INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Aanpak overlast centrum Apeldoorn
PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 10,- + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 1   Inleiding
Eind 2002 wordt in het centrum van Apeldoorn, met name in de directe omgeving van het Stadhuis, in toenemende mate overlast ervaren van een groep dak- en thuislozen. De samenstelling en omvang van deze groep is op dat moment niet duidelijk. Wel houden de overlastveroorzakers zich luidruchtig op op het Marktplein en wordt er alcohol in het openbaar genuttigd. Met name de marktkooplui zeggen aanzienlijke hinder te ondervinden van deze groep.
De dienst Samenleving van de gemeente Apeldoorn heeft als reactie hierop begin december 2002 een projectvoorstel ingediend met als doel de overlast terug te dringen en de groep overlastveroorzakers beter in beeld te krijgen. De onderdelen van het plan zijn:
a. verwijzing door de politie naar dagopvang Slaaphuis (Arcuris) en Opvang en Adviescentrum (OAC; TACTUS);
b. indicatiestelling door extra in te zetten outreachende hulpverlener;
c. toestaan van nuttigen van alcohol in dagopvang Slaaphuis;
d. doorverwijzing dakloze verslaafden naar OAC.
In Apeldoorn zijn, naast enkele andere mogelijkheden, twee belangrijke dagvoorzieningen voor (verslaafde) dak- en thuislozen aanwezig. Het gaat ten eerste om de dagopvang van de instelling voor maatschappelijke opvang Arcuris, gevestigd in het Slaaphuis aan de Stationsstraat. Deze opvang is overdag gesloten van 's ochtends kwart voor elf tot 's middags half drie. Tussen half drie en vijf uur is de opvang voor alle dak- en thuislozen geopend. Voor kwart voor elf en na vijf uur hebben alleen degenen die gebruik maken van de nachtopvang toegang tot de voorziening.
De in december 2002 genomen maatregelen houden onder andere in dat gedurende de middag en avond alcohol gedronken mag worden in het Slaaphuis. De politie stuurt rondhangende dak- en thuislozen zo veel mogelijk door naar de middagopvang van het Slaaphuis en naar de tweede voorziening voor verslaafde dak- en thuislozen: het Opvang en Advies centrum (OAC) van TACTUS instelling voor verslavingszorg. Zodra met enige zekerheid bekend is dat een rondhangende dak- of thuisloze verslaafd is wordt hij of zij doorverwezen naar het OAC, waar zich onder andere een gebruiksruimte voor harddrugsverslaafden bevindt. Deze voorziening is op alle dagen van de week geopend van tien uur 's ochtends tot vijf uur 's middags. Op koopavonden is het OAC open tot negen uur 's avonds. Overigens mag door pashouders in het OAC bier worden gedronken.
Het vierde onderdeel van de maatregelen is een indicatiestelling door een extra in te zetten outreachende hulpverlener. Door Arcuris zal een outreachend werker worden ingezet om de overlastveroorzakende dak- en thuislozen op straat te benaderen en te achterhalen wat hun beweegredenen zijn. Zo nodig zullen de aangetroffen dak- en thuislozen worden doorverwezen naar het Slaaphuis en/of het OAC.
Vraagstelling
Bovenstaande maatregelen zijn met ingang van 11 december 2002 in werking getreden. De dienst Samenleving heeft behoefte aan inzicht in de volgende twee aspecten van de genoemde aanpak:
  • In hoeverre treden al dan niet problemen op in de eerste tien dagen na inwerkingtreding van de aanpak?
  • Wat zijn de resultaten van de gehanteerde aanpak na enkele maanden?
Onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL heeft in opdracht van de dienst Samenleving het proces gevolgd, waarvan begin 2003 verslag is gedaan. De rapportage hiervan is opgenomen in onderliggende notitie. De bespreking van de rapportage in juni 2003 heeft geleid tot aanvullende vragen van de gemeente. Zo is zij benieuwd hoe degenen die de overlast veroorzaken zelf tegen de situatie aankijken.
1.1 Opzet en uitvoering
De maatregelen hebben plaatsgevonden tussen 11 december 2002 en 7 januari 2003, ondanks dat de maatregelen aanvankelijk voor een langere proefperiode zouden plaatsvinden. In januari heeft een eerste tussentijdse bespreking van de resultaten plaatsgevonden. Naar aanleiding van deze bespreking en de gewijzigde situatie is besloten de periode voorafgaande aan, tijdens en na de proefperiode met elkaar te vergelijken. Hierbij is voornamelijk gebruik gemaakt van gegevens uit het Bedrijfsprocessensysteem (BPS) van de politie. Daarnaast heeft een aantal gesprekken plaatsgevonden met medewerkers van de politie, medewerkers van het OAC en het Slaaphuis en enkele overlastveroorzakers zelf.
Eerste resultaten
Uit gesprekken met betrokkenen en gegevens van de politie blijkt dat degenen die op straat rondhangen en overlast veroorzaken behoren tot de vaste groep Apeldoornse dak- en thuislozen. Verder is tijdens de proefperiode waarin bovenstaande maatregelen hebben plaatsgevonden het aantal aanmeldingen bij het OAC en het Slaaphuis toegenomen. De mate waarin op straat wordt rondgehangen lijkt te zijn afgenomen. In hoeverre deze ontwikkelingen te maken hebben met de genomen maatregelen is niet geheel duidelijk. Ook andere factoren zoals de strenge winter op dat moment kunnen een rol hebben gespeeld. In de zomer van 2003 lijkt de overlast op straat en in parken namelijk weer toe te nemen.
Aanvullende informatie
De Adviesgroep Binnenstad heeft naar aanleiding van bovenstaande ontwikkelingen verzocht om de beknopte evaluatie van de maatregelen af te ronden met aanbevelingen voor de nabije toekomst, waarin ook de mening en behoeften van de doelgroep zijn verwerkt. De dienst Samenleving van de gemeente Apeldoorn, tevens voorzitter van de Adviesgroep, heeft bureau INTRAVAL gevraagd hiervoor zorg te dragen.
De centrale vraag van de Adviesgroep luidt:
Met behulp van welke maatregelen kan de overlast van dak- en thuislozen in het centrum van Apeldoorn worden teruggedrongen?
Hierbij staat de mening en behoefte van de dak- en thuislozen zelf centraal. Hen is enkele opties voorgelegd als alternatieve verblijfsplaats, waar zij al dan niet hun alcohol en drugs kunnen gebruiken. Hoewel dit ook in het OAC kan plaatsvinden, hebben niet alle dak- en thuislozen toegang tot het OAC. Zo bevinden zich onder degenen die op straat rondhangen ook personen met een eigen woning of caravan. Het OAC is alleen toegankelijk voor verslaafden die zich in een instabiele woonsituatie bevinden.
Enquête
Om de mening van de dak- en thuislozen te inventariseren is een korte vragenlijst samengesteld. Hierin is met name aandacht besteed aan de mogelijke alternatieven, zoals: uitbreiding van de openingstijden van het Slaaphuis; versoepeling van de toegangscriteria voor het OAC; een nieuwe zogenoemde verwijsplek (een laagdrempelige voorziening waar de politie overlastveroorzakers naar toe kan verwijzen); een min of meer uit het zicht gelegen plek in de openbare ruimte waar de dak- en thuislozen zich kunnen ophouden; et cetera. Allereerst is hen naar hun eigen ideeën gevraagd, gevolgd door hun mening over alternatieven. Tevens is gevraagd welke oplossing op korte termijn het meest effectief en gewenst is.
In totaal hebben 30 dak- en thuislozen op straat meegewerkt aan het onderzoek. Uit de gegevens van de politie is naar voren gekomen dat zich in een periode van drie maanden in ieder geval zo'n 50 personen regelmatig op straat ophouden. Met een dertigtal gesprekken kan dan worden volstaan om een goede dwarsdoorsnede van de dak- en thuislozen te verkrijgen. De gesprekken hebben in de maand augustus plaatsgevonden.
1.2 Leeswijzer
In het hiernavolgende hoofdstuk wordt begonnen met een beschrijving van de best mogelijke aanpak van de overlast in het centrum van Apeldoorn. Deze is mede gebaseerd op de in het derde hoofdstuk beschreven resultaten van de quick-scan onder de overlastveroorzakers zelf. Hierbij wordt ingegaan op de redenen waarom zij hun tijd op straat doorbrengen en de mogelijke oplossingen die zij zelf aandragen. In het vierde hoofdstuk worden de resultaten beschreven van het eerste deel van het onderzoek: een korte evaluatie van het projectplan dat in december 2002 heeft plaatsgevonden. Daarbij is met name gebruik gemaakt van registratiegegevens van de politie.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.