INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Doelgroepen in Beeld
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 9,10 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 8    Samenvatting en conclusies
In dit afsluitende hoofdstuk worden kort het onderzoeksverloop en de belangrijkste bevindingen van de doelgroepenanalyse weergegeven. Vervolgens worden de conclusies besproken.
8.1    Onderzoeksopzet
Vanaf eind november 1999 heeft onderzoeksbureau INTRAVAL in opdracht van de gemeente Apeldoorn een doelgroepenanalyse uitgevoerd. De doelgroepen die hierbij centraal staan zijn de dak- en thuislozen en de (problematische) harddrugsgebruikers.
Om te achterhalen welke dak- en thuislozen en harddrugsgebruikers zich ophouden in Apeldoorn en in hoeverre een vermenging wenselijk is in verband met een eventuele clustering van voorzieningen, zijn diverse onderzoeksmethoden toegepast. Begonnen is met gesprekken met medewerkers van onder andere de verslavingszorg, de maatschappelijke opvang, het welzijnswerk en de politie. Tevens zijn gegevens opgevraagd van verslavingszorg, politie en maatschappelijke opvang. Met behulp van de geregistreerde drugsverslaafden bij deze instanties is een omvangschatting tot stand gekomen van het aantal harddrugsgebruikers in Apeldoorn.
Na de eerste gesprekken met de betrokkenen en op basis van de ervaringen opgedaan in voorgaand onderzoek in het Opvang- en Advies Centrum Sophiaplein (OAC), hebben op de diverse vindplaatsen interviews plaatsgevonden met leden van de doelgroepen. De werving van de respondenten heeft plaatsgevonden in de verschillende bestaande voorzieningen, in openbare ruimten en op straat. Hierbij dient te worden opgemerkt dat in ieder geval het aantal dak- en thuislozen waarschijnlijk groter is dan werd aangetroffen. Dit heeft te maken met het jaargetijde (wintermaanden) waarin het onderzoek is uitgevoerd. Dak- en thuislozen zijn dan minder prominent aanwezig in het straatbeeld dan zomers. Voor de groep harddrugsgebruikers geldt dat een aantal niet is aangetroffen, omdat zij gedurende de onderzoeksperiode gedetineerd zijn.
Met behulp van de informatie uit de gesprekken is een beschrijving mogelijk van de dak- en thuislozen en de harddrugsgebruikers. Tevens zijn hieruit enkele profielen geconstrueerd. Een belangrijk aandachtspunt bij de informatieverzameling is de wenselijkheid van een eventuele clustering van voorzieningen in Apeldoorn.
8.2    Belangrijkste bevindingen
In deze paragraaf worden de belangrijkste bevindingen van de doelgroepenanalyse beschreven. Achtereenvolgens komen aan bod de vindplaatsen van de doelgroepen, de omvangschatting van het aantal drugsverslaafden, de informatie uit de gesprekken met dak- en thuislozen en harddrugsgebruikers, de profielen die zijn te onderscheiden en de mogelijke clustering van voorzieningen.
Vindplaatsen
De drie belangrijkste voorzieningen voor dak- en thuislozen en drugsverslaafden in Apeldoorn zijn het Slaaphuis (dienstencentrum, dag- en nachtopvang), het Opvang en Adviescentrum (OAC, gebruiksruimte) en de methadonverstrekking. Daarnaast zijn enkele voorzieningen en instanties aanwezig waarvan in mindere mate gebruik wordt gemaakt door de doelgroepen. Dit zijn het city-pastoraat de Herberg (dagopvang), het Dakhuis (opvang voor mensen met een psychiatrische achtergrond), het Woonhuis (sociaal pension), Parkzicht en de Vijfsprong (begeleid wonen), het Leger des Heils (ontwenningscentrum de Wending) en de Horeb (voorheen de Schakel, een christelijke therapeutische leefgemeenschap voor verslaafden in Beekbergen).
Vrijwel alle respondenten die zijn gesproken in het kader van de doelgroepenanalyse maken gebruik van één of meerdere van deze voorzieningen. Andere vindplaatsen in Apeldoorn waar de leden van de doelgroepen kunnen worden aangetroffen zijn de Stationsstraat, het NS-station, het busstation en het Marktplein. In mindere mate kunnen de doelgroepen ook worden aangetroffen in Zevenhuizen, waar vooral in woningen wordt gedeald in harddrugs, maar waar weinig activiteiten op straat plaatsvinden. Tevens wordt, zij het niet intensief, in parken, parkeergarages, slooppanden en leegstaande fabrieken in en rond het centrum drugs gebruikt en/of geslapen. Een enkeling wordt op campings aan de rand van Apeldoorn aangetroffen.
Volgens de sleutelinformanten en de leden van de doelgroepen zelf komen vrijwel alle dak- en thuislozen en drugsverslaafden in de opvangvoorzieningen en/of staan zij in contact met de hulpverlening.
   
Omvangschattingen
Met behulp van de gegevens uit de bestanden van de politie, de drugshulpverlening en de maatschappelijke opvang kan worden geconcludeerd dat het minimum aantal drugsverslaafden in de stad Apeldoorn 513 is. Met behulp van de capture-recapture methode kunnen schattingen van het aantal drugsverslaafden worden berekend. Deze schattingen komen uit op maximaal 755 drugsverslaafden. De combinatie van deze gegevens leidt tot een best mogelijke schatting van rond de 600 drugsverslaafden in Apeldoorn.
Daarnaast kan op grond van de registraties van de maatschappelijke opvang en de drugshulpverlening worden vastgesteld dat er minimaal ruim 300 dak- en thuislozen in de stad Apeldoorn aanwezig zijn, waarvan 200 met een drugsproblematiek.
Dak- en thuisloze respondenten
Onder de 43 respondenten bevinden zich 25 dak- en thuislozen. De oorspronkelijke reden van de dakloosheid is veelal een verbroken relatie, al dan niet als gevolg van harddrugsgebruik of psychiatrische problemen. De respondenten verblijven gemiddeld 17 jaar in Apeldoorn. De meerderheid is niet tevreden met de huidige leefsituatie. Twee vijfde van hen heeft duidelijk behoefte aan hulp bij psychische of emotionele klachten. Onder de daklozen bevinden zich zowel drugs- als alcoholverslaafden. Een enkeling gebruik dagelijks grote hoeveelheden cannabis. Het gebruik van deze middelen vindt meestal in de open lucht of in het OAC plaats. De respondenten geven aan met name behoefte te hebben aan ondersteuning bij de dagbesteding. Verder hebben zij behoefte aan een dagopvang waar geen harddrugsgebruikers komen en woonbegeleiding of hulp bij het vinden van woonruimte. De meerderheid van de respondenten is geen voorstander van clustering. Daarbij geven zij aan dat met name de groep met een psychiatrische problematiek apart opgevangen dient te worden.
Harddrugsgebruikende respondenten
Onder de 43 respondenten bevinden zich 28 harddrugsgebruikers. Twee vijfde van hen bevindt zich in een onstabiele dan wel dak- of thuisloze woonsituatie. Eveneens twee vijfde is (zeer) ontevreden met de huidige leefsituatie. Dit wordt met name veroorzaakt door het gemis van deelname aan het maatschappelijk leven en de slechte woonsituatie. De afgelopen maand heeft de helft van de respondenten veel last gehad van psychische problemen, 11 respondenten geven dan ook aan behoefte te hebben aan hulp bij deze problemen. De meeste respondenten ontvangen een uitkering en een derde houdt zich daarnaast momenteel bezig met illegale activiteiten om aan geld te komen. Onder de harddrugsgebruikers wordt heroïne meestal als belangrijkste middel gezien; een meerderheid gebruikt dan ook dagelijks heroïne en/of methadon. De drugs worden meestal thuis gebruikt of in het OAC. Van de respondenten heeft vier vijfde contact met een methadonprogramma van Tactus. De hulpbehoefte bestaat voornamelijk uit ondersteuning bij dagbesteding. Evenveel respondenten zijn positief als negatief over een mogelijke clustering van voorzieningen. In ieder geval wordt bij een eventuele clustering onder één dak de voorkeur uitgesproken voor een inpandige scheiding van drugs- en niet-harddrugsgebruikers. Ook de harddrugsgebruikende respondenten geven vrijwel unaniem aan dat zij liever geen personen met een psychiatrische problematiek binnen een geclusterde voorziening zouden willen aantreffen.
Profielen
Op basis van de gesprekken met de leden van de doelgroepen kunnen de volgende vier profielen worden onderscheiden.
Geïntegreerde gebruikers
Dit profiel bestaat uit personen die aangeven geen problemen te hebben met hun alcohol- of harddrugsgebruik. Tevens geven ze aan goed en/of regelmatig contact te hebben met familieleden. Zij zijn over het algemeen positief over het samengaan van voorzieningen voor dak- en thuislozen en harddrugsgebruikers. Van de 43 geïnterviewden behoort ongeveer een kwart tot deze groep.
Criminele daklozen
De personen in dit profiel, een vijfde van de 43 geïnterviewden, zijn momenteel dak- of thuisloos en houden zich bezig met illegale activiteiten om aan geld te komen. Verder blijken zij last te hebben van psychische en emotionele klachten. Drugsproblemen spelen bovendien een belangrijke rol in het leven van deze personen. Verder zijn zij niet positief over een eventuele clustering van voorzieningen. Bovendien is ongeveer een derde van mening dat personen met (zwaar) psychiatrische problemen niet in een dergelijke voorziening thuis horen.
Geïnstitutionaliseerde alcoholisten
Alle personen in dit profiel, een tiende van de 43 geïnterviewden, geven aan dat zij dagelijks grote hoeveelheden alcohol gebruiken. Tevens hebben zij contact met minimaal twee van de hulpverlenende instanties voor dak- en thuislozen of harddrugsgebruikers. Naast alcohol worden overigens ook door vrijwel alle geïnstitutionaliseerde alcoholisten andere middelen gebruikt. Allen geven daarbij aan behoefte te hebben aan hulp bij de problemen met het middelengebruik. De mening over het samengaan van voorzieningen voor dak- en thuislozen en harddrugsgebruikers is niet eenduidig. Opvallend is dat zij aangeven belang te hechten aan medische en psychische ondersteuning binnen een eventuele geclusterde voorziening.
Harddrugsgebruikende methadoncliënten
In dit profiel komen personen voor die allen, naast methadon, minimaal 11 dagen per maand heroïne en/of cocaïne gebruiken. Een derde van de 43 geïnterviewden voldoet aan de kenmerken van dit profiel. De gemiddelde leeftijd van deze personen is 40 jaar en drie kwart van hen heeft momenteel last van psychische of emotionele klachten in verband met gebeurtenissen in hun jeugd. Zij zijn zeer ontevreden over diverse aspecten van hun leef- en woonsituatie. Bijna de helft is de afgelopen maand in aanraking geweest met politie of justitie. Eveneens de helft heeft behoefte aan hulp bij justitiële problemen. Ze zijn over het algemeen negatief over een eventuele clustering van voorzieningen. Het risico voor niet-gebruikers of harddrugsgebruikers die minder (willen) gebruiken wordt als te groot ervaren. Een deel geeft als aanvulling op de bestaande hulpverlening aan behoefte te hebben aan de mogelijkheid tot gebitssanering. Daarnaast wordt door enkelen aangegeven dat de mogelijkheid moet bestaan dat gestabiliseerde methadonclienten hun methadon op een aparte locatie of bij de apotheek kunnen afhalen.
Clustering van voorzieningen
Zowel tijdens de doelgroepenanalyse als de evaluatie van het Opvang- en Adviescentrum is informatie verzameld over een mogelijke clustering van voorzieningen voor dak- en thuislozen en harddrugsgebruikers. De mening van de betrokken instanties en bewoners is over het algemeen positief. Zij zien diverse voordelen, zowel wat betreft de zorgvisie als de efficiency. Tegelijkertijd is er sprake van enkele nadelen. Er worden dan ook duidelijke randvoorwaarden genoemd waaraan bij een eventuele clustering moet worden voldaan. Deze zijn onder andere: een vergaande samenwerking tussen de maatschappelijke opvang en de verslavingszorg; voldoende ruimte en mogelijkheden om de diverse doelgroepen (inpandig) te scheiden; en enkele garanties met betrekking tot de handhaving van de openbare orde rond een dergelijke voorziening.
De meeste leden van de doelgroepen zien meer nadelen dan voordelen rond een mogelijke clustering van voorzieningen. Zij geven over het algemeen de voorkeur aan een gescheiden locatie voor harddrugsgebruikers en niet-gebruikers. De risico's voor degenen die geen harddrugs (meer) gebruiken worden te groot geacht bij een eventuele clustering. Deze mening is gebaseerd op de huidige ervaringen in het Slaaphuis, waar een groot gedeelte van de bezoekers en slapers harddrugsgebruiker is. Degenen die positief denken over een eventuele clustering zien als voordeel met name het wegvallen van de (fysieke) afstand tussen de huidige voorzieningen. Overigens zijn vrijwel alle geïnterviewde leden van de doelgroepen van mening dat er een aparte voorziening moet komen voor personen met een (zware) psychiatrische problematiek.
8.3    Conclusies
Naar aanleiding van de doelgroepenanalyse kunnen enkele conclusies worden getrokken, die hieronder per onderwerp worden besproken.
Dak- en thuisloze verslaafden
Uit de observaties gedurende de onderzoeksperiode en uit de gesprekken met de leden van de doelgroepen blijkt dat een vrij groot deel van de dak- en thuislozen verslaafd is aan drugs en/of alcohol. De indruk bestaat dan ook dat zij het grootste deel vormen van degenen die de tijd op straat doorbrengen of gebruik maken van de voorzieningen. Het aantal niet-verslaafde dak- en thuislozen is veel kleiner. De gestabiliseerde harddrugsgebruikers worden nauwelijks aangetroffen op straat of in de voorzieningen. Zij maken veelal alleen gebruik van de methadonverstrekking van Tactus.
Bereik hulpverlening en maatschappelijke opvang
Een tweede opvallende constatering is dat vrijwel alle personen binnen de doelgroepen in contact staan met de hulpverlening of de maatschappelijke opvang. Met name sinds de uitbreiding van het aanbod van de IVS (thans Tactus) met het OAC worden veel harddrugsgebruikers bereikt door de hulpverlening. Ook de dak- en thuislozen zijn vrijwel allemaal bekend met en bij de Hoogeland Zorggroep. Dit blijkt niet alleen uit de gegevens van de respondenten zelf, maar ook uit gesprekken met sleutelinformanten. Tevens zijn de leden van de doelgroepen gevraagd naar hen bekende gebruikers en dak- en thuislozen. Over deze bekenden is geïnformeerd naar het contact met hulpverlening en opvang. Ook hieruit komt naar voren dat er nauwelijks harddrugsgebruikers of dak- en thuislozen zijn die geen contact hebben met de hulp- of dienstverlening in Apeldoorn. Hierbij speelt de tijdsperiode waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden wel een rol. De verwachting is dat in de zomermaanden meer dak- en thuislozen op straat of in de open lucht worden aangetroffen. In deze periode zullen zij ook minder gebruik maken van de bestaande voorzieningen.
Alcoholgebruik
Een opvallend verschijnsel onder de geïnterviewde harddrugsgebruikers is dat zij veelvuldig alcohol in grote hoeveelheden gebruiken. Daarnaast geven veel harddrugsgebruikers aan dat zij kampen met psychische problemen. Er is geen directe relatie gevonden tussen deze problemen en het alcoholgebruik. Het is algemeen bekend dat er een categorie zogenoemde dubbele diagnose cliënten aanwezig is in de gebruikerspopulatie in Nederland. Deze verslaafden gebruiken vaak drugs (en/of alcohol) als vorm van zelfmedicatie. In Apeldoorn lijkt er enig verband te bestaan tussen psychische en emotionele klachten en alcoholgebruik.
Hulpbehoefte
Naast hulp bij psychische problemen is er sprake van een duidelijke behoefte aan ondersteuning bij dagbesteding en de woonsituatie. Veel geïnterviewden geven aan de dagen zinvoller te willen besteden, maar hiervoor geen mogelijkheden te zien. Ook de behoefte aan een eigen woonruimte of een plek binnen een vorm van begeleid wonen is groot. Veel leden van de doelgroepen ervaren het als moeilijk om in Apeldoorn op dit gebied iets te realiseren. Bovendien zijn de financiële problemen vaak dusdanig dat het niet mogelijk is de huur van een kamer of woning te betalen. De beschikking over een eigen plek zou volgens de geïnterviewden gelijktijdig een bijdrage kunnen leveren aan een betere dagbesteding. Er zou ruimte zijn om hobby's uit te kunnen oefenen en er zou tijd worden besteed aan het huishouden.
Vier profielen
Uit de verzamelde informatie is gebleken dat onder de dak- en thuislozen en harddrugsgebruikers vier profielen kunnen worden onderscheiden. Het gaat hierbij om geïntegreerde gebruikers, criminele daklozen, geïnstitutionaliseerde alcoholisten en harddrugsgebruikende methadoncliënten. Uit nadere analyses blijken tussen de profielen onderlinge verschillen te bestaan over de behoefte aan hulp en de ideeën over clustering.
De geïntegreerde gebruikers hebben weinig problemen met hun alcohol- en/of harddrugsgebruik. Over het algemeen zijn zij positief over het samengaan van voorzieningen voor dak- en thuislozen en harddrugsgebruikers.
Voor de criminele daklozen geldt dat er in hun bestaan belangrijke gebeurtenissen zijn geweest waarvan ze nu nog steeds last ondervinden. Het gaat daarbij om mislukte relaties (van zichzelf of van hun ouders), overlijden van familieleden of vrienden en om moeilijke situaties in tehuizen en inrichtingen. Dit zou een belangrijk aanknopingspunt kunnen zijn voor hulpverlening aan deze groep. Over clustering wordt binnen de groep niet positief gedacht. Zelf hebben ze vooral behoefte aan justitiële hulp, woonbegeleiding en een dagbestedingsprogramma. De meeste personen in deze groep hebben geen behoefte aan hulp bij de financiële situatie, hoewel ze wel schulden hebben.
Alle geïnstitutionaliseerde alcoholisten geven aan behoefte te hebben aan hulp bij de problemen met het middelengebruik. Ook hoog op de agenda staat het doen van vrijwilligerswerk, waarbij eveneens ondersteuning nodig is. Binnen de groep is geen consensus over het samengaan van voorzieningen voor dak- en thuislozen en harddrugsgebruikers. Wel geven zij aan belang te hechten aan medische en psychische ondersteuning binnen eventuele geclusterde voorzieningen.
Drie kwart van de harddrugsgebruikende methadoncliënten heeft last van psychische of emotionele klachten in verband met gebeurtenissen in hun jeugd. Ze zijn over het algemeen negatief over een eventuele clustering van voorzieningen. Het risico voor niet-gebruikers of harddrugsgebruikers die minder (willen) gebruiken wordt als te groot ervaren. Ze geven als aanvulling op de bestaande hulpverlening aan behoefte te hebben aan de mogelijkheid tot gebitssanering. Ook moet de mogelijkheid aanwezig zijn voor psychische hulpverlening aan harddrugsgebruikers. Tevens heeft de helft behoefte aan justitiële hulp.
Opvallend is dat respondenten in alle profielen vrijwel unaniem aangeven dat personen met (zwaar) psychiatrische problematiek niet in de voorzieningen voor harddrugsgebruikers of dak- en thuislozen horen. Zij zijn van mening dat er voor hen aparte voorzieningen moeten zijn.
Clustering
De betrokken instanties (maatschappelijke opvang, verslavingszorg, politie en bewoners) zijn vrijwel unaniem positief over een mogelijke clustering van voorzieningen in Apeldoorn. De voordelen variëren van een efficiënte exploitatie van de huisvesting, een effectievere inzet en aansturing van het personeel tot diverse verbeteringen voor de cliënten. Nadelen worden echter ook aangegeven. Deze liggen op het gebied van de vermenging van doelgroepen, beheers- en overlastproblemen en een verhoging van de risico's voor kwetsbare groepen. Er worden dan ook enkele randvoorwaarden genoemd waarmee bij een eventuele clustering rekening dient te worden gehouden. Deze richten zich met name op een (inpandige) scheiding van de verschillende doelgroepen, een vergaande samenwerking tussen de maatschappelijke opvang en de verslavingszorg en een uitbreiding van de zorgfuncties.
De tendens onder de geïnterviewde leden van de doelgroepen is dat bij een eventuele clustering van voorzieningen er een scheiding moet zijn tussen gebruikers en niet-gebruikers. Uit de verzamelde informatie kunnen drie opties voor clustering worden gehaald.
Ten eerste zou het OAC kunnen worden uitgebreid met methadonverstrekking, maatschappelijk werk en activiteiten voor drugsverslaafden c.q. pashouders. Daarnaast zou het Slaaphuis haar huidige functie kunnen behouden, maar door een uitbreiding van het OAC zou de dagopvang van het Slaaphuis meer ontlast zijn van harddrugsgebruikende bezoekers. Hierbij zou de dagopvang wel langer open moeten zijn dan momenteel het geval is. Op deze wijze hebben de groepen harddrugsgebruikers en niet-gebruikers (al dan niet dak- en thuisloos) elk een eigen (geclusterde) plek om de dag door te brengen.
De tweede optie is het creëren van twee lokaties, één waar een geclusterde voorziening voor harddrugsgebruikers is gevestigd en één voor niet-gebruikende dak- en thuislozen. Op beide lokaties zouden alle voorzieningen aanwezig moeten zijn: dag- en nachtopvang, dagbesteding, maatschappelijke zorg, psychische hulp en toeleiding naar eigen huisvesting voor dak- en thuislozen. Voor harddrugsgebruikers zou eveneens een dag- en nachtopvang, dagbesteding en maatschappelijke zorg onder één dak gevestigd kunnen zijn. Daaraan zou methadonverstrekking en een gebruiksruimte gekoppeld moeten zijn.
De derde optie is een clustering van alle voorzieningen voor beide doelgroepen onder één dak. Hierbij wordt echter veelal wel aangegeven dat er inpandig een scheiding zou moeten zijn tussen harddrugsgebruikers en niet-gebruikers.
In alle gevallen wordt overigens wel vermeld dat er een categorie methadonclinten is die niet met de problematische gebruikers willen of hoeven te worden geconfronteerd. Voor deze personen zou de mogelijkheid van een eigen methadonverstrekkingspunt moeten bestaan. Dit zou wellicht ook via de apotheken kunnen.
Tevens wordt in alle gevallen aangegeven dat personen met (zwaar) psychiatrische problemen niet in een geclusterde voorziening thuis horen. Enerzijds wordt opgemerkt dat dit voor de personen in kwestie zelf niet verstandig is, omdat ze daardoor gemakkelijk met alcohol en/of harddrugs in aanraking komen. Anderzijds wordt aangegeven dat personen met psychiatrische problematiek voor veel onrust zorgen.
8.4    Tenslotte
Vrijwel alle leden van de doelgroepen dak- en thuislozen en harddrugsgebruikers in Apeldoorn zijn bekend bij de maatschappelijke opvang, de verslavingszorg en/of de politie. Deze bekendheid biedt goede aanknopingspunten voor een verbetering van de opvang en hulpverlening aan deze groepen. Uit het onderzoek is gebleken dat de doelgroepen verdeeld kunnen worden over vier verschillende profielen. Deze profielen worden gekenmerkt door een aantal specifieke kenmerken. Eén van de onderscheidende kenmerken is de hulpbehoefte. Duidelijk is dat zowel de dak- en thuislozen als een deel van de harddrugsgebruikers behoefte hebben aan hulp bij het vinden en behouden van woonruimte. Tevens zou ondersteuning bij dagactiviteiten door vrijwel alle leden van de verschillende doelgroepen op prijs worden gesteld. Dit betekent dat enerzijds de hulp aan en de opvang van de doelgroepen moet worden uitgebreid en dat anderzijds binnen deze uitbreiding ruimte moet zijn voor een differentiatie van de hulp en de opvang.
Een mogelijke clustering van voorzieningen kan hieraan bijdragen, mits deze clustering een uitbreiding en verdieping van de bestaande functies met zich mee brengt. Dit betekent dat aan een aantal belangrijke randvoorwaarden moet worden voldaan. Een belangrijke voorwaarde is dat de maatschappelijke opvang en de verslavingszorg vergaand met elkaar samenwerken. In het huidige Opvang- en Adviescentrum is hiermee reeds een start gemaakt. Beide instellingen hebben op deze wijze ervaringen uitgewisseld en kennis gemaakt met elkaars werkwijze. Daarnaast is samenwerking nodig met medeverantwoordelijke instellingen, zoals de politie, de GGD, woningbouwverenigingen en het RIAGG. Niet vergeten moet worden dat samenwerking de nodige tijd en aandacht van de betrokken partijen vraagt. In ieder geval dient bij een eventuele clustering van voorzieningen een (inpandige) scheiding van de verschillende doelgroepen mogelijk te zijn. Verder zou met name de groep met (zware) psychiatrische problemen apart moeten worden opgevangen en geholpen, bij voorkeur op een afzonderlijke locatie.
Hoe de keuze voor de toekomstige vormgeving van zorg en opvang aan dak- en thuislozen en harddrugsgebruikers in Apeldoorn zich ook zal ontwikkelen, de aandacht zal altijd moeten blijven uitgaan naar het voorkomen dat personen tot de doelgroepen gaan behoren. Eveneens is het van belang dat een snelle door- en/of uitstroom mogelijk is voor degenen die (nog) niet afhankelijk zijn van de laagdrempelige opvang en hulp.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.