INTRAVAL. Bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek en advies Zoeken Home

Current projects (dutch only)

Research theme: livability
Research theme: addiction
Research theme: youth
Research theme: social domain

 

 

 

Vooronderzoek Data en methoden illegalenschatting
Opdrachtgever:

WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Vraag- en doelstelling:

De afgelopen tien jaar zijn twee schattingen uitgevoerd naar het aantal mensen dat illegaal in Nederland verblijft. Voor beide schattingen is gebruik gemaakt van de vangt-hervangstmethode met het afgeknotte Poissonmodel. Zoals alle schattingsmethoden kent ook deze methode een aantal beperkingen en kwetsbaarheden. Deze kwetsbaarheid kan worden verminderd door het aantal illegalen te schatten met meerdere, onafhankelijke methoden (triangulatie). Onderzoeks- en adviesbureau Intraval voert in opdracht van het WODC een vooronderzoek uit naar de praktische geschiktheid en de beschikbaarheid van aanvullende data en methoden voor het uitvoeren van een illegalenschatting.

Opzet onderzoek:

Het onderzoek bestaat uit twee fasen. In de eerste fase maken we een overzicht van beschikbare en geschikte methoden en data voor het trianguleren van de vangst-hervangstschatting. Hiervoor voeren we gesprekken met sleutelinformanten en experts en verzamelen we informatie uit de literatuur en op internet. In de tweede fase worden de methoden die, op basis van de informatie uit de eerste fase het meest in aanmerking komen, nader onderzocht. Hiervoor voeren we gesprekken met bronhouders en experts en zullen we, indien nodig, data inzien.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, R. Mennes MSc, dr. M. Spreen (Forensisch Psychiatrisch Centrum Dr. S. van Mesdag, Stenden Hogeschool Leeuwarden)

naar boven
Basisevaluatie Coöperatieve Wijkraad Groningen
Opdrachtgever:

Gemeente Groningen

Vraag- en doelstelling:

In opdracht van de gemeente Groningen evalueert bureau Intraval in samenwerking met Onderzoek & Statistiek Groningen de Coöperatieve Wijkraad (CWR) in de Groningse Oosterparkwijk. De CWR is een initiatief van de gemeente Groningen waarmee zij burgers meer wil betrekken bij beslissingen over hun eigen wijk.

De CWR bestaat uit wijkbewoners en raadsleden, die op basis van loting worden uitgenodigd om in de raad plaats te nemen. De CWR beslist over (delen van) de wijkagenda en de inzet van budgetten voor de wijk. Daarnaast wordt er een panel van 400 personen geloot, dat bij belangrijke beslissingen door de CWR wordt geconsulteerd. Met de evaluatie wil de gemeente Groningen inzicht verkrijgen in het proces rond (de invoering van) de CWR en nagaan of de gewenste resultaten worden bereikt.

Opzet onderzoek:

Voor de evaluatie gaan we na welke veronderstellingen ten grondslag liggen aan het invoeren van de CWR en wat de gemeente hiermee wil bereiken. Vervolgens volgen we de invoering van de CWR nauwgezet door onder andere bijeenkomsten van de CWR bij te wonen en interviews te houden met betrokkenen. Tevens voeren we een resultaatmeting uit, waarvoor we op drie meetmomenten gesprekken houden met de leden van de CWR en een vragenlijst uitzetten onder de 400 leden van het panel en de overige bewoners van de wijk.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, R. Mennes MSc; K. Kloosterman (Onderzoek & Statistiek Groningen)

naar boven
Onderzoek maatschappelijke positie sekswerkers
Opdrachtgever:

WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie

Vraag- en doelstelling:

Onderzoeks- en adviesbureau Intraval voert in opdracht van het WODC onderzoek uit naar de maatschappelijke positie van sekswerkers. Doel van het onderzoek is inzicht te bieden in de hulpvragen en behoeften van sekswerkers met betrekking tot hun maatschappelijke positie en hun werkomstandigheden. Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen initiatieven worden genomen om de maatschappelijke positie van sekswerkers te versterken en de hulpverlening aan sekswerkers te intensiveren.

Opzet onderzoek:

Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen passen we een combinatie van methoden en technieken toe. We starten met een beknopte analyse van bestaand onderzoek onder Nederlandse sekswerkers. Daarnaast voeren we een juridische analyse van de rechtspositie van sekswerkers uit. Verder houden we interviews met enkele belangenbehartigers, sekswerkers, hulpverleners en leden van prostitutie controleteams.

Het zwaartepunt van het onderzoek vormen case-studies. We maken een keuze uit de beschikbare casussen die we vervolgens uitgebreid onderzoeken met een dossierstudie, juridische analyse, gesprekken met betrokken partijen en een analyse van het sociale netwerk van de betrokken sekswerker(s).

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, M. Sijtstra MSc, I. Schoonbeek MSc en mr. C. Boxum (Pro Facto)

naar boven
Evaluatie prostitutiebeleid gemeente Gouda
Opdrachtgever:

Gemeente Gouda

Vraag- en doelstelling:

Onderzoeks- en adviesbureau Intraval voert in opdracht van de gemeente Gouda een evaluatie uit van het prostitutiebeleid. Doel van het onderzoek is na te gaan of de uitgangspunten van het beleid gehandhaafd kunnen blijven of dat er een bijstelling dienst plaats te vinden. De hoofdvraag van de evaluatie is: Is het vigerende beleid uit 2000 nog steeds toepasbaar op de huidige situatie en heeft het beleid bijgedragen tot de realisering van de doelstellingen?

Opzet onderzoek:

Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen wordt informatie verzameld van de gemeente, de politie en de GGD. Hierbij wordt gekeken naar bestuurlijke rapportages over illegale prostitutie en bezwaarschriften die zijn ontvangen naar aanleiding van de verlening van exploitatievergunningen voor seksinrichtingen. Tevens worden interviews gehouden met vertegenwoordigers van gemeente, politie, GGD, RIEC, brandweer, branchevereniging en de exploitant. Verder voeren we een internetscan uit om inzicht te krijgen in de aard en omvang van illegale prostitutie in de gemeente Gouda.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, Drs. J. Snippe, M. Sijtstra MSc

naar boven
Monitor Ontwikkelingen coffeeshopbeleid, derde meting
Opdrachtgever:

WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Vraag- en doelstelling:

Om de effecten van het in 2012 aangescherpte coffeeshopbeleid na te gaan volgen we de ontwikkelingen in coffeeshop- en softdrugstoerisme, softdrugsgerelateerde overlast, drugsrunnen en de verkoop van cannabis aan gebruikers buiten de coffeeshop. Deze monitor bestaat uit drie metingen, waarvan de eerste twee inmiddels zijn uitgevoerd (Benschop e.a. 2015; Nabben e.a. 2015; Mennes e.a. 2016a; Mennes e.a. 2016b). Met deze derde meting gaan we na welke (cijfermatige) ontwikkelingen zich voordoen in de softdrugsgerelateerde overlast, de verkoop van cannabis aan gebruikers buiten de coffeeshops, het drugsrunnen en het coffeeshop- en softdrugstoerisme in 2016. Daarnaast geven we antwoord op de vraag welke ontwikkelingen er waarneembaar zijn in de geografische spreiding van deze fenomenen en hoe deze fenomenen lokaal nader kunnen worden geduid.

Opzet onderzoek:

Met deze derde meting van de monitor maken we ontwikkelingen tussen de drie metingen inzichtelijk. Het onderzoek kent twee fasen. In fase 1 geven we een landelijk representatief beeld van de ontwikkelingen. De cijfermatige systeemkennis van politie en justitie vullen we daarvoor aan met informatie uit interviews met lokale experts in 31 coffeeshopgemeenten. Aan fase 1 voegen we - voor het verkrijgen van een betere landelijke analyse en een relevantere onderbouwing voor de verdiepende studie - informatie toe over het lokale beleid in alle (coffeeshop)gemeenten. In fase 2 voeren we een verdiepend etnografisch onderzoek uit in vijf gemeenten die we kiezen op basis van de bevindingen uit fase 1. Vervolgens stellen we in de gekozen gemeenten na gesprekken met lokale experts de hotspots vast en vullen we het etnografisch veldonderzoek concreet in. Voor het etnografisch veldonderzoek ondernemen we de volgende activiteiten: observaties, informele gesprekken op en rond een hotspot en een buurtenquête onder omwonenden en cannabisgebruikers. Waar we de accenten in het etnografisch veldonderzoek precies leggen is afhankelijk van de onderscheiden factoren en de lokale situatie op en rond de hotspot.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, R. Mennes MSc., M. Sijtstra MSc., I. Schoonbeek Msc. en E. Cankor Msc.

Rapporten monitor:

Benschop, A., M. Wouters, D.J. Korf (2015).
Coffeeshops, toerisme, overlast en illegale verkoop van softdrugs, 2014. Rozenberg Publishers, Amsterdam.
Nabben T., M. Wouters, A. Benschop, D.J. Korf (2015).
Coffeeshops, toerisme, overlast en illegale verkoop van softdrugs, 2014. Verdiepende studie in vijf gemeenten. Rozenberg Publishers, Amsterdam.
Mennes, R., J. Snippe, M. Sijtstra, B. Bieleman (2016a).
Monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid. Meting 2015. St. Intraval, Groningen-Rotterdam.
Mennes, R., J. Snippe, M. Sijtstra, B. Bieleman (2016b).
Lokaal gezien. Verdiepingsstudie monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid meting 2015/16. St. Intraval, Groningen-Rotterdam.

naar boven
Onderzoek alcoholmarketing
Opdrachtgever:

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Vraag- en doelstelling:

Onderzoeks- en adviesbureau Intraval voert in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een onderzoek uit naar alcoholmarketing. Doel van het onderzoek is in kaart te brengen op welke locaties alcoholmarketing voorkomt en in welke mate verschillende leeftijdsgroepen er aan worden blootgesteld.

Opzet onderzoek:

Het onderzoek kent twee fasen. In de eerste, inventariserende fase, brengen we door middel van documentstudie in kaart welke mogelijk locaties van alcoholmarketing er zijn. Ook gaan we na op welke wijze alcoholmarketing daar kan voorkomen. Al deze locaties worden meegenomen in de tweede fase.

Vervolgens verzamelen we in de tweede fase gegevens over deze locaties vanuit twee invalshoeken: die van de consument en die van de aanbieders. Daarvoor passen we een combinatie van methoden en technieken toe. De invalshoek van de consument brengen we in beeld door het uitzetten van een enquête onder verschillende leeftijdsgroepen van de Nederlandse bevolking. De kant van de aanbieders maken we inzichtelijk door gegevens over alcoholmarketing op te vragen, websites en beeldmateriaal systematisch te scannen met behulp van 'scraping' en 'neuronale netwerken' en het verrichten van veldwerk.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize, R. Mennes MSc, M. Sijtstra MSc

naar boven
Evaluatie Pilot Alcoholmeter
Opdrachtgever:

Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC)

Vraag- en doelstelling:

Begin 2017 start de pilot alcoholmeter in de regio’s Rotterdam en Oost-Nederland. De alcoholmeter is een enkelband waarmee het alcoholgebruik continu kan worden gemeten. Het doel van de pilot is om na te gaan hoe de alcoholmeter werkt en of het een geschikt middel kan zijn om in Nederland in te voeren. Het WODC heeft Intraval opdracht gegeven de pilot te evalueren. Deze evaluatie heeft twee doelen. Het eerste doel is het evalueren van het uitvoeringsproces. Dat wil zeggen dat dient te worden nagegaan in hoeverre de procedures omtrent de alcoholmeter door de betrokken partijen zo worden uitgevoerd zoals bedoeld. Het tweede doel van de evaluatie is het vaststellen van de effecten van het dragen van de alcoholmeter op het overmatig consumeren van alcohol en het plegen van geweldsdelicten (onder invloed).      

Opzet onderzoek:

We starten de evaluatie met de reconstructie van de interventielogica. Hiervoor voeren we onder meer een documentenstudie uit en houden we interviews met de opstellers van de pilot alcoholmeter. De evaluatie bestaat verder uit de volgende drie onderdelen: procesevaluatie; onderzoek naar de doelbereiking; en een imagostudie. Voor de procesevaluatie nemen we interviews af bij diverse betrokkenen, zoals projectteam, rechters, officieren, advocaten, medewerkers van de reclassering en familieleden van de participanten. Het onderzoek naar de doelbereiking bestaat vooral uit het analyseren van registratiegegevens en ondervragen van participanten en weigeraars. Bij beide groepen worden op drie verschillende momenten een vragenlijst afgenomen, te weten: op het moment dat de alcoholmeter wordt verwijderd; drie maanden later; en zes maanden later. Tot slot nemen we voor de imagostudie onder diverse groepen betrokkenen een beknopte vragenlijst af.     

Onderzoekers:

Drs. A. Kruize, R. Mennes MSc, I. Schoonbeek MSc, drs. B. Bieleman 

naar boven
Inventarisatie naleefniveau rookvrije horeca
opdrachtgever:

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

vraag en doelstelling:

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wil graag meert inzicht in het naleefniveau van de regels voor de rookvrije horeca die per 1 juli 2008 van kracht zijn. Zij heeft Intraval de opdracht gegeven hiernaar periodiek metingen uit te voeren.

opzet onderzoek:

Vanaf december 2008/begin januari 2009 zijn negen kwartaalmetingen uitgevoerd naar het naleefniveau van het rookverbod binnen de horeca (laatste meting december 2010/januari 2011). Per kwartaal zijn ruim 600 aselect gekozen horecagelegenheden geobserveerd in 25 geselecteerde gemeenten die een goede dwarsdoorsnede van Nederland vormen. Hierbij is een verdeling toegepast over de volgende zes horecacategorieën: café en discotheek; restaurant; cafetaria en snackbar; sportkantine; kunst en cultuur (theater, bioscoop, museum); hotel en recreatie. Uit de cijfers van de eerste negen kwartaalmetingen blijkt dat de laatste vijf horecacategorieën een hoog nalevingsniveau hebben. Om die reden is de frequentie van de metingen in deze sectoren verlaagd en wordt de naleving van deze sectoren eens per jaar in het najaar geïnventariseerd. Bij de hoofdcategorie café en discotheek wordt twee keer per jaar de naleving gemeten; in het voorjaar en het najaar. Tijdens de bezoeken wordt onder andere geobserveerd of er aanwijzingen zijn dat er wordt gerookt en of er een aparte rookruimte is ingericht.   

onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, mw. drs. A. Kruize

naar boven
Monitoring verplaatsen coffeeshops Amsterdam
Opdrachtgever:

Gemeente Amsterdam

Vraag- en doelstelling:

Het Amsterdamse beleid is gericht op het bevorderen van kleinschaligheid, transparantie, beheersbaarheid en spreiding van coffeeshops. Door een pilot uit te voeren en andere verplaatsingen te monitoren wil de gemeente onder meer inzicht krijgen in overlast rondom en beeldvorming over de coffeeshops. Verplaatsing van een coffeeshop kan tot (meer) overlast op de nieuwe locatie leiden. Daarnaast wijzigen wellicht de bezoekersstromen. Een deel van de klanten zal de coffeeshop blijven bezoeken, maar de nieuwe locatie kan tevens klanten trekken uit de nieuwe omgeving van de coffeeshop. De hoofdvraag van het onderzoek is: wat is het resultaat van de verplaatsing van een coffeeshop naar een nieuwe locatie?

Opzet onderzoek:

De opzet van het onderzoek bestaat uit drie metingen: een nulmeting, een éénmeting na een half jaar  en een eindmeting na anderhalf jaar. Per meting worden bij en rond de nieuwe locaties van de coffeeshops observaties en tellingen uitgevoerd, enquêtes afgenomen onder omwonenden (bewoners en ondernemers), interviews gehouden met exploitanten en politiegegevens verzameld. Daarnaast worden tijdens de één- en eindmeting ook bezoekers van de in het kader van de pilot verplaatste coffeeshop geënquêteerd.

Nagegaan wordt in hoeverre er sprake is van overlast en (gevoelens van) onveiligheid voor omwonenden, waaruit deze eventuele overlast bestaat en wanneer die zich voordoet. Inzicht in locatiespecifieke overlast rond de verplaatste coffeeshops maakt het immers mogelijk gerichte maatregelen te treffen om de overlast in de toekomst te voorkomen. Met de enquête onder de bezoekers wordt een goed beeld verkregen van onder meer de herkomst van de bezoekers, de oude clientèle en eventuele nieuwe bezoekers of zelfs nieuwe cannabisgebruikers.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, R. Mennes MSc en M. Sijtstra MSc

naar boven
Onderzoek justitiële interventiepalet voor plegers en slachtoffers kindermishandeling
Opdrachtgever:

WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Vraag- en doelstelling:

Om kindermishandeling te stoppen en herhaling te voorkomen kunnen door instanties in de justitiële keten verschillende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen kunnen zowel gericht zijn op slachtoffers als op daders. Hierbij kan uit een palet van verschillende interventies en middelen worden geput. In opdracht van het WODC van het ministerie van Veiligheid en Justitie voert onderzoeksbureau Intraval een onderzoek uit naar interventies en middelen binnen de justitiële keten bij het voorkomen, signaleren en stoppen van kindermishandeling. Doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in de interventies en middelen die binnen de justitieketen (kunnen) worden ingezet en uit te zoeken of er voor alle plegers en slachtoffers voldoende interventies beschikbaar zijn. Tevens gaan we na in hoeverre het huidige interventiepalet aansluit bij recente wetenschappelijke ontwikkelingen (waaronder uit de social neurosciences) in het onderzoek naar kindermishandeling.

Opzet onderzoek:

We starten met een literatuurstudie waarna we de begrippen ‘kindermishandeling’, ‘interventie’ en ‘middelen’ operationaliseren. In de gesprekken met sleutelinformanten bakenen we de justitiële keten af. Vervolgens verzamelen we door middel van interviews met professionals van betrokken organisaties informatie over beschikbare interventies en middelen in de justitiële keten voor slachtoffers en plegers van kindermishandeling. Daarnaast gaan we na welke interventies zijn opgenomen in de databanken en vragen we registratiegegevens op om inzicht te krijgen in de mate waarin de interventies en middelen door verschillende partijen binnen de justitiële keten worden ingezet. Van deze interventies gaan we aan de hand van de literatuur en aanvullende interviews de bewezen effectiviteit na.

Onderzoekers:

drs. J. Snippe, drs. M. Boendermaker, drs. B. Bieleman, R. Mennes MSc, M. Sijtstra MSc, I. Schoonbeek MSc, C. Bartelink MSc (Nederlands Jeugdinstituut), prof. dr. C. Keysers (universiteit van Amsterdam, Nederlands Instituut voor Neuroscience).

naar boven
Onderzoek Kwaliteit Sociaal Domein Gemeente Leeuwarden
Opdrachtgever:

Gemeente Leeuwarden

Vraag- en doelstelling:

In opdracht van de gemeente Leeuwarden doet bureau Intraval onderzoek naar de kwaliteit van enkele vormen van ondersteuning in het sociaal domein in Leeuwarden. Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van ondersteuning die onder de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) worden uitgevoerd. Om vorm te geven aan deze verantwoordelijkheid heeft de gemeente Leeuwarden een kwaliteitskader voor het Sociaal Domein ontwikkeld. De gemeente laat aan de hand van het toetsingskader twee thematische onderzoeken uitvoeren om te beoordelen of de kwaliteit van twee vormen van ondersteuning - het combineren van het bieden van woonruimte met thuisondersteuning en Beschermd Wonen - voldoende is en of de processen op de juiste wijze zijn ingericht en worden doorlopen.

Opzet onderzoek:

Het onderzoek kent drie fasen. In de eerste fase voeren we een documentenstudie uit, verzamelen we registratiegegevens en operationaliseren we het begrip ‘kwaliteit’. Op basis hiervan worden de vragenlijsten opgesteld die we in de tweede fase gebruiken tijdens de gesprekken met betrokkenen. In totaal zullen 100 gesprekken plaatsvinden met aanbieders, cliënten, sociaal werkers en ambtenaren. In de derde fase analyseren we de verkregen informatie en stellen we de rapportage op. Daarbij maken we gebruik van kruisvalidatie door de resultaten van meerdere bronnen met elkaar te vergelijken en op basis daarvan conclusies te formuleren.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize, drs. M. Boendermaker, M. Sijtstra MSc, R. Mennes MSc, I. Schoonbeek MSc.

naar boven
Onderzoek Verbindende Hulpverlening als Joint Venture
Opdrachtgever:

ZonMw

Vraag- en doelstelling:

Met financiering van ZonMw werken Lentis, VNN en de gemeente Groningen - in samenwerking met diverse andere betrokken partijen - aan het project Verbindende Hulpverlening als Joint Venture. Het project is een patiënt/burgerinitiatief en is bedoeld als leertraject van en voor ernstig beschadigde burgers die nu overbekend zijn bij de crisisdiensten en de politie. Hoe ervaren zij dat eigen regie loont en er meer uit het leven te halen is? Wat kan ‘outsiders’ verleiden (weer) verbindingen aan te gaan met de samenleving en vice versa?

Opzet onderzoek:

Praktijkbegeleidend onderzoek door Intraval is essentieel onderdeel van de Joint Venture. Het doel van het onderzoek is het boven tafel krijgen van werkzame mechanismen, succes- en faalfactoren van pogingen om ‘outsiders’ met hun leefomgeving te verbinden. Ook wordt met het onderzoek gewaarborgd dat de in het experiment verzamelde kennis overdraagbaar wordt. Voor het onderzoek wordt gebruik gemaakt van de methode Realistic Evaluation, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke veronderstellingen ten grondslag liggen aan het experiment. Daarnaast wordt de uitvoering van het experiment gevolgd met een procesevaluatie. Voor het meten van resultaten bij de deelnemers aan het experiment wordt gebruik gemaakt van systemisch N=1-onderzoek. Het onderzoek vormt een continu cyclisch proces, waarbij de praktijk het onderzoek voedt en vice versa. De opgedane kennis wordt gedurende het project bovendien al gedeeld met belanghebbenden in de regio en het land.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. J. Snippe, drs. M. Boendermaker, M. Sijtstra MSc en I. Schoonbeek MSc

naar boven
Prevalentieschatting huiselijk geweld en kindermishandeling
Opdrachtgever:

WODC/Ministerie van Veiligheid en Justitie

Vraag- en doelstelling:

In opdracht van het WODC van het ministerie van Veiligheid en Justitie en in samenwerking met de Universiteit Utrecht voert onderzoeksbureau Intraval een onderzoek uit naar de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling. Doel van dit onderzoek is de omvang van huiselijk geweld, kindermishandeling en zo mogelijk van de omvang van de samenloop van huiselijk geweld én kindermishandeling in gezinnen te schatten met behulp van zogenoemde vangst-hervangst methoden. Daarnaast dient de ontwikkeling in omvang van huiselijk geweld in de tijd in kaart te worden gebracht.

Opzet onderzoek:

In het onderzoek worden schattingen uitgevoerd van de actuele omvang van huiselijk geweld en kindermishandeling. Aan dit onderzoek is een verkennend onderzoek voorafgegaan, uitgevoerd door onderzoeksbureau Intraval, naar de geschiktheid van verschillende databronnen (registraties) in de justitiële keten, de hulpverleningsketen en de gezondheidsketen. Op basis van de bevindingen uit deze voorstudie worden voor de omvangschatting registratiegegevens opgevraagd uit de justitiële keten (BVH, COMPAS/GPS, RiHG en RiSc/Quickscan), de Raad voor de Kinderbescherming en de Veiligheidsmonitor. Deze registraties wordt vervolgens gebruikt voor het uitvoeren van een omvangsschatting met vangst-hervangst methoden.

Dit onderzoek vindt plaats in de context van een groot onderzoek dat uit meerdere deelstudies bestaat. Het is gericht op het in kaart brengen van de actuele aard en omvang van huiselijk geweld en kindermishandeling en de ontwikkeling daarin sinds 2009.

Onderzoekers Intraval:

Drs. Jacco Snippe, drs. Bert Bieleman, mw. drs. Marjolein Boendermaker en Ralph Mennes Msc

Onderzoekers Universiteit Utrecht:

Prof. dr. Peter van de Heijden, dr. Maarten Cruyff, drs. Ger van Gils en mw. prof. dr. Catrin Finkenauer

naar boven
Onderzoek Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Centrumgemeente Assen
Opdrachtgever:

Gemeente Assen

Vraag- en doelstelling:

In opdracht van de gemeente Assen voert bureau Intraval in samenwerking met Breuer Institute een onderzoek uit naar beschermd wonen en maatschappelijke opvang in Assen. Sinds 1 januari 2015 zijn alle gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van Beschermd Wonen. Samenwerking tussen gemeenten blijft echter noodzakelijk. Het VNG en het Rijk hebben gemeenten opdracht gegeven een regionaal plan van aanpak op te stellen waarin gemeenten een toekomstvisie schetsen. De gemeente Assen wil daarvoor het huidige aanbod en de spreiding van voorzieningen in de regio, alsmede het gebruik, de behoefte en de spreiding van de doelgroep in kaart laten brengen. Tevens wil de gemeente inzicht krijgen in het verwachte aantal personen die in de toekomst een beroep zullen doen op de voorzieningen.

Opzet onderzoek:

Door een documentenstudie maken we een eerste overzicht van het huidige aanbod van beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de gemeente Assen en de regiogemeenten. Om de omvang en samenstelling van de huidige doelgroepen in kaart te brengen vragen we registratiegegevens op bij betrokken organisaties. Tevens maken we met behulp van deze gegevens de te verwachten trends voor de komende jaren zichtbaar. Om inzicht te krijgen in de kenmerken, omvang, problematiek en zorgbehoefte van de doelgroep houden we gesprekken met leden van de doelgroep en met vertegenwoordigers van betrokken instellingen en organisaties.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize, drs. M. Boendermaker, M. Sijtstra MSc, R. Mennes MSc, I. Schoonbeek MSc, E. Cankor MSc, P. Löwik (Breuer Institute)

naar boven
Onderzoek Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Gemeente Hoogeveen
Opdrachtgever:

Gemeente Hoogeveen

Vraag- en doelstelling:

In opdracht van de gemeente Hoogeveen voert bureau Intraval een onderzoek uit naar beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de gemeente Hoogeveen. De gemeente wil het huidige aanbod en de spreiding van voorzieningen, alsmede het gebruik, de behoefte en de spreiding van de doelgroep in Hoogeveen in kaart brengen. Tevens wil de gemeente inzicht krijgen in het verwachte aantal personen die in de toekomst een beroep zullen doen op de voorzieningen. Dit onderzoek is een aanvulling op het onderzoek dat bureau Intraval in samenwerking met Breuer Institute uitvoert naar beschermd wonen en de maatschappelijke opvang in centrumgemeente Assen. Gemeente Hoogeveen is één van de regiogemeenten van centrumgemeente Assen.

Opzet onderzoek:

In het kader van het onderzoek naar de maatschappelijke opvang en beschermd wonen dat wij in opdracht van de centrumgemeente Assen uitvoeren houden we onder meer interviews met vertegenwoordigers van de betrokken instellingen en met leden van de doelgroep. Om een goed beeld te krijgen van de situatie in Hoogeveen voeren we extra gesprekken met enkele vertegenwoordigers van betrokken instellingen en organisaties in Hoogeveen en extra gesprekken met cliënten van voorzieningen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize, drs. M. Boendermaker, M. Sijtstra MSc, I. Schoonbeek MSc, E. Cankor MSc.

naar boven
Doelgroepenanalyse Maatschappelijke opvang centrumgemeente Almelo
Opdrachtgever:

Gemeente Almelo

Vraag- en doelstelling:

Naar aanleiding van de Maatschappelijke Vraag 2017 van de gemeente Almelo hebben Humanitas Onderdak Twente (HODT), Leger des Heils, Dimence en Tactus Verslavingszorg gezamenlijk een ambitiedocument opgesteld. In dat document gaan zij in op de Innovatieopgave Maatschappelijke Opvang. Zij gaan hierbij uit van een integrale benadering waarbij het uitgangspunt is te denken en te handelen vanuit een inclusieve samenleving. De instellingen vragen zich af of in het kader van deze integrale aanpak er binnen de gemeente wel een zo volledig mogelijk beeld bestaat van de doelgroep. Zij hebben daarom onderzoeks- en adviesbureau Intraval opdracht gegeven een onderzoek te doen naar de doelgroepen binnen de maatschappelijke opvang. Deze zogenoemde doelgroepenanalyse dient te leiden tot inzicht in welk aanbod nodig is om de instroom in de maatschappelijke opvang te beperken en de uitstroom te bevorderen.

Opzet onderzoek:

Om een goed beeld te verkrijgen van de doelgroepen van de maatschappelijke opvang wordt zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie verzameld. Hiervoor voeren we onder meer een documentenstudie uit en vragen we registratiegegevens op bij de bij doelgroepen betrokken instellingen en organisaties. De meer kwalitatieve informatie verzamelen we door middel van interviews met leden van de doelgroepen en (groeps)gesprekken met vertegenwoordigers van de betrokken instellingen en organisaties. De resultaten worden gepresenteerd in een rapport.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize, M. Sijtstra MSc, E. Cankor MSc, I. Schoonbeek MSc   

naar boven
Monitor Opvang centrumgemeente Enschede
Opdrachtgever:

Gemeente Enschede

Vraag- en doelstelling:

Op 1 januari 2015 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 ingegaan. In deze wet wordt  gesproken over twee ondersteuningsvormen die gemeenten moeten bieden als burgers zich niet op eigen kracht kunnen handhaven en onderdak en bescherming nodig hebben. Het gaat hierbij om opvang en beschermd wonen. Om de ontwikkelingen in de aard en omvang van de cliënten die gebruik maken van de verschillende vormen van opvang te kunnen volgen heeft de gemeente Enschede Intraval opdracht gegeven dit te monitoren. In de monitor staan de volgende vragen centraal: Wat is de aard en omvang van de doelgroepen die gebruik maken van de verschillende vormen van opvang? Wat is de onderliggende problematiek en in hoeverre komen deze doelgroepen voor in de politieregistraties? Daarnaast wordt in de monitor tevens ingegaan op bemoeizorg en opiaatverslaafden.    

 

Opzet onderzoek:

Bij elke meting worden geanonimiseerde gegevens verzameld uit de registraties van de instellingen voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg, bemoeizorg en bij de politie. Op basis hiervan geven we beschrijvingen van de aard en omvang van de cliënten die gebruik maken van de verschillende vormen van opvang, bemoeizorg en de opiaatverslaafden.      

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize, M. Sijtstra MSc, E. Cankor MSc

naar boven
Monitor Beschermd wonen centrumgemeente Enschede
Opdrachtgever:

Gemeente Enschede

Vraag- en doelstelling:

Op 1 januari 2015 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 ingegaan. In deze wet wordt  gesproken over twee ondersteuningsvormen die gemeenten moeten bieden als burgers zich niet op eigen kracht kunnen handhaven en onderdak en bescherming nodig hebben. Het gaat hierbij om opvang en beschermd wonen. Om de ontwikkelingen in de aard en omvang van de cliënten die gebruik maken van de verschillende vormen van beschermd wonen te kunnen volgen heeft de gemeente Enschede Intraval opdracht gegeven dit te monitoren. In de monitor staan de volgende vragen centraal: Wat is de aard en omvang van de doelgroepen die gebruik maken van de verschillende vormen van beschermd wonen? En in hoeverre komen deze doelgroepen voor in de politieregistraties?

Opzet onderzoek:

Bij elke meting worden geanonimiseerde gegevens verzameld uit de registraties van de instellingen voor beschermd wonen en bij de politie. Op basis hiervan geven we beschrijvingen van de aard en omvang van de cliënten die gebruik maken van de verschillende vormen van beschermd wonen.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. A. Kruize, M. Sijtstra MSc, E. Cankor MSc

naar boven
Monitor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen GGZ
Opdrachtgever:

Gemeente Apeldoorn

Vraag- en doelstelling:

In opdracht van de gemeente Apeldoorn monitort bureau Intraval sinds 2004 jaarlijks de kenmerken en omvang van alle doelgroepen van de Maatschappelijk Opvang in de regio Oost Veluwe. Met deze monitor worden resultaten van de maatschappelijke zorg in de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde en Voorst in kaart gebracht aan de hand van registratiegegevens. Gezien de taakuitbreiding van de gemeenten worden vanaf 2015 naast de cliënten in de Maatschappelijk Opvang ook de cliënten van Beschermd Wonen GGZ in de monitor opgenomen. Daarbij worden de volgende doelgroepen onderscheiden: feitelijk daklozen; opiaatverslaafden; cliënten van de Openbare Geestelijke Gezondheidzorg (OGGz); zwerfjongeren; jonge moeders; huurders met woonproblemen; en ex-gedetineerden.

Opzet onderzoek:

Voor het uitvoeren van de monitor maken de onderzoekers allereerst gebruik van gegevens over cliënten die gebruik hebben gemaakt van de maatwerkvoorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen GGZ. De onderzoekers kunnen daarbij voor een groot deel putten uit de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van centrale toegang van cliënten. Ter aanvulling hierop vragen de onderzoekers bij de maatwerkvoorzieningen informatie op over de woonsituatie (al dan niet dakloos) en het middelengebruik van cliënten.

De gegevens van de maatwerkvoorzieningen worden vervolgens gecompleteerd met registraties van de algemene voorzieningen (waaronder de nachtopvang), politie, informatie van woningcorporaties, registraties van Tactus Verslavingszorg over opiaatverslaafden, gegevens van het Coördinatiepunt Jonge Moeders en gegevens van het Contactpunt ex-gedetineerden. Door het onderling combineren van de registratiegegevens van de verschillende instellingen en het koppelen van deze gegevens aan registraties van eerdere jaren, kunnen kenmerken en omvang van de doelgroepen worden vastgesteld en worden ontwikkelingen hierin tussen de verschillende jaren zichtbaar. De resultaten worden gerapporteerd in een beknopte factsheet.

Onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, drs. M. Boendermaker, R. Mennes Msc, I. Schoonbeek Msc

naar boven
Monitor huiselijk geweld Twente
opdrachtgever:

Gemeente Enschede

vraag en doelstelling:

Na de onderkenning van de aard en omvang van de problematiek rondom huiselijk geweld heeft de overheid beleid ontwikkeld voor de aanpak hiervan. De gemeenten spelen een centrale rol in de uitvoering van het overheidsbeleid. Voor een goede beleidsvorming, -uitvoering en evaluatie van de aanpak is inzicht in de (aantallen) daders en slachtoffers van huiselijk geweld in de gemeenten in Twente essentieel. De (centrum)gemeente Enschede wil daarom periodiek inzicht in aantallen verdachten en slachtoffers, hun achtergrondkenmerken, eerste meldingen en recidive. Zij heeft Intraval opdracht gegeven de ontwikkelingen in de (aantallen) daders en slachtoffers jaarlijks te monitoren.

opzet onderzoek:

Om de ontwikkelingen in kaart te brengen worden jaarlijks registratiegegevens opgevraagd bij de instellingen in Twente die te maken hebben met huiselijk geweld. Het gaat hierbij zowel om instellingen die contacten hebben met de (vermoedelijke) plegers (politie, justitie en reclassering) als om instellingen die opvang c.q. hulpverlening bieden aan de slachtoffers van huiselijke geweld (wijkteams, vrouwenopvang en GGZ). Ook worden gegevens meegenomen van Veilig Thuis Twente. Op basis van deze registratiegegevens wordt inzicht verkregen in de aard en omvang van de incidenten en de kenmerken (leeftijd, geslacht en woonplaats) van de verdachten en slachtoffers.

onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, mw. drs. A. Kruize, mw. drs. M. Boendermaker, mw. I. Schoonbeek MSc, mw. E. Cankor MSc.

naar boven
Onderzoek Wisselwerking social games en kansspelen bij jongeren
opdrachtgever:

Kansspelautoriteit

vraag- en doelstelling:

In haar jaarverslag van 2016 geeft de Kansspelautoriteit (KSA) aan dat spelers regelmatig overstappen van social casino games naar betaalde kansspelen. Aangezien social games en kansspelen veel dezelfde spelkenmerken hebben is het voor de speler niet altijd duidelijk waar de grens ligt tussen social games en online kansspelen. De KSA wil haar inzicht vergroten in de wisselwerking tussen social games en het spelen van online kansspelen. Tevens wil zij meer inzicht in de daarbij behorende risico’s. Zij heeft onderzoeks- en adviesbureau Intraval opdracht gegeven een kwalitatief onderzoek uit te voeren naar deze wisselwerking. Het onderzoek richt zich op minderjarigen (tot 18 jaar) en jongvolwassenen (18-24 jaar).

opzet onderzoek:

Om meer inzicht te krijgen in de wisselwerking tussen social games en het spelen van online kansspelen gaan we 40 spelers van social games interviewen. Deze 40 spelers worden verdeeld over de beide leeftijdscategorieën (minderjarigen en jongvolwassenen) en over de verschillende soorten social games (social casino games; fantasy sports; online amateur e-sports; digital collective card games; en wedden met virtuele items). In de gesprekken besteden we onder meer aandacht aan het speelgedrag, welke social games de respondenten spelen en de mate van autonomie die spelers zeggen te voelen c.q. te hebben over hun speelgedrag. Tevens gaan we in op vragen als wat jongeren drijft om een spel te spelen, wat ze voelen als ze spelen, wanneer en waarom ze de overstap naar het spelen van kansspelen hebben gemaakt en in hoeverre ze zich meteen bewust waren van deze overstap.

onderzoekers:

A. Kruize, M. Sijtstra MSc, R. Mennes MSc, I. Schoonbeek MSc, drs. B. Bieleman

naar boven
Onderzoek verslaafde jongeren Hoogeveen
opdrachtgever:

Gemeente Hoogeveen

vraag- en doelstelling:

Verslaving onder jongeren lijkt in de gemeente Hoogeveen hoger dan gedacht. Een aantal moeders van verslaafde jongeren heeft het MoederTeam opgericht. Samen met de gemeente Hoogeveen en een aantal hulpverleningsinstanties proberen zij samen tot een goede aanpak te komen om verslaving onder jongeren aan te pakken. Hiervoor wil de gemeente Hoogeveen inzicht verkrijgen in de keuzes die (ex)verslaafde jongeren maken (bij het blijven) gebruiken van middelen en de wijze waarop ex-verslaafde jongeren van hun verslaving zijn afgekomen. Daarnaast wil de gemeente weten wat jongeren nodig hadden gehad om andere keuze te maken en op welke momenten. De bevindingen moeten leiden tot een betere afstemming van preventie en interventie.  

opzet onderzoek:

Om inzicht te krijgen in de achtergrondkenmerken van (ex)verslaafde jongeren en de middelen die zij gebruiken, vragen we bij instellingen voor verslavingszorg en bij de politie een aantal gegevens op. Daarnaast houden we een groepsgesprek met een aantal moeders van het MoederTeam. Vervolgens gaan we in gesprek met de jongeren. We spreken zowel jongeren die nog verslaafd zijn als jongeren die niet meer verslaafd zijn.

onderzoekers:

M. Sijtstra MSc, I. Schoonbeek MSc, E. Cankor MSc, drs. B. Bieleman

naar boven
Monitor POH Jeugd Leeuwarden
opdrachtgever:

Gemeente Leeuwarden

vraag- en doelstelling:

In opdracht van de gemeente Leeuwarden voert bureau Intraval een monitor uit naar laagdrempelig aanbod van behandelingen door POH-Jeugd voor jeugdigen met psychosociale of psychische problematiek in de gemeente Leeuwarden. Het doel van de monitor is meer inzicht te krijgen in de wijze waarop huisartsen in Leeuwarden omgaan met psychosociale en psychische problematiek bij jeugdigen in relatie tot de beschikbare expertise en behandelmogelijkheden in de huisartsenpraktijk waaronder de POH-Jeugd. Aan de hand van de monitor worden de resultaten van de inzet van de POH-Jeugd in 15 huisartsenpraktijken een aantal jaren gevolgd.

opzet onderzoek:

Bureau Intraval ontwikkelt en verzorgt de uitvoering van de monitor. Daarvoor gebruiken we de behandel- en doorverwijsgegevens van de POH-Jeugd. We gaan na hoe deze gegevens zich verhouden tot de aanwezige expertise in de huisartsenpraktijk. Daarnaast maken we een vergelijking met doorverwijzingen naar gespecialiseerde zorg door andere instanties dan de huisartsen in de gemeente Leeuwarden. Aan de hand van deze informatie monitoren we per kwartaal de resultaten van de inzet van de POH-Jeugd in de gemeente Leeuwarden.

onderzoekers:

Drs. J. Snippe, drs. M. Boendermaker, I. Schoonbeek MSc, drs. B. Bieleman

naar boven
Monitor Tabaksverstrekking jongeren
opdrachtgever:

Nederlandse Voedsel- en Warenautoritiet (NVWA)

vraag- en doelstelling:

Vanaf 1 januari 2014 is de leeftijdsgrens voor de verkoop van tabaksproducten van 16 naar 18 jaar gegaan. Met de verhoging van de leeftijdsgrens wil het kabinet het aantal jongeren dat rookt terugdringen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wil graag meer inzicht in de naleving van deze gewijzigde leeftijdsgrens en heeft daarom Intraval gevraagd onderzoek te doen naar de verkoop van tabaksproducten en/of e-sigaretten aan jongeren. De drie hoofdvragen van het onderzoek luiden als volgt: 1. In hoeverre proberen jongeren beneden 18 jaar momenteel tabaksproducten en/of e-sigaretten te kopen in speciaalzaken, levensmiddelenzaken, pompstations en horecagelegenheden (bestelpoging)?; 2. Welke interactie vindt plaats tussen jongere en verstrekker bij een aankooppoging?; 3. In hoeverre lukt het jongeren beneden 18 jaar momenteel tabaksproducten en/of e-sigaretten te kopen in speciaalzaken, levensmiddelenzaken, pompstations en horecagelegenheden (slaagkans)?

opzet onderzoek:

Er wordt een landelijke, representatieve inventarisatie gehouden onder jongeren. Hiervoor worden jongeren in de leeftijdscategorieën 14/15- jarigen en 16/17-jarigen, telefonisch geënquêteerd. In de enquête wordt gevraagd naar het feitelijk aankoopgedrag van de jongeren en de reacties daarop bij het verkrijgen van tabaksproducten en/of e-sigaretten door de verstrekkers. Bovendien zal worden gevraagd op welke dagen en tijdstippen de jongeren met name tabaksproducten en/of e-sigaretten kopen en of ze bepaalde tactieken toepassen om tabaksproducten en/of e-sigaretten te kopen.

onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, mw. drs. A. Kruize, M. Sijtstra MSc.

naar boven
Monitor aanpak jeugdproblematiek Enschede-Zuid
opdrachtgever:

Gemeente Enschede

vraag- en doelstelling:

De gemeente Enschede wil graag (meer) inzicht in hoe de jeugdaanpak in Zuid – en in het bijzonder de combinatie van de groepsaanpak en de gezinsaanpak – wordt vormgegeven, hoe de aanpak verloopt en wat de eerste resultaten zijn. Indien de aanpak succesvol blijkt te zijn wordt deze verder uitgerold over de stad. Daarnaast wil de gemeente Enschede de jongeren van cohort 2012 en cohort 2013 volgen door een cohortstudie. De gemeente heeft Intraval de opdracht gegeven voor de uitvoering van zowel het onderzoek naar de vernieuwde aanpak van jongerenproblematiek in zuid als de cohortstudie.

opzet onderzoek:

Voor het beantwoorden van de vragen over de aanpak, de uitvoering en de opbrengsten van de jeugdaanpak in zuid wordt gebruik gemaakt van het INK-model. In dit model worden twee onderdelen onderscheiden, namelijk inspanningen en opbrengsten. De inspanningen zijn onder te verdelen in input en proces, terwijl opbrengsten onderverdeeld kunnen worden in output en outcome. Er wordt een indicatorenoverzicht ontwikkeld, waarin input-, proces-, output- en outcome-indicatoren worden geformuleerd. De betrokken instellingen worden op twee momenten gevraagd dit indicatorenoverzicht in te vullen c.q. de benodigde informatie hiertoe aan de onderzoekers te verstrekken. Daarnaast worden voor het volgen van de cohorten 2012 en 2013 periodiek gegevens opgevraagd bij instanties die bij de jongeren betrokken zijn c.q. informatie over hen vastleggen. Om ook inzicht te krijgen in het preventieve onderdeel van de aanpak, gericht op broertjes en zusjes van de jongeren uit de cohorten, worden tevens gegevens van deze broertjes en zusjes opgevraagd.

onderzoekers:

Drs. B. Bieleman, mw. drs. A. Kruize, mw. drs. M. Boendermaker

naar boven