INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Gebruik uit zicht
PDF-bestanden van dit rapport
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 10,- + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 5    Samenvatting en conclusies
In dit hoofdstuk worden de samenvatting en conclusies van de inventarisatie behandeld. In paragraaf 5.1 wordt de wenselijkheid en effectiviteit besproken, terwijl in paragraaf 5.2 de mogelijke vormgeving aan bod komt.
5.1 Wenselijkheid en effectiviteit (of-vraag)
Het eerste deel van het onderzoek heeft betrekking op de vraag in hoeverre een uitbreiding van de gebruiksfaciliteiten in de gemeente Groningen wenselijk en effectief is in het kader van de overlastbestrijding en het harddrugsbeleid. Hiertoe zijn drie deelvragen onderzocht. Deze vragen worden hieronder besproken. Afgesloten wordt met de conclusie.
  • In hoeverre wordt momenteel overlast ervaren door drugsgebruik op straat, in portieken, nabij voorzieningen en overige openbare plekken?
Er is eind 2002 zeker nog sprake van drugsgebruik op straat. Dit blijkt onder meer uit het aantal gevonden spuiten, maar ook uit het aantal drugsverslaafden dat bij de verslavingszorg en/of de politie bekend is als mogelijke of feitelijke 'straatgebruiker' dat tussen 100 en 200 ligt. Wel is het zo dat drugsgebruik op straat meer verspreid over de stad voorkomt. Concentraties doen zich met name nog voor op een aantal plekken in het stadscentrum en in het zuiden en noorden van de binnenstad.
Overigens wordt de ervaren overlast als gevolg van drugsgebruik op straat door de meeste sleutelinformanten niet genoemd als het meest urgente probleem omtrent de doelgroep. De overlast doet zich immers verspreid over de stad voor en steeds meer instellingen nemen het initiatief om vuile spuiten op te ruimen in hun omgeving, hetgeen bijdraagt aan de reductie van de overlast. Hierbij speelt ook nog een ander punt. De omvang van het gebruik op straat zou vele malen hoger zijn wanneer het verbod op drugsgebruik binnen de bestaande voorzieningen strikt gehanteerd zou worden. In alle voorzieningen voor de doelgroep blijken binnenshuis wel eens drugs te worden gebruikt, ook al is dit officieel niet toegestaan.
  • Wat is de bijdrage van de huidige gebruiksruimte aan de Herebinnensingel aan het terugdringen van de overlast?
De bijdrage die de huidige gebruiksruimte aan de Herebinnensingel aan de overlastreductie levert is niet eenduidig vast te stellen. Dit wordt met name veroorzaakt door de beperkte capaciteit van de voorziening. Ook het verspreid voorkomen van drugsoverlast over de gehele stad speelt een rol. De ervaren overlast in de stad neemt door de huidige gebruiksruimte zeker af, maar de mate waarin is niet vast te stellen.
De capaciteit van de gebruiksruimte blijkt maximaal te worden benut. De 30 pashouders maken allen regelmatig gebruik van de voorziening, waardoor zij minder gebruiken en rondhangen op straat. Bovendien laten zij nu minder gebruiksartikelen achter in de openbare ruimte. Sinds de opening hebben 106 harddrugsverslaafden een toegangspas tot de gebruiksruimte gehad. Verder wordt sinds november 2001 (noodgedwongen) met een wachtlijst gewerkt.
Gemiddeld staan zes personen per maand op deze wachtlijst. Zij moeten gemiddeld drieënhalve week op een pas wachten. Door de beperkte openingstijden van de huidige voorziening is het niet uit te sluiten dat de pashouders in het geheel geen overlast meer veroorzaken. De praktijk wijst uit dat een eventuele uitbreiding van de openingstijden meer draagvlak krijgt dan een uitbreiding van het passenbestand. Gezien de zwaarte van de doelgroep en de beperkte fysieke ruimte kleven volgens de medewerkers van de gebruiksruimte momenteel praktische problemen aan het ophogen van het maximum aantal passen.
  • Wat is de eventuele bijdrage van uitbreiding van gebruiksfaciliteiten aan het terugdringen van de huidige ervaren overlast?
In gemeenten elders in Nederland zijn gebruiksruimten geopend of de faciliteiten uitgebreid om de overlast op straat terug te dringen. Zij lijken daarin ook te slagen, alhoewel ze niet alle drugsoverlast en gebruik op straat opheffen. Dit heeft onder andere te maken met het aantal faciliteiten, dat nog niet genoeg is om alle gebruik op straat terug te dringen. Overigens is het uiteraard zo dat gebruik op straat een onderdeel is van de totale ervaren drugsoverlast. Enkele betrokkenen in Groningen geven aan een reductie in de audiovisuele drugsoverlast (waaronder gebruik op straat) te verwachten wanneer een uitbreiding van de gebruiksfaciliteiten plaats zou vinden, hoewel zij de omvang van deze reductie niet kunnen aangeven.
Een ruime meerderheid van de sleutelinformanten is voorstander van de uitbreiding van gebruiksfaciliteiten. De argumenten die voor een uitbreiding worden genoemd zijn:
  • het grote aantal dak- en thuisloze drugsverslaafden in de stad in vergelijking met het geringe aantal toegangspassen voor de huidige gebruiksruimte;
  • de verbetering van het handhavingsbeleid van de politie;
  • de afname van de overlast op straat;
  • de wachtlijst voor de huidige gebruiksruimte;
  • de positieve invloed op de psychische en lichamelijke gezondheid van de drugsgebruikers;
  • de bezoekers van opvangvoorzieningen hebben ter plekke ruimte nodig om te kunnen gebruiken.
Een minderheid van de sleutelinformanten is tegen een uitbreiding van gebruiksfaciliteiten. De door hen gebruikte argumenten zijn:
  • de uitbreiding van faciliteiten is een korte-termijn-oplossing, beter is het groeiend aantal daklozen te reduceren;
  • de harde kern van de dakloze verslaafden wordt al bereikt door de huidige gebruiksruimte;
  • de minder zware groep is beter gebaat bij reïntegratie en (meer) hulpverlening;
  • het gevaar voor een aanzuigende werking op verslaafden uit andere steden.
Conclusie of-vraag
Drugsgebruik op straat blijkt nog steeds regelmatig voor te komen. Door een uitbreiding van gebruiksfaciliteiten zal het aantal dak- en thuisloze drugsverslaafden dat aangewezen is op de straat om hun drugs te gebruiken afnemen. Deze uitbreiding lijkt wenselijk wanneer de huidige gebruiksruimte aan de Herebinnensingel in ogenschouw wordt genomen. Terwijl de capaciteit tijdens de openingstijden optimaal wordt gebruikt, moet met een wachtlijst worden gewerkt. Een uitbreiding van de gebruiksfaciliteiten lijkt daarom meer voor- dan nadelen met zich mee te brengen. Ook hebben vrijwel alle betrokkenen aangegeven een uitbreiding van de faciliteiten wenselijk te achten.
5.2 Mogelijke vormgeving (hoe-vraag)
Het tweede deel van het onderzoek betreft de vraag hoe een eventuele uitbreiding van de gebruiksfaciliteiten dient te worden vormgegeven. Hierop is met de betrokkenen nader ingegaan, omdat zij vrijwel allemaal hebben aangegeven dat zij een uitbreiding van de faciliteiten wenselijk achten. Hieronder wordt aandacht besteed aan de hierbij behorende deelvragen. Afgesloten wordt met de conclusie.
  • Welke opties komen eventueel in aanmerking om een uitbreiding tot stand te brengen?
Er zijn verschillende manieren waarop een uitbreiding van gebruiksfaciliteiten tot stand kan worden gebracht. Op basis van de verzamelde informatie kan worden vastgesteld dat een uitbreiding door middel van het openstellen van een tweede zelfstandige gebruiksruimte geen voorkeur heeft. Ook de uitbreiding van het aantal passen van de huidige gebruiksruimte aan de Herebinnensingel lijkt momenteel moeilijk werkbaar te zijn. Wel zou een uitbreiding van de openingstijden van de ruimte aan de Herebinnensingel een bijdrage aan het verder terugdringen van de overlast kunnen bieden.
Al met al gaat de voorkeur van de betrokkenen uit naar een uitbreiding van gebruiksfaciliteiten binnen bestaande voorzieningen. Door de betrokkenen wordt het 12e Huis het meest geschikt geacht voor een eventuele uitbreiding van de gebruiksfaciliteiten. Verder zijn ook het Eemshuis, het A-huis, de huiskamer van de tippelzone en de Open Hof genoemd als mogelijke locaties voor een interne gebruiksfaciliteit. Overigens hebben niet alle genoemde voorzieningen ook zelf aangegeven behoefte te hebben aan gebruiksfaciliteiten binnen hun eigen voorziening.
  • Wat is de wijze van organisatie van de gebruiksfaciliteiten?
De verantwoordelijkheid over de gebruiksfaciliteiten moet volgens een meerderheid van de betrokken worden gelegd bij de betreffende voorzieningen zelf, terwijl enkelen vinden dat de AVG verantwoordelijk moet zijn. Daarnaast dient de doelgroep van een interne gebruiksfaciliteit in een bestaande voorziening gelijk te zijn aan die van de betreffende voorziening. Verder lijkt het niet wenselijk te zijn dat gebruikers tot meerdere gebruiksfaciliteiten gelijktijdig toegang kunnen hebben. De openingstijden zouden moeten aansluiten bij die van de betreffende voorziening. Er worden geen verdere wijzigingen in het interne en externe beleid noodzakelijk geacht.
  • Wat zijn de voor- en nadelen per instelling of plek?
Het voordeel van een uitbreiding in bestaande voorzieningen is dat de doelgroep daar reeds aanwezig is, waardoor geen extra verkeer van gebruikers naar de gebruiksfaciliteit wordt veroorzaakt. Een belangrijke voorwaarde van interne uitbreiding in een bestaande voorziening is dat de directie en het personeel van de betreffende voorziening hier positief tegenover staan en een dergelijke uitbreiding ook zelf willen.
Een nadeel van de vestiging van een aparte gebruiksruimte in straten en buurten waar geen tot weinig gebruikers verblijven is dat buurtbewoners daar tegen in verzet kunnen komen. Bovendien kan er extra verkeer van verslaafden ontstaan, alhoewel dat bij de huidige gebruiksruimte aan de Herebinnensingel niet tot overlast heeft geleid.
Duidelijk is dat een eventuele aparte gebruiksfaciliteit qua afstand niet verder van de binnenstad gelokaliseerd moet zijn dan de huidige gebruiksruimte. Verslaafden zijn er namelijk moeilijk toe te bewegen lange afstanden af te leggen om hun drugs te gebruiken.
Conclusie hoe-vraag
Aangezien vrijwel alle betrokkenen hebben aangegeven dat zij een uitbreiding van de gebruiksfaciliteiten wenselijk achten is met hen nader ingegaan op de hoe-vraag. Hieruit komt naar voren dat de voorkeur ligt bij het realiseren van faciliteiten binnen bestaande voorzieningen of een verruiming van de openingstijden van de huidige gebruiksruimte aan de Herebinnensingel en niet zo zeer bij de openstelling van een aparte op zichzelf staande gebruiksruimte. Over het algemeen kunnen de betrokken voorzieningen hiervoor zelf de verantwoordelijkheid dragen, waarbij een samenwerkingsverband met de AVG als wenselijk wordt beschouwd. Alleen bestaande bezoekers of bewoners van de voorziening zouden toegang moeten kunnen krijgen tot de faciliteit binnen de betreffende voorziening.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.