INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Opgevangen in het centrum
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 9,10 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 4    Conclusies
In dit afsluitende hoofdstuk wordt een korte samenvatting van de evaluatie van het Opvang en Adviescentrum (OAC) in Apeldoorn gegeven. Aansluitend worden de belangrijkste conclusies gepresenteerd. Ter afsluiting worden enkele discussiepunten besproken.
4.1    Proces en effecten
In deze paragraaf worden de belangrijkste resultaten van de evaluatie samengevat, uitgesplitst in het proces en de effecten op de bezoekers.
Proces
In het kader van de procesevaluatie van het OAC is ingegaan op de wijze waarop de nieuwe voorziening is voorgezet en ingevuld en welke positie ze heeft binnen de verslavingszorg. Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden zijn vanaf maart 1999, een maand na de daadwerkelijke overgang van de Verwijsplek naar het OAC, vele gesprekken gevoerd met betrokkenen rond het OAC. In totaal heeft met 11 van deze betrokkenen een uitgebreid interview plaatsgevonden. Daarnaast zijn diverse overlegvormen in en rond het OAC bijgewoond en is alle relevante schriftelijke informatie verzameld en bestudeerd.
Bezetting
Uit de informatie die is verzameld blijkt dat het OAC het afgelopen jaar een dossier heeft aangelegd van 80 bezoekers. Gemiddeld zijn er 50 actieve passen. Het verloop in de passen wordt voornamelijk veroorzaakt door (tijdelijke) detenties van pashouders. Sinds eind 1999 is een wachtlijst geïntroduceerd. De toeloop op het OAC is te groot om de interne beheersbaarheid te garanderen. Hiermee hangt samen dat de personele bezetting als krap wordt ervaren. Er zijn dagelijks, naast de coördinator, drie medewerkers aanwezig. De taken worden verdeeld onder IVS medewerkers, stadswachten, personeel van het Slaaphuis en medewerkers van het beveiligingsbedrijf Vigilat. Uit de evaluatie blijkt dat de personeelsleden onderling nog niet altijd als collectief functioneren.
Gebruiksruimte
In het pand aan het Sophiaplein zijn naast een huiskamer twee gebruiksruimten ingericht. Een ruimte waar zes rokers gelijktijdig aanwezig kunnen zijn en een spuitruimte voor maximaal drie bezoekers gelijktijdig. Bij de rookruimte komt het soms voor dat pashouders moeten wachten, omdat alle zes plaatsen bezet zijn.
Overlast
Volgens de diverse betrokkenen is de overlast in de binnenstad van Apeldoorn afgenomen sinds de opening van de Verwijsplek. Deze situatie heeft zich voortgezet sinds de ingebruikname van het OAC. Rond het OAC zelf wordt door de IVS een actief omgevingsbeleid gevoerd. Er zijn twee open avonden voor buurtbewoners georganiseerd en de drempel voor bewoners om klachten te uiten is laag. Verder is een convenant opgesteld tussen de IVS, de politie, de gemeente, Wijkraad Centrum, de Binnenstads Ondernemers Apeldoorn, het Slaaphuis (Hoogeland Zorggroep), Wisselwerk, GGD en de horeca. Hierin is een aantal afspraken over het omgevingsbeleid vastgelegd. Tot nog toe zijn slechts enkele klachten van omwonenden binnengekomen.
Beleid
De invoering en opzet van het OAC passen binnen het beleid van de IVS, de zogenoemde sociale verslavingszorg. Door dit beleid wil zij bereiken dat passende zorg wordt aangeboden voor de groep chronische verslaafden met meervoudige problemen. Het OAC is een onderdeel van de hiervoor benodigde keten van voorzieningen voor deze doelgroep. Het is gebleken dat in de huidige keten onder meer woonvoorzieningen en dagactiviteiten voor chronisch verslaafden ontbreken. Daarnaast is de inbedding in de organisatie zelf nog niet geheel tot stand gekomen. Medewerkers hebben het gevoel geen volwaardig onderdeel te vormen van de organisatie en zouden een betere afstemming van de werkzaamheden met de andere onderdelen van de organisatie op prijs stellen.
Op een mogelijke toekomstige clustering van voorzieningen, zoals een dag- en nachtopvang en een gebruiksruimte, wordt veelal terughoudend gereageerd door de betrokkenen. Er wordt hierbij vooral gewezen op de risico's van het vermengen van doelgroepen. Bij een eventuele clustering zal dan ook in ieder geval sprake moeten zijn van een duidelijke inpandige, fysieke scheiding tussen de verschillende doelgroepen.
Effecten
In het kader van de evaluatie van de effecten van het OAC is aandacht besteed aan de mate waarin de nieuwe voorziening tot een verbetering van de situatie van dak- en thuisloze poly-drugsgebruikers heeft geleid. Ter beantwoording van deze vraag is, naast de informatie die naar voren is gekomen uit de procesevaluatie, gesproken met 22 (ex-) pashouders. Deze 22 respondenten hebben eind 1998 ook meegewerkt aan de evaluatie van de Verwijsplek. Destijds is met 37 pashouders gesproken. De gegevens die toen zijn verzameld, zijn voor het huidige onderzoek gebruikt als nulmeting. Op deze wijze is een vergelijking gemaakt tussen de feitelijke situatie destijds en de huidige situatie van de respondenten. Overigens zijn 15 pashouders van de Verwijsplek niet teruggevonden. De belangrijkste reden hiervoor is dat zij uit het zicht zijn van alle betrokken hulp- en dienstverlenende instanties. Ook andere informatiebronnen (politie, justitie en pashouders) zijn niet op de hoogte van hun huidige verblijfplaats.
Hulp
Allereerst dient te worden opgemerkt dat de respondenten het OAC als een welkome en niet meer weg te denken voorziening beschouwen. Dankzij het OAC verblijven en gebruiken de respondenten minder op straat. Bovendien wordt steeds meer gebruik gemaakt van de aangeboden hulp. Binnen het OAC uiten zij hulpvragen op het gebied van wondverzorging, justitie-kwesties, (ziektekosten)verzekeringen, uitkeringen/financiën en bemiddeling bij contacten met familie, maar ook met het Intramuraal Motivatie Centrum. Afgezien van het ongestoord kunnen gebruiken van drugs is de mogelijkheid tot het ontvangen van dergelijke hulp dan ook een belangrijke reden om het OAC te bezoeken.
De hulp waaraan de respondenten behoefte hebben, blijkt vooral te bestaan uit hulp bij het vinden en behouden van woonruimte. Overigens heeft de meerderheid van de respondenten geen behoefte aan verdergaande hulpverlening dan zij nu reeds ontvangen. Met andere woorden, de pashouders hebben met name behoefte aan basale hulp en dienstverlening. De meerderheid van de respondenten staat niet onverdeeld positief tegenover een mogelijke clustering van de betreffende voorzieningen. Hierbij spelen vooral de bezwaren van een vermenging van de doelgroepen een belangrijke rol. Overigens zouden de respondenten methadonverstrekking voor pashouders in het OAC wel op prijs stellen.
Leefsituatie
Er zijn enkele veranderingen te constateren in de leefsituatie van de 22 respondenten het afgelopen jaar. Zo is de woonsituatie van deze groep verbeterd. Er zijn meer respondenten dan voorheen die nu over een eigen slaapplaats beschikken, hetgeen betekent dat het gebruik van het Slaaphuis is afgenomen. Tevens zijn er geen respondenten meer die de nachten voornamelijk op straat doorbrengen. Daarnaast is er een toename van het aantal respondenten dat deelneemt aan een methadonprogramma van de IVS. Verder is het gebruik van heroïne en cocaïne enigszins afgenomen. Overigens is het geld dat degenen die gebruiken besteden aan drugs wel toegenomen het afgelopen jaar.
Met enige voorzichtigheid kan worden vastgesteld dat de situatie van dak- en thuisloze gebruikers in een aantal opzichten is verbeterd. Uit zowel de proces- als de effectevaluatie is echter op te maken dat er nog wel enkele aspecten zijn die aandacht behoeven.
   
4.2    Conclusies
Hieronder worden de conclusies uit de evaluatie van het OAC besproken. Bij enkele conclusies wordt een eerste aanzet gegeven voor aanbevelingen ter verbetering van het OAC en de verslavingszorg in Apeldoorn.
Doelstellingen
Allereerst kan worden geconcludeerd dat het OAC, in navolging van de Verwijsplek, bijdraagt aan de vermindering van overlast. Bovendien wordt een duidelijke bijdrage geleverd aan de bereikbaarheid van de groep overlastveroorzakende alcohol- en drugsgebruikers in Apeldoorn. De mogelijkheid tot het verlenen van zorg en hulp is met de openstelling van het OAC aanzienlijk vergroot. De groep bezoekers had voorheen niet of nauwelijks contact met de hulpverlening. Ook het geven van aandacht, wondverzorging en dienstverlening wordt in het OAC gerealiseerd. Deze verdiensten zijn voornamelijk aan de IVS toe te schrijven. Er is daarnaast een toename van het aantal bezoekers dat deelneemt aan een methadonprogramma van de IVS. Dit is één van de redenen waarom het heroïnegebruik van de groep bezoekers gemiddeld is afgenomen.
Personeel
Het OAC is het afgelopen jaar uitgegroeid tot een redelijk goed lopende voorziening. De coördinator heeft de taakuitvoering zodanig gedelegeerd dat ook zonder zijn aanwezigheid normaal kan worden gewerkt. Wel doen zich nog enkele knelpunten voor in de opzet van het OAC. Allereerst lijken niet alle personeelsleden in staat tot een goede omgang met de moeilijkste bezoekers, degenen met een psychiatrische problematiek. Door de aanwezigheid van deze bezoekers en de dynamische groepsprocessen die nu eenmaal plaatsvinden binnen een groep als de bezoekers van het OAC, ligt de nadruk (te) vaak op de interne beheersbaarheid. De zorgtaken komen vooral bij het IVS personeel terecht, met als gevolg dat zij op een passieve wijze zorg verlenen: de tijd ontbreekt om bezoekers aan te spreken of te stimuleren iets aan hun situatie te doen. Hiermee hangt samen dat enkele personeelsleden op de werkvloer een teamgevoel missen. Het komt de ontwikkeling van het OAC ten goede wanneer zowel een kwantitatieve als kwalitatieve verbetering van het personeelsbestand plaatsvindt.
Doelgroep
Een ontwikkeling die samenhangt met de personeelsbezetting is het besluit eind 1999 een wachtlijst voor pashouders in te stellen. Degenen op de wachtlijst behoren tot de doelgroep van het OAC, maar hun toegang wordt uitgesteld afhankelijk van het aantal actieve passen dat in omloop is en de sfeer onder de bezoekers. Niet alle betrokkenen zijn het eens met de hantering van een wachtlijst. Een belangrijk argument is bijvoorbeeld dat met de instelling van een wachtlijst niet wordt voldaan aan de doelstelling van het OAC: het bieden van opvang en ruimte om te gebruiken voor de op straat verblijvende verslaafden in Apeldoorn. Uitbreiding van het personeel en deskundigheidsbevordering bij de huidige personeelsleden kan hiervoor een oplossing bieden. Overigens is met dit laatste reeds een start gemaakt. Enkele stadswachten, die in de toekomst waarschijnlijk ook via een Melkertbaan in dienst kunnen treden van het OAC, volgen een cursus verslavingszorg.
Een andere mogelijke oorzaak voor het ontstaan van de wachtlijst is de versoepeling van het criterium dakloosheid. Wanneer blijkt dat een aanvrager van een pas ondanks de beschikking over een eigen slaapplaats toch overlast veroorzaakt op straat, kan hij of zij in aanmerking komen voor een pas. Er blijkt in Apeldoorn een aantal harddrugsgebruikers te zijn die zich in deze situatie bevinden. Zij zijn op de straat aangewezen voor het gebruik van drugs en de contacten met andere gebruikers, maar beschikken wel over een eigen plek om te slapen, veelal niet permanent. Ten tijde van de Verwijsplek zijn deze personen niet toegelaten tot de gebruiksruimte. Met de opening van het OAC is hiertoe wel besloten. De reden hiervoor is dat zij behoren tot de overlastveroorzakende groep gebruikers. Bovendien blijkt het OAC voor hen een mogelijkheid te zijn in contact te komen met enige vorm van hulp of zorg. Deze factoren pleiten ervoor om het criterium dak- en thuisloosheid officieel bij te stellen. Het OAC zou toegankelijk moeten zijn voor overlastveroorzakende harddrugsgebruikers uit Apeldoorn met een onstabiele huisvesting, en niet alleen voor de daklozen onder hen.
Keten
De huidige opzet van het OAC past zowel binnen het gemeentelijk beleid als binnen de ontwikkelingen van de verslavingszorg. Het OAC is een onderdeel van de (op te bouwen) keten van voorzieningen in Apeldoorn. In deze keten ontbreken in Apeldoorn momenteel echter nog dagactiviteiten en woonvoorzieningen voor verslaafden. Ook een nachtopvang die goed is toegerust voor de opvang van verslaafden is niet aanwezig. Het huidige Slaaphuis is primair opgezet voor dak- en thuislozen. De praktijk heeft de afgelopen jaren echter geleerd dat de dak- en thuislozen die van de nachtopvang gebruik maken grotendeels verslaafd zijn. Hoewel de samenwerking op beleidsniveau tussen de Hoogeland Zorggroep (waarvan het Slaaphuis een onderdeel vormt) en de IVS met de invoering van het OAC is uitgebreid, zou de kennisoverdracht in de praktijk verder kunnen worden uitgebouwd. Dit geldt overigens ook voor de interne samenwerking binnen de IVS. Er vindt tussen de medewerkers van de bestaande hulpverleningsmogelijkheden te weinig overleg plaats, waardoor kansen voor bezoekers van het OAC en cliënten van de IVS onbenut worden gelaten, waarschijnlijk mede veroorzaakt door de te beperkte capaciteit.
4.3    Slotbeschouwing
Sinds enkele jaren wordt in Nederlandse steden, waar drugsoverlast een belangrijke rol speelt in de overlastbeleving van de bewoners, geëxperimenteerd met gebruiksruimten. De ruimten zijn veelal in beheer van instellingen voor verslavingszorg en hebben niet alleen als doel het verminderen van overlast op straat, maar ook het bieden van zorg aan gebruikers. Er worden verschillende vormen gebruiksruimten aangetroffen. In sommige gevallen staat het bieden van een ruimte waar (hygiënisch) kan worden gebruikt voorop. In andere gevallen is het bieden van opvang en zorg het uitgangspunt. Hieraan is dan een (beperkte) mogelijkheid tot het rustig en veilig kunnen gebruiken van drugs toegevoegd. Wanneer de verschillende gebruiksruimten worden vergeleken, kan worden vastgesteld dat het OAC in Apeldoorn tot dusverre als enige ruimte in Nederland een prominente koppeling heeft gemaakt tussen het bieden van een ruimte om te gebruiken (het eerste uitgangspunt) en de mogelijkheid voor de bezoekers gebruik te maken van de aangeboden opvang en zorg daaromheen. Er wordt plaats geboden aan een zeer moeilijke groep gebruikers; de problematische, overlastveroorzakende (poly-)drugsverslaafden. Deze groep heeft veelal geen contact met de reguliere hulpverlening. Door de huidige opzet van het OAC kan worden gezegd dat er zowel een bijdrage wordt geleverd aan de overlastvermindering in Apeldoorn als aan de verbetering van de situatie voor de problematische harddrugsgebruikers.
Beleid
De nota Resultaten Scoren van GGZ Nederland spreekt van een landelijke inzet van instellingen voor verslavingszorg om een doelmatige zorg en preventie te bieden van hoge kwaliteit, in een breed spectrum van dienstverlening met behulp van een multidisciplinaire aanpak in samenwerking met andere instellingen. Hierbij is de sociale verslavingszorg één van de speerpunten: verslavingszorg gekoppeld aan een sociaal beleid dat voorziet in basale levensvoorwaarden aan bepaalde groepen verslaafden. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan zowel de wensen van verslaafden als die van de buurt- en wijkbewoners. Uit de nota blijkt dat zoveel mogelijk gebruik dient te worden gemaakt van bestaande voorzieningen. Alleen in uitzonderingsgevallen zouden specifieke faciliteiten moeten worden gecreëerd, bijvoorbeeld voor verslaafde psychiatrische patiënten, dakloze verslaafden en justitiabelen. De pashouders van het OAC lijken zo'n bijzondere groep.
Doelgroep
Ter voorbereiding op toekomstige, nieuwe ontwikkelingen in het kader van een clustering van voorzieningen in Apeldoorn en het landelijke Resultaten Scoren is het wenselijk geacht een en ander nader te onderzoeken. Momenteel vindt een doelgroepenonderzoek plaats om te achterhalen welke groepen verslaafden en welke groepen dak- en thuislozen aanwezig zijn in Apeldoorn. Tevens wordt nagegaan in hoeverre een vermenging van deze groepen wenselijk is. Hierdoor kan een eventuele clustering van zorgvoorzieningen adequaat worden toegepast. Vooruitlopend op dit onderzoek is tijdens de evaluatie van het OAC al enige aandacht geschonken aan de mogelijke clustering en de daarmee gepaard gaande ideeën over vermenging van doelgroepen. Hieruit blijkt vooralsnog dat de meerderheid van de betrokkenen, zowel instanties als dak- en thuisloze drugsgebruikers, niet onverdeeld positief is over een eventuele clustering. Juist aan de vermenging van de doelgroepen die daarmee plaatsvindt worden risico's toegekend. Enerzijds lopen dak- en thuislozen die niet of nauwelijks drugs gebruiken een risico hiermee wel bezig te gaan en anderzijds zijn er risico's voor niet-dak- en thuislozen. Deze laatste groep bestaat voor een belangrijk deel uit kwetsbare verslaafden waarbij dak- en thuisloosheid juist voorkomen dient te worden.
Clustering
De betrokkenen geven alle aan dat bij een eventuele clustering aan duidelijke randvoorwaarden moet worden voldaan, zoals een strikte inpandige scheiding tussen de verschillende doelgroepen. Bovendien moet rekening worden gehouden met de ontwikkelingen in de komende jaren. Eén van deze ontwikkelingen is bijvoorbeeld een (landelijke) toename van dak- en thuisloze jongeren. De afgelopen jaren valt verder te constateren dat er een toename is van dak- en thuislozen, al dan niet verslaafd, met een psychiatrische problematiek. Deze laatste groep is een punt van aandacht voor het POPA project, maar zal voor een deel altijd aangewezen blijven op dag- en nachtopvang voor dak- en thuislozen.
Overigens bestaat in Den Bosch reeds een geclusterde voorziening voor overlastveroorzakende dak- en thuisloze verslaafden. Deze voorziening biedt een dag- en nachtopvang, een gebruiksruimte, methadonverstrekking en maatschappelijke en medische zorg op één locatie. Een nadeel hierbij is dat een aantal verslaafden geen toegang heeft tot de voorziening, omdat zij te kort staan ingeschreven in de gemeente Den Bosch. Zij verblijven voornamelijk op straat en hebben ook geen toegang tot de overige opvangvoorzieningen, omdat verslaving daar een contra-indicatie is. Ook gebruikers met een eigen slaapplaats die hun tijd voornamelijk op straat doorbrengen, kunnen in geen van de voorzieningen terecht. Zij komen wel in aanmerking voor methadonverstrekking. Deze vindt op een andere locatie plaats dan de geclusterde voorziening voor overlastveroorzakers.
Knelpunt
Een knelpunt dat niet alleen tijdens de evaluatie van het OAC naar voren komt, maar ook in andere onderzoeken, vormt het invoegen van de verslavingsreclassering. Ook in Apeldoorn blijkt een lacune te bestaan tussen een periode van detentie en de opvang na de detentie. Tijdens een detentie blijken veel verslaafden gemotiveerd om iets aan hun verslaving en daarbij behorende leefsituatie te willen doen. Belangrijk is dat daarna een directe aansluiting is tussen de detentie en een vorm van opvang of hulpverlening. De kans op een terugval in de verslaving en het oude levenspatroon (criminaliteit, dakloosheid, sociale problemen) is zeer groot wanneer verslaafden na hun detentie voor korte of langere tijd zijn aangewezen op voorzieningen als het Slaaphuis en het OAC. Onder de respondenten van de Verwijsplek en het OAC zijn enkele duidelijke voorbeelden hiervan waargenomen.
Tenslotte
Signalen van gedetineerde verslaafden èn van dak- en thuisloze drugsgebruikers dat zij een verandering in hun levenspatroon willen aanbrengen kunnen in een vroeger stadium worden opgepakt en omgezet in daadwerkelijke hulp. Hierbij dient echter ook rekening te worden gehouden met een groep gebruikers die waarschijnlijk nooit in staat zullen zijn een regelmatig leven te leiden. Zij zullen wellicht altijd gebruik blijven maken van voorzieningen als het Slaaphuis en het OAC. Deze groep lijkt vooralsnog niet kleiner te worden. Daarmee kan worden gezegd dat opvangvoorzieningen voor dag en nacht met allerlei mogelijkheden om hygiënisch te kunnen gebruiken en in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien onontbeerlijk zijn voor elke stad waar (dak- en thuisloze) drugsgebruikers verblijven.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.