INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies
 
Monitor verslaafden en daklozen Enschede 2006
PDF-bestanden van dit rapport
Samenvatting (545 Kb)
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 10,00 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Samenvatting
Om meer inzicht te krijgen in het aantal dak- en thuislozen en zichtbare alcohol- en drugsverslaafden Enschede is, in het kader van een doelgroepenanalyse in 2002, verschillende instanties om gegevens uit hun registraties gevraagd.1 In 2004, 2005 en 2006 zijn deze instanties wederom door bureau INTRAVAL benaderd om gegevens aan te leveren over de jaren 2002, 2003, 2004 en 2005. Over de verschillende jaren zijn in opdracht van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van de gemeente Enschede, registratiegegevens opgevraagd van politie, verslavingszorg, maatschappelijke opvang, geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg.
De opzet van de monitor is vergelijkbaar met de eerste aanzet uit de doelgroepenanalyse. In 2004 is voor het eerst informatie opgevraagd over het deel van de doelgroep dat een uitkering ontvangt van de Sociale Dienst. Voor 2005 zijn deze gegevens wederom opgevraagd. Daarnaast zijn vanaf 2004 tevens gegevens aangeleverd door de reclasseringsafdelingen van het Leger des Heils en TACTUS.
Voor de maatschappelijk opvang geldt dat de gegevens van de Laagdrempelige Opvang in 2003 voor het eerst elektronisch zijn aangeleverd. De registraties van 2002 (en daarvoor) zijn dermate afwijkend door een andersoortige verwerking dat deze niet zijn opgenomen in de overzichten. Bij de bespreking van de gegevens van de Laagdrempelige Opvang zal dan ook alleen worden ingegaan op de jaren 2003, 2004 en 2005.
1.1 Aantallen en omvang
De door de instanties (politie, TACTUS, Leger des Heils, Stichting Humanitas Onder Dak Twente, Vangnet Zorg en Jeugdzorg) verstrekte gegevens zijn gekoppeld en verwerkt in één geanonimiseerd databestand. Personen die meerdere keren voorkomen zijn verwijderd. Wat overblijft is een geanonimiseerd bestand met unieke personen en de contacten die zij hebben met politie, hulpverlening en/of maatschappelijke opvang. In 2005 staan in totaal 1.417 personen geregistreerd bij de instellingen (tabel 1). Het merendeel van deze personen (80%) is bij één instelling bekend, terwijl 15% bij twee instellingen voorkomt.

Tabel 1 Bekendheid bij instellingen naar aantal, 2005

Uit het gekoppelde databestand blijkt dat het bestand van de Laagdrempelige Opvang (LO) van het Leger des Heils de meeste overlap vertoont met de andere bestanden. Bijna twee derde (62%) van de personen die in 2005 tien nachten of meer heeft doorgebracht in de LO komt eveneens voor in één of meer ander(e) registratiebestand(en), terwijl dit bijvoorbeeld voor slechts een kwart van de alcoholcliënten van TACTUS geldt. De personen die gebruik maken van de LO lijken derhalve dus de meest problematische groep te vormen.
Opiaatverslaafden
In 2005 zijn minimaal 287 unieke personen met een opiaatverslaving bekend bij de politie en/of de verslavingszorg in Enschede (figuur 1). Het gaat hierbij om de personen die in het HKS van de politie gevarenclassificatie 'harddrugsverslaafd' toegekend hebben gekregen en/of personen die bij TACTUS als eerste of tweede middel heroïne hebben staan. Wanneer wordt gekeken naar de voorgaande jaren, dan blijkt het minimum aantal opiaatverslaafden in 2002 met 337 op het hoogste niveau te liggen. Het minimum aantal laat tussen 1999 en 2002 een stijging zien van 299 naar 337, waarna het vervolgens weer daalt tot 287 in 2005.
Op basis van de overlap tussen de verschillende bestanden wordt de omvang van het aantal opiaatverslaafden in 2005 geschat op 607. In 2001 is de schatting van het aantal opiaatverslaafden het hoogst (745). De overlap tussen beide bestanden, oftewel het aantal opiaatverslaafden dat zowel bij de politie als bij TACTUS bekend is, is tussen 1999 en 2005 redelijk stabiel. In 2004 is de overlap met 35 het kleinst, terwijl in 2002 de grootste overlap bestaat (48).

Figuur 1 Omvangschatting opiaatverslaafden, 1999-2005

In de afgelopen zeven jaar (1999-2005) hebben zich minimaal 547 opiaatverslaafden op enig moment in Enschede opgehouden. Voor de afgelopen zes jaar ligt dit minimum aantal op 534, terwijl deze aantallen voor de afgelopen vijf, vier, drie en twee jaar respectievelijk 529, 482, 421 en 371 bedragen. Voor 2005 nagegaan hoeveel opiaatverslaafden zich per kwartaal ophouden in Enschede. Het blijkt dat het minimum aantal uiteen loopt van 225 in de herfst (vierde kwartaal) tot 243 in de zomer (derde kwartaal) (matrix 1.1).
Matrix 1.1 Minimum aantal polydrugsverslaafden 2005, naar kwartaal
Bureau INTRAVAL heeft in 2005 vergelijkbare onderzoeken naar de aard en omvang van dak- en thuislozen en zichtbare verslaafden in Almelo en Hengelo uitgevoerd. In deze onderzoeken zijn tevens omvangschattingen gemaakt van het aantal opiaatverslaafden. Wanneer naar het aantal opiaatverslaafden per 1.000 inwoners wordt gekeken, dan blijkt dit aantal in Enschede hoger te liggen dan in de andere twee Twentse steden. In Enschede gaat het in 2004 om 4,5 opiaatverslaafden per 1.000 inwoners, terwijl het in Almelo en Hengelo om respectievelijk 3,2 en 2,4 gaat.
Daklozen
Voor de jaren 2003, 2004 en 2005 zijn eveneens schattingen gemaakt van het aantal daklozen dat zich op enig moment heeft opgehouden in Enschede. Het blijkt dat er in 2003 sprake is van naar schatting 404 daklozen, terwijl in 2005 het aantal is gedaald tot 323 (figuur 2).
Naast een overzicht van het minimum aantal daklozen per jaar is ook gekeken naar het minimum aantal daklozen dat in 2005 per kwartaal op enig moment aanwezig is in Enschede. Dit aantal loopt uiteen van 84 in de herfst (vierde kwartaal) tot 111 in de zomer (derde kwartaal) (matrix 1.2). Van deze minimum aantallen is in de winter 28% bekend bij de politie, terwijl dit percentage in de lente en zomer op respectievelijk 56% en 44% ligt. Daklozen komen dus in de lente en de zomer opmerkelijk vaker in aanraking met de politie. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de daklozen met mooi weer meer op straat aanwezig zijn en minder in de voorzieningen. Het deel van het minimum aantal daklozen dat in de herfst (87%) en winter (82%) gebruik maakt van de LO is dan ook groter dan het deel dat in de lente (67%) en de zomer (72%) hiervan gebruik maakt.
Matrix 1.2 Minimum aantal daklozen 2005, naar kwartaal
1.2 Politie
Om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de in de politiebestanden voorkomende drugsverslaafden, alcoholisten en dak- en thuislozen worden jaarlijks gegevens opgevraagd uit verschillende registratiesystemen, te weten HKS, BPS en Tobias. In de voorgaande jaren zijn gegevens gekregen over verdachten uit het HKS die de gevarenclassificatie 'harddrugsverslaafd' zijn toegekend. Sinds 2004 is echter tevens gebruik gemaakt van het gehele HKS.
Allereerst is gekeken naar de overlap tussen de drie bestanden van de politie waarbij alleen de personen met gevarenclassificatie 'harddrugsverslaafd' uit het HKS bestand zijn meegenomen. Hieruit blijkt dat 114 van de 195 personen die in 2005 in het BPS voorkomen, niet in één van de twee andere bestanden voorkomen. Wanneer van deze 114 personen vervolgens wordt nagegaan of zij wel voorkomen in het gehele HKS blijkt dit voor 15 personen inderdaad het geval te zijn. Deze 15 personen hebben in 2005 zowel overlast veroorzaakt als misdrijven gepleegd. Uit de meldingen in het BPS blijkt dat het met name gaat om alcoholisten. Er lijkt dus sprake te zijn van drie verschillende groepen die bekend zijn bij de politie: een groep die alleen misdrijven pleegt; een groep die alleen overlast veroorzaakt; en een groep die zowel misdrijven pleegt als overlast veroorzaakt.
Uit de koppeling van het BPS en Tobias blijkt dat er sprake is van een harde kern van 119 unieke personen die overlast veroorzaken. Het gaat hierbij om personen die zowel in 2005 als in één of meer van de voorgaande jaren in aanraking zijn geweest met de politie in verband met overlast (in de registraties van het BPS en/of Tobias voorkomen). Van deze personen komen 50 in één van de voorgaande jaren voor, 31 in twee jaren, 25 in drie jaren, terwijl 13 zowel in 2005 als in alle vier voorgaande jaren overlast hebben veroorzaakt.
1.3 Ontwikkelingen
Voor de jaren 2001 tot en met 2005 zijn de geanonimiseerde databestanden met unieke personen aan elkaar gekoppeld. Personen die meerdere keren voorkomen zijn verwijderd. Wat overblijft is een geanonimiseerd bestand met unieke personen en de contacten die zij hebben met de politie, verslavingszorg, hulpverlening en/of maatschappelijk opvang in de periode 2001 tot en met 2005.
Allereerst is gekeken naar de overlap tussen de verschillende jaren. Het blijkt dat de overlap kleiner wordt naarmate er over een langere periode wordt gekeken. Zo is de overlap tussen 2001 en 2002 733, terwijl de overlap tussen 2001 en 2005 385 bedraagt. Het totale aantal dat jaarlijks bekend is bij de instellingen is daarentegen redelijk stabiel. Een afnemende overlap bij terug kijken in de tijd en een min of meer stabiel aantal geregistreerden van rond de 1.400 impliceert dat er sprake is van een nieuwe instroom. Deze instroom is ongeveer 100 personen per jaar.
Vervolgens is nagegaan in hoeverre er sprake is van verschuivingen tussen de instellingen door de jaren heen. Dit blijkt in geringe mate het geval te zijn. Zo is bij het aantal drugsverslaafden dat in het ene jaar wel bij de politie bekend is, maar niet in de registraties van TACTUS voorkomen gekeken of zij in het jaar daarna wel bij TACTUS bekend zijn. Acht drugsverslaafden, die in 2003 wel in het HKS voorkomen maar niet bij TACTUS bekend zijn, komen in 2004 wel in de registraties van TACTUS voor. In overige jaren komt ongeveer hetzelfde beeld naar voren. Ook de verschuiving tussen andere instellingen is gering.
1 Zie: Bieleman, B., S. Biesma, M. Jetzes, A. de Jong, A. Kruize, J. Snippe, V. de Valk (2003): Enschede van de straat. Aard en omvang dak- en thuislozen en zichtbare alcohol- en harddrugsverslaafden in Enschede. St. INTRAVAL, Groningen-Rotterdam. http://www.intraval.nl/nl/a/a39.html
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.