • onderhoud van de openbare ruimte in de buurt;
  • technopreventieve maatregelen;
  • en tenslotte, maar daarom niet minder belangrijk, toezicht door politie en stadswachten.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.