![]() |
|
|
Samenspannen tegen XTC Bestelinformatie
Exemplaren van deze publicatie kunnen
schriftelijk worden besteld bij
Bibliotheek WODC, kamer KO 14 Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Fax: (070) 370 45 07 E-mail: a.eind@minjus.nl Cahiers worden in beperkte mate gratis verspreid zolang de voorraad strekt Alle nadere informatie over WODC-publicaties Colofon
Samenvatting en conclusies
In de nota 'Samenspannen tegen XTC' is in mei 2001 door het kabinet een
breed scala aan maatregelen aangekondigd om het hoofd te bieden aan het
probleem van de illegale export van in Nederland geproduceerde XTCtabletten
naar vooral omliggende landen en de Verenigde Staten. Dit werd als
een serieus probleem beschouwd aangezien XTC een drug is met grote
risico's voor de gezondheid van gebruikers. Voor de in te zetten maatregelen
werd een bedrag van 90 miljoen Euro vrijgemaakt voor de looptijd tot einde
2006. Het beleid was erop gericht om de XTC-problematiek in alle facetten
aan te pakken. Bij de bestrijding van XTC zijn diverse diensten betrokken,
zoals Openbaar Ministerie, Politie, FIOD-ECD, Douane, Koninklijke
Marechaussee (KMar), Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Vervoer en het
Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De Unit Synthetische Drugs, de in
1997 opgerichte multidisciplinaire eenheid, zou worden versterkt en er
zouden XTC-teams worden opgericht bij de politie. De betrokken instanties
en opsporingsdiensten zouden worden versterkt met personeel en
apparatuur. Veel aandacht ging ook naar de verbetering van de
samenwerking tussen deze instanties. Hoewel de nota zich richtte op alle
aspecten van de XTC-keten, lag de nadruk vooral op de 'voorkant' van het
proces: de illegale import van de chemische grondstoffen (precursoren), de
benodigde productiefaciliteiten (hardware zoals drukvaten en
tabletteermachines), de productie in laboratoria en de smokkel naar het
buitenland. Alle betrokken diensten dienden aan hun eigen ministerie
verantwoording af te leggen. De regie van het geheel werd belegd bij een
regiegroep onder voorzitterschap van het Ministerie van Justitie.
De door de nota Samenspannen tegen XTC ingezette beleidsinspanning
wordt geevalueerd met drie metingen. Het onderhavige rapport is het
resultaat van de tweede meting ofwel 'tussenevaluatie' van de XTC-nota.
Zoals deze benaming al aangeeft, betreft het een 'tussenstand' in de looptijd
van de nota, waarvan de implementatie startte in 2002 en die afloopt einde
2006. De tussenevaluatie vormt een vervolg op de eerste meting, die
betrekking had op 2002 en de periode daarvoor. In dit rapport worden
gegevens verwerkt die lopen tot medio 2004, hetgeen betekent dat volledige
jaargegevens alleen kunnen worden gerapporteerd voor 2003. De cijfermatige
indicatoren waarover in de drie metingen gegevens worden verzameld zijn
uitgewerkt in de indicatorenstudie.1 Zoals daar ook al is gebleken, is het voor
een aantal indicatoren moeilijk om de gegevens compleet te krijgen. Zo
ontbreekt bijvoorbeeld volledige informatie over de inbeslagnames en over
specifieke inzet op XTC, bestaat er geen zich op XTC-gerelateerde dumpingen
en is het niet duidelijk welke verdachten te maken hebben met een XTCmisdrijf.
In de eerste hoofdstukken is de vraagstelling ontvouwd, waarbij het
denkkader, dat impliciet in de nota aanwezig is, werd geexpliciteerd. De basisindeling van het rapport is hieraan ontleend: door de nota worden extra
middelen ingezet met als uiteindelijke doel om de productie van en handel in
XTC substantieel te verminderen (outcome). Beoogd werd dit doel te
bereiken door middelen in te zetten in specifieke werkprocessen en
samenwerkingsverbanden (proces) en daarmee specifieke activiteiten te
ontplooien (output) die de doelstelling dichterbij dienden te brengen. Hierbij
werd aangetekend dat de door de nota in gang gezette en versterkte
activiteiten niet de enige factoren zijn die van invloed zijn op de productie
van en handel in XTC, maar slechts een van vele.
In de achtereenvolgende hoofdstukken is dit stramien gevolgd:
achtereenvolgens zijn input, proces, output en outcome van de nota
behandeld. Over de processen is in hoofdstuk 5 gerapporteerd op basis van
halfgestructureerde interviews met een aantal medewerkers op
sleutelposities. Hierin wordt een beeld gegeven van het verloop van de
processen die door de nota in gang zijn gezet, waarbij de nadruk ligt op
samenwerking tussen de betrokken diensten.
Inzet van mensen en middelen
2
De allocatie van de middelen (input) die door de nota ter beschikking werden
gesteld bleek al ten tijde van de eerste meting te hebben plaatsgevonden.
Zowel het beoogde personeel als de beoogde materiele middelen waren in
2002 gerealiseerd. De personele capaciteit van de bij de XTC aanpak
betrokken diensten bleek in 2003 over het geheel genomen op peil gebleven.
Bij de politie bleek evenwel in 2004 een zekere teruggang in het aantal voor
XTC ingezette medewerkers, wat blijkens informatie uit de interviews te
maken heeft met de reorganisaties waarmee de politie te maken kreeg door
de oprichting van de Nationale Recherche. Zowel het Kernteam Zuid/Unit
Synthetische Drugs als de XTC-teams zijn in de Nationale Recherche
opgegaan. In 2004 zijn de eerste stappen gezet om de multidisciplinaire
benadering van de USD voort te zetten in de NR Unit Zuid, met name in de
afdeling Kennis en Expertise. De Bijzondere Opsporingsdiensten en de
Koninklijke Marechaussee trekken zich terug op hun centrale taken, wat tot
gevolgen heeft dat de KMar, de Douane en de FIOD-ECD een overgang naar
een meer projectmatige inzet nastreven. Vertrokken medewerkers werden in
2004 minder snel vervangen in verband met de nog beperkte looptijd van de
nota en de onzekerheid over de verlenging van de door de nota vrijgekomen
middelen. De vijf XTC-teams zijn in 2004 opgegaan in de Nationale
Recherche. De door de NR voor XTC gereserveerde capaciteit, 18% van het
totaal, wordt vanaf 2004 in principe projectmatig ingezet. De teamleiders zijn
sindsdien nog als enige medewerkers gelabeld op XTC. Voor de XTC teams
geldt in 2004 een overgangssituatie: de meeste teamleiders trachten hun team
de facto in stand te houden door voldoende XTC-onderzoeken te genereren
om de betrokken capaciteit te alloceren. Een (soms aanzienlijk) deel van de
oorspronkelijke leden van de XTC-teams is echter niet mee over gegaan naar
de NR, maar teruggegaan naar de regio of naar elders vertrokken. In deze
tussenevaluatie is niet duidelijk geworden in welke mate deze medewerkers al
vervangen zijn door nieuwe medewerkers, en in welke mate die dan als lid
van het XTC-team functioneren en ingezet worden in XTC-projecten. De
komende periode zal blijken hoe de inzet voor XTC binnen de NR gestalte
krijgt.
Implementatie van de samenwerkingsverbanden en informatie-uitwisseling
De belangrijkste conclusies uit voor de procesevaluatie gehouden interviews
zijn de volgende. De in de nota voorziene periodieke doorlichting van de
XTC-branche is deels uitgevoerd. Daarbij blijkt de informatievoorziening nog
een aanzienlijk probleem te zijn. Beide verschenen
Criminaliteitsbeeldanalyses maken gewag van moeilijkheden bij de
verkrijgbaarheid en vergelijkbaarheid van gegevens. Het probleem wordt
onderkend bij de NR, waar volgens geinterviewden gewerkt wordt aan
verbetering.
Een van de belangrijkste aspecten van de XTC-nota was de versterking van de
Unit Synthetische Drugs en de oprichting van vijf XTC-teams bij de
Kernteams van de recherche. De XTC-teams zijn met enige vertraging van de
grond gekomen, omdat ontwikkeling van de taakverdeling en coordinatie tijd
vergde. In 2002 en 2003 hebben de meeste XTC-teams zoals de bedoeling was
vooral kortlopende onderzoeken uitgevoerd, enkele teams hebben ook grote
onderzoeken zelf opgepakt.
Uit de interviews komt 2004 naar voren als een turbulent jaar voor de bij XTC
betrokken instanties, vooral voor de politie. Met de oprichting van de
Nationale Recherche moet het aandachtsgebied XTC opnieuw worden
ingevuld, waarbij een belangrijke rol blijft weggelegd voor de Unit Zuid. De
voor de hand liggende vraag, of de organisatorische veranderingen een
gunstige invloed hebben op de prestaties, kan in deze tussenrapportage nog
niet worden beantwoord. De ontwikkelingen zijn hiervoor nog te zeer
gaande.
Ter bevordering van de bestrijding van handel in precursoren is door de
FIOD-ECD een Kennisgroep Precursoren opgezet die ondanks de gebrekkige
gegevens een Criminaliteitsbeeldanalyse Precursoren heeft opgeleverd in
2004. Bij de samenwerking tussen de bij precursoren betrokken instanties
wordt een belangrijke rol gespeeld door de Coordinatie Commissie
Precursoren (COCOP). De COCOP bestond overigens al eerder.
Belangrijk bij de bestrijding van de handel in precursoren is dat er een
Memorandum of Understanding met China is getekend, waarin afspraken
zijn gemaakt over de mate waarin kan worden samengewerkt bij
opsporingsonderzoeken. Aan China worden administratieve gegevens ter
beschikking gesteld die gebruikt kunnen worden in opsporingsonderzoek. Er
worden geen gegevens over personen overgedragen in verband met de
mensenrechtensituatie in China en de mogelijkheid dat drugsverdachten ter
dood veroordeeld kunnen worden. Het voornemen uit de nota om de handel
in tabletteermachines via handelspolitieke maatregelen aan te pakken is op
EU-niveau niet haalbaar gebleken.
De combinatie van bevoegdheden van de Douane (controle) en de
Koninklijke Marechaussee (opsporing) binnen het Schipholteam Uitgaand is
internationaal uniek. Het team heeft goede resultaten geboekt bij de
bestrijding van de smokkel van synthetische drugs naar het buitenland.
In de XTC-nota werd de opzet van regionale ontmantelingsteams
aangekondigd. Uiteindelijk is gekozen voor de opzet van een Landelijke
Faciliteit Ondersteuning bij Ontmanteling (LFO). Hoewel de LFO officieel pas
van start is gegaan op 1 november 2004, wordt al ondersteuning verleend
sinds begin 2003. De opzet van de LFO heeft lange tijd in beslag genomen
doordat overleg nodig was over de taken en verantwoordelijkheden van de bij
ontmantelingen betrokken instanties. Naast de politie zijn hierbij onder
anderen de brandweer en de gemeente van belang. Het Nederlands
Forensische Instituut is niet vertegenwoordigd in de LFO, maar stelt bij alle
ontmantelingen ter plaatse haar expertise beschikbaar. Zoals aangekondigd
in de XTC-nota, heeft het NFI zich naast het operationele werk ook sterk
geprofileerd als een internationaal centre of excellence.
De voornemens, die in de XTC-nota zijn geformuleerd ten aanzien van
internationale samenwerkingsverbanden, zijn uitgevoerd. Het betreft meestal
samenwerkings-verbanden die al bestonden voordat de nota verscheen. Bij
de bilaterale samenwerking ligt de nadruk op de relatie met de Verenigde
Staten. Verschillende reeds lopende internationale samenwerkingsverbanden
zijn voortgezet. Een initiatief dat direct voortgekomen is uit de nota is de
stationering van een Ambassaderaad en twee politieliaisons in de Verenigde
Staten.
Hoewel de NR formeel een nieuwe structuur voor internationale contacten heeft opgezet, waarbij de KLPD - Dienst Internationale Netwerken (DIN) de belangrijkste rol speelt, wordt in de praktijk het 'wegvallen van de USD' als direct aanspreekpunt node gemist, in de perceptie van sommige geinterviewden. Voor de coordinatie van de uitvoering van de nota Samenspannen tegen XTC is aanvankelijk een structuur opgezet, die erop gericht was het proces van de uitvoering op gang te brengen. De ingestelde overlegorganen zijn na 2002 niet meer bij elkaar geweest. Hierover is geen duidelijk besluit kenbaar gemaakt aan de betrokkenen buiten de ministeries. Overigens hebben verschillende instanties wel bilateraal overleg met het Bureau Coordinatie Drugsbeleid, zo blijkt uit de interviews. Activiteiten van de betrokken diensten
De activiteiten ter bestrijding van XTC (output) zijn over de periode die deze
tussenmeting bestrijkt veelal toegenomen en soms gelijk gebleven. Er is
sprake van een toename van bij de opsporingsdiensten aanwezige informatie
over XTC, in meldingen van verdachte transacties in precursoren en in het
aantal onderzoeken door de Unit Zuid. Ook worden er meer
projectvoorstellen geproduceerd. Het aantal door FIOD-ECD uitgevoerde
controle-onderzoeken gericht op XTC-precursoren neemt eveneens toe. Het
aantal rechtshulpverzoeken uit het buitenland met betrekking tot XTC dat
door KTZ/USD is afgehandeld is de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het
Nederlands Forensisch Instituut heeft elk jaar deelgenomen aan verschillende
internationale projecten en speelt een rol in ENFSI, waarin de Europese
forensische instituten samenwerken.
Bij de Drugs Infolijn van het Trimbos-instituut loopt het aantal vragen over XTC de laatste jaren sterk terug na een piek in 2001. Hierin weerspiegelt zich mogelijk zowel de verminderde populariteit van XTC als het geringe aantal incidenten met gevaarlijke tabletten dat zich de laatste jaren heeft voorgedaan. De in de XTC-nota aangekondigde wetenschappelijke studies zijn alle
opgestart, behalve het aangekondigde 'causaliteitsonderzoek'. Dit zou
uitgevoerd worden om de mogelijke nadelige gevolgen voor de
volksgezondheid van de door de nota in gang gezette activiteiten in kaart te
brengen. Dit richtte zich met name op de mogelijkheid dat er minder zuivere
XTC op de markt zou kunnen komen, of dat er een prijsverhoging op de
gebruikersmarkt zou optreden. Beide hebben zich niet voorgedaan, zodat de
aanleiding voor dit onderzoek is weggevallen. Er is een studie uitgevoerd
onder Nederlandse XTC-koeriers in buitenlandse gevangenissen, waaruit
gebleken is dat het hier veelal ging om personen met criminele antecedenten
die uit waren op snelle financiele winst. Het bleek dat de straffen die in het
buitenland worden opgelegd aan XTC-koeriers tevoren werden onderschat.
Dit resultaat is aangewend in een campagne gericht op het afschrikken van
potentiele XTC-koeriers. Uit een studie naar de langtermijn effecten van XTC
is gebleken dat het gebruik kan leiden tot nadelige effecten op de
concentratie en het geheugen, die in sommige gevallen langdurig kunnen
aanhouden.
Tussentijdse uitkomsten
5
In de XTC-nota is weinig geexpliciteerd over de doelen die er mee bereikt
zouden moeten worden en wanneer die bereikt zouden moeten worden.
Daarom is een breed scala aan indicatoren gekozen om de voortgang van de
reductie van productie van en handel in XTC te kunnen meten.
Wat betreft de resultaten in termen van 'outcome' is te zien dat in 2002 meer
productielaboratoria XTC zijn ontmanteld dan in de jaren daarvoor; terwijl in
2003 weer een daling optrad naar het eerdere niveau. Hetzelfde geldt voor het
aantal inbeslagnames van tabletten en XTC-poeder: dit is in 2002 gestegen
ten opzichten van de voorgaande jaren, terwijl in 2003 weer een afname
waarneembaar is.
Het aantal ontmantelde XTC-productieplaatsen in het buitenland, waarbij Nederlandse criminelen betrokken waren, is niet volledig bekend. Bij KTZ/USD zijn in 2002 en 2003 twee ontmantelingen van productieplaatsen in de omliggende landen gemeld, tegen vijf in 2001. De hoeveelheden precursoren en apparatuur die in beslag zijn genomen zijn, met uitzondering van BMK, in 2003 lager dan in 2002. Ook de aan Nederland gerelateerde inbeslagnames in het buitenland zijn in 2003 gedaald ten opzichte van 2002. Hetzelfde geldt voor het aantal waargenomen dumpingen van afvalstoffen in het milieu. Het algemene beeld is dat in 2002 veel is ontmanteld en in beslag is genomen, meer dan in de tijd daarvoor, terwijl in 2003 een daling optreedt. Het aantal verdachten dat in Nederland door speciale opsporingsinstanties XTC is aangehouden in verband met handel in grondstoffen of XTC of productie van XTC, is in 2003 toegenomen ten opzichte van 2002; buiten Nederland zijn sinds 2000 ieder jaar minder XTC-koeriers aangehouden. Door de lange straffen die worden opgelegd is het aantal wegens XTC gedetineerde Nederlanders in buitenlandse gevangenissen nog gestegen tot 2002. De zuiverheid van XTC tabletten in Nederland is constant vrij hoog gebleven en de prijs is gedaald. Ook de prijzen van de precursoren PMK en BMK lijken eerder te dalen dan te stijgen. Er zijn aanwijzingen voor een matiging van het gebruik onder jongeren en een vermindering van gebruik onder bezoekers van Amsterdamse clubs. Tot slot
Er is veel opgebouwd en bestaande structuren zijn versterkt in de periode na
het verschijnen van de nota Samenspannen tegen XTC, vanaf 1 juli 2001 tot
najaar 2004. De input is tot en met 2003 nog steeds op peil. In 2004 is er door
vertrek als gevolg van reorganisatie minder input in fte opgetreden. Dit wierp
in de loop van 2003 al zijn schaduw vooruit. In de interviews is duidelijk
geworden dat de processen van samenwerking en informatie-uitwisseling in
termen van uitbreiding van diensten en oprichting van nieuwe diensten in
2001 een aanlooptijd hadden, in 2002 goed draaiden en in 2003 op volle
sterkte waren.
Er was tijd nodig om taakverdelingen duidelijk te krijgen, maar na verloop van tijd draaide alles naar tevredenheid. In 2004 zijn er volgens de respondenten als gevolg van reorganisatie en oprichting NR grote veranderingen opgetreden en heersen er ook onduidelijkheden. De situatie is nog niet uitgekristalliseerd. Over de gevolgen voor de processen van samenwerking en informatieuitwisseling op lange termijn zijn nog geen conclusies te trekken. Zoals in hoofdstuk 5 is gesteld, zijn er tekenen dat de NR Unit Zuid een aantal cruciale zaken, zoals de afdeling Kennis en Expertise en het operationeel overleg, weer op de rails zet. De nieuwe structuur zal nog verder vorm moeten krijgen. De eindevaluatie van de nota in 2006 zal moeten uitwijzen of, in de woorden van een van de geinterviewde teamleiders, wat betreft de structuur en de processen 'alles weer op zijn plaats is gevallen' en of de resultaten ook in 2006 in lijn zijn met wat beoogd werd in 2001.
Het algemene beeld dat naar voren komt uit de tussentijdse resultaten is dat
de ontwikkelingen in de richting zijn gegaan zoals in de XTC-nota werd
beoogd. Afgaande op de cijfers over inbeslagnames en ontmantelingen lijkt er
sprake te zijn van minder productie en minder handel van XTC in Nederland
in 2003, met name vergeleken met 2002. Prijs en zuiverheid van XTC zijn
echter niet veranderd. Het gebruik lijkt over het hoogtepunt heen. Of deze
ontwikkelingen het gevolg zijn van het beleid zoals neergelegd in de XTCnota
is niet met zekerheid vast te stellen.
|
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign. |