INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Evaluatie SVO-projecten Rotterdam
Bestelinformatie
Prijs: € 11,35; deze publicatie kan worden besteld bij het IVO, e-mail: secretariaat@ivo.nl
Samenvatting
In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van de evaluatie van vier mede door de landelijke Stuurgroep Vermindering Overlast gefinancierde projecten in Rotterdam. Dit zijn het project 'Aanvullende dagbesteding' (de Huiskamer), het project 'Kamertoeleiding' en de begeleid wonen projecten voor oudere Surinaamse verslaafden en voor ex-gedetineerde psychiatrische verslaafden. Met zowel kwantitatieve als kwalitatieve onderzoeksmethoden is onderzocht hoe deze projecten zijn verlopen en hoe de leefsituatie en het overlastgerelateerde gedrag van de deelnemers zich gedurende enkele jaren hebben ontwikkeld.
Tussen eind 1996 en begin 1999 is door middel van interviews met projectleiders het verloop van de projecten onderzocht. Daarnaast zijn in dezelfde periode vier keer de leefsituatie en het overlastgerelateerde gedrag van 105 deelnemers vastgesteld. De totale uitval uit de onderzoeksgroep tot en met het derde interview is 67%. Bij de vierde meting is van alle deelnemers die ooit een eerste interview hebben afgegeven, dus ook de uitvallers, tenminste nagegaan of zij nog deelnemen aan één van de projecten. Ook is bij de vierde meting met 21 voormalige deelnemers een uitgebreid gesprek gevoerd over de redenen waarom zij zijn uitgestroomd, de ervaringen met het project en de situatie met betrekking tot de leefsituatie.
Huiskamer
Het Huiskamerproject van de stichting Symbion is vanaf 1996 uitgegroeid van een kleinschalige opvang tot een ruime voorziening voor dagopvang. De opzet en het verloop van het project is succesvol. Het aantal bezoekers is toegenomen tot rond de 90 per dag en de openingstijden zijn uitgebreid. Van begin 1997 tot eind 1998 zijn meer dan 1000 unieke bezoekers geregistreerd. De uitbreiding van de openingstijden en de toename van het aantal bezoekers is geen aanleiding geweest voor een uitbreiding van het personeel, waardoor sprake is van een krappe personele bezetting.
Bezoekers van de Huiskamer laten in deze periode een positieve ontwikkeling zien in de leefsituatie en het overlastgerelateerd gedrag. Het percentage geïnterviewden met een woonruimte is toegenomen van 44% naar 78%. De geïnterviewde bezoekers houden zich minder bezig met illegale activiteiten om aan geld te komen: gemiddeld zeven dagen per maand minder. Het drugsgebruik in de openbare ruimte is eveneens afgenomen, vooral in de periode na het eerste bezoek aan de Huiskamer.
De tevredenheid van de bezoekers van de Huiskamer over het project neemt aanvankelijk toe, voornamelijk doordat zij tevreden zijn met de verruimde openingstijden. Vervolgens wordt de tevredenheid minder, met name over de activiteiten en het eten en drinken in de Huiskamer. Uit deze resultaten blijkt dat het aanbod van de Huiskamer op deze punten verbeterd zou kunnen worden. De tevredenheid met de leefsituatie is stabiel: ongeveer een derde van de bezoekers is hierover in de gehele periode tevreden.
Bij de Huiskamer zijn sinds november 1996 tot januari 1999 32 van de 49 respondenten uitgestroomd (65%). De belangrijkste redenen hiervoor zijn detentie, afkicken, verhuizing naar een andere stad of land en overige persoonlijke omstandigheden. De woonsituatie tijdens het regelmatig bezoek aan de Huiskamer is bij de acht geïnterviewde uitstromers over het algemeen slechter dan daarna, maar deze ontwikkeling is ook in de hele groep bezoekers gevonden. Het drugsgebruik van de uitstromers is in hun Huiskamerperiode hoger dan daarna, wat volgens hen het gevolg is van het ontbreken van een eigen woonruimte, de contacten met andere gebruikers en het niet hebben van een zinvolle dagbesteding. De Huiskamer heeft verder naar eigen zeggen weinig invloed gehad op de tijdsbesteding, maar heeft wel een positieve invloed op de gezondheid door het bieden van onderdak, eten en drinken. Het project wordt door de uitstromers positief beoordeeld: het biedt een plek om van de straat af te zijn, met name in het weekend.
Woonprojecten
De ontwikkeling binnen het project Kamertoeleiding van het Boumanhuis heeft met name plaatsgevonden in de begeleiding van de deelnemers. Het aantal deelnemers (circa 60) is vanaf medio 1997 stabiel gebleven. De twee belangrijkste knelpunten - het personeelstekort en het onderhoud van de woningen - zijn opgelost. Naast het stabiliseren van het leven van gebruikers via het aanbieden van huisvesting is ook het creëren van een zinvolle dagbesteding een onderdeel van het beleid geworden. Begeleid wonen voor oudere Surinaamse verslaafden is opgestart door de Pauluskerk (begeleiding van de deelnemers) en het Boumanhuis (beheer van de woonruimten) gezamenlijk. Het project heeft sinds eind 1997 niet langer een aparte status. De deelnemers, waarvan de instroom langzaam op gang is gekomen en niet volledig is voltooid, zijn niet doorgestroomd naar een meer zelfstandige woonsituatie. Ook het project Begeleid wonen voor ex-gedetineerde psychiatrische verslaafden (Boumanhuis en stichting de Pameijer/ Keerkring) is eind 1997 niet langer operationeel. De instroom is zeer gering geweest en de locatie is ongeschikt gebleken.
Zowel de leefsituatie als het overlastgerelateerde gedrag van de deelnemers aan de woonprojecten laten een positieve ontwikkeling zien. De tijdsbesteding die buiten plaatsvindt, en het heroïne- en cocaïnegebruik zijn afgenomen direct na aanvang van de deelname en zijn vervolgens stabiel gebleven. Op de langere termijn is een stijging te zien in het gebruik van methadon. Aan het einde van de onderzoeksperiode vinden minder respondenten heroïne het belangrijkste middel dan aan het begin. Hinderlijk gedrag zoals ruzie, vechten en het bedreigen van anderen is in de beginperiode verminderd en vervolgens gelijk gebleven. Ook het gebruik van drugs in de openbare ruimte is in het begin afgenomen, om vervolgens stabiel te blijven.
De deelnemers aan de woonprojecten zijn gedurende de hele periode enigszins tevreden met het project waaraan zij deelnemen. Over de begeleiding is een minderheid te spreken. Uit de beschrijving van het verloop van het project is al gebleken dat de begeleiding inmiddels is verbeterd door extra personeel in te zetten. Over de woonruimte, de buurt en de medebewoners zijn de deelnemers over het algemeen redelijk tevreden. De tevredenheid met de eigen leefsituatie is afgenomen in de loop van de tijd. Onduidelijk is waardoor deze daling wordt veroorzaakt.
Bij de woonprojecten zijn 43 van de 56 geïnterviewde deelnemers uitgestroomd (77%). Bij tien van hen is een uitgebreid interview afgenomen. Redenen voor uitstroom variëren van de beëindiging van het project zelf tot het veroorzaken van overlast waardoor deelname werd beëindigd. De woonsituatie is voor sommigen na uitstroom beter; anderen zijn echter dakloos geraakt. Het hebben van een eigen woonruimte heeft volgens de uitstromers een positief effect op de leefsituatie, wat tevens de reden is waarom zij de woonprojecten waarderen. Met name uitstromers uit het project Kamertoeleiding hebben echter minder waardering voor de begeleiding en de kwaliteit van de woonruimten.
Conclusies en aanbevelingen
Het Huiskamerproject verloopt goed en is in zijn opzet geslaagd. Ook het project Kamertoeleiding heeft zich, na een moeizame start, positief ontwikkeld. De andere twee woonprojecten zijn met name door samenwerkingsproblemen van de betrokken instellingen mislukt. De communicatie verdient bij dergelijke samenwerkingsprojecten meer aandacht. Met name wanneer projecten onderdeel zijn van een zorgtraject is een goede communicatie essentieel voor een voldoende instroom van cliënten.
De leefsituatie en het overlastgerelateerde gedrag van de deelnemers hebben zich op enkele punten positief ontwikkeld. Extra aandacht verdient de financiële situatie van met name deelnemers van de woonprojecten. Om de tevredenheid van de bezoekers van de Huiskamer te vergroten zou het aanbod van activiteiten en het eten en drinken moeten worden verbeterd. Met de verbetering van de begeleiding binnen het Kamertoeleidingsproject zal naar verwachting het belangrijkste punt van ontevredenheid van de deelnemers zijn weggenomen.
De redenen voor uitstroom uit de projecten zijn niet overwegend positief of negatief, al lijkt de uitstroom uit de Huiskamer meer met positieve ontwikkelingen van de bezoekers te maken te hebben dan bij de woonprojecten. Met een verder gaande activering van de bezoekers van de Huiskamer en hulp bij het vinden van woonruimte kan de positieve uitstroom worden vergroot. De negatieve uitstroom uit de woonprojecten vermindert in de toekomst wellicht door de intensievere begeleiding.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.