INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies<
 
Zorgen dat het een spel blijft. Deel 2
Bestelinformatie
Deze publicatie is te bestellen door overmaking van
€ 14,75 + € 3,50 verzendkosten (bij bestelling van meerdere publicaties € 6,00) op rekening NL31 INGB 000 4 5997 84 ING-Bank ten name van Stichting INTRAVAL te Groningen, onder vermelding van de titel(s) en uw naam + adres.
Hoofdstuk 6    Conclusies
De laatste tijd zijn er steeds meer signalen dat problemen met en door gokken toenemen, met name door het spelen op kansspelautomaten. Naast het uitbreiden van het hulpverleningsaanbod wordt in diverse steden geprobeerd het aantal kansspelautomaten terug te dringen. In Den Haag worden hiertoe sinds enige tijd convenanten afgesloten tussen gemeente, automatenexploitanten en horeca-ondernemers. In het convenant komen de partijen een aantal beperkende en regulerende maatregelen overeen. De gemeente Den Haag heeft de uitvoering van het convenant door middel van extern onderzoek laten evalueren. De resultaten van deze evaluatie zijn beschreven in het eerste deel van 'Zorgen dat het een spel blijft'. Naast de evaluatie is tevens onderzoek verricht naar de samenstelling van de populatie spelers op kansspelautomaten in Den Haag, waarvan in dit boek verslag wordt gedaan.
6.1 Vraagstelling en onderzoeksopzet
In dit onderzoek is een onderscheid gemaakt tussen niet-problematische en problematische spelers op kansspelautomaten. De problematische speler heeft gedurende zijn speelcarrière een of meerdere perioden gekend waarin er problemen ontstonden met en door het spelen. Een problematische speler is in dit onderzoek niet per definitie een gokverslaafde, waarvoor het spelen op speelautomaten gedurende geruime tijd het grootste deel van zijn leven beheerst. Ook personen die tijdelijk problemen ondervinden met en door het spelen op kansspelautomaten worden beschouwd als problematische spelers. In het onderzoek zijn de volgende twee vragen onderzocht:
Wat zijn de kenmerken van de spelers op kansspelautomaten in Den Haag?
Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen problematische en niet-problematische spelers?
Onderwerpen waaraan aandacht is besteed, zijn onder andere achtergrondkenmerken van de spelers, relatie met criminaliteit, contacten met politie en hulpverlening, problematisch speelgedrag, afhankelijkheid van gokken, typen spelers, preventie en interventie.
Voor de beantwoording van de eerste onderzoeksvraag zijn 87 spelers op kansspelautomaten geïnterviewd. Het gaat hierbij om spelers die afkomstig zijn uit Den Haag of zich wat betreft het spelen op kansspelautomaten (vooral) richten op Den Haag. Daarnaast hebben zij gedurende tenminste een half jaar meerdere keren per maand op een kansspelautomaat gespeeld of tenminste 15 keer gedurende hun leven. De respondenten zijn geworven op plaatsen waar automaten staan opgesteld, bestaande uit 75 aselect gekozen horecagelegenheden, drie (van de zeven Haagse) amusementshallen en het Holland Casino Scheveningen. De in deze gelegenheden verzamelde spelers vormen een goede dwarsdoorsnede van de totale populatie spelers op kansspelautomaten in Den Haag. Voor een goede beantwoording van de tweede onderzoeksvraag zijn de 24 problematische respondenten uit de locatie-steekproef aangevuld met 31 problematische spelers uit diverse (hulpverlenings)instellingen. Tezamen geven zij een goed beeld van de totale populatie problematische spelers.
De gesprekken met de spelers zijn gevoerd aan de hand van een item-list. Aan het einde van het interview zijn bovendien twee korte vragenlijsten afgenomen. De eerste is de Signaleringstest Gokken, een test waarmee gemeten wordt of de respondent een (ex-)problematische gokker is. De tweede betreft een korte vragenlijst over de verschillende locaties waar op kansspelautomaten wordt gespeeld. Naast het verzamelen van gegevens door middel van de vraaggesprekken, is informatie verkregen door observaties in de geselecteerde speelgelegenheden. Hierbij is gebruik gemaakt van een observatieschema. Verder zijn diverse veldwerknotities gemaakt.
   
6.2 Kenmerken spelers
De spelersgroep in Den Haag is zeer divers wat betreft leeftijd, opleidingsniveau en beroepsstatus. Bijna een vijfde van de spelers is vrouw, een even groot deel is van niet-Nederlandse herkomst. Alle leeftijdscategorieën zijn vertegenwoordigd, het zwaartepunt ligt echter bij jongeren van 15 tot 30 jaar (58%). Drie kwart van de spelers heeft een baan of is schoolgaand, een vijfde is werkloos, gepensioneerd of arbeidsongeschikt, 7% is huisvrouw. De stelling dat gokken samengaat met een laag opleidingsniveau wordt in dit onderzoek niet bevestigd. Het opleidingsniveau van de Haagse spelers loopt sterk uiteen. Zo heeft een vijfde alleen basisonderwijs genoten, terwijl 12% een HBO- of universitaire opleiding heeft afgerond. Er zijn wat deze achtergrondkenmerken betreft geen grote verschillen geconstateerd tussen problematische en niet-problematische spelers. Wel is de gemiddelde leeftijd van problematische spelers lager dan van niet-problematische spelers (26 versus 34 jaar). Daarnaast zijn onder de problematische spelers in verhouding meer scholieren en werklozen aangetroffen.
Speelcarrière
De leeftijd waarop de Haagse spelers voor het eerst op een kansspelautomaat spelen loopt sterk uiteen. Er zijn spelers die voor hun 15de jaar met kansspelautomaten in aanraking komen, maar er zijn ook spelers waarvoor dit pas na het 60ste jaar het geval is. De helft van de Haagse spelers speelt echter vóór het 18de jaar voor het eerst op een kansspelautomaat. Ook de duur van het spelen loopt zeer uiteen. Een derde speelt al voor 1986, het jaar waarin de hernieuwde wet op de kansspelen in werking trad. Problematische spelers beginnen de speelcarrière gemiddeld op een lagere leeftijd. Zij komen in verhouding vaker dan niet-problematische spelers voor hun 15de jaar met kansspelautomaten in aanraking (40% versus 11%).
Speellocaties
De helft van de Haagse spelers speelt voor het eerst in de droge horeca, in het bijzonder de cafetaria. Bij een kwart gebeurt dit voor hun 15de. In tegenstelling tot hetgeen vaak wordt verondersteld speelt slechts 1% de eerste keer in sociaal-culturele instellingen. De belangrijkste locatie waar de Haagse spelers gedurende hun speelcarrière spelen is eveneens de droge horeca (54%), met name de cafetaria. Een kwart van de spelers speelt het meest in de natte horeca, eveneens een kwart in de amusementshal en 13% in het casino. Sociaal-culturele instellingen scoren ook als belangrijkste speellocatie laag (2%). Eén persoon (1%) heeft het meest in illegale gelegenheden gespeeld.
Problematische spelers komen in verhouding vaker in de droge horeca voor het eerst met kansspelautomaten in aanraking. Als belangrijkste speellocatie gedurende de gehele speelcarrière noemen zij relatief vaak de droge en natte horeca, terwijl niet-problematische spelers relatief vaak het casino en de amusementshal noemen. Verder kan worden opgemerkt dat problematische spelers in verhouding vaker in meerdere typen locaties spelen.
Inkomen en contacten met politie of justitie
Van de Haagse spelers op kansspelautomaten verwerft drie kwart uitsluitend een legaal inkomen. De helft van de spelers besteedt gedurende de speelcarrière niet meer dan 10% van het netto inkomen aan het spelen op kansspelautomaten. Er bestaan echter grote verschillen tussen problematische en niet-problematische spelers. Zo verwerft slechts een derde van de problematische spelers uitsluitend een legaal inkomen en besteedt de helft van hen gedurende (een periode van) de speelcarrière meer dan 75% van het netto-inkomen aan het spelen op kansspelautomaten. Verder heeft de helft van de problematische spelers speelschulden, terwijl dit niet voorkomt bij de niet-problematische spelers.
Maximaal een vijfde van de problematische spelers is in het kader van het spelen op kansspelautomaten in contact geweest met politie of justitie. Zij zijn ook beduidend vaker dan niet-problematische spelers buiten het spelen om hiermee in contact geweest. Dit betekent dat een deel van hen reeds een criminele levensstijl kent voorafgaande aan het spelen. De illegale activiteiten die worden ondernomen zijn vooral diefstal, inbraak en overvallen. Een enkele keer is er sprake van verduistering of geweldsdelicten. Prostitutie wordt overigens bij deze groep niet aangetroffen.
Hulpverlening
Problematische spelers blijken vaker dan niet-problematische spelers buiten het spelen om met de hulpverlening in aanraking te komen. De problematische spelers, die vanwege het spelen op kansspelautomaten in contact komen met de hulpverlening, verwerven vaker dan de overige problematische spelers een illegaal inkomen. Opmerkelijk is verder dat er relatief weinig problematische spelers van allochtone herkomst met (gok)hulpverlening in aanraking komen.
6.3 Typologie
Op basis van de uitgewerkte interviews is een typologie van spelers ontwikkeld, waarbij de dimensie problematisch versus niet-problematisch speelgedrag centraal staat. Het spelen op kansspelautomaten wordt niet enkel en alleen als een individuele activiteit opgevat, maar tevens is gekeken naar sociaal-culturele en algemeen maatschappelijke voorwaarden.
6.3.1 Spelers zonder speelproblemen
De spelers behorend tot deze groep hebben geen problemen door het spelen op kansspelautomaten. Ze beschouwen zichzelf niet als gokverslaafd; van een gokprobleem is en was nimmer sprake. Binnen deze groep wordt slechts één type onderscheiden. Dit type kenmerkt zich doordat enkel en alleen in het kader van recreatie en vermaak wordt gespeeld.
Type A - Spelen als recreatie
Het belangrijkste kenmerk van dit type speler is dat het spelen op kansspelautomaten voor hem een recreatieve bezigheid is. Het spelen vormt één van de activiteiten die in de vrije tijd worden ondernomen. Daarnaast stelt dit type speler zichzelf grenzen, zowel wat betreft de gelegenheden, de frequentie als het bedrag waarmee wordt gespeeld. De leeftijd van dit type loopt sterk uiteen; van 14 tot 79 jaar. In deze groep zijn zowel mannen als vrouwen vertegenwoordigd.
De eerste keer spelen op een kansspelautomaat vindt vooral plaats in cafetaria's, maar ook in cafés, amusementshallen en het casino. Er wordt gespeeld tijdens een middag of avond uit, of tijdens vrije uren waarin een horecagelegenheid wordt opgezocht. Doorgaans is men in gezelschap van een partner, vriend of een groep van vrienden.
In de loop van de speelcarrière blijft men doorgaans in gezelschap van anderen spelen tijdens het uitgaan, of in vrije uren waarin een horecagelegenheid wordt bezocht. Alhoewel de frequentie van spelen kan variëren (vooral afhankelijk van de hoeveelheid geld en vrije tijd) kennen de meeste spelers een maximum speelbedrag. Dit wordt, mede onder invloed van de personen waarmee men speelt, zelden overschreden. Meer uitgeven dan dit streefbedrag vindt men zonde van het geld. Daarnaast blijft het spelletje alleen dan leuk, wanneer het eventuele verlies opweegt tegen de genoegens van het spelen. Men speelt het spel, omdat winst leuk is. Verlies heeft weinig effect op de gemoedstoestand, omdat het verlies beperkt wordt gehouden en van te voren is ingecalculeerd. Belangrijk is dat dit type speler zich ervan bewust is dat hij een kansspel speelt waarbij de kansen op winst en verlies vastliggen en door hem niet te beïnvloeden zijn. Het spelen op kansspelautomaten wordt gezien als een spannend en gezellig tijdverdrijf.
6.3.2 Spelers met speelproblemen
In tegenstelling tot de vorige groep kennen deze spelers een gokprobleem. Terwijl sommigen aangeven slechts gedurende een bepaalde periode in de speelcarrière over de schreef te zijn gegaan, erkennen anderen volmondig gokverslaafd te zijn. Voor alle spelers geldt dat door de wijze waarop men speelt, de achterliggende motieven en de ideeën over het spel, het spelen vroeger of later problemen oplevert. Deze zijn in aanvang vooral van financiële aard. Een deel van de spelers weet op dit punt in de carrière de speelwijze aan te passen of de carrière te onderbreken. Er worden verschillende tactieken gebruikt om het spelen onder controle te houden; er wordt een maximum bedrag ingesteld, men zoekt afleiding in andere activiteiten, het inkomen wordt bij ouders of partner in beheer gegeven, etcetera. Slechts een enkeling zoekt op dat moment contact met de hulpverlening. Andere spelers blijken niet, of pas in een later stadium van de carrière, in staat de speelwijze aan te passen. De problemen waarmee zij te maken krijgen nemen doorgaans steeds ernstigere vormen aan. Binnen de groep met speelproblemen zijn drie typen te onderscheiden. Voor het eerste type ligt de betekenis van het spel in het te behalen resultaat. Er wordt uitsluitend gespeeld om de kick van het winnen. Voor het tweede type speler is de groepsnorm van belang. De betekenis van het spelen ligt bij dit type vooral in het zich aanpassen of voldoen aan de groepsnorm. Voor het derde type ligt de betekenis van het spelen in het effect dat het teweeg brengt. Er wordt gespeeld om afleiding te vinden van problemen.
Type B - Spelen om te winnen
Dit type bestaat uit mannen van 18 tot 44 jaar, die voor hun 20ste in aanraking komen met speelautomaten. De eerste keer spelen vindt, al dan niet in gezelschap van vrienden of kennissen, plaats in laagdrempelige horecagelegenheden. De eerste winst maakt indruk op de spelers en zet hen aan tot vaker spelen. Het doel van het spelen is vervolgens winst te behalen; men speelt bovenal om 'de kick van het winnen'. Verlies is echter moeilijk te accepteren en leidt tot verder en vaker spelen. De spelers uit deze groep zijn ervan overtuigd dat de uitkomst van het spel door hen te beïnvloeden is. Behalve de ontevredenheid over het verlies zijn er verder niet of nauwelijks gemoedstoestanden of gebeurtenissen aan te wijzen die aanleiding vormen om te spelen.
Door hun wijze van spelen ontstaan vroeger of later financiële problemen. Op dat moment zijn de meeste spelers in staat de speelwijze aan te passen of (tijdelijk) helemaal te stoppen. Alhoewel men tot het besef komt op den duur altijd van de automaat te zullen verliezen, blijft men toch vaak van mening dat het spel door hen te beïnvloeden is. Een aantal spelers lukt het dan ook niet de speelwijze (definitief) aan te passen. Alhoewel winst belangrijk blijft, wordt er meer en meer gespeeld louter en alleen omdat er de drang tot spelen is. De financile problemen nopen een deel van de spelers toevlucht te nemen tot illegale activiteiten. Een aantal steelt geld van ouders. Een enkeling gaat echter over tot ernstigere vormen van criminaliteit, zoals overvallen en inbraak.
Type C - Spelen als groepsnorm
Dit type bestaat uit jonge spelers in de leeftijd van 15 tot 24 jaar. Ze maken deel uit van verschillende vriendengroepen waarvoor spelen op kansspelautomaten een normale en geaccepteerde manier is om met tijd en geld om te gaan. Start en verloop van de speelcarrière worden bepaald door de heersende groepsnorm. Verveling speelt hierbij een belangrijke rol. Ook bij dit type is vaak sprake van irreële verwachtingen ten aanzien van de aard van het kansspel. In deze groep zijn relatief veel allochtone jongeren vertegenwoordigd.
Al voor het 16de jaar komen de spelers in gezelschap en onder invloed van vrienden in aanraking met kansspelautomaten. De jongeren behoren tot vriendengroepen die een groot deel van de vrije tijd doorbrengen met het rondhangen op straat, in snackbars, shoarmazaken of cafés. Een van de activiteiten die men onderneemt is het spelen op kansspelautomaten. In een aantal vriendengroepen is al voorafgaande aan het spelen op speelautomaten sprake van illegale praktijken. Een gebruikelijke, geaccepteerde en makkelijke manier om met het verworven geld om te gaan is ermee te gokken.
Wanneer er steeds meer geld nodig is voor het spelen of om de onderlinge schulden af te betalen, gaat men op zoek naar manieren om geld te verdienen. Naast legale activiteiten (het zoeken van tijdelijk werk), gaat een deel over tot illegale activiteiten, meestal diefstal. In de 'criminele' vriendengroepen is doorgaans voldoende geld beschikbaar. Is dit niet (meer) het geval dan gaat men over tot meer of ernstigere vormen van criminaliteit, bijvoorbeeld inbraak en drugshandel.
Een aantal spelers komt tot het besluit dat er op den duur niet van de automaat kan worden gewonnen. Ze trekken zich terug uit de groep of nemen het initiatief ook de overige groepsleden te overtuigen van het feit dat men moet stoppen. Ook gebeurt het dat de groep tot een gezamenlijk besluit komt dat het beter is andere vrijetijdsactiviteiten te zoeken. Hulp van buitenaf in de vorm van voorlichting geeft hierbij soms de doorslag. Vooral in groepen met een criminele achtergrond is er geen aanleiding om te stoppen; het spelen wordt geaccepteerd door de omgeving en er is voldoende geld beschikbaar. Het is met name in deze omgeving dat spelen voor spelers steeds meer de belangrijkste activiteit wordt waaromheen het hele leven is georganiseerd.
Type D - Spelen als vlucht
Dit type bestaat uit mannen en vrouwen in de leeftijd van 17 tot 60 jaar, met een concentratie in de categorieën van 17 tot 25 jaar en van 30 tot 45 jaar. Dit type spelers kenmerkt zich vooral door de achterliggende motieven om te spelen. Het spelen heeft vooral tot doel afleiding te vinden voor een breed scala van negatieve gevoelens of persoonlijke problemen. Zo kan er sprake zijn van puberteitsproblemen, huwelijksproblemen, of het verlies van een geliefd persoon. De gevoelens waarover men spreekt lopen uiteen van verwaarlozing, eenzaamheid en sleur tot woede en agressie. In deze groep speelt het willen winnen slechts een beperkte rol. Een groot deel van de spelers is zich vanaf het begin van de 'carrière' bewust van het feit dat het spel niet door de speler kan worden beïnvloed.
Bij het ontstaan van persoonlijke problemen kan de wijze waarop men speelt van de ene dag op de andere omslaan. Vaak is er echter sprake van een meer geleidelijke overgang. Er wordt meer en meer gespeeld wanneer men zich niet goed voelt of wanneer er sprake is van ruzies en conflicten. Op deze momenten biedt de spanning van het spel de mogelijkheid het denken en voelen tijdelijk uit te schakelen. Omdat de onderliggende problemen niet (kunnen) worden opgelost, zoekt men vervolgens steeds vaker en langer afleiding in het spel. Velen vergelijken de roes van het spelen met de roes door alcohol en/of drugs.
De eerste problemen die ontstaan naar aanleiding van het spelen zijn van financile aard. Daarnaast zijn de spanningen in de relaties met ouders, partner en overige gezinsleden bij dit type speler aanzienlijk ernstiger van aard dan bij de overige problematische spelers. Dit is mede te verklaren doordat reeds bestaande spanningen in deze relatie aanleiding vormen om te gaan spelen. Het gokprobleem dat na verloop van tijd ontstaat versterkt deze problemen. Daarnaast is bij dit type vaak al sinds langere tijd sprake van een gokprobleem. Overige gevolgen van het spelen zijn het verwaarlozen van school en werk en van sociale contacten. Een minderheid van de spelers is overgegaan tot illegale praktijken. De criminele activiteiten bestaan grotendeels uit het bestelen van de ouders. Daarnaast worden onder meer geweldsdelicten en verduistering genoemd.
Het zijn vooral spelers uit deze categorie die naar aanleiding van problemen met het spelen met de hulpverlening in aanraking komen. De overgang naar illegale activiteiten of de dreiging van ouders of partners het contact met de speler te verbreken vormt veelal de aanleiding hulp te gaan zoeken.
6.4 Preventie en interventie
Op basis van de resultaten uit het onderzoek kunnen enkele conclusies worden getrokken, die van belang zijn voor preventie en interventie van problematisch speelgedrag. Hierbij kunnen de volgende onderwerpen worden onderscheiden: voorlichting, de gelegenheidsstructuur, vrijetijdsvoorzieningen, hulpverlening en vroegtijdige signalering.
Voorlichting
Veel problematische spelers zijn er van overtuigd dat ze het spel kunnen beïnvloeden. Dit betekent dat er meer (doelgroep) gerichte voorlichting, met name aan jongeren, dient te worden gegeven over de aard van het kansspel. Het feit dat de uitkomst van het kansspel niet door de speler is te beïnvloeden en het feit dat slechts een vaststaand gedeelte van de inzet wordt uitgekeerd, dient veel duidelijker te worden uitgelegd.
Gelegenheidsstructuur
Het blijkt dat problematische spelers vaker op jeugdige leeftijd en vaker in de droge horeca voor het eerst in aanraking komen met kansspelautomaten. Er dient derhalve (nog) meer aandacht te worden besteed aan het uitvoeren van de maatregelen uit het convenant tussen gemeente, automatenexploitanten en horeca-ondernemers, met name in de droge horeca. Dit kan gebeuren door middel van bijvoorbeeld aanpassing van de automaten, meer voorlichting, betere informatie en strengere controle. Verder kan worden gedacht aan beperking van het aanbod van kansspelautomaten in de droge horeca.
Extra aandacht dient te worden geschonken aan de naleving van de in het convenant opgenomen leeftijdsgrens van 18 jaar. Het stringent(er) toezien op de leeftijd van de speler is mede belangrijk, omdat jeugdige spelers vaak op het moment waarop zij voor het eerst grote hoeveelheden geld ter beschikking hebben met grotere inzetten gaan spelen. Dit kan leiden tot problematisch gedrag, doordat het spelen met meer geld vaak leidt tot hogere verliezen die moeilijker te accepteren zijn.
Vrijetijdsvoorzieningen
Verveling en het onvermogen de vrije tijd op een zinvolle manier in te richten vormen nogal eens de aanleiding om te (beginnen met) spelen op kansspelautomaten. Dit is met name voor de jeugdige spelers van type C het geval. Een goed passend aanbod van vrijetijdsvoorzieningen is daarom zeer belangrijk. Club- en buurthuizen kunnen hierbij een grote rol spelen. Deze voorzieningen kunnen tevens een belangrijke rol spelen bij het doelgericht benaderen van groepen (beginnende) spelers die in een omgeving terecht komen waar gokken de norm is. Van belang hierbij is het ter discussie stellen van de groepsnorm, waarbij gebruik gemaakt kan worden van de invloedrijke groepsleden (netwerkbenadering).
Hulpverlening
De spelers zijn vooral tevreden over de speciaal op gokken gerichte vormen van hulpverlening, zoals de gokgroepen van het Centrum Verslavingszorg Zeestraat en Bureau Gokhulpverlening Rotterdam. Voor vele spelers blijkt deze hulpverlening echter te hoogdrempelig, vooral voor jonge, met name allochtone, spelers. Voor hen lijken andere vormen van hulpverlening te moeten worden gecreëerd. Gedacht kan worden aan naschoolse opvang waarin naast de structurering van de vrije tijd en informatie over riskante gewoonten, tevens aandacht wordt gegeven aan gokproblemen.
Vroegtijdige signalering
De eerste problemen, die naar aanleiding van problematisch speelgedrag ontstaan, zijn financiële problemen. Veel spelers geven aan dat ze zich vaak verwonderen over het gemak waarmee zij bij verschillende banken leningen kunnen afsluiten. Volgens hen wordt er meestal niet of nauwelijks naar een duidelijke verantwoording gevraagd. Wellicht kunnen instellingen als de sociale dienst en de Gemeentelijke Kredietbank een belangrijkere rol spelen bij het vroegtijdig signaleren en oplossen van mogelijke financiële problemen. Hierbij kan worden gedacht aan de wijze waarop het zogenoemde reso-team van de Sociale Dienst Rotterdam schuldsanering en resocialisatie van drugsverslaafden ter hand neemt.
 
© INTRAVAL, Groningen-Rotterdam .
Deze site wordt onderhouden door De Poel Webdesign.